DAAR WAAR HET ECHT OM DRAAIT

Het consult was nog maar net begonnen
of haar ogen schoten vol.
Wat langzaam overging in snikken
en toen in een boehoehoe...

Ik pakte de tissues van onder de tafel vandaan. Daar staan ze expres, omdat ik vind dat als ze in het zicht staan, het dan lijkt alsof ze zeggen: huppekee, huilen. (Dat gevoel kreeg ik zelf altijd toen ik nog bij de psycholoog kwam.) Maar goed, áls mensen dan huilen, dan mogen de tissues ook op tafel. Vaak met een beetje een luchtige opmerking van mijn kant in de trant van: 'Volgende keer mag je mij laten huilen', of zoiets.

Toch vind ik het niet erg als klanten huilen, want als dat gebeurt dan weet ik: we zitten goed. We raken iets aan. En daarvoor kom je bij een medium. Ik legde het vandaag nog uit aan mijn tweedejaars-studenten aan de Jaaropleiding Mediumschap.
'Klanten bezoeken je site, ze besluiten een consult te boeken, ze wachten weken, maanden tot het zo ver is, ze rijden helemaal vanuit god-weet-waar naar jou toe en ze gaan je achteraf waarschijnlijk nog betalen ook. Waarom? Niet om te horen dat ze van de natuur houden en goed kunnen koken, want dat wisten ze zelf ook al, maar omdat Er Iets Is. Er is een 'AU'. Dus: daar moeten we naartoe. Natuurlijk, met tact en met liefde en met zorg, maar toch: draai en niet te lang omheen, ga er zo snel mogelijk naartoe, zodat er ook zo veel mogelijk over gezegd kan worden in de tijd van een consult.'

Studenten vinden dat vaak ongemakkelijk. En dat is ook weer niet zo raar, want in het dagelijks leven ga je juist niet naar de au. Daar draaien we er liever een beetje omheen. We komen iemand tegen die net is gescheiden en we vragen of het nieuwe huis mooi is. We zien iemand lopen die net een kind is verloren en we duiken weg. Het is de angst voor het verdriet. En ik ken het ook hoor, privé, maar niet als ik aan het werk ben. Want in die rol weet ik wat me te doen staat: huppekee, eropaf.

Bij deze klant zat ik blijkbaar meteen bij de au, want ze begon dus al snel met huilen en... ze hield niet meer op. Soms hard, soms zacht, soms liepen de tranen in stilte naar beneden.
"Gaat het?", vroeg ik tussendoor.
Ze knikte: "Ga maar gewoon door..."
Ik moet zeggen dat ik nog nooit iemand zo veel had zien huilen in 1 gesprek.
Na afloop droogde ze haar tranen en zuchtte diep.
"Zo", zei ze.
"Was het niet teveel voor je?", vroeg ik.
"Nee", zei ze stellig. "Helemaal niet. Je hebt me echt gezien. En dat voelt heerlijk."

Kijk, dat is dus waarvoor mensen komen.
Niet voor de onzin, niet voor de buitenkant.
Niet voor de 'kijk mij een leuk leven leiden'-plaatjes op Instagram.
Nee ze komen omdat wij - met liefde -
bereid zijn om ze te zien
tot in de kern.
Daar waar het allemaal echt om draait.
Daar waar we allemaal gezien willen worden.

BELLEN MET HET HOGERE

promotie-oude-telefoon-17704633

'Wat heb je d'r aan?'
Dat vroeg laatst een student zich af
toen we het hadden over communicatie met Het Hogere.

Ik noem het even bewust zo, Het Hogere. Niet gidsen of engelen of zo. Omdat ik, door voortschrijdend inzicht, steeds meer het gevoel krijg dat het niet goed is om de spirituele wereld teveel te kaderen. Wij, hier in het aardse, denken supergekaderd. Met mannen en vrouwen, Nederlanders en buitenlanders, jongeren en ouderen, etc. Dat is een kenmerk van ons leven hier: hokjes. Maar Spirit is voor mijn gevoel veel minder afgebakend en juist veel meer... één.

Bovendien dragen we allemaal een stukje Spirit of goddelijkheid ìn ons en dat loopt dan weer naadloos over in het goddelijke om ons heen. Dus inhoudelijk maakt het dus niet uit of je je richt tot je eigen Hogere Zelf of de spirituele wereld om ons heen, vandaar nu maar de naam Het Hogere...

Ik heb er lang vraagtekens bij gehad en zoals u leest zijn mijn ideeën erover nog steeds in ontwikkeling. Maar ik ben nu op het punt dat ik het prettig vind om ernaar uit te reiken en me erop af te stemmen en dan te zien wat er komt. Vooral als ik rondloop met een kwestie.

