ZO MOOI

Intentie:
‘Ik zou graag tijdens consulten
meer direct
de wijze adviezen door willen geven
van mijn onzichtbare vrienden aan de andere kant.’

Dat was een intentie die deze week opkwam.
En intenties zijn krachtig spul hoor.
No shit!
Ze zetten de toon, ze geven richting en maken daarmee nieuwe dingen mogelijk.

Maar goed, dat zo direct doorgeven van die wijze adviezen vanaf de andere kant, dat kan niet altijd. Het gaat nog altijd om wat de klant nódig heeft, niet om waar ik zin in heb. Soms moet het gewoon meer een praktisch verhaal worden. Maar als Koen binnenkomt, voel ik al snel: bij hem zou het wel bij kunnen gebeuren. Een mooi mens, stralend, open, nieuwsgierig, liefdevol, onderzoekend, wakker. Het verbaast me dan ook niet dat het gesprek vanzelf gaat in de richting van ‘zijn eigen teampje achter hem.’
“Ik noem het meestal mijn vrienden”, zeg ik.
“Snap ik”, zegt hij. “Het woord gidsen klinkt meteen weer zo officieel.”
We knikken begrijpend.
“Het zou mooi zijn om zelf een actieve communicatie aan te gaan met die vrienden”, zeg ik.
Hij: “Ik ben me wel van ze bewust en ik zie ze ook wel gebaren, maar ik ‘versta’ ze nog niet.”
We hebben het erover hoe hij ze kan gaan leren verstaan.
Over ‘welke taal zij spreken.’

Het gesprek gaat ook over de liefde. Koen heeft de Grote Liefde gevonden.
“Ik zag de liefde tussen mijn grootouders als kind en ik dacht: dat is het, dat wil ik later ook. Nu heb ik haar gevonden. Maar mijn vraag is: kan ik wel onvoorwaardelijk liefhebben?”
Er gebeurt iets als hij de vraag stelt.
Alsof het niet de juiste vraag is.
Het duurt even voordat ik doorheb hoe het zit.
“Is het niet zo dat je al onvoorwaardelijk liefhebt, maar dat je bang bent om het kwijt te raken?”, vraag ik.
“Dat is het precies!”, zegt K. “Ik voel me als de oermens die vuur gevonden heeft in de vochtige, koude bossen. En die dat vuur nu koestert door het te beschermen met zijn handen en door er alles aan te doen om het brandend te houden. Bang om het te verliezen, omdat hij nog niet zelf vuur kan maken."

En dan gebeurt het.
Ik wil iets zeggen, maar ik ‘hoor’ mijn teampje er ineens tussendoor komen.
Heel dichtbij.
“Tell him there is no need to worry. Tell him that he ís the fire.”
Ik wijs naar achteren.
“Mijn onzichtbare vrienden willen iets zeggen”, zeg ik.
“Zeg tegen hem dat hij zelf het vuur is.”

Het wordt doodstil.
We kijken elkaar aan.
En…
tranen komen op,
bij allebei.
Zonder geluid, zonder beweging.
Alleen maar steeds dikker wordende tranen in ogen die uiteindelijk keihard naar beneden rollen.

“Zo mooi”, zegt K. uiteindelijk.
En ik knik.
“Zo mooi.”

(Tekst geplaatst met toestemming van Koen.)

ZE VINDEN ONS SCHATTIG

Ik heb een overleg,
met de activiteitencommissie van ons broodfonds
via Zoom.

Heel eerlijk? Alleen dat al vind ik helemaal 2.0 van mezelf. Dat ik met anderen via de computer aan het vergaderen ben, zij ergens in Amsterdam en ik in plaatsje B. Dat dat toch allemaal maar kan! En… dat ík dat allemaal kan. Ik, de non-techneut. Dat ik het snap. Dat het me gelukt is. (We laten maar even buiten beschouwing dat het op zich niets meer was dan het aanklikken van een link en dat de pipo me moest helpen om naast beeld ook geluid te krijgen. Hij is ook nog steeds in de buurt ‘voor eventuele assistentie’.)

Afijn, wij vergaderen. ‘Wij’ zijn trouwens (naast mij): M., een generatiegenoot en L. een millennial. En al vergaderend willen we op een gegeven moment even de website van ons broodfonds erbij halen om iets op te zoeken. ‘Kan dat?’, vraag ik me af. Want we zitten nu te Zoomen en je kan van zo’n computer toch niet vragen dat-ie 2 dingen tegelijk doet. Maar M. en L. hebben hem al te pakken en zijn toch nog in beeld, dus blijkbaar kan het en ik laat het verder aan hen over.

Ze vinden wat ze zochten.
“Oke”, zegt M. “Ik stuur je die gegevens even toe Janneke. Eh, hoe pak ik dat aan. Weet je wat? Ik maak een screenshot en dat stuur ik je toe.”
Een screenshot, toe maar. Ik kan het ook hoor, het staat ergens op mijn ‘Zo-doe-je-dat-lijstje’ dat op het prikbord hangt. Maar aan het foto-geluid te horen, heeft M. het screenshot nu al gemaakt, dus die kan het blijkbaar uit zijn hoofd.
“Wat schattig dit”, hoor ik de pipo achter me zeggen.
“Wat is schattig?”, vraag ik.
“Een screenshot… Hihi…”
Ik snap niet wat daar schattig aan is en ik concentreer me weer op het gesprek en zie hoe M. nu aan het peinzen is hoe hij het screenshot het beste naar mij toe kan sturen.
Dan doet mijn telefoon ineens ‘Ping’.
L., de millenial, zegt: “Ik heb het al naar haar ge-appt hoor.”
Ik kijk op mijn telefoon en verdomd zeg, daar staat het. Hoe doet ze dat nou?
“O”, zegt M. “Dat kan natuurlijk ook. Je had w.a. al open staan op je computer.”
“Ja”, zegt L.
Ik zie bij haar hetzelfde glimlachje als bij de pipo. Half geamuseerd, half meewarig.

