Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

AU AAN ME EGO

Ik doe de deur van mijn wachtkamer open en…
zie twee mensen zitten in plaats van een.
Allebei kijken ze me verwachtingsvol aan.
Wie van de twee ga ik helpen?

Ah nee he, waarom doen mensen dit toch?! Zo moeilijk is het toch niet, een afspraak maken en hem dan goed in je agenda zetten? En ik weet hoe het zit, want die met de blauwe jas, die is een week te vroeg. Dus ik loop de praktijk in, pak mijn agenda en laat het haar zien: kijk, hier: pas volgende week heb je een afspraak.
Zij is helemaal in de war.
“Hoe kan dat nou?”, zegt ze.
Ja, dat weet ik natuurlijk ook niet.
Ze pakt haar telefoon. Ik weet niet met welk doel, want het lijkt me wel duidelijk en dan zegt ze: “Uh…”
Op haar telefoon zie ik onze mailwisseling en... ik ben het die fout zit…
Ik heb een dubbele afspraak gemaakt.
Ik moet sorry zeggen, na zo hoog van de toren geblazen te hebben.
Ik zeg het ook, hoewel misschien te zachtjes…: 'sorry'.
Het doet au.
Au aan me ego.

Aan het eind van de werkdag, als alles weer is opgelost, voel ik toch nog de behoefte om er even, al schrijvend, over te overleggen met ‘de andere kant’. (U weet: ik doe dat in het Engels, maar hier volgt even een Nederlandse versie):

“Lieve vrienden, ik zat vanmorgen fout en toen had ik pijn aan mijn ego.”
“Achossie toch. Gaat het nu weer?” ; • ))
“Ja, maar er is een vraag die me bezighoudt. Hoe zien jullie het ego? Ik bedoel: Zoals vanmorgen, dan schrik ik van mezelf, zoals ik zo over die vrouw heen wals. Aan de andere kant: zonder ego kom je niet aan de beurt bij de bakker, toch?”
Antwoord:
“Stel je een klas met kinderen voor. En jij die er als juf voor staat. In die klas zitten allerlei soorten kinderen en één kind dat veel aandacht opeist. Het is het kind dat luidruchtiger is dan de rest, dat graag gelijk wil hebben, dat vaak opschept met grootse verhalen, dat steeds harder gaat roepen als het vindt dat hij niet genoeg gehoord wordt. Als er getrakteerd wordt, valt hij als eerste aan op het grootste stuk taart. Het is het kind waar je als leerkracht van weet: die moet je in toom houden. Want als hij aandacht krijgt, geniet hij en groeit hij, maar… het is nooit genoeg. En als je niet oppast, gaat hij de hele klas overheersen. Dan moet je hem weer terugfluiten en op zijn plek zetten. Dat vindt hij niet leuk. Als je zegt dat hij even zijn mond moet houden, kan hij stuurs voor zich uit gaan zitten kijken met de armen over elkaar. Dan heeft hij pijn. En wanneer hij dan aandacht moet geven aan het verhaal van een ander, vindt hij dat bijna niet te doen. Toch is het geen slecht kind. Hij is krachtig, initiatiefrijk en kan heel goed aangeven wat hij wel en niet wil. Het is net zo goed een kind om van te houden, alleen heeft-ie een gebruiksaanwijzing.”

Het is een duidelijk beeld.
En mijn taak is dus: de juf te zijn.
Het aandacht-trekkertje in mijn klas in toom te houden.
En toch ook van hem te houden.

Ik kijk naar mijn innerlijke druktemaker.
Hij is al niet meer zo heel boos.
Hij sputtert nog wat, maar… hij heeft wel geluisterd naar de juf.
En zolang dat het geval is,
komt het vast wel goed.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 0 comments