Zo liep ik deze week op een ochtend op de hei. De zon scheen en van alle kanten schitterden kleine druppeltjes dauw aan de heide, als glinsterende diamantjes. Het was stil en in de verte volgde een ree nauwlettend mijn bewegingen. Kortom: alles was goed, behalve de kwestie in mijn hoofd. En die ging over de angst om mensen teleur te stellen.
Niemand wil iemand teleurstellen. Het is een rotgevoel. En voor mij, als supergetrainde pleaser, geldt dat misschien nog wel meer. Als ik mensen teleurstel, voelt het alsof ik faal. Terwijl het toch af en toe gebeurt. En die kwestie hield mij bezig.
Mijn hoofd draaide rondjes, steeds dezelfde gedachtes die steeds dezelfde emoties opriepen. Voor je het weet, draai je jezelf vast. En op zo'n moment voelt het goed om de cirkel te doorbreken en uit te reiken naar Het Hogere.

- My Spirit friends, how do you perceive us when we disappoint someone?
= Dearest, to start with: you never disappoint us, because we know you from the heart. We are connected with you and are one with you. No expectations, no disappointment. Just de feeling of support and some guidance from time to time.
- Thank you. But how about when I disappoint other people?
= Beloved, you háve to disappoint other people. If possible on a regular basis.
- What? Why!
= If not it would mean that you would only live by other peoples expectations. And that is not what living your life is about.

De opluchting.
De vrijheid.
Ach ja, natuurlijk, zo was het ook.
En ook de beslissing: ik ga dit meer onder de aandacht brengen bij studenten.
Meteen een hele leuke les gecreëerd voor tijdens de Intensieve 4-Daagse in mei.
Want gesprekken als deze... die gun je toch iedereen!

PAARS SNAPPEN

Ik werk graag met gekleurde linten.
En die kleuren hebben betekenissen.
Maar de ene kleur is makkelijker dan de andere.
En paars... snapte ik nooit.

Bij paars heeft veel te maken met 'het spirituele', maar ik begreep nooit waaróm. Ik werkte er wel mee... En soms kwam het blauw in het paars meer naar voren en dan wist ik dat het ging over 'waarheid zoeken', of over 'communicatie' mbt spiritualiteit. Soms komt het rood naar voren en dan kon het gaan over 'geaard blijven' of de 'passie' mbt spiritiualiteit of iets met kracht. Je kunt nooit zeggen: het is altijd dat... Als 3 klanten een kleur trekken, is het 3 x een ander verhaal. Maar de kleur is de ingang en als het goed is, dan volgt dan de rest van het verhaal vanzelf. Alleen omdat ik paars niet ècht begreep, liep ik daarin nog wel eens vast.

Ik zat een keer na het werk met een paars lint in mijn handen. En ik vroeg: er is nog meer met jou hè, maar wat? Toen voelde ik verdriet opkomen (blauw van water, emotie en rood van pijn) en ik realiseerde me dat het ook een melancholische kleur is. Hij wordt ook nog weleens getrokken wanneer mensen grote verliezen hebben geleden. En ik hoorde van een begrafenis-onderneemster dat paars ook steeds vaker bij begrafenissen wordt gebruikt. Dus dat was weer een puzzelstukje, maar ik bleef het gevoel houden: ik mis iets. En ik wil heel graag weten wat.

Die kans kreeg ik deze week, dankzij klant C.. Zij trok paars en ik dacht: 'Gaan we weer...' Maar toen gebeurde er dit: het blauw en het rood ín het paars, gingen ineens recht tegenover elkaar staan. Ik dacht: 'Héeeee, dat is interessant, want dat klopt!' Blauw en rood zijn namelijk tegenovergestelde kleuren: water en vuur. Ik zag bij C. dat ze lange tijd een innerlijke strijd had gevoerd. Een strijd die voortkwam uit de grote verschillen tussen haar vader en haar moeder. En zij was de sjaak.
Het uiteindelijke gevolg: een burn out.
Pas nu ik het opschrijf, zie ik het : burn out. Opgebrand. Het vuur had gewonnen en... verloren tegelijk. Niemand wint bij een innerlijke strijd.

Verhaal-technisch was dit voor C. een pittig stukje, maar ik moet eerlijk bekennen dat ik van binnen professioneel zat te jubelen: ik heb 'm te pakken! Ik nader de kern van paars!
En nu goed opletten, want nou komt het:
Na de burn out, toen het vuur weer een beetje terugkwam in haar leven, kwam C. intuïtief zelf tot een oplossing. Ik mag wel zeggen: een briljante oplossing. Ze besloot om, in plaats van de strijd opnieuw te laten oplaaien, iets anders te doen, namelijk om de twee uitersten in haarzelf... met elkaar te verenigen. Om rood en blauw niet meer met elkaar te laten vechten, maar om ze samen te brengen. En zo ontstond: paars.