Het is diezelfde avond dat de pipo me iets wil laten zien op zijn telefoon.
“Kijk”, zegt hij. “Dit is een appje van mijn mentor en die is van jouw generatie. Moet je zien: hij gebruikt steeds de verkeerde emoticons. Ik zag het ook toen jullie aan het zoomen waren: jullie oude mensen zijn zo schattig met technologie…”
En ineens heb ik er genoeg van.
“Even voor de duidelijkheid”, zeg ik. “Het zijn ónze computers en het is ónze whatsapp hè. Wij hebben het uitgevonden. Niet jullie. Jullie mógen het gebruiken. Maar ga nou niet zo wijsneuzerig zitten doen en ons schattig zitten vinden, want zonder ons viel er helemaal niks te appen en te computeren.”

Zo!
Ik vind het zelf best goed klinken.
En je zou verwachten dat de pipo op zijn nummer gezet zou zijn.
Of op zijn minst een beetje beledigd.
Maar nee, hoor hij ligt in een deuk.
“Whahaha…”
“Wat is er nu weer?”, vraag ik.
“Nou…”, zegt de pipo snikkend van het lachen. “Ik ben zo ont-zet-tend benieuwd naar jouw bijdrage aan het totstandkomen van de computer en whatsapp…”

Vanuit ons perspectief leveren wij, ‘de oude mensen’, een enorme prestatie. Wij die onze schoolwerkstukken nog maakten met boeken uit de biep. En die de plaatjes die in het werkstuk moesten, kopieerden uit die boeken. Niet met Ctrl C, maar met een kopieermachine, waar je kwartjes in deed. Kwartjes… ook al weg…. We hebben alle ontwikkelingen meegemaakt, van de opkomende computers, tot verdwijnende munteenheden en de opkomst van digitaal betalen, van de lp en de cassette naar de cd naar Spotify…. Overal hebben we ons aan aangepast. We zijn geweldig en de flexibelste generatie ooit. Maar credits, ho maar.
Want in de ogen van Generatie Z
zijn we niks anders dan:
schattig.

OMDAT HIJ WEET WAAR HIJ WEZEN MOET

Texel, Meester Michiel

Het was op Texel.
Tijdens de demonstratie op donderdag.
In de categorie: dieren, je blijft je verbazen…

Een kwartier voordat de demonstratie Mediumschap van Miranda Trap en mij begon, drentelde ik wat rond door de zaal. Beetje sfeer proeven, beetje voelen wie er allemaal waren, in de zaal en om ons heen. En in de hoek, op een kussentje op de bank, lag: Michiel. De kat die officieel niet woont in de herberg van Esther en Veronique, maar die er wel altijd is. Omdat-ie zich daar fijn voelt. Omdat hij weet dat hij daar moet wezen.

“Hé Michiel”, zei ik.
Enigszins vermoeid keek hij op.
“Wat leuk dat jij er vanavond bij bent. Ga je ons een beetje helpen?”
Er was een reden dat ik dat vroeg. Tijdens de zomer-editie van de Save Your Soul-weekenden, had hij zich op een heel bepalend moment gemengd in de lesdag. (Zie blog 1 juli.) Sindsdien noemen wij Michiel de Verlichte Meester. Deels grappend. Deels serieus.

De avond begon. De energie was lekker en Miranda en ik maakten mooie contacten. Bij het starten van een nieuw contact, begon Miranda heel apart, namelijk via de geur van een schuur. Door deze andere manier van starten, betekende het dat ze even moest zoeken wie ze bij zich had en bij wie in de zaal ze moest wezen. Michiel, die tot die tijd helemaal achterin de zaal op schoot had gelegen bij Esther, richtte zich op. Hij sprong op de grond en begon heel rustig naar voren te lopen. Ik zag het gebeuren en door mijn bijzondere ervaringen met dieren de laatste tijd, lette ik goed op hem.
Michiel nam plaats onder 2 stoelen van 2 dames op de tweede rij. Ik dacht: moet Miranda daar zijn, Michiel? En bij welke van de 2 stoelen dan, de linker of de rechter? Kun je wat duidelijker zijn?
Miranda was ondertussen nog steeds aan het zoeken, wat altijd heel inspannend is, dus die had even geen tijd om te kijken naar de verrichtingen van een kat onder een stoel.

Vanuit het oogpunt van Michiel schoot dit duidelijk niet op. Het was nog net niet met een zucht dat hij weer in beweging kwam en nu op een lege stoel sprong die stond voor de 2 dames. Hij keek de ene dame aan. Hij keek de andere dame aan. Toen keek hij naar Miranda, die hem nog altijd niet zag en toen naar mij. Ik knikte naar hem.
“Miranda”, zei ik. “Hou Michiel in de gaten.”
“Kan het zijn dat de man die ik bij me voel bij jullie hoort”, zei Miranda.
Beide dames knikten, duidelijk geraakt.
“Dat is onze vader.”
Het werd een prachtig contact.

