Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

DE KUNST VAN HET ZIEK-ZIJN

Ik voelde me die hele dag al niet zo lekker.
Eigenlijk al dagen niet.
Hoofdpijn en buikpijn na het eten.
Alleen: het kwam even niet zo goed uit.

Eigenlijk komt het nooit goed uit. En zeker niet als je eigen baas bent. Sterker nog: dan kán het gewoon niet. Dus ik was al jaren niet ziek geweest. Ik denk zelfs al 7, 8 jaar niet meer.

Maandagavond had ik een spirituele avond verzorgd in Weesp. Ik was niet heel erg lekker, maar het ging nog goed. Na afloop liep ik met al mijn spullen door de oude straatjes van het havenplaatsje naar mijn auto. De kerkklokken begonnen een klein liedje te spelen en ik glimlachte. Op weg naar huis zette ik de radio aan. We zoefden over de slingerweg door de weilanden naar plaatsje B. Mariah Carey zorgde voor de kerststemming aan boord. Voor het stoplicht voelde ik een rare steek in mijn buik. Ik dacht nog: ‘Wat een rare steek.’

Thuis was A. nog wakker. We praatten even over de avond en keken samen naar de tv, maar ik was er niet helemaal bij, want ik dacht: ‘Ik ben niet lekker. Snel naar bed, want morgen lange dag.’

Eenmaal in bed werd ik misselijk. En in mijn maag en mijn darmen voelde ik een stekende pijn. Ik begon te zweten en mijn lichaam te tintelen. ‘Nee toch?’, dacht ik. ‘Ik word toch niet ziek?’
Met moeite kwam ik mijn bed uit, liep voorovergebogen naar beneden, pakte een teiltje, maar het kwam niet. Waarom nou niet! Waarom moest ik hier in de koude keuken zitten wachten op iets wat ik weliswaar al dagen uitgesteld had, maar wat toch echt onafwendbaar was! Ik voelde me boos en tegelijkertijd liepen de tranen over mijn wangen. Na 2 uur was ik steenkoud en het kwam dan toch. ‘Zo’, dacht ik. ‘Klaar.' En ik ging terug naar bed.

Maar de pijn hield aan en werd zelfs erger. Ik kronkelde en kreunde. Toen maakte ik A. wakker.
“Ik ben zo ziek.”
Hij haalde wat immodium voor me, maar kwam ook terug met een advies: geef je eraan over.

En dat ging dus niet. Na al die jaren niet-ziek-zijn (en daar misschien ook wel een beetje trots op wezen) weigerde iets in mij om te capituleren. Ik had misschien allerlei virussen verslagen, maar was ook de kunst van het ziek-zijn verleerd.
De volgende ochtend zat ik achter de computer. Tot ergernis van A.
“Wat doe jij daar?”
“Ik wil weten wat ik heb.”
“Je bent ziek. Dat is alles wat je moet weten.”
“Ik wil weten of het heerst.”
“O, je mag pas ziek zijn als het heerst?”, zei A. spottend.
Ja, als je het zo zei, dan klonk het ook wel een beetje belachelijk ja.

De rest van de dag bleef ik wel in bed. Zei ook nog wat afspraken af. Nam pilletjes, sliep, deed niets, kortom: ik was re-de-lijk ziek, als u begrijpt wat ik bedoel.

Vanmorgen hoorde ik van een cursist dat ze hetzelfde had gehad.
Het hoofd, de misselijkheid, de pijnen.
“Een nichtje van mij had dat ook”, zei iemand anders.
En toen viel er dan toch iets van me af.
De kans om ziek te zijn had ik weliswaar maar half aangegrepen.
Maar ik had het in principe wel mogen zijn.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 1 comment