(Korte stilte voor een gevoel van wauw.)

Ik dacht: dit is het.
Dit is de link naar het spirituele.
Niet de strijd tussen de verschillen,
maar erboven gaan staan (!)
en verenigen.
Zodat er er iets heel nieuws kan ontstaan.
Paars.

Dank aan en groot respect voor C.
En met een enorme vreugde kan ik nu zeggen:
ik snap paars.

DE MAGIE VAN EEN STUKJE NIKS

'Het verdragen van het niet-weten
is crusiaal
om antwoord te krijgen.'

- Eckhart Tolle

Ik had deze quote laatst gepost op Instagram, met de woorden: 'Zet u daar uw tanden maar eens in.' Maar degene die haar tanden erin zette... was ikzelf.

Vraag: hoe goed verdraag ik het niet-weten?
Antwoord: buitengewoon slecht.

Hè, waarom nou toch. Is het dan zo dat ik altijd alles wil weten? Nee. Ik volg bijvoorbeeld bijna geen nieuws. Wel is het zo dat wanneer ik zelf met een vraag zit waar ik geen antwoord op heb, ik heel onrustig word. IJsberen, chocola eten, zoeken, zoeken, zoeken. Erop mediteren, kaartjes trekken, eigenlijk best dwangmatig. Terwijl Tolle hier de suggestie doet: Doe niks. Wees één met het niet-weten. Ga dat verdragen.
Wat een vreselijk voorstel.
Je moet er toch niet aan denken.

Maar ergens... snap ik het wel. En vorige week toen ik, bij mijn traditionele maandagochtend-kaart-trek-ritueel uit een hele bijzondere set, een kaart trok, zei die het ook al tot mijn grote verbazing: 'Durf maar even niks te doen. Wacht maar af. Geef ons de kans om iets te doen, anders loop je ons voor de voeten.
'Voor de voeten lopen? Kan dat?', vroeg ik me af. Je zou toch denken dat 'ze' altijd en overal in kunnen grijpen als ze dat willen. Maar als je het vertaalt naar het aardse, dan is het inderdaad heel moeilijk om iets te doen voor iemand die continu dwangmatig bezig is om dingen zelf op te lossen.

Ik begon het uit te proberen. Durven niet-weten. Ergens antwoord op willen en dan denken: ik laat het even bij de vraag en we zien wel.
Het lukte best goed.
Soms wel 2 uur lang (haha.)
Diagnose: verslaafd aan oplossen.

Even een voorbeeld van zo'n vraag. Ik liep bijvoorbeeld rond met een vraag over de huidige eerstejaars-groep van mijn Jaaropleiding Mediumschap. Meerdere studenten in die groep liepen vast in het maken van hun contacten. En het zijn hun eerste contacten, dus dat is ook niet gek. Maar ik merkte dat de aanpak die ik dan normaal heb, dit keer niet werkte. Dus mijn vraag was: wat hebben ze nodig? En ik had geen antwoord. En dat ging ik nu dus eens proberen te verdragen...

Gisteren hadden ze weer een lesdag. En ik nodigde ze weer uit om, veilig in de kring en onder mijn begeleiding, een contact te maken met de spirituele wereld. En terwijl ik daarmee bezig was en zag dat student R. vastliep, 'hoorde' ik ineens: leer ze wat jij aan het leren bent, om het even niet te weten. Leer ze 'een stukje niks' te creëren. Een stukje leegte dat opgevuld kan worden door degene in de spirituele wereld die communiceert.
Ik benoemde het letterlijk zo: "Wees maar even leeg, even niet-wetend. En kijk dan maar eens waarmee dat vanzelf wordt opgevuld."
Student R.: "O, ik zie ineens een knalgele auto!"
Ontvanger: "Klopt, die had mijn vader..."
En vandaaruit kon het contact weer verder gaan.

Van binnen was ik er behoorlijk vol van. Wat een stukje niks al niet kon doen zeg. Ik had hetzelfde al op andere manieren geprobeerd te verwoorden, want studenten denken dat ze van alles moeten DOEN, terwijl het idee van mediumschap is dat je je openstelt en het laat komen. Maar nu ik het zo verwoordde, met dat stukje niks, lukte het bij deze groep ineens wel. Dus dat stukje niks leek iets minimaals, maar de gevolgen waren maximaal. Ook bij de andere studenten en ook tijdens andere oefeningen. Dit was wat deze groep nodig had!

En hoe bijzonder, dat de oplossing overeenkwam met mijn eigen zoektocht. Hoe datgene wat mijn studenten nodig hadden, hetzelfde was als wat ik nodig heb. Leerling/leraar... is er verschil, of... leren we samen?