Michiel zat nog een tijdje overeind.
En toen hij zag dat het goed was,
legde hij zich weer neer in een halve boog met zijn neus tussen zijn pootjes en… viel in slaap.
Het is een zwaar bestaan,
dat van de Verlichte Meester.

THAT'S WHY I LOVE YOU

Texel, herberg, nacht

Net terug van Texel.
Van het 14e Save Your Soul-weekend.
Drie intense dagen.

Save Your Soul-weekenden vinden 3 x per jaar plaats, op Texel dus, in de herberg van Esther en Veronique. De thema’s verschillen per weekend, maar bij de november-editie hoort gewoon: mediumschap. Omdat het dan zo lekker donker is. En omdat de gierende zeewind tegen de herberg beukt, terwijl wij binnen, lekker warm, uitreiken naar de spirituele wereld…

Gisteren was het Allerzielen en daar wilde ik graag wat mee doen. Maar wat? Ik legde het voor aan mijn spirituele vrienden. 2 Liedjes gaven ze me: Als alles duister is… En: True Colours. Dat was genoeg voor een idee.

’s Avonds, na de lange lesdag en het heerlijke eten, kwamen we samen. De lesruimte donker, de luiken dicht, samen in een kring en een brandend kaarsje in het midden.
“Ik vind het nu al leuk”, zei iemand.
Eerst draaide ik Als Alles Duister Is..., wat op mij altijd weer indruk maakt. De tekst is eenvoudig, maar brengt je in een staat van overpeinzing, passend bij de donkere dagen.
Daarna: een visualisatie.
Ik liet ze, in gedachten, in een huis zijn waar ze bezig waren een kamer klaar te maken voor bezoek. Dat bekende gevoel van: kussens recht leggen, koffie zetten, muziekje aan… En toen… ging de bel. Ze liepen naar de deur, deden open en daar stonden: al hun overleden dierbaren! Allemaal! En ze lieten ze binnen en begroetten ze. En zo ontstond een samen-zijn. Gewoon dat. Samen zijn. Misschien wel voor het eerst sinds jaren.

Er klonk gesnif, er rolden tranen en het was mooi en heel intens. Je voelde gewoon dat ze er waren. Allemaal. En zo zaten we een tijdje. Samen. Daarna noemden we hun namen. Want zolang hun namen worden genoemd, zijn ze zeker niet vergeten. En daarna, om de essentie van de band van liefde te onderstrepen, startte ik True Colours.
‘… And I see your true colours
shining through
I see your true colours,
that’s why I love you
So don’t be afraid, to let them show
Your true colours, true colours
are beautiful
like a rainbow.’

Na nog even in stilte samen zijn, werd het bezoek uitgelaten. En langzaam kwamen ze allemaal weer ‘terug’.
En na wat na-sniffen en overpeinzen, kwamen de verhalen. Altijd mooi om te horen.
Het mooist van allemaal vond ik die van B.:
“Ik doe die deur open en ik zie ze staan en ik denk: o jee, hoe moet dat, want die kan niet met die en die kan niet met die… Maar goed, ik denk: ik laat ze maar gewoon binnen en we zien wel. En wat bleek: nou ineens ging het hartstikke goed samen. Konden ze allemaal wel met elkaar overweg! Dat vond ik wel echt heel bijzonder, want zo is het nog nooit geweest.”

Allerzielen.
De maskers af.
De liefde voorop.
Samen zijn.
And I see your true colours…
That’s why I love you.

HOE SNEL? BIZAR SNEL!

Veelgestelde vraag:
‘Hoe lang duurt het
voordat iemand die overleden is,
kan communiceren vanuit de spirituele wereld?’
Op die vraag kreeg ik laatst een interessant antwoord.

Het was een week of 3, 4 geleden, op een maandagavond. De 3e les van mijn cursus Ontdek en Train je Intuïtie stond op het punt van beginnen. Iedereen zat klaar voor de meditatie, toen de telefoon van E. afging.
Ze nam op.
Zei 2 x ja en 3 x nee en hing op.
Ze snikte.
“Mijn vader is net overleden”, zei ze.
Wij schrokken. We condoleerden haar en ik pakte tissues.
“Ik zou morgen naar hem toegaan om afscheid te nemen. Ik vind het heel erg dat dat nu niet meer kan”, zei ze.
Ik nam de gelegenheid te baat om uit te leggen dat je iemand in het aardse dan misschien niet meer kunt spreken, maar dat er via de spirituele weg nog wel mogelijkheden zijn. En dat mensen soms een betere relatie met iemand kunnen ontwikkelen na hun overlijden dan dat dat-ie ervoor was. Ja, ik weet, het klinkt gek, maar ik ken meerdere voorbeelden daarvan.

