Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

KIJKEN MET JE BUIK

Het was op een bankje, op de hei.
In de zon en in de stilte.
Ik keek om me heen en besloot dat het leven niet perfecter kon zijn dan dit.
Maar ik bleek het mis te hebben.

Over een zandpad dat voor het bankje langsloopt kwam, van links, een meisje aanrijden op een rood fietsje. Ze slingerde een beetje. Ik schatte haar op een jaar of 5. Ik wilde me net gaan afvragen wat zij daar deed, zo alleen op de hei, toen ik heel in de verte ook nog een fietsende vrouw zag. Dat was de moeder, zo stelde ik vast. Het meisje was blijkbaar vooruit gereden.
Ze stopte vlak voor mij.
“Hoi”, zei ze.
Het was een peilende hoi. Ze wilde kijken hoe ik zou reageren en… ze wilde eigenlijk ook op het bankje.
“Hoi”, zei ik. “Je mag er wel bij komen zitten hoor.”
“Ja”, zei het meisje.
Ze had van die franjes aan de uiteindes van haar stuur hangen. En ze droeg een gele zonnebril. Het hele kind zag er eigenlijk uit als een feestje op wielen.
Ze stapte van haar fiets.
“Ik zet hem niet tegen deze boom”, zei ze. “Want dat vindt-ie niet fijn.”
Dat raakte me.
“Nee, klopt”, zei ik. “Deze boom houdt niet van aanraken.”
“O”, zei ze. “Dus dat weet jij ook.”
“Ja”, zei ik.
Het meisje ging naast me zitten en keek onder haar schoen.
“Ik had kaugom onder mijn schoen. Maar nu is het weg”, stelde ze vast.
“Gelukkig”, antwoordde ik. “Kaugom onder je schoen is heel irritant.”
“Ja!’, zei ze. “Want dan loop je op de stoep en dan voel je een eh…, een eh…”
“Een bobbel bedoel je?”, vroeg ik.
“Ja!”, zei ze. “Een bobbel. En dan kan je niet goed lopen. Heb jij dat ook gehad?”
“Ja”, zei ik. “Vroeger wel eens. Maar alles onder je schoen is irritant. Ook als er een steentje zit tussen dit soort ribbels.”
Ik liet haar de onderkant van mijn laars zien.
“Oh ja”, zei ze. “Dat.”
Het was nu wel definief duidelijk: wij begrepen elkaar volledig. En het was een fantastisch gevoel. Blijkbaar ervoer zij dat ook zo, want ze verraste me met de volgende vraag.
“Geloof jij in God?”
Ik glimlachte.
“Ja”, zei ik. “Nu wel. Maar ik heb het echt moeten leren.”
“Ik kan het je wel leren”, stelde het meisje vast. “Je moet gewoon kijken met je buik.”
Ik lachte.
“Kijken met je buik. Dat is een goeie zeg!”
“Weet je hoe groot God is?”, vroeg het meisje.
“Nee”, zei ik.
“Kijk dan met je buik…”, moedigde ze me aan.
Op dat moment kwam de moeder aanfietsen.
“Je moet niet steeds zo ver vooruit rijden Gabriella”, zei ze.
Ik begreep niet waarom, maar het horen van haar naam raakte me ook weer. Gabriella. Mooi.
“Ze is heel gezellig hoor”, nam ik het voor haar op.
“Ja, maar ze moet bij mij blijven”, zei de moeder. “Kom, we gaan weer verder. Ga jij maar achter me rijden.”
“Hij is zooooo groot”, zei Gabriella, terwijl ze voor me ging staan en haar armen zo wijd uitspreidde als ze kon.
Toen pakte ze haar fiets en stapte op.
“Ik ga proberen om het te zien”, zei ik.
“Met je buik hè”, zei Gabriella.
“Ja, met mijn buik.”

Ik zag hoe ze wegreed, over het zandpad.
Achter haar moeder aan.
En ik bedacht me dat ik hoopte
dat ze er snel weer voorbij mocht…
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 0 comments