Aan het eind van de dag vroeg ik me af: hoe kwam ik eigenlijk op die blijkbaar zo belangrijke quote van Tolle. En toen wist ik het weer: al bladerend door een hele oude Happinez die ergens lag in een wachtkamer. Op een niksig moment op zo'n niksige plek.

Stukjes niks.
Momenten van leegte.
Het lijkt zo weinig.
Maar het zijn de uitgelezen kansen voor de spirituele wereld
om ons datgene te brengen
waar wij soms dwangmatig naar op zoek zijn.

DE ONDOORGRONDELIJKE WEGEN VAN DE ZIEL

We waren met collega's onder elkaar.
En we spraken over een van onze favoriete onderwerpen:
de dood
; • )

I. vertelde dat ze als klein kind af en toe haar lichaam verliet. Dan zag ze haar eigen lichaam liggen terwijl zijzelf erboven hing, maar ze zag ook dat ze nog steeds met dat lichaam verbonden was door middel van een soort zilveren koord. Het was een indrukwekkend verhaal. We vonden het een mooi voorbeeld van dat we blijkbaar niet ons lichaam zijn en ook niet onze hersenen, maar dat we de ziel zijn en een lichaam bewonen tijdens het aardse leven. En blijkbaar is de ziel wel verbonden met het lichaam, maar hoeft hij daar niet de hele tijd in te blijven zitten.

A. vertelde ze ook over dat zilveren koord had gehoord. En dat het je in principe in staat stelt om overal heen te gaan als ziel, desnoods de hele wereld over. Maar zolang die verbinding via het koord er is, ben je in aardse zin nog steeds in leven.
Ik vertelde over het overlijden van mijn vader. Ik had toen ook weleens gehoord van het zilveren koord en ik had heel scherp opgelet of ik het kon zien bij zijn overlijden, want dat hoor je soms, dat mensen dat dan zien. Maar ik zag niks.
"Was er wel iets anders wat je zag, op dat moment?", vroeg A.
"Nee", zei ik. "Maar als ik erop terugkijk, denk ik dat zijn overlijden heel anders is gegaan dan ik destijds dacht."

Mijn vader lag in een hospice met terminale longkanker. En vanaf de middag van 31 juli 2011 ging hij ineens hard achteruit. Hij werd erg benauwd en had daar veel last van. Er was overleg met de arts en hemzelf en er werd besloten dat hij die avond een sterk slaapmiddel zou krijgen. Zo zou hij niet zoveel last hebben van zijn benauwdheid, maar waarschijnlijk zou hij er ook niet meer uit wakker worden. Dus voor het toedienen van het middel, namen we afscheid. Dat was emotioneel, maar ook mooi. Mijn zus en ik zaten bij hem en hielden zijn hand vast. Hij sliep in en zakte steeds verder weg en ineens... schoot hij toch nog overeind.
"Waar moet ik heen?!", vroeg hij. Het was even stil. Hij leek iets te horen. "Einde van de gang, laatste kamertje rechts," zei hij. Toen zakte hij weer achterover in de kussens en in zijn slaap.

Er zat nog zeker 4, 5 uur tussen dit 'gesprek' met wie het ook maar was en het moment waarop zijn hart echt stopte met kloppen. Af en toe kwam de arts even binnen en legde zijn hand op mijn vaders hart.
"Het is geen echt kloppen meer", zei hij. "Meer een soort van vibreren, een automatische beweging van het hart uit gewoonte. Voel maar eens."
Ik voelde en inderdaad, het was geen boem, boem, boem, maar meer een soort van rrrrrrrt
Ik vroeg me af wat het verschil was.
Om 00.30 uur klonk er een laatste reutel en stopte mijn vader met ademhalen. Hij was dood.

Jarenlang heb ik nog nagedacht over zijn overlijden. Het was allemaal heel mooi gegaan, maar het was net of er iets niet klopte. En nu denk ik dat het anders is gegaan dan je zou denken. Ik denk dat mijn vader al na de 'instructies' de gang uit is gelopen en het laatste kamertje rechts is ingegaan. Ik denk dat zijn ziel toen al het lichaam heeft verlaten en niet op het moment dat zijn hart stopte met 'vibreren'. Het klinkt raar en ik heb er geen bewijs voor. Maar het voelt meer kloppend.

I. reageerde. Ze vertelde van een consult dat ze die middag had gegeven aan een man. Ze zag, in de spirituele wereld, een vriend van deze man, die was overleden in een auto-ongeluk en ook dat ze samen in de auto hadden gezeten. Het bleek te kloppen. Ze zag hoe die vriend na de crash nog even geleefd had en veel pijn had gehad en hoe erg de klant dat had gevonden. Het werd herkend. En toen vertelde de overleden vriend via I.: "Mijn lichaam leefde nog, maar ik zat er al niet meer in...." Voor de ontvanger was dat heel belangrijk om te horen. Maar daarnaast is het ook interessant.
Want technisch gezien, ben je dood als je hart niet meer klopt.
Maar misschien... zit het zielstechnisch wel anders.

