Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

... DE OORZAAK VAN DE BRAND (4)

De ochtend na de nacht in de hel
zit ik buiten in de zon.
Ik probeer te ontspannen
en neem de schade op.

Na 48 jaar allergie-ervaring ben ik een expert geworden in het toepassen van trucs om niet te krabben bij jeuk. Want dat is essentieel. Krabben leidt tot verwondingen en tot een nog hoger histamine-niveau en dus een nog zwaardere aanval.
Maar afgelopen nacht was zo erg, dat ik heb mezelf toch schade heb toegebracht.
Onder- en bovenarmen: kapot.
Ellebogen, knieën en enkels: open.
Rug: brandend gevoel.
En overal is de huid rood en dik van de nog nasmeulende brand van binnenuit.
Het doet pijn, fysiek en emotioneel.

Ik kijk in mijn agenda. Ik wilde vandaag gaan zwemmen, maar met deze huid in water met chloor lijkt me geen goed idee, plus dat ik niet wil dat mensen me zo zien. En in de sociale afspraken van komende week heb ik geen zin, want ik voel me ronduit k**. Wordt dit dan weer zo’n periode van afzondering?
‘Nee!’, roept iets van binnenuit. ‘Niet die kant op! Er moet een andere weg zijn!’

Het is ergens daar dat de gedachte in me opkomt…
Wat nou als ik…
Ik, die zoveel studenten via visualisaties dingen over zichzelf heb kunnen laten zien….
Wat nou als ik bij mezelf…

Ik aarzel.
Wat als het niet lukt?
Ja, nou, wat dan?
Heb ik nog iets te verliezen dan?
Nee, eigenlijk niet.

“Oke”, zeg ik hardop. “Ik ga het gewoon proberen. Ik ga het gesprek aan met het kind.”
Om een of andere reden heb ik de jeuk altijd geassocieerd met een kind. Een dreinend kind dat op een negatieve manier om aandacht vraagt. En ik die dat kind soms sus en soms sla. Maar heel veel verder zijn we in al die jaren niet gekomen qua communicatie.
“Oke”, zeg ik weer.
Ik sluit mijn ogen. En ik spreek tot mezelf zoals ik anders tegen mijn studenten doe: zakken naar binnen, naar beneden, naar het midden van jezelf. Daar gaan ‘zitten’, op een prettige plek. Echt even landen daar. Rustig ademhalen. En dan, vanuit die plek… het laten ontstaan…

Het eerste wat ik zie is mos. Lekker zacht mos. Dan verschijnt erachter zand. Warm zand. En ik zie wat oude, kronkelige bomen. Ik meen het landschap te herkennen en loop erin. En dan… zie ik iemand. Maar het is geen kind. Het is een grijzige figuur, vaag, gezichtsloos en met een stok. En ik weet onmiddellijk: dit is mijn ziekte. Een golf van woede komt in me op nu ik, na al die jaren, oog in oog sta met mijn kwelgeest, mijn geselaar, mijn vijand. Ik ontplof gewoon:
“Weet je wel!”, schreeuw ik uit. “Heb je enig idee hoeveel nachten… hoeveel aanvallen, hoeveel pijn en verdriet, hoe het is om zo te moeten leven, om eigenlijk niet te kunnen leven…
Hij staat daar, met z’n stok.
Uitdrukkingsloos.
Hij zegt niks.
Ik word nog bozer. Mijn leven verzieken en dan nu niks zeggen?
“Waaróm?!”, schreeuw ik uit naar hem.
En dan komt er ineens wel een antwoord:
“Omdat jij… de rijen niet gesloten kunt houden.”
“Omdat ik wát?!”, roep ik uit.
Ik snap er niks van.
Dan komt er een beeld. Van een heleboel stokken, zoals hij die in zijn hand heeft. Ze vormen een rij. En daarmee een grens. Hij heeft het over een grens. Een grens die ik niet ‘gesloten kan houden’? Het raakt me wel heel diep merk ik en ik voel: dit is het. Ineens komen er 2 beelden terug van de afgelopen weken.
Het droombeeld van het stuk vlees dat het andere stuk vlees opeet.
En het beeld dat studente Y. me gaf: van een irriterend kledingstuk dat schuurt en schuurt en zo een wond veroorzaakt.
Beiden beelden gaan over grenzen, kapot gemaakte grenzen…

Ik besluit uit de visualisatie te komen.
Ik moet even los van dit.
Even met mezelf overleggen.

Het erge is: ik snap het helemaal. Ik snap wat ‘de ziek’ bedoelt. Als kind zat ik in een situatie waarbij iemand doorlopend over mijn grens ging. Het was mijn moeder. En ik kon er dus niets tegen doen, want ik was van haar afhankelijk. Mijn grens is beschadigd geraakt en ‘de ziek’ heeft de taak op zich genomen om die grens te bewaken. Met z’n stok. Alles wegjagen wat ook maar enigszins dreigend overkwam. Alles! Niet om me te pesten, maar om me te beschermen.

Ik zie ook ineens hoe dit, dit gedrag, ook mijn eigen gedrag is geworden. Hoe vaak ik niet afwerend reageer wanneer er iets of iemand op me af komt. Mijn telefoon? Neem ik nooit op. Zelfs niet als-ie naast me ligt en afgaat. Ik wil geen indringers in mijn leven, op geen enkele manier. Alles moet weg, weg, weg, tenzij ik zelf het initiatief neem. Ik ben geworden zoals de ziek.

Al het bovenstaande, ervaar ik als een enorm inzicht.
Een inzicht dat moet bezinken en waarvan ik moet bijkomen.
En daar, zittend in de zon in de tuin
val ik in slaap.
En vlak voordat ik in slaap val, voel ik:
m’n huid die rustiger wordt…
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 0 comments