Zo praatten we wat, met z’n allen en vervolgens dacht ik: ik moet toch zo een programmaatje gaan draaien voor de andere cursisten. En zij zal zo wel weg willen. Dus ik zei: neem je tijd, maar als je het goed vindt, gaan we toch wat doen.
Ze knikte.
“Ik denk trouwens dat ik hier blijf”, zei ze toen.
“O?”, zei ik.
“Ja”, zei ze. “Ik kan daar nou toch niet meer heen. En ik voel me hier fijn.”
Dat voelde als een compliment. En we spraken af dat wij gewoon wat gingen doen en dat zij zou voelen wat goed voor haar was.

Gelukkig had ik een vrij ‘light’ oefening bedacht om mee te beginnen. Ik wilde ze laten ervaren hoe anders je bent wanneer je niet en vervolgens als je wel heel bewust in contact staat met je eigen ziel. Ik vroeg ze om eerst 10 minuten lang te schrijven wat er in ze opkwam. Achter elkaar door. Daarna zou ik ze in een visualisatie praten, waarbij ze in contact zouden komen met hun licht en met 'het grote licht'. En daarna zouden ze weer 10 minuten schrijven, om vervolgens te kijken wat het verschil zou zijn. (Erg leuke oefening om zelf eens te proberen trouwens.)

We gingen aan de slag. En zij deed een beetje mee en een beetje niet en dat was allemaal goed. Na de visualisatie had ik ook ineens zin om te schrijven. Er dwarrelden woorden binnen en ik pakte pen en papier.
‘Weet, dat wij, in onze wereld, ook ademen. Wij ademen door jullie heen. En als jullie stoppen met ademen, dan ademen jullie hier met ons mee.’
Ik schreef het op. Het voelde als een algemene tekst van Spirit.
‘Mooi’, dacht ik. Ik zag het ook helemaal voor me.
Toen was het alsof er van ‘zender gewisseld werd’ en er iemand anders aan het woord kwam. Het werd een verhaal. Een brief. Vol emoties en vol excuses ook. Het ging over een leven dat geleefd was en hoe dat was gegaan. Ik zag er ook beelden bij. Ik meende iemand te zien die door de praktijk liep met modderlaarzen aan. Hij vertelde me dat waar hij nu was, hij ‘tuinen zag zo ver het oog reikte’. En ineens dacht ik: ‘Zou dit … Nee toch? Dat kan toch niet? Hij is nog geen half uur geleden overleden!’

Toen iedereen klaar was, bespraken we wat er bij alle cursisten gebeurd was en in hoeverre de teksten van elkaar verschilden. Altijd weer leuk en interessant. Maar ik kon het toch niet laten en ik vroeg aan E.: 'Hield jouw vader van tuinieren?'
“Dat was het enige waar hij van hield”, zei E. “Mijn moeder kon hem bijna niet uit de tuin krijgen…”
Ik zei: “Ik denk dat ik zonet een brief van je vader heb ontvangen…”

Ik schreef hem over in het net.
Deed hem voor haar in een enveloppe.
En zo ging ze naar huis...
in de wetenschap dat haar vader die avond was overleden,
maar dat ze een brief van hem op zak had.
Een brief die, zo bleek later, veel betekenis voor haar zou hebben.

Hoe snel communicatie mogelijk is?
Zo snel.
Bizar snel.
En: het is dus nooit te laat…

MET EEN TAS VOL MET HORROR IN DE HAND

Vroeger ging de pipo altijd graag naar de fopwinkel.
Vooral voor 1 april.
Om de meesters en juffen van de lagere school
te kunnen laten schrikken…

Het was altijd leuk om daar samen met hem rond te kijken. Kijken wat voor nieuwe dingen ze hadden en genieten van dat rare, toch wat mysterieuze sfeertje in zo’n winkeltje dat zich bevindt buiten de dagelijkse realiteit.
Kortom:
blije herinneringen
uit de tijd voordat…

Naar winkels gaan kon de afgelopen jaren niet. Van alle heftigheid waar de pipo zich nog steeds doorheen aan het werken is - depressie, burn out en een paniekstoornis – durf ik wel te zeggen dat de laatste het hardnekkigst is. Zijn gemoed zit vaak wel weer weer rond de 5 en heel langzaam neemt zijn energie weer wat toe, maar het verblijven in ruimtes waar hij voor zijn gevoel niet uit weg kan, blijft nog pure horror. Maar door veel te oefenen, beginnen sommige dingen weer te lukken. Zeker op een goede dag. En dit is blijkbaar een goede dag, want de pipo wil naar de fopwinkel om wat Halloween-spullen te kopen voor een samenzijn met wat vrienden aanstaande zondag.

We doen de deur open. Hetzelfde belletje als destijds rinkelt aan de binnenkant. Wel is de winkel verbouwd en uitgebreid. De nieuwe, jonge eigenaar staat achter de toonbank.
“Goeie middag.”
“Goeie middag.”
Ze blijken een complete Halloween-hoek te hebben.
“Ik wil sowieso een skelet”, zegt de pipo. Hij haalt de grootste uit de kast.
“En spinnen.”
Twee zakjes pakt hij uit het schap.
Daarna gaan we enge maskers en heksenhoeden passen voor de spiegel.
“Je kunt ook zo’n mes nemen dat dwars door je hoofd heen gaat”, zeg ik, terwijl ik er een opzet.
Ik trek er blijkbaar een grappig hoofd bij, want de pipo ligt in een deuk en stoot tegen een kast. In reactie daarop, begint een enorme vleermuis met knipperende rode ogen, zijn vleugels uit te slaan en te brullen.
“Waaaaaah!!!”, schreeuwen we geschrokken uit.
Nog harder lachen.
We vinden ook nog zakken vol met spinnenwebben die je uit kunt hangen. En pompoen-lampionnen voor de sfeer. En bloederige nepmessen voor op tafel.
Uiteindelijk komen we met 2 armen vol spullen bij de toonbank, waar de eigenaar ons glimlachend aankijkt.
“Het was erg leuk om jullie zo enthousiast bezig te horen”, zegt hij.
Hij geeft ons nog 2 zakken met spinnenwebben cadeau en legt uit hoe je ze het beste op kunt hangen.