We hadden meer van dit soort ervaringen in consulten gehad, zo bleek, waarbij overledenen soortgelijke dingen vertelden. Ze waren er al eerder uit dan op het moment van overlijden.

De Britse docente Eileen Davies vertelde eens over een ervaring van de 18e eeuwse Emanuel Swedenborg. Deze wetenschapper zag aura's en onderzocht (onder andere) dat fenomeen. Hij zag aura's als de uitstraling van de ziel (zoals we dat nu ook nog zien.) Op een dag was hij in een gebouw met een lift, in die tijd nog een relatief nieuw iets. Hij wachtte op deze lift en toen deze kwam en de deuren zich openden, zag hij een groepje mensen. Tot zijn verbijstering hadden ze geen aura's om zich heen, terwijl hij die altijd bij mensen zag! Hij schrok zo, dat hij niet instapte. De deuren sloten zich, de lift ging verder omhoog en... stortte neer. Alle mensen in de lift overleden. Of... waren ze al eerder 'uitgestapt'?

Als de ziel het lichaam kan verlaten,
kan hij dat dan ook doen
voor de technische dood?
Food for thought.

INTUÏTIE KAPOT

Help, m'n intuïtie is kapot!
Aldus S. in de mail die hij me stuurde.
Hij wilde op consult komen
om te kijken of ik het ding kon 'repareren'.

Ik zie intuïtie als iets wat hoort bij ons Hogere Zelf. Als het zintuig van de ziel. Als het kompas in ons leven. Als iets heiligs. En dus zeker niet als een ding dat kapot kan gaan.
"Hij zit er anders continu naast", zegt S. als hij tegenover me zit.
"Of je hebt er niet goed naar geluisterd", zeg ik.
"Daar ligt het niet aan", zegt S. "Ik heb ontzettend veel signalen gehad en die wezen allemaal één kant op. Ik heb precies gedaan wat dat inhield en alles is misgelopen."

Het blijkt dat zijn zaak failliet is. Een zaak die hij runde samen met een compagnon. En daar zit 'm de kneep, want de samenwerking was niet optimaal.
"Die man wilde dat ik hem zijn gang liet gaan. En dat wilde ik ook wel, want daar had ik hem voor aangetrokken. Maar dan moet je iemand wel kunnen vertrouwen..."

Vertrouwen. Als hij het woord uitspreekt, klinkt het harder, nadrukkelijker. Ik zie het ook in grote letters boven zijn hoofd. Dát is, zo voel ik, het onderwerp van dit gesprek. En dát is intuïtie.

"Ik heb de indruk dat vertrouwen sowieso een lastig iets is in jouw leven, klopt dat?", vraag ik.
"Ja, dat klopt", zegt hij. "Maar daar ben ik hier niet voor. Ik kom hier voor..."
Ah, de klant neemt de regie.
Vroeger ging ik daar nog weleens in mee.
Maar in de loop der jaren heb ik geleerd...
"Wacht even", zeg ik. "Je bent hier nu bij mij op consult. Dus je zult, of je dat nu makkelijk vindt of niet, mijn intuïtie wel moeten vertrouwen. Anders had je net zo goed niet kunnen komen."
Ik voel het gevecht dat hij nu vanbinnen levert. Dit is echt heel lastig voor hem.
"Zeg het maar", zeg ik. "Kun je mij 3 kwartier vertrouwen, of niet?"
Hij kijkt me verbijsterd en gekweld aan.
"Ik zal het proberen", zegt hij dan.
"Doe het maar gewoon", zeg ik.
"Oke, ik doe het", zegt hij.
"Als je aan het eind van het consult er niks aan hebt gehad, dan hoef je niet te betalen, deal?"
"Deal", zegt hij.

Nu kan ik aan het werk. Al heb ik het idee dat hij elk moment weer in kan grijpen, want deze man is, vanuit een gebrek aan vertrouwen, een control freak. En dit, precies dit, is wat er gebeurd is met de compagnon en de zaak. Hij heeft iemand aangetrokken, maar heeft deze persoon nooit echt zijn vertrouwen durven geven. Dat gaf spanningen. Vervolgens zocht hij heil bij zijn intuïtie. Maar: ook weer niet echt, want ook daar hield hij de controle.

