Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

DAG PIM (SLOT)

Het lichte, blije gevoel blijft zeker een dag of 2.
Dan komt het verdriet.
En het missen van Pims dagelijkse mailtjes.

Haar parfum, dat ik nog dagelijks opspuit in een soort poging haar bij me te houden, ruikt ook niet meer naar haar. Het ruikt naar de herinnering aan haar.
Een afgeleide.
En zo voel ik hoe ze langzaam maar zeker ‘verdwijnt’ uit deze wereld.
Het doet pijn.

De echte klap komt met het ontvangen van de rouwkaart.
Zwart op wit staat het er.
Haar naam.
En die datum: 3 april 2013.
Het is alsof ze eerst alleen dood was in mijn beleving, maar nu ook officieel en dus echt.

Op de kaart staat ook de naam van haar pleegdochter, met wie ze nauwelijks nog contact had. ‘Teveel gebeurd’. Meer heeft ze er nooit over gezegd.
Ik maak een fout door, in mijn honger naar meer informatie, de naam van de pleegdochter (die op de kaart staat vermeld) te googlen.
Ik vind haar Facebookpagina.
Die klik ik aan en ik zie... Pims auto.
De auto waarin ik zo vaak, op de gekste plekken, ben ingestapt en waarin we samen zulke magische momenten hebben beleefd. De auto waarvan ik weet, via L., dat Pim hem 2 dagen voor haar dood nog heeft volgetankt en ermee door de wasstraat (“de kermis” in haar woorden) is gereden om hem zo netjes mogelijk achter te laten. Die auto staat nu voor de deur bij de pleegdochter. Bij de foto staan de volgende woorden ‘onze nieuwe bolide, superblij mee, hihi.’
Snel klik ik de pagina weg.

Het missen van Pim leidt niet tot contact. Ik wil het te graag. Het lukt niet.
Op een middag sta ik af te wassen op de praktijk en ineens meen ik een soort ‘joehoe’ te horen. Het is niet echt horen zoals je dat met je oren doet, maar meer zoals je iets hoort in je gedachten. Het trekt wel mijn aandacht en ik weet: dat zou ze wel eens kunnen zijn.
Ik ga ervoor zitten om me goed te concentreren. En ja hoor, daar zie ik haar. Ze zit op de rand van een bed in een gebouw.
Het gebouw is een soort kruising tussen een hotel en een ziekenhuis. Ik heb het eerder gezien. Het is een ‘plek om te wennen’. Niet iedereen gaat ernaartoe en ik weet ook niet waarom de een wel en de ander niet. Maar Pim kijkt in elk geval heel monter, al zegt me dat nog niks. Pim keek zelfs monter toen het heel slecht met haar ging.
“Hoe gaat het met je?”, vraag ik in gedachten.
(Communicatie met de andere wereld gaat via gedachten en gevoel. Niet via hardop uitgesproken woorden.)
Pim beweegt haar armen en handen.
Ik geloof dat het betekent dat het goed gaat, dat het lijf haar in elk geval niet langer belemmert.
“Heb je ze gezien?’, wil ik weten.
Ze knikt.
Met 'ze' bedoel ik de mensen die ik altijd voor haar heb ge-contact: Joop, Jaap, Daan, mammie en Hanneke. Dus dit is een pak van mijn hart.
“Maar...”, zeg ik. “Waar zijn ze nu dan?”
“Om de hoek”, gebaart Pim. “Ik heb ze even gezien toen ik hier aan kwam. Maar nu kan ik ze niet meer zien. Mijn ogen moeten nog wennen.”
En ik begrijp wel wat ze bedoelt.
Het is anders daar in de andere wereld.
En die overgang gaat vaak niet pats boem.
Ik voel ook dat er veel ruis op de lijn zit en dat dit een kort contact wordt. “Laat je me weten als je ze wel de hele tijd kunt zien?”, vraag ik nog snel. Ze knikt. “Doe maar iets met 2, als het lukt”, roep ik nog na. (2 Is voor mijn het getal van ‘samen’). Dan lijkt de verbinding alweer verbroken.

Een paar dagen later loop ik hard op de hei. Wat loopt daar? Een ree! ‘Joops lievelingsdieren’, zoals Pim me nog mailde. Ik stop en kijk goed. Waar oh waar is ree nummer twee... Ik speur en ik speur, maar hij is in zijn eentje, helaas.

Zo ben ik gespitst op van alles met 2, maar ik zoek weer te hard, merk ik. Altijd mijn valkuil. In mijn lesruimte, waar ik die bewuste avond van de 3e april was en waar de mooie ervaring met de knetterende kaars plaatsvond, meen ik Pim wel het sterkst te voelen.

's Avonds ben ik er weer, voor het geven van een nieuwe cursus.
Ineens een klap. Op mijn boekenkast staat een rij exemplaren van mijn boek Dooie Boel en nu zijn er een paar gevallen. Ik zette ze terug, enigszins geïrriteerd en ga weer door met de les.
Als de les is afgelopen en ik bezig ben met opruimen, klinkt weer die klap. ‘Wat is dit nou toch!’, mopper ik. Weer pak ik de boeken op en wil ze terugzetten.

Dan pas valt het kwartje.
Pim was dol op Dooie Boel.
En het aantal gevallen exemplaren is: 2.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 6 comments