Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

WEL LABELLEN, NIET LABELLEN

Ik sta op het schoolplein om het patatje op te halen.
Voor me staan 2 schoolgenootjes van hem.
Ze praten over een verjaardagsfeestje.

Ineens richt jongetje J. zich tot mij.
“Klopt het dat jouw kind niet van partijtjes houdt?”, zegt hij.
“Ja, dat klopt”, zeg ik.
“Waarom eigenlijk niet?”, vraagt jongetje J.
“Hij vindt partijtjes vaak te druk”, zeg ik.
“O”, zegt jongetje J.
Ik hoor aan de intonatie dat hij het niet begrijpt.
“Het komt door zijn autisme”, zeg ik. “Dan vind je dingen eerder druk.”
“Is hij autistisch dan?”, vraagt jongetje J.
“Ja”, zeg ik.
Ik zie de verbazing op zijn gezicht.
“Wist je dat niet dat hij autisme heeft?”, zegt vriendje V.
“Nee”, zegt jongetje J.
“Daarom zit hij op deze school”, legt vriendje V. uit.
“Hu?”, zegt jongetje J. nu. “Is dit een school voor kinderen met autisme?”
“Nou ja...”, zegt vriendje V. “Het is een speciale school. Dat wist je toch wel?”
“Nee toch?”, zegt jongetje J.
Hij kijkt mij aan.
“Ja”, zeg ik. “Een SBO-school. Iedereen heeft hier wel iets. Moeite met concentratie, of moeite met leren... Maar verder leren jullie hetzelfde als op andere scholen hoor. Alleen in kleinere klassen en met wat meer hulp.”
“Ik zit hier vanwege mijn gedrag”, zegt vriendje V. wijs. “Ik moet tot 10 leren tellen.”
Hij moet er zelf hartelijk om lachen. Het is zo’n mooi figuur.
Jongetje J. kijkt ondertussen een beetje verward.
“Waarom zit jij hier eigenlijk?”, vraagt vriendje V.
“Ik weet het niet”, zegt jongetje J.
“Je zat toch eerst op een andere school?”, zegt vriendje V. “Waarom ben je daar weggegaan?”
“Ja...”, zegt jongetje J. “Dat ging geloof ik niet zo goed.”
Het is even stil.
“Heeft echt iedereen hier iets?”, vraagt jongetje J. toch nog een keer voor de zekerheid.
“Ja”, beamen we allebei.
We nemen samen wat kinderen door. R. heeft ADHD, die moet ‘s ochtends een pilletje, anders kan hij nog geen 10 minuten stilzitten. Hij mag ook soms tussendoor een rondje rennen buiten. En W. heeft discalculie, die snapt getallen niet, maar dat gaat nu beter. En G. ontploft de hele tijd en moet dan op de nadenkplek weer rustig worden. En meisje W. heeft epilepsie en valt soms flauw en dan roep je gewoon de juf. En meisje K. zit soms in een rolstoel. Maar ze kan toch meedoen met gym...

Het is een bont gezelschap van allemaal kinderen ‘met iets’ met als mooi bijverschijnsel dat ze dat ook allemaal normaal vinden.
‘Iedereen heeft wel iets en dat geeft helemaal niets’, heb ik het patatje wel eens horen dichten. Prachtig toch? En als ik de verhalen hoor, speelt dat ‘iets’ ook helemaal geen rol in de klas, al weten de kinderen het meestal wel van elkaar.
Maar in dit geval zitten we toch met de vraag: waarom zit jongetje J. hier op school.
“Ik denk dat ik weet waarom jij hier zit”, geeft vriendje V. het verlossende antwoord. “Omdat je niet weet wat je hebt. Dat is vast ook iets.”
Ik kijk naar het gezicht van jongetje J.
Die vindt dit duidelijk een prima diagnose.
“Oke”, zegt hij opgelucht. “Dan is dat het dan. Gaan we eigenlijk bij jou spelen of bij mij?”

Wel labellen.
Niet labellen.
Het heeft allemaal z’n voor- en z’n nadelen.
En uiteindelijk maakt het niet uit.
Zolang we maar krijgen wat we nodig hebben en ergens samen kunnen spelen.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 2 comments