Met een tas vol engs en een skelet onder zijn arm, komen we weer buiten.
“Dat was leuk”, zegt de pipo.
We lopen een paar meter en dan gebeurt er iets… Als vanzelf stoppen we. Allebei. We staan stil en we kijken elkaar aan. Er springen tranen in mijn ogen.
“Ik weet het”, zegt de pipo. “Maar dit was goed, toch?”
“Dit was goud”, zeg ik. “Vroeger, met 1 april, toen was dit goed. Maar dit was gewoon fokking fantastisch.”
“Dat bedoel ik”, zegt de pipo.
We knikken naar elkaar.
En dan lopen we weer door, het leven in. Met al zijn wendingen en verrassingen, met zijn horror en obstakels, met zijn kansen en z’n duisternis, maar gelukkig ook met dit: gouden ogenblikken…
Geen idee wat er nog komen gaat.
Alleen dat we nu hier staan in het verhaal.
Met een tas vol met horror in de hand.
En een skelet onder de arm.

WAT ZIJ VOOR ONS BETEKENEN (EN ANDERSOM)

Gelukkig heb ik getuigen.
Anders gaat u dit verhaal
misschien niet geloven.

Donderdagavond was weer mijn maandelijkse oefencirkel. Een cirkel voor (oud-)studenten mediumschap die zich willen blijven ontwikkelen. En om onszelf uit te dagen, werken we vaak met een beetje een apart thema.
Dit keer had ik bedacht: communicatie met overleden dieren. Omdat ik zie dat de vraag daarnaar in de praktijk toeneemt en omdat ik ook het gevoel heb dat overleden dieren zelf vanuit de spirituele wereld ook met een soort van vreedzaam offensief bezig zijn. Dus: belangrijk onderwerp.

De belangstelling voor de avond was groot, dus we zaten in een cirkel die de hele praktijkruimte vulde. En hoewel men geïnteresseerd was, voelde ik ook een bepaalde scepsis. Want praten met dieren… toch een beetje raar. Ik voelde dat ik de tijd moest nemen ieders mind te openen voor het idee, want met een gesloten mind... geen communicatie. Dus ik leidde de avond in met het vertellen over een aantal van mijn eigen ervaringen en wat ik daarvan geleerd had.
“Je zult zien dat ze niet alleen heel goed feitelijk bewijs kunnen geven dat zij het zijn, maar ook dat ze prachtige boodschappen door kunnen geven.”
Toen ik dat zei, sloeg de enige aanwezige man, G., zijn handen voor zijn gezicht.
“Janneke, een boodschap van een hond… Dit vind ik echt heel lastig….”

Ja, dat snapte ik.
En in stilte riep ik uit naar ‘boven’:
Lieve dieren, ik kan het niet bewijzen, dat moeten jullie nu gaan doen!

We deden een meditatie en een visualisatie waarbij we ons open stelden voor alle dierenvriendjes aan de overkant. En toen moest ik het loslaten.
“Wie voelt er een dier bij zich?”
Dat Y. begon, verbaasde me niet. Zij is zo iemand met een enorm hart voor dieren. Ze had een boskat, met een dikke staart die hij steeds onder de neus van zijn baasje door haalde. Van andere mensen moest hij niets hebben. En hij wist te vertellen dat zijn baasje een fysieke strijd had geleverd, waar hij, als kat, machteloos getuige van was geweest.
G. herkende het.
Dat is de boskat van vrienden van mij. Die deed dat met die staart inderdaad altijd op de bank en alleen bij zijn baasje. Voor andere mensen had hij geen belangstelling. Die man heeft heel zwaar reuma gekregen wat een heftig gevecht is geweest. Ik snap dat die kat dat gevoeld heeft.

Dat was alvast mooi. En ik wist dat er meer mogelijk was. Naarmate de avond vorderde en iedereen begon te voelen hoe het werkte en dat (!) het werkte, werd de samenwerking intenser. Er kwam een hond die overal lak aan had gehad tijdens zijn leven. Die wegliep wanneer hij wilde en die sliep waar hij wilde, desnoods midden in de kamer. En die liet weten aan zijn aanwezige bazin: “Dit is belangrijk: doen wat je wilt, ruimte voor jezelf nemen.” Haar reactie: “Ik realiseer me nu pas dat ik toen vaak heb gedacht: ik wou dat ik meer kon leven zoals hij het deed. Nu doe ik dat ook. Eigenlijk is hij mijn leermeester geweest…”
Zo. Daar waren we even stil van.

