Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

EN ALS JE EROP DRUKT, DAN DOET HET ZEER

images

Ik loop in het dorp, als ik mijn naam hoor roepen.
Haar gezicht herken ik eerst nog niet.
Haar stem wel.
Tante G.

Totale verwarring.
Tante G. (die geen tante is, maar een vriendin van...) heb ik al meer dan 10 jaar niet gezien. Ze woont in Engeland! Wat doet ze hier?!
“Ik ben hier op bezoek. Je ziet er fantastisch uit zeg! Woon je nog in hetzelfde huis? Gaat het goed?”
Ik bevestig. En vraag naar haar. Twee nieuwe knieën en een nieuwe heup, maar het gaat goed.
Dan stelt ze de vraag die ik vrees.
“En je moeder... nog steeds geen contact?”
Ik schud van nee.
“Ooooo, such a shame”, zegt tante G. “Such a shame... Such a shame...” Ik zou het haar zo graag uit willen leggen. Ik heb het ook wel eens geprobeerd. Maar zij en ik kennen degene die mijn moeder is op 2 totaal verschillende manieren. Zij is al meer dan 60 jaar vriendin op afstand. En ik... ik kon het na 25 jaar niet meer opbrengen om haar dochter zijn. Ook niet na hulp. Ook niet met interventie. Ook niet na de zoveelste poging. Ik brak met haar, om door te kunnen gaan met mezelf. Het was 25 februari 1992.
Ik kijk in de ogen van deze vrouw en zie stukken film uit mijn verleden. Vakanties samen. Etentjes. Feestdagen. Gezelligheid. Met haar erbij was het altijd gezellig. Hoe vaak heb ik wel niet gefantaseerd dat zij mijn moeder was? En ze weet het niet eens. Ze heeft geen idee.

We eindigen het gesprek. Ze moet door, zegt ze. Maar ik weet waar het op haakt. Het is de ‘shame’.

Ik loop verder. “Dat ging best goed”, zeg ik tegen mezelf. “Ja hoor”, zeg ik terug. Ik loop door de winkelstraat en kijk in een etalageruit. Ze zei dat ik er fantastisch uit zag. Maar waarom zie ik dan iets geslagens in een donkerblauwe jas? Ik app A. ‘Wie ik nou ben tegengekomen...’ ‘Hoe ben je eronder?’, appt hij terug. ‘Goed hoor’, typ ik. ‘Het was alleen zo raar.’ Thuis loop ik naar boven, naar de pipo. “Wie ik nou net ben tegengekomen...” “Owwww”, zegt de pipo. Hij kijkt me iets te indringend aan. “Niks aan de hand”, zeg ik. M’n ogen branden. “Ik ga eten koken.” Vandaag is eten koken niet leuk. Ik weet ook niet waarom. Het smaakt ook niet lekker, terwijl het wel lekker leek. Na het eten installeer ik me op de bank. Met een dekentje want ik heb het koud. Ik krijg ook hoofdpijn en buikpijn. Is dit de griep? Ik ga douchen, maak een kruik, trek dikke kleren aan, zeg dat ik naar bed ga. Maar slapen lukt niet. Ik zet de tv aan. Een hartverscheurende documentaire over het meisje Alicia, dat van tehuis naar tehuis gaat. Waarom kijk ik hier nou naar?!

Er komt een scène waarin Alicia de aandacht van haar moeder vraagt die op bezoek is. En die moeder... die kan het niet geven. Ze wil het wel, maar ze kán het niet. Het zit er niet in. Ik zie dat Alicia breekt. Arme, arme Alicia. En dan breek ik zelf. Huilen huilen huilen. En als het klaar is, weer huilen. En als het dan echt klaar lijkt te zijn, weer huilen. Dan val ik in slaap.

Ik dacht dat het over was.
Dat ik eroverheen was.
Omdat ik therapie heb gedaan.
Omdat ik nu zelf moeder ben.
Omdat ik het wel kan gelukkig.
Omdat ik nu gelukkig ben.
Maar gisteren leerde ik: het is nooit echt klaar.
Sommige wonden helen nooit helemaal.
En als je erop drukt, dan doen ze zeer.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 5 comments