Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

REUNIE

Ik zucht even en sla dan de bocht om met de auto. Daar ga ik dan, mijn oude buurtje in. Voor het eerst sinds lange tijd, maar ik herken alles.
“O dear”, zeg ik, kijkend naar het decor van mijn jeugd. De mooie, bochtige lanen met koninklijke namen. Prins Hendriklaan, Emmalaan en dan de onze: Sophialaan. Het is nog hetzelfde roestige straatnaambordje.

Ik wil bij ons voor de deur staan, zo had ik het bedacht, maanden geleden. Maar nu blijkt daar al een auto te staan. Ik stop wel even voor ons huis. Het door mijn vader van klei gemaakte huisnummer is vervangen. De praktijk van mijn moeder is nu een huiskamer. De carpoort is weg. Er hangen vlaggetjes binnen. Er is iemand jarig.
“Bizar”, zeg ik. “En dat op hun trouwdag.”
Ik heb het gecheckt vanmorgen, in mijn vaders trouwring die ik nu draag: 23-5-’58.

Ik parkeer verderop in de straat en stap uit. De bekendheid van allerlei details slaat me bijna in mijn gezicht. De klinkers op straat, de voordeuren van de huizen, de grilligheid van de stoepranden waar we uren tegenaan gebald hebben. Het is prettig en moeilijk tegelijk.

Ik ga lopen. Voor de allerlaatste keer naar mijn lagere school waar deze avond een reünie plaatsvindt. Ik ben er nooit meer geweest de afgelopen 35 jaar, maar ik weet nog wel hoe moeilijk ik het kon loslaten destijds. Hoe bang ik was voor die stap naar het volgende deel van mijn leven.

De wandeling voert langs het huis waar ik ben geboren en de eerste jaren van mijn leven ben grootgebracht. Ik stop even. Ik weet, uit verhalen, dat ik daar, bij dat betonnen paaltje, heb leren fietsen van mijn buurjongetje M. We zaten ook bij elkaar in de klas. Hij bleef altijd iets zorgzaams houden naar mij toe.

Ik steek ‘de enge grote weg’ over en nader dan langzaam de school. Flarden muziek komen me tegemoet, vlaggetjes hangen langs het gebouw, mensen lopen het plein op. Al gauw sta ik ertussen op zoek naar bekende gezichten. En ja hoor, mijn buurmeisje J., en de ene klasgenoot na de andere, ze duiken allemaal weer op. Ik kijk om me heen en stel vast: de tijd heeft ons geen kwaad gedaan. We zien er goed uit, de een iets voller, de ander zonder haar, maar overall ... Dan hangt er iemand om mijn nek. Een man die me een stevige knuffel geeft. “Ach, wat goed is dit zeg! Hoe gaat met je, meissie!” Het is tijdens die knuffel dat ik me pas realiseer dat die zorgzaamheid die buurjongen M. altijd al voor me had, in die 35 jaar niet is veranderd. Wat een bijzonder gevoel.

We praten allemaal met elkaar en vragen ons af hoe het met anderen zou zijn. Met K. bijvoorbeeld, want die stond toch ook op de lijst?
“Ik ben hier”, zegt iemand achter ons.
We draaien ons om. En kijken in de ogen van een vrouw die we niet herkennen. De pluizige haren, de grauwe huid, de beverige gestalte, dit is niet de tand des tijds, dit zijn de tekenen van een lijdensweg. Wat is hier gebeurd! “Met mij is het niet zo goed gegaan”, zegt K. Ze vertelt, over angsten, depressies, opnames in inrichtingen, al jong ontspoord zijn en nooit meer echt de rails teruggevonden. Tussen haar vingers klemt een sjekkie dat is uitgegaan. Af en toe zoekt ze naar haar aansteker, maar als ze die niet kan vinden, laat ze het maar weer zitten.
“Ja”, zegt ze. “Ik heb ook heel erg getwijfeld of ik wel zou komen. Want ik denk: dan moet ik dat hele verhaal weer vertellen.”
Wij noemen haar dapper. Het is makkelijk om je op zo'n reünie van je succesvolle kant te laten zien. Maar zo kwetsbaar, dat is anders. We zijn er ook een beetje stil van.
“Ik weet nog”, zegt K. tegen mij: “De eerste dag dat ik naar de kleuterschool ging hier. Ik was zo bang! Toen mijn moeder weggging, zei juffie Bulthuis: “Ga jij maar naast Janneke zitten.” En toen ik naast je zat, wilde ik je wel vasthouden, want ik dacht: bij haar ben ik veilig.”

O dear. Ik heb namelijk ook nog een herinnering aan die allereerste dag. Ik liep naar school met mijn moeder èn met een heel duidelijk plan. Bij de hoek van de straat van de school zei ik: “Ik ga alleen!” Zo wilde ik het en zo ging het dus ook. Alleen dat plein op. Alleen daar aankomen. O, wat voelde ik me groot. En nu, 43 jaar later, besef ik dat juffie Bulthuis dat allemaal heeft gezien. En toen dacht: die zetten we maar naast elkaar, die bange en die dappere. En de vraag is wie vanavond wat is. Want ik vind haar heel dapper en ikzelf ben nu te bang om de vraag te stellen die in mijn hoofd zit: heb ik het toen wel goed gedaan die dag? Heb ik haar toen, op dat crusiale moment, wel de veiligheid gegeven die ze zocht? Maar ik durf het niet te vragen en zeg alleen: “Gek, hoe je allemaal nog brokjes bent in elkaars leven, zonder dat je het weet.”

De avond loopt ten einde, hoewel wij nog lang na de laatste ronde blijven hangen. Als een van de laatste verlaat ik het plein. Met het blije vooruitzicht dat ik nog de wandeling terug heb, de allerlaatste keer naar huis. En nu, nu het donker is, zijn de dingen die wel veranderd zijn helemaal onzichtbaar geworden. En heb ik echt het gevoel dat het nog gewoon 35 jaar geleden is. Dat ik 12 ben en dat ik van een schoolfeest kom en dat ik naar huis loop. Ik nader de ‘enge, grote weg’. Die waar je bang voor was. Die waar je ouders je elke dag voor waarschuwden.

Er stopt een auto naast me.
Het raampje gaat open.
Het is buurjongen M.
“Moet ik je helpen oversteken?”, roept hij lachend.
Sommige dingen veranderen nooit.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 1 comment