Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

DAG PIM (2)

We kijken even in stilte naar de hei.
De hei waar zoveel tranen liggen van Pim.
Langzaam dringt het tot me door dat dit de laatste keer is dat ik haar zie.

“Gaan we nog wat eten samen?”, vraagt Pim.
“Graag”, zeg ik.
Het is onderdeel van de traditie: eerst contact maken met overleden dierbaren in de auto op een rare plek - de hei, begraafplaats Westerveld, de Hoge Veluwe, Lage Vuursche, Amsterdam, waar zijn we allemaal niet geweest - en daarna wat eten samen.
Pim start de motor. Ik zie dat ze het stuur van de auto raar vasthoudt.
“Geen gevoel meer in mijn handen. Dat is weer wat nieuws.”
Ik zucht.
“Het dubbele is dat ik voor jou heel blij ben”, zeg ik. “Alleen...”
De nagels in de handen maar weer.
“Ik ga jou ook zo missen”, zegt Pim.
Ik bedenk me dat ik haar later uit zal leggen dat dat niet hoeft.
Dan remt ze een beetje.
“Dag huis”, zegt ze, wijzend naar een groot, vrijstaand huis op de hoek.
Het is het huis waar ze woonde voordat ze naar Amsterdam gebracht werden. En van daaruit naar Westerbork.

We praten over hoe het gaat gebeuren, over 4 weken.
“Ik heb 90 pillen. Dat is voldoende voor mijn lichaamsgewicht, weet ik. En ik heb een afspraak met een arts die meewerkt. De pillen ga ik vijzelen en het poeder gaat dan in een bakje vla. Mijn grote zorg is of mijn maag het zal houden, want die is zo zwak. Ik moet van de arts een paar dagen van tevoren beginnen met anti-braakmiddelen.”
Ze heeft het al geregisseerd, tot op de minuut.

We komen in de buurt van ons restaurantje in Blaricum, maar de weg is opgebroken.
“Haal je dat lopend?”, vraag ik.
De afstand is zo’n 50 meter.
“Ik denk het niet”, zegt Pim.
Ze rijdt door, het zand op en zet de auto tussen de graafmachines.
“Ach”, zegt Pim. “Tegen de tijd dat de bekeuring komt...”
Ik moet lachen.
Gek mens.

Gearmd lopen we naar het restaurant. Ik merk hoe hard ze achteruit is gegaan. Ze moet 2 x stoppen en ik zie de pijn op haar gezicht.
Als we binnen zitten, aan ons vertrouwde tafeltje met de kaars op tafel, zeg ik dat ik even naar de wc moet. Wanneer de deur op slot is, huil ik heel hard, zonder geluid te maken. Met dikke, rode ogen kom ik terug.
“Sorry”, zeg ik.
“Geeft niet”, zegt Pim.

We bestellen.
“Wat hebben we het leuk gehad samen he”, zegt Pim. “Ik vond het echt 5 fantastische jaren.”
“Ik ook”, zeg ik.
"Weet je nog de eerste keer dat we elkaar ontmoetten, bij die huiskameravond bij R. Toen kreeg je mijn moeder door. Dat was de eerste keer in 60 jaar dat ik weer iets van haar hoorde!"
Ik glimlach.
"En dat je bij ons kwam en contact kreeg met onze Daan."
Ik knik.
“En je hebt na al die jaren nog geen idee wat je voor me betekend hebt”, zegt Pim. “Je weet het toch wel he, hoe dankbaar ik je ben?”
Ik knik.
Ze heeft het vaak genoeg gezegd.
“Hoe wordt de uitvaart?”, vraag ik.
“Er komt geen uitvaart”, zegt Pim.
“Wat?!”, zeg ik.
“Nee”, zegt Pim. “Joop had ook geen uitvaart en Jaap had geen uitvaart en ik wil het ook niet.”
“Jeetje”, zeg ik. “Dan moet je me wat e-mailadressen geven. Want ik wil ook nog over je praten met anderen als je straks dood bent.”
“Wie had de vis?”, vraagt de serveerster, geschrokken door het gesprek en mijn rode ogen.

Meteen na de laatste hap wil Pim weg, heel anders dan anders.
Ik denk: ‘Ze heeft haast. Ze zit al in de tunnel, op weg naar het eind.’
Onderweg, in de auto terug naar de hei, wijst ze nog wat plekken van vroeger aan.
“Is dit nou ook jou afscheid van het Gooi?”, vraag ik.
Pim knikt.
“Ik moet het rustig aan doen van de dokter. Ik moet zo sterk mogelijk zijn die dag. Ik mag nog een keer naar Westerveld en naar de Hoge Veluwe en dat is het wel zo'n beetje.”
Haar lievelingsplekken.
“Janneke”, vraagt Pim dan ineens. Haar stem klinkt angstig. “Denk je dat ik dit mag doen? Of zou het kunnen dat ik voor straf in een groot zwart gat terecht kom.”
“Nee”, zeg ik beslist. “Geen zwart gat. In tegendeel. Iedereen wordt opgevangen met zorg en liefde. En als het moeilijk is geweest, krijg je daar alleen maar meer van.”
“O, gelukkig”, zucht Pim.
"En ze staan je straks allemaal op te wachten. Je moeder, Joop, Jaap, Daan en Hanneke."
"Heerlijk lijkt me dat", zegt Pim.

We rijden de hei op. Daar staat de boom waar ze onder zat, als kind.
“Zoveel tranen hier”, zegt Pim weer. “En zoveel angst. Dat kwam doordat we niet wisten wat ons te wachten stond. Niet weten is het ergste wat er is...”
Dan staan we bij mijn auto.
We omhelzen elkaar.
Haar gezicht wordt nat van mijn tranen.
“Dag kind”, zegt ze in mijn oor. “Het was mieters.”
Ik kan niks meer zeggen, geef haar een kus en stap uit.
Meteen rijdt ze weg.
Hard en zonder te toeteren of te zwaaien.
“Dag lieverd”, zeg ik alleen, terwijl ik de auto kleiner zie worden. “Dag lieve, lieve Pim.”

[later meer]
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 3 comments