Er kwam een bouvier door bij GG. Ze zag hem zo naar zijn baasje toelopen! “Hij gaat helemaal om je heen liggen, als om je te beschermen tegen mensen.” Het baasje herkende het. Van vroeger en van nu. “Hij gaat ook op je voeten liggen, zie ik. Alsof hij tegen je wil zeggen: “Nu even niks doen, alleen maar zitten en ontvangen.”
“Dat is precies wat ik aan het leren ben”, zei de bazin.

Zo ging het maar door, zo precies, zo intens. En hoera, de kat van de enige aanwezig man kwam ook door! 21 Jaar was ze geworden en hoewel een gezins-poes, was ze van hem en dat liet ze weten ook. Het was geen buiten-dier geweest. Op de bank zitten en naar buiten kijken, dat was genoeg. “Zou jij ook weer meer moeten doen”, liet ze weten aan G.
Hij was zichtbaar geroerd.
“Ze heeft gelijk.”

Toen kwam er een paard. “Heel… donker is hij. Donkere ogen, donkere vacht, donker…”, zei L., die hem voelde. “En het gaat over de vertrouwensband. Die was er tussen zijn eigenaresse en hem, maar nu wil hij benadrukken dat ze zichzelf ook nog meer mag leren vertrouwen. In haar werk en in haar leven en in de omgang met zichzelf. Is er sprake van nieuw werk?”
“Ik heb net een nieuwe baan”, zei M., die haar paard herkende en heel blij was. “En hij had een IJslandse naam die zoveel betekent als Schemer, of Donker.

Het was toch niet te geloven… Wat een avond!

Toen was het alweer 21.30 uur en wilde ik het gaan afronden.
Maar E. had nog een dier dat ze graag wilde benoemen.
“Het is een aapje”, zei ze.
Dat was natuurlijk een beetje jammer, want niemand heeft een aap als huisdier, maar ik dacht: misschien op een symbolische manier?
“Het is een aapje dat heel blij was met zijn verzorger. Want hij leefde niet in het wild, maar bij iemand thuis. Alleen, hij werd ook geslagen door iemand. En toen heeft-ie een keer teruggemept en dat is niet goed afgelopen. Maar hij wil nog wel even laten weten dat hij het heel goed heeft gehad tot die tijd.”

Er ging een wijfelende vinger omhoog. “Mijn vader heeft in Indonesië gewoond en die had daar een aapje. En dit is inderdaad het verhaal. De broer van mijn vader sloeg hem en toen het aapje terugsloeg, moest hij naar een dierentuin. Daar heeft mijn vader hem nog een keer opgezocht en toen zat-ie helemaal te verpieteren. Hij heeft zich daar altijd heel naar over gevoeld.”

Een dag later, volgde nog de mail van de vader die het verhaal gehoord had van zijn dochter en alles kon bevestigen.
En die verbijsterd was natuurlijk!
Zo’n specifiek verhaal.
Na zo’n lang meegedragen schuldgevoel.
En dan zo’n mooie boodschap van dankbaarheid: ik heb het bij jou heel goed gehad.
Een boodschap van een aapje.

Mediumschap gaat over liefde.
En het maakt niet uit via welke verpakking
die liefde wordt geuit.

EN JANNEKE LEBER BEGREEP HET WEER EENS NIET...

Er kwam een vraag
naar aanleiding van het vorige blogje over de Heilige Ruimte in ons.
De vraag luidde:
Ben jij nou constant op die heilige plek in jou?

Goeie vraag en het antwoord is: nee. Misschien wel meer en meer, maar meestal ben ik toch gewoon Janneke Leber. En stuntel en rommel ik me net zo door het leven als iedereen. Maar als ik werk, gaat die Janneke Leber een beetje uit. Dan ga ik naar die heilige kamer in mij en kom ik bij het stuk dat Weet, zoals ik dat noem. Een stuk dat we dus allemaal in ons hebben!

Het voelt een beetje alsof ik mij in die kamer ‘spiritueel omkleed’, om het zo maar te zeggen. Zoals een rechter zijn toga aantrekt en dan een deel van zijn aardse persoonlijkheid aflegt om namens het Recht te spreken, zo leg ik mijn aardse Janneke Leber bewust af en sta even heel bewust stil bij wat ik echt ben: een ziel. Een licht dat veel groter is dan het ‘huis’ (lichaam) waar we in leven hier op aarde. Een licht dat reist, door tijd, door ruimte, zonder naam, zonder identiteit, God mag weten al hoe lang! Het deel van ons dat Is en dat Weet. En soms hoor ik (Janneke) mezelf (Wetende) dan ook dingen zeggen waarvan ik denk: ‘Goh, wat interessant.’

Een voorbeeld van vorige week: een jonge vrouw, vol levenservaring, vol potentie ook, kwam op consult. Ze had zich al breed had geschoold, maar kwam er maar niet uit in welke vorm ze haar werk zou gaan gieten. Het is haar grote wens om mensen te helpen. Maar welk bordje moest er op de deur?

