Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

OF HET NOG KAN

Ik ben zenuwachtig.
‘Nou’, zeg ik tegen mezelf. ‘Zo belangrijk is het toch ook weer niet!’
Maar blijkbaar is het dat wel.
Zenuwen liegen niet.

Ik loop door Utrecht naar het voor mij bekende adres en bel aan. De zoemer klinkt. Ik duw de deur open en loop naar boven. Mijn benen voelen slap.
‘Ik kan het ook niet vragen’, bedenk ik me.
Dat zou kunnen.
Gewoon in het midden laten.
Probleem opgelost.

In de wachtkamer lees ik wat, maar de woorden dringen niet echt door. Ik ben alleen bezig met die vraag: wel of niet de vraag stellen. En wat als...
Dan ben ik aan de beurt.
“Hoe gaat het?”, vraagt de rug-rechtzet-dokter.
Ik bedenk me dat het hier al van afhangt. Van hoe ik het nu ga vertellen. Als ik het een beetje rooskleuriger voorstel dan loopt het misschien anders. Maar het lukt niet. Blijkbaar wil ik toch eerlijk zeggen van de pijn van afgelopen zomer, 3 maanden niet kunnen hardlopen omdat er een soort schurende band over mijn linker heup leek te lopen en mijn gevoel dat dat kwam uit mijn rug. Die pijn is nu bijna weg, maar zodra ik ga trainen...
“Het kan zijn”, zegt de dokter na mijn verhaal, “dat bepaalde wervels zich zo aan het verplaatsen zijn dat je richting een hernia gaat.”
“Nee”, denk ik. “Ah nee.”
“We gaan even kijken”, zegt de dokter.

Zittend op de behandeltafel hoor ik hem mompelen achter me. “L20, R16... En je bekken staat weer scheef, maar nu de andere kant op.”
En ik altijd maar denken dat een rug een rug was. Recht en stevig, als een pilaar waar een heel bouwwerk op rust. Maar mijn rug blijkt net zoiets als het strand. Hij wandelt, heen en weer, ongezien en langzaam, maar niet zonder gevolgen.
De dokter gaat behandelen. Hij timmert, hij duwt, hij verzet. Gelukkig babbelt hij erbij om me af te leiden van de pijn die dit doet. Het werkt. Alleen denk ik ook aan de woorden van de fysiotherapeut van 2 jaar geleden. “Loop jij hard, met die rug? Dat is echt onverantwoord. Daar moet je echt mee stoppen.”
“Zo”, zegt de dokter dan.
Het is even stil.
“Denk je”, vraag ik voorzichtig. “Dat het nog kan, hardlopen? Of is het onverantwoord.”
Weer een stilte.
In een flits zie ik allemaal beelden, van mijn geliefde hardloopschoenen, mijn rondjes, mijn duizenden hardloopsessies door al die jaren heen. Als kind van 10 rende ik al wekelijks, door het bos. En later, tijdens mijn studie, langs de Amstel. Tijdens vakanties, door de mooiste landschappen. En hier in B., het liefst 3 x per week over de hei. Ik heb gerend door het donker, door de zon, door de regen en de sneeuw. Soms als een hinde, soms als een olifant. Maar altijd weer in die kadans, die trance, die andere staat van zijn. En daarna het hoofd, het lege hoofd. O god, laat het niet afgelopen zijn. Laat het alsjeblieft nog niet afgelopen zijn.
“Nou”, zegt de dokter. “Ik vind hardlopen eigenlijk voor niemand kunnen. Althans, niet op straat. Dat is een aanslag op het lichaam, dus dat moet je niet doen. Maar ik denk, met de juiste schoenen en op een zachte ondergrond...”
Er valt echt iets van me af.
“Meen je het echt?”
Hij meent het echt.
Ik kan hem wel zoenen.

‘Het kan!’, jubel ik van binnen als ik weer op straat loop. ‘Het kan nog. Het kan nog steeds!’
Ik huppel bijna door Hoog Catharijne.
Morgen ga ik nieuwe, nog betere schoenen kopen.
En overmorgen Rondje Hilversumse hei.
Ik heb er nu al zin in.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 2 comments