Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

GOD GAVE ME MY VERY OWN CAR!

Heel even iets anders hoor mensen.
Over het plan ben ik nog wat aan het lezen.
Maar ondertussen zag ik iets...

Het was op tv, zo’n programma over politie-agenten in een Amerikaanse stad. Een team van 3 agenten – twee mannen en een vrouw – werkte samen. Ze hadden een zogenaamde lok-auto neergezet in een buurt waar bendes regeerden in de hoop zo auto-dieven uit hun tent te lokken.

De lok-auto werd achtergelaten door ‘een vrouw die overstuur was’. Met de sleutels er nog in. Opvallend: de bende-leden hadden het onmiddellijk door:
“It’s a set up, man. Don’t go for it.”
Maar één man luisterde niet. Hij liep om de auto en keek om zich heen. De man, een lange, dunne dronkelap met een strooien hoed op, besluit het er uiteindelijk op te wagen. Hij stapt in.
“Suspect is in the car”, zegt Agent 1 over de intercom.
We zien nu beelden in de lok-auto, waar camera’s in blijken te hangen. De strooien hoed kijkt ongelovig om zich heen. Een zwerver die plotseling in een paleis is beland. Hij start de auto en rijdt weg.
Agent 2: “He’s heading to Main Street.”
Hij zet de achtervolging in. We zien de strooien hoed, nog steeds verbijsterd over de situatie. Dan horen we hem zachtjes zeggen:
“I’m in a car. I have a car now.”
Agent 1: “What’s he saying?”
Agent 3: “That he’s gotta car now.”
Agent 1: “Yeah, keep dreaming.”

De strooien hoed rijdt door. Heel beheerst, maar met een stralende uitgelatenheid op zijn gezicht.
“I’ve got my own car!”, zegt hij nog een keer. En dan iets harder: “God gave me my very own car! Thank you, God!”
Agent 1 hoort dit. We zien zijn gezicht. De professionele verbetenheid is er ineens vanaf. Hij glimlacht, een beetje ontroerd, zo lijkt het.
“God gave me my own car”, herhaalt de strooien hoed. “I must be careful, because I’m drunk.”
Agent 1 staat meteen weer op scherp: “He says he’s drunk! Let’s get him now, before he hits someone.”

De 3 agenten rijden de strooien hoed klem.
“Get out of the car! Show me your hands!”, schreeuwen ze.
De man stapt uit. Hij wordt geboeid.
“Where did you get that car!”, roepen de agenten.
“I took it, man. I thought God gave it to me”, zegt de man. Hij kijkt zowaar nog steeds een beetje gelukkig, alsof hij het nog steeds een beetje gelooft.
De agenten kijken elkaar aan. Ze glimlachen naar elkaar. Het schreeuwen is gestopt.
“You really thought that?”, vraagt Agent 1.
“Yeah man. It was just standing there, with the keys in it and all...”
“It’s our car man. We put it there”, besluit Agent 2 hem uit de droom te helpen.
“Yeah, I understand that now”, zegt de strooien hoed. “It’s yours. But I thought, well, you know...”
Het hele programma is ineens anders. Het is geen programma meer over misdaad. Het is ineens een mooie film, over falen, over menselijkheid, over dromen en over hoop. En er hangt iets in de lucht, de mogelijkheid dat het anders gaat dit keer. Anders dan verwacht. Dat de agenten deze man, die toch geen bendelid is en niet behoort tot de doelgroep van hun actie, laten gaan. Zodat God hem vandaag toch nog iets heeft gegeven.
Dan zie ik Agent 1 een korte blik naar de camera werpen. Het duurt 1 micro-seconde, maar het is genoeg. Genoeg om zichzelf, ons en de strooien hoed eraan te herinneren dat dit een reality-serie is en geen film. En in reality-series gaat niemand vrijuit.
“We have to take you in, man”, zegt hij.
Er klinkt spijt in zijn stem.
“Yeah, I know”, zegt de strooien hoed.
Hij buigt zijn hoofd en wordt in de politie-auto gezet.

Vandaag gaf God geen auto en ook geen vrij-uit.
Maar alsjeblieft: keep dreaming, man.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 1 comment