Ik voelde hoe deze vraag, van ‘dat bordje’, alles blokkeerde, al gedurende lange tijd. En ik wist: het heeft met een nuance te maken. Met hoe ze hiernaar kijkt. Ze kijkt er nu naar zoals de maatschappij het ons leert te kijken: in hokjes, duidelijk en gedefinieerd. Maar: zij is helemaal niet te definiëren en daar wringt de schoen. Ze vraagt iets van zichzelf wat niet kan en dus gebeurt er nu helemaal niets.
“Je denkt dat je een keuze moet maken”, zei de Wetende. “Maar dat klopt niet en daardoor lukt het ook niet.”
“Nee”, zei ze. “Dat merk ik.”
Wat je eigenlijk zoekt is een ingang”, zei de Wetende.
“Ja!”, zei zij. “Dat is het! Een ingang!”
(Hier kon je voelen dat ook zij bij haar Weten zat. Dat is het mooist, wanneer medium en klant samen Wetend gaan zitten zijn…)

"Er was een tijd dat je zelf ontzettend hard hulp nodig had, zo’n 20 jaar geleden, weet je nog?”
Ze knikte.
Ik (Janneke) dacht: ‘Hoe weet jij dat nou. Je kent die vrouw net 10 minuten.’
Maar Het Wetende is verbonden met alles en iedereen en dwars door alle tijden heen. Dus het ging (gelukkig) onverstoorbaar door:
“Je zocht en je zocht, maar je kon de juiste hulp niet vinden en toen heb je het zelf maar uitgezocht, met vallen en opstaan. Wat je eigenlijk zocht was iemand die buiten de lijntjes kon denken. Een praktijkruimte waar je binnen zou lopen en waar je zou voelen: hier is alles mogelijk. Praten, knutselen, oefenen, mediteren, alles! Je zocht iemand die jou kon zien in al je facetten. En nu… kun je dat zelf. Wees de hulpverlener die je toen zelf zocht. Dat is je ingang.”

Als je kwartjes kunt horen vallen
dan kon het toen.
Heel hard
en heel zacht tegelijk.
En je zag het gebeuren.
Je zag die hele praktijk ontstaan!
De wereld is weer
een mooie hulpverlener rijker.
De Wetende zag dat het goed was.
En Janneke Leber begreep er weer eens niets van...

DE HEILIGE PLEK IN ONS

Ieder medium heeft
zijn of haar
eigen lievelingsonderwerp.
Het mijne is:
De ziel.
En mijn missie is mensen daar weer dichterbij brengen.

Dat vind ik niet alleen heel mooi, maar ook heel erg belangrijk. Want in mijn ogen Zijn we die ziel! We zijn als ziel hier naartoe gekomen en geïncarneerd in een aards lichaam. En ooit, als dat lichaam het niet meer doet, dan ‘carneren we weer uit’ en gaan we als ziel weer door. Het is dus eigenlijk onze harde schijf. Onze essentie. En niemand die ons tijdens ons aardse leven er ooit iets over vertelt… Eigenlijk is het heel erg. Want juist dat zorgt voor veel lijden en misverstanden.

Om die reden organiseer ik regelmatig de Avond van de Ziel. Een avond waarin we op een light manier stilstaan bij die spirituele essentie die we eigenlijk zijn. Waarin ik vertel hoe je die kunt ervaren. En waarin we dat ook samen gaan doen. Want doen is leuk.

Vorige week donderdag was er weer eentje, in de Majella Kapel. Ik opende de avond met een filmpje dat voor mij het fenomeen ziel heel helder maakt. En na wat gedachtes over de ziel, stelde ik voor om een visualisatie te gaan doen. Nou denken mensen al gauw: visualiseren = fantaseren = nep, dus, wat is de point. (Typisch aards denken.) Mijn antwoord is een quote van Albert Einstein: “Logica brengt je van A naar B. Verbeeldingskracht brengt je overal.” Dus ook bij de ziel.

Een visualisatie dus.
Eentje waarin ik ze vroeg of ze zich wilden voorstellen dat ze in een huis waren. Het mocht van alles zijn. En in dat huis, wisten ze, op raadselachtige wijze, waar de Heilige Ruimte was. Ik vroeg ze daarheen te gaan, heel rustig, met gewijde kalmte. En om daar naar binnen te gaan, met respect. En om daar even te Zijn. En te ervaren. En om te beseffen dat in deze ruimte Alles is wat ze ooit als ziel hebben ervaren, Alles is wat ze nu in potentie in zich dragen en Alles is wat ze ooit zullen zijn.

Ik liet ze even.
De kerk was doodstil.
De sfeer was Heilig.

Rustig liet ik ze daarna weer terugkomen. En vervolgens vroeg ik wie er ervaringen wilden delen. Het waren prachtige verhalen, stuk voor stuk en ik kon ze helpen te duiden waar ze voor stonden. Heel mooi was de jonge vrouw die zei:
“Ik geloof dat het bij mij mislukt is. Je zei dat ik wist waar die ruimte was. Dat wist ik ook: beneden. Maar ik dacht toch dat ik naar boven moest. Wat er toen gebeurde was dat ik bleef hangen op de trap.”
Briljant.
Want wat gebeurde daar? Ze erkende dat ze Wist waar ze moest wezen, maar besloot toch te luisteren naar haar hoofd. Resultaat: niks. Stilstand. Blokkade.
Zij: “Dat is precies wat er nu met mijn leven aan de hand is.”
Mooier kon de ziel het niet uitdrukken: je weet waar me te vinden, maar nu doen.

Er waren meer mensen die vertelden last te hebben van hun hoofd.
“Ik word er gek van. Het gaat maar door”, zei een man.
Ik vroeg of iedereen die dat herkende zijn of haar hand op wilde steken.
90% van de handen ging omhoog.
Schokkend veel.
“Het is een ziekte”, zei ik.

