Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

HEEL GOED NAAR ZE LUISTEREN

Ik ken de denkwijze zoals verwoord in onderstaand filmpje.
Ik heb hem zelf ook gehad.
Maar ik heb veel geleerd in de loop der jaren.

Als je hoort dat je kind autisme heeft, is toch je eerste reactie: ‘O nee toch!’
Want je wilt dat je kind ‘normaal’ is. Een ‘normaal leven leidt’. Dat je je kind altijd kunt begrijpen en de rest van de wereld ook. Dat idee heb ik moeten loslaten. De patat is niet ‘normaal’ en ik snap vaak helemaal niks van hem. Maar ik leer met de jaren ook steeds meer dat dat a) niet erg is en b) dat zijn zienswijze heel veel heeft toe te voegen aan de wereld. Zonder autisme te idealiseren, geloof ik serieus dat ‘ze’ ons heel veel kunnen leren. En dat we maar beter heel goed kunnen luisteren.

Nooit vergeet ik dat ik samen met de patat op een bankje zat op de hei. Hij was denk ik een jaar of 8. Het was een stralende dag, geen wolkje aan de lucht, maar het waaide wel hard en daar zei ik iets over.
“Wat waait het hard he.”
De patat keek in de lucht.
“Ja, ik zie het”, zei hij.
Dat snapte ik niet. Want de lucht was strakblauw en er waren geen vogels en er stonden ook geen bomen in het zicht. Dus: wat zag hij dan?
“Nou gewoon”, zei hij, wijzend in de lucht. “Vandaag zijn er extra veel bubbels en strepen.”

Bubbels en strepen?
Omdat ik ze niet zag, tekende hij ze voor me in het zand, met een stokje.
“Zo ongeveer. Maar jij ziet ze toch ook wel?”, voegde hij er verbaasd aan toe.
Nou, niet dus...
Maar het zette me wel aan het denken.
Dit kwam nu toevallig aan het licht, maar wat zag hij nog meer dat ik niet zie? En wat kan dat ons, als niet-zieners, leren?

Inmiddels is de patat 14. En komt zijn ‘anders kijken’ meer op een andere manier aan het licht, namelijk door zijn commentaar op de wereld.
“Weet je wat ik niet snap?”, zei hij laatst.
“Nou?”, vroeg ik.
“Dan moet ik wel een erg woord gebruiken”, zei hij aarzelend.
(Die zuiverheid. Altijd bang ‘erge woorden’ te gebruiken. Zich blijkbaar heel bewust van het effect dat woorden kunnen hebben….)
“Zeg het toch maar”, zei ik.
“Wat ik vaak niet snap is de… neppigheid van de wereld. En dat dat gewoon mag”, zei hij.
Het woord ‘neppigheid’ was dus het erge woord in dit geval.
“Kun je een voorbeeld geven?”, vroeg ik.
“Nou, laatst zag ik een groot bord ergens langs de weg. En daar stond op: ‘Hier bouwt Lidl een nieuwe vestiging. Voor nog meer winkelplezier voor u!’ En dat is gewoon niet waar. Ze bouwen dat om nog meer geld te verdienen. Ze willen helemaal niet dat mensen winkelplezier hebben. En als ze dat toch willen, dan is het nog steeds om meer geld te verdienen. En ik snap dus niet dat ze dat gewoon mogen zeggen. Op zo’n groot bord nog wel. Zoveel neppigheid, dat is toch niet goed voor mensen, als je dat soort dingen steeds hoort en leest…”

Er hangt heel veel ‘in de lucht’ dat wij niet kunnen zien. En we onderschatten vaak het effect van onze woorden. En ‘neppigheid’ is schadelijk voor ons allemaal.
Zomaar een paar dingen die iemand met autisme ons kan leren.
Het kan zeker een handicap zijn, maar dat is het niet alleen.
Hun manier van kijken heeft ons ook veel te leren...

Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 1 comment