"Ik zie intuïtie-kaarten", zeg ik. "Heb je die ook geraadpleegd?"
"Ja, die set", zegt hij, boos wijzend naar een doos die in de vensterbank staat. "Ik dacht vanmorgen nog: ik kan ze net zo goed weggooien. Waardeloos."
Ik pak de set.
"Pak eens een kaart die je trok en vertel eens hoe je die interpreteerde?"
Hij zoekt in de kaarten.
"Deze", zegt hij.
'Let Go', zegt de kaart.
"Nou, dat zegt alles toch? Let Go. Dus ik denk: ik laat hem zijn gang gaan..."
De ondertekst luidt: 'As you surrender the need to control, your relaxed energy rapidly attracts your desires.'
"Waar de kaart toe oproept", zeg ik. "Is ontspannen achterover leunen. In vertrouwen. Wetend dat, met deze houding, er komt wat je nodig hebt. Maar wat jij volgens mij gedaan hebt is je compagnon, nadat die boos werd, in zijn sop gaar laten koken. Zonder vertrouwen. Je hebt omstandigheden gecreëerd waarin hij nooit heeft kunnen doen waar jij op had gehoopt."

Het wordt even stil. S. kijkt me aan.
"Dat zei hij zelf ook al", zegt hij. "Hij zei: je hebt me nooit echt een kans gegeven."
"Ik denk dat-ie gelijk had", zeg ik.
"Maar... wat had ik dan ánders moeten doen?", vraagt hij.
"Wat je nu doet, op dit moment doet: loslaten. Luisteren. Mij mijn werk laten doen. Mij vertrouwen."

Er blijken nog heel veel andere 'signalen' geweest te zijn, die hij allemaal zijn eigen kant op geredeneerd heeft. Er is niks mis met zijn intuïtie, alleen zijn angst en controle-drift zijn groter en daarmee onderdrukt hij dat kleine, maar o zo wijze stemmetje.
En natuurlijk is er een reden voor dat gebrek aan vertrouwen en de drang tot controle. Maar elke verandering begint bij bewustzijn en dat kwartje is gevallen.

En 1 ding is duidelijk:
zijn intuïtie is niet kapot.

IMG_20200216_203651703

ALS MERCURIUS RETROGRADE LOOPT

Ik weet niet hoe het voor u is,
maar ik vind astrologie
altijd een beetje lastig.

Dat komt vooral doordat ik er bijna niets van afweet. En voor een ander deel doordat ik mijn vertrouwen erin zelf verpest heb in de tijd dat ik nog werkte als redacteur voor de bladen. De meeste van die bladen hadden ook een horoscoop en die werd aangeleverd door een astrologe. Als eindredacteur moest ik die stukjes redigeren en op de juiste lengte brengen. Daarbij vond ik het leuk om mijn eigen sterrenbeeld - ik ben Kreeft - net iets positiever te maken. Een kleine financiële meevaller, een compliment op het werk, dat soort dingen. Als ik boos was op iemand, wilde ik nog weleens het sterrenbeeld van die persoon de andere kant op aanpassen. Een lekke band, een mislukte soep... En nee, ik kan dit op geen enkele manier verdedigen. Ik kan het hooguit verklaren vanuit verveling. En de prijs die ik ervoor betaal is dat ik astrologie moeilijk kan vertrouwen.

Sinds ik in de spirituele hoek ben gaan werken, kom ik best vaak astrologen tegen. Ik vind het hele lieve mensen, maar ze praten vaak zo raadselachtig. Teksten als:
'Tja, ik ben Boogschutter met Maagd ascendant en m'n zon staat in het 7e huis, dus dan weet je het wel hè.'
Terwijl: ik heb geen idee...
Maar er is 1 fenomeen dat astrologen veelvuldig en duidelijk delen met de rest van de wereld. En dat is wat het inhoudt als Mercurius retrograde gaat lopen. Dat schijnt te zorgen voor communicatieve chaos en je kunt dan ook beter geen contracten tekenen omdat mensen er later toch weer op terugkomen. Wel is deze fase heel geschikt om te graven in uw verleden.
Wat de astrologen niet vertellen, is hoe je zo'n periode doorkomt. Dat moet je dan weer zelf uitzoeken. En dames en heren, let op: ik zag het op Facebook: Mercurius loopt nu weer retrograde. Dus namens de astrologie raad ik u aan om de komende 2 weken geen afspraken te maken, communicatie zoveel mogelijk te vermijden en zo diep mogelijk in uw verleden te graven.

Het wordt een periode van chaos,
en dat duurt tot 4 maart.
Maar goed nieuws voor alle Kreeften:
die krijgen een financiële meevaller.

WAT IK ZONDER JOU ZOU MOETEN...

