Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

TERUG DE KOU IN

Op bezoek bij de wethouder.
Waar ik ben uitgenodigd.
Om te praten over ‘vervangende werkruimte’.

Vijf jaar lang heb ik de meest perfecte praktijkruimte kunnen huren die ik me kon voorstellen: een zolderverdieping in een oude villa met krakende trappen. Een gebouw met een ziel en met allerlei verschillende, dienstverlenende huurders. Ik was, nee ik ben er stralend gelukkig, nog elke dag.

Maar de gemeente maakt binnenkort een eind aan dit geluk. Het pand is van haar en ze wil ervan af. Gemeentes door het hele land willen geen panden meer beheren, zoals de wethouder me uitlegt als we eenmaal aan tafel zitten.
“Dat is een landelijke trend en die moeten we volgen”, zegt ze beslist.
Ik frons. Wat een raar argument.
“Bovendien”, gaat ze door, “is het pand aan groot onderhoud toe.”
“Wat moet er dan gebeuren?”, vraag ik.
“Het dak moet gerepareerd worden. En de verwarming is kapot.”
“Ik zit al 5 jaar onder dat dak en ik heb nooit lekkage gehad. En de verwarming doet het altijd”, werp ik tegen.
Maar de wethouder veegt deze vervelende tegenwerpingen met een soepel gebaar van tafel.
“Dus”, zegt ze. “U zult op zoek moeten naar een andere werkruimte. We willen u graag helpen, maar u zult ook zelf aan de slag moeten.”
Ik raak geïrriteerd door deze neerbuigende houding.
“Ik ben een ondernemer, dus...”, zeg ik.
“Mooi”, zegt de wethouder. “U heeft de economie in elk geval mee.”
“U bedoelt dat er een hoop panden leeg staan. Dat is waar, maar de prijzen zakken nog niet echt”, zeg ik naar waarheid.
“Hoeveel vierkante meter heeft u nodig?”, vraagt de wethouder.
“40”, zeg ik.
Ze laat het een ambtenaar opschrijven. En ook de prijs die ik maximaal kan betalen. Dan merk ik dat ze het gesprek al wil afronden.
“Nog 1 ding”, zeg ik. “Wij huurders waren met u in onderhandeling over overname van het pand. En ineens moesten we in de krant lezen dat die onderhandelingen beeïndigd waren. Hoe kwam dat nou?”
“Dat kwam omdat er van uw kant rare dingen op straat kwamen te liggen”, zegt de wethouder.
“Wat?!”
“Rare verhalen, dat wij mensen op straat gingen zetten. Dat bericht kwam van de huurders en dat kan natuurlijk niet. Toen hebben we het heft in eigen handen genomen en besloten: we nodigen u allemaal individueel uit voor een gesprek om uw wensen te inventariseren.”

De stoom komt nu bijna uit mijn oren.
Hoezo wensen inventariseren. Twee regels heeft ze opgeschreven en ze heeft zich geen moment betrokken getoond.
“In de krant stond...”, begin ik.
“In de krant staat zoveel. Journalisten schrijven maar wat”, onderbreekt de wethouder me.
“U werd anders letterlijk gequoot”, zeg ik.
“Zo”, zegt de wethouder. Ze staat op ten teken dat het gesprek is afgelopen.

Ik pak mijn spullen in en trek mijn jas aan.
God, wat voel ik me vreselijk.
De wethouder staat met haar rug naar me toe voor het raam van haar riante vertrek en kijkt naar buiten.
Een gure wind waait door de bomen.
“U gaat terug de kou in”, zegt ze.

Beter had ze mijn gevoel niet kunnen samenvatten.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 2 comments