Aan het eind van de avond deden we nog een visualisatie, namelijk die ‘met de tuin’. Ik sprak ze in ontspanning en daarin zagen ze een tuin die ze inliepen en waar iets hun aandacht trok. Datgene had ze iets te vertellen. Iets wat belangrijk was. Ook hier gold weer: het mocht alles zijn.
Toen ze er weer uit waren, vertelde ik dat het nu ziel was die ze iets had verteld. En ik vroeg wie er iets wilde delen. Een vrouw achterin stak haar hand op en zei: "Ik zag een vijver met een net erboven tegen de reigers. En er was een enorm grote vis die daarin vast was komen te zitten. Ik bevrijdde hem. En toen vertelde hij me dat ik al succesvol genoeg was, gewoon door wie ik ben."
“Begrijp je wat er gebeurde?”, vroeg ik.
“Helemaal”, zei ze. “Ik ben de vis. Ik had mezelf compleet klemgezet en nu heb ik mezelf bevrijd.”
“Hoe waren die woorden voor jou?”, vroeg ik.
“Ik voel ze helemaal hier”, zei ze verbijsterd.
Ze wees naar haar buik.

Had iemand anders die woorden tegen haar gezegd, dan had ze ze nooit zo gevoeld.
De impact kwam door de plek waar die woorden vandaan kwamen.
Haar eigen Heilige Plek.
Haar diepe weten.
Haar Ziel.

NIET IN EEN HOED

0ef93368d53038699797ae196a142daa

Je hoort het mensen vaak zeggen
dat iemand heel spiritueel is.
Of juist niet.

Ik denk dat we allemaal spiritueel zijn, want: we komen allemaal uit de spirituele wereld en we gaan er op een dag ook allemaal weer naartoe. Tijdens ons aardse bestaan blijven we met die spirituele bron verbonden. Voor mij gaat spiritualiteit geloof ik over het daarvan bewust zijn.

Ze zat in de wachtkamer en ze had een hoed op.
“Leuke hoed”, zei ik.
“Ja hè”, zei ze.
Ze hield de hoed op terwijl ze mee de praktijkruimte in liep. En ook toen ze ging zitten. En ondertussen vertelde ze over de hoed, over de oorsprong ervan en waarvoor hij diende en hoe zorgvuldig ze hem had uitgekozen en wat ze ermee wilde zeggen…
“Jij draagt geen hoed”, zei ze toen.
“Nee”, zei ik.
“Ik wel”, zei ze. “Om mijn kruinchakra te beschermen. En om de negatieve karma van anderen op een afstand te houden. Maar ik ben ook heel spiritueel. Misschien ben ik wel spiritueler dan jij.”
Spiritualiteit in de vergelijkende vorm.
Dat was een nieuw concept voor mij.

Tijdens het trekken van de lintjes vertelde ze over wat wel en niet spirituele kleuren waren en dat ze vond dat het zwarte lintje eruit moest.
Toen ik het consult wilde beginnen, begon ze weer te praten. Ik dacht: nu moet ik toch maar ingrijpen.
“Misschien heb je meer aan het consult als je even luistert in plaats van praat”, zei ik.
“Misschien heb ik wel helemaal geen consult nodig”, zei ze.
“Waarom ben je dan hier?”, vroeg ik.
“Mijn gidsen leidden mij hier naartoe”, zei ze. “Ik heb een hele goeie band met mijn gidsen. Heb jij dat niet?”

Op een paar korte statements na, werd het geen consult. Althans, niet in mijn ogen. Zij had het prima naar haar zin in haar vertellende rol.
“Ik praktiseer ook Dankbaarheid, ken je dat?”, vroeg ze.
Ik knikte.
“Want als ik dankbaar ben, dan krijg ik alles van het Universum wat ik wil, dus…”

Dankbaarheid als truc om te krijgen wat je wilt….
Ja, het was echt een leerzame dag.

De klant erna was een man, met een aktentas en een bril met een donker montuur.
Een man die in de 5 jaar ervoor alles was kwijtgeraakt wat hem lief was. Open en kwetsbaar zat hij tegenover me. Toen zijn overleden vrouw doorkwam, liepen de tranen over zijn wangen. En aan het eind van het consult richtte hij zich zelf tot haar:
“Lieverd, mag ik je nog even bedanken, voor al die mooie jaren samen?”
Nog nooit eerder meegemaakt.
Zeldzaam ontroerend.

Van tevoren had ik een kaart voor hem getrokken waarvan ik voelde dat zij me daarin had gestuurd. Er stond op: ‘Peace comes from remembering that only love is real.’
Hij las hem en knikte.
“Ja”, zei hij. “Zo is het.”
Ik zei dat ik het een prachtige kaart vond, maar dat ik de betekenis ervan nog niet helemaal kon bevatten.
“Ik denk dat dat voor bijna iedereen geldt”, zei hij. “Liefde is gewoon te groot.”
“Wat zie jij vooral?”, vroeg ik.
“De duif die steeds witter wordt nadat hij wegvliegt”, zei hij. “De dag dat ik haar los moest laten, werd mijn liefde voor haar nog zuiverder…”

Het was zo’n consult waar je van na-gloeit.
En dat weer nieuwe inzichten brengt.
Spiritualiteit is een manier van leven.
Het zit in elk geval niet in een hoed.