"Wat ik even wil zeggen", zegt de pipo. "Het is allemaal jouw schuld."
"Wat precies?", vraag ik.
"Alles", zegt de pipo. "M'n hele leven."
"O, zo", zeg ik.
"Ik lag lekker te slapen in die spirituele wereld van jou. En toen ineens - wiboe, wiboe - ging er een alarm af. Iemand wilde een kind."
"Ja", zeg ik.
"Nou en de rest is geschiedenis", zegt de pipo.
"Klopt", zeg ik.
"Nou heb ik weer problemen met m'n computer", vervolgt de pipo. "Er is een onderdeel stuk, dat moet ik opsturen, kan ik weken niet gamen en je weet wat gamen voor mij betekent."
"Dat weet ik", zeg ik.
"Dan weet je ook wat niet-gamen voor me betekent", concludeert de pipo.
"Ja", zeg ik. "Dat weet ik. Ik vind het ook heel naar voor je."
"Precies", zegt de pipo. "En als ik nou wist dat het daarbij bleef, maar het is me inmiddels na zo'n kleine 20 jaar wel duidelijk dat dat niet zo is. Eigenlijk is het leven een aaneenschakeling van toestanden en gedoe. Met af en toe wat relatieve rust daartussen. Maar dan moet je je weer voorbereiden op het volgende."
"Poeh...", zeg ik.
"En dat is dus allemaal begonnen bij jou", stelt hij nog eens vast.
"Dat kan ik niet ontkennen", zeg ik.
"Dat je weet wat je hebt aangericht."
"Ik ben me er volledig van bewust", zeg ik.
"En daar kun je mee leven?", vraagt hij.
"Ja hoor, dat lukt wel", zeg ik.
"Onvoorstelbaar", zegt hij.

Hij zucht.
"Wel fijn dat ik het even bij je kwijt kan."
Hij geeft me een kus.
"Ik zou niet weten wat ik zonder jou zou moeten..."

MAGIC HAPPENS EVERYWHERE

MAGIC HAPPENS EVERYWHERE

Het was een lange reis geweest naar Steenwijk.
En toen ik aankwam bij het theater
wilde ik snel naar binnen lopen.
En toen zei iets in mij:
'Ho...'

Ik stopte. En ik keek naar de mooie buitenkant. Naar de rode loper en die goudkleurige paaltjes met die rode koorden ertussen. En toen kwamen de gedachten...
Ooit ben ik als medium begonnen in huiskamers, samen met nog 3 collega's. Hele bijzondere, avonden waren dat, die een enorme impact op me hadden. Ik heb het jaren gedaan, uiteindelijk zelfs door het hele land. En ik kan het ieder beginnend medium aanraden, want het is een goede manier om ervaring op te doen en om zo dicht bij je publiek te werken.
Daarna kwamen de kleine zaaltjes. Eerst in wijkgebouwen, buurtcentra. Langzaamaan wat groter. De eerste uitnodigingen van spirituele verenigingen om avonden te verzorgen kwamen binnen. Zo'n eer.

En toen mocht ik steeds vaker demonstraties doen in kleine kerkjes. Mooie spirituele plekken met een bijzondere energie. Wat altijd helpt, bij ons werk. Maar nu, vanavond, voor de allereerste keer: in een theater. Toch even een moment om bij stil te staan.

Ik loop over de rode loper. Tussen de paaltjes. De deuren zoeven open. Binnen: een foyer. Alleen het woord al: foyer... Een bar, een kroonluchter, een wall of fame met foto's van artiesten die er hebben opgetreden, voorzien van handtekeningen. Ik maak een foto van de foto van Ernst & Bobbie, de vroegere helden van de pipo en de patat. 'De grootste soepkippen van Nederland', staat erbij. Ik glimlach.

Dan word ik naar de zaal gebracht waar ik ga werken. Zo, dat is even anders. Normaal werk ik gelijkvloers, maar hier staan de klapstoelen als een soort heuvel van zetels voor mij opgesteld. Ik krijg een microfoon met zender om en de vraag of het licht zo goed is. Ook een first. Ernst en Bobbie zouden vast iets vinden van het licht, maar ik heb geen idee. Ik vind het licht geweldig, want ik vind alles geweldig, want ik sta in een theater!

Blijft er 1 vraag over: hoe gaat het zijn om hier te werken. De energie voelt goed, want de plaatselijke spirituele kring organiseert hier al langer avonden en dat voel je. Maar hamvraag is natuurlijk: can the magic happen here...

De avond begint. Ik geef me over en Spirit neemt de leiding. Ik praat en luister en werk en geniet en de zaal doet mee. Ik maak ruim een uur contacten en dan is het pauze. Ik hou niet van pauze; het haalt me uit de flow. Maar pauze hoort ook bij theater. Iets met de bar en omzet draaien. Organisator Marjan heeft er een mooi plan op bedacht: na de pauze vraag en antwoord doen. Top! Dus nadat de omzet is verhoogd, komen de vragen, waaronder eentje over dieren, of die als boodschappers van de spirituele wereld kunnen werken. Ja zeker kan dat! Ik vertel dat met name 'gevleugelde dieren' zich daar heel goed voor lenen, mede doordat ze leven tussen 2 werelden, de aardse en de lucht-wereld. En dat bij sommige mensen roodborstjes op opvallende wijze langskomen en bij anderen libellen of vlinders en dat ik zelf iets heb met lieveheersbeestjes die opduiken op de gekste plekken en momenten...

