Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

DE TERUGKEER VAN AUGUST FORSTER

Ik ben in het huis van zus R. als ik hem ineens zie staan.
“Ah!”, roep ik uit.
“Ach jeetje. Achossie toch! Wat doe jij hier!”
Ik loop naar hem toe. Raak hem aan.
Het is een emotioneel weerzien met August Förster.

Ik weet nog precies hoe August Förster in mijn leven kwam. Het was een keer met Sinterklaas, ergens in de jaren ’70. ‘Er kwam een verrassing’, zo werd er thuis gezegd. En de verrassing bleek... een piano.
Dat was inderdaad een verrassing en de volgende verrassing bleek dat mijn moeder daar al op kon spelen. Want ze had vroeger gespeeld, iets wat ik helemaal niet wist. Er klonken ‘s avonds ineens preludes door het huis en Chopin en 1 compositie die mij vooral raakte: Frühlingsrauschen van de Noorse componist Sinding. (Nooit meer uit mijn hoofd gegaan. Ik kan het nog noot voor noot terughalen. Hoe kan zoiets?)

Zelf ging ik ook op pianoles. Dat vond ik best aardig, vooral de blues die pianoleraar Harry me liet oefenen. Maar het allerleukst vond ik het toch om zelf liedjes te bedenken en uit te proberen op August en daarna van tekst te voorzien. Het waren maar kleine creaties die ik alleen uitvoerde voor familie en een keertje op school. Maar het grote genoegen, zo weet ik nu, zat hem in het proberen, het creëren, noot voor noot, toets voor toets. Op dat moment was het spelen. Later dacht ik er met verlangen aan terug, beseffend dat dat nooit meer terug zou keren omdat ik die soort speelsheid voorbijgegroeid ben.

Een afscheid van August Förster was er nooit.
In 1987 kwam ik vrij plotseling in het ziekenhuis en ging van daaruit op kamers.
Daarna kwam ik bijna nooit meer thuis. Als ik dat wel deed, speelde ik altijd even, maar het was slechts spelend herinneringen ophalen, geen toevoegen meer. En zo gleden we langzaam uit elkaar.

In 1992 verbrak ik het contact met mijn moeder en daarmee met mijn ouderlijk huis. In 1994 verkocht mijn moeder het huis en had ik een half uurtje om wat spullen van vroeger te verzamelen van mijn kinderkamer. Toen ik dat had gedaan en emotioneel wegreed, bedacht me dat ik 2 dingen niet meer had gezien: de tuin en de August Förster.

En nu staat hij daar ineens.
“Met dezelfde kruk nog!”, roep ik uit.
Ik ga erop zitten, draai een rondje, sla de klep open en zie aan de binnenkant daarvan nog het gouden bordje: ‘August Förster’. Ik begin te spelen. August klinkt wat blikkeriger dan ik me kon herinneren. Maar zowaar zeg, er rollen nog wat blues uit. En een heel stuk Bach...

“Ik wist helemaal niet dat jij piano kon spelen”, zal het patatje ‘s avonds in bed tegen me zeggen.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 2 comments