Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

ZATERDAGAVOND-WANDELINGETJE

Het is zaterdagavond.
De eettafel is net afgeruimd.
Buiten stormt het.
Ik vraag wie er meegaat voor een zaterdagavond-wandelingetje.
Niemand gaat mee.
Ze vinden het saai.

Ik kom buiten. De harde warme wind waait recht in mijn gezicht. Er dwarrelen bladeren uit de beuk op de hoek, ze dalen neer op het dikke, natte bladertapijt. Ik slenter erdoorheen.
Ik zie jongeren op fietsen. Ze rijden relaxed, druk pratend, lachend, op weg naar plekken waar jongeren op zaterdagavond moeten zijn. Ik zie spierwitte wolken die afsteken tegen de pikzwarte avondlucht. Ze haasten zich oostwaarts, elkaar verdringend, alsof ze allemaal bang zijn om te laat te komen. De fonkelende sterren kijken het roerloos aan. Zij weten dat haasten zinloos is.

Ik loop langs huizen en zie licht. Buitenlampen naast voordeuren, kaarsjes in de vensterbank, een staande lamp van riet die gelig licht geeft, een donkere kamer met alleen het flikkerende licht van een televisiescherm. In een voortuin hangen er al lampjes in een grote conifeer.

Ik zie een stel aan tafel met 2 kinderen in pijama. Ze gourmetten. Ik zie een man in een fauteuil zitten slapen, met een poes op schoot. Ik kom langs een huis waar een feestje is van oudere mensen. Hier blijf ik even staan om door een gaatje in de heg te kijken. Er is een groepje dat staat te praten bij een tafel vol met eten en een groepje dat zit te praten op een bank. Eén man kijkt, dwars door dit alles heen, tv. Niemand lijkt zich daaraan te storen. Ik stel me voor dat hij Henk heet en dat Henk dit ieder jaar doet tijdens dit feestje. Alle aanwezigen weten na al die jaren: dat is Henk. Die kijkt tv.

Ik zie een man een zware doos uit een auto laden en in een winkelwagentje zetten, dat hij rammelend naar een huis rijdt. Daar drukt hij langdurig op de deurbel. Het lijkt wel of er niemand open gaat doen. Ik zie een auto stoppen waar 4 hockeymeisjes uitstappen in een uitgelaten stemming. Ik zie nu de hangplek bij het skatepark, waar uit verschillende hoeken fietsende jongeren naartoe komen rijden. Er klinkt gelach. En glasgerinkel. Ergens anders gaat een deur open. “Tiiiiiimmie! Tiiiiiiiimmie!”, roept een kinderstem. Er klinkt wanhoop in door. En verdriet. Ik zoek met mijn ogen in het donker, of ik ergens een schaduw van een Timmie zie, in de struiken in de voortuinen. Maar ik zie niets. De deur gaat met een trage klik weer dicht.

De vlaggen van t Spant wapperen hard.
Er komen een paar vrouwen naar buiten met grote bossen bloemen.
Ze roepen 'doei!' naar elkaar.
Eentje stapt in een elektrische auto en rijdt bijna geruisloos weg.

Ik kom thuis.
“Nou, was het leuk?”, vraagt de pipo.
Door de cynische ondertoon in zijn stem, weet ik dat ik niet echt hoef te antwoorden.
Gelukkig maar.
Ik zou niet weten waar ik moet beginnen.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 2 comments