Ik wil doorgaan als mijn oog ineens valt op iets piepkleins op de houten vloer.
Ik loop erheen.
"Dit geloven jullie niet", zeg ik.
"Een lieveheersbeestje?", vraagt de zaal.
"Ja, echt", zeg ik.
Hilariteit.
Iemand reikt me een briefje aan waarmee ik hem op mijn tafeltje aan de zijkant zet, zodat ik niet op hem kan gaan staan. Ik hou m'n oog erop en zie hem nog een tijdje zitten. Maar als de avond is afgelopen, is hij gevlogen. Klus geklaard en vraag beantwoord:

Can the magic happen in een theater?
O yes!
Magic can happen everywhere...

ZO BLIJ KON HIJ ZIJN

De uitnodiging kwam zo'n 3 weken geleden.
Een mail van het Rijksmuseum.
Over een 'prikkelvrije avond',
voor mensen met (o.a.) autisme.

Hoe ze ons hebben gevonden weet ik niet. Maar ik zeg: lang leve de algoritmes, want het was precies aan het juiste adres. Niet voor de patat, want die heeft niks met kunst, maar wel voor de pipo. Na 4 jaar onder een steen te hebben geleefd, durft hij zich weer een beetje open te stellen voor de wereld. En dit was natuurlijk een fantastische kans...

100 Mensen mochten er komen. En zowaar zeg, we waren op tijd! Met twee kaartjes gingen we eind van de middag op pad. Met de auto, want de trein is nog teveel.
Om 18.00 uur sloot het museum voor het normale publiek, maar opende zich voor ons.

We kwamen binnen.
Doodse stilte.
Alles leeg.
Het licht gedimd.
"Goedenavond", fluisterde een medewerkster. "U kunt daar uw jas afgeven."
"Dank u wel", fluisterden we terug.
Blijkbaar behoorde fluisteren tot de instructies die het personeel had gekregen, want ook de garderobe-juffrouw fluisterde ons toe.
"Heel veel plezier vanavond. Geniet ervan."

Ze hadden 'alleen' de tweede etage opengesteld - die van de 17e eeuw. Maar voor ons was dat genoeg; we waren al blij dat we er waren, want voor de pipo is dit, sinds zijn paniekstoornis, normaal gesproken echt no go.
We kwamen in de eerste zaal. En ik vroeg me af: 'Hoe was het ook alweer, met de pipo in een museum?' Het was allemaal alweer zo lang geleden dat we ergens naartoe konden. Het antwoord kreeg ik meteen: de pipo was ra-zend-enthousiast. Over Alles. Over de lichtval op de doeken van Ruysdael, over de gezichtsuidrukkingen bij Rembrandt, over de hoeveelheid laadjes in de kabinetten, over het zwart op de muren, over de vriendelijkheid van de suppoost, over het feit dat op bijna ieder 17e eeuws doek wel een hond blijkt te staan! (De pipo is gek op honden.) "Kijk nou toch, wat een poepie!"

De stilte was bijna surealistisch. Lege hallen, lege trappen. Zo af en toe kwamen we iemand tegen. Een vrouw met een prikkeldempende bril, een man met een geluidsdempende koptelefoon en kinderen en jongeren met (vermoedelijk) autisme. Een jongetje dat in de zaal over zeeslagen onvermoeibaar alle afbeeldingen van schepen tot in detail fotografeerde. Een jongeman die aan een suppoost te uitgebreid dingen stond uit te leggen over de techniek van Jan Steen. We glimlachten.
"Hè lekker, gekkie tussen de gekkies", zei de pipo.

Ik had verwacht dat hij het maximaal een uur vol zou houden. Maar na ruim 2 uur moest ik voorstellen om er een beetje een eind aan te brijen.
"Kan ik ergens een review achterlaten? Kan ik geld geven? Kan ik de directeur persoonlijk een handje geven? Dat wil ik namelijk allemaal!", juichte de pipo.
O ja, zo blij kon hij zijn. Helemaal vergeten. Dat overenthousiaste jochie van toen. Het was weer even helemaal terug.

Er lag een beoordelingsformulier bij de garderobe.
We schreven het helemaal vol met superlatieven.
Maar toch ook nog even via deze weg:
Rijksmuseum, ontzettend-niet-normaal-maar-wel-vanuit-het diepst-van-ons-hart-bedankt!!!
We hebben een geweldige avond gehad.