Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

HOE WEET JIJ DAT?

Mijn klant is te laat.
Al ruim tien minuten.
Net als ik denk dat ze niet komt, gaat de telefoon:

“Met Irene. Ik kom eraan hoor. Volgens mij rij ik al door de goede straat.”
“In wat voor auto rij je?”, vraag ik terwijl ik door het raam kijk.
“Een gele Smart”, zegt ze.
Op dat moment zie ik een gele Smart hard voorbij rijden.
“Ho!”, roep ik. “Je bent me al voorbij!”
“O jee!”, roept de Irene. “Nou ja, ik zie verderop een rotonde en dan keer ik wel om. Tot zo!”
“Tot zo.”
Ik blijf maar even voor het raam staan. En daar komt de gele Smart alweer aan, alleen rijdt ze dit keer met dezelfde snelheid de andere kant op. Ik wacht een tijdje. Dan gaat de telefoon weer.
“Welk nummer zit je eigenlijk?”, vraagt de Irene.
Ik moet een lach onderdrukken.
“Nr. 54”, zeg ik.
“Aha”, zegt Irene. “Ik kom eraan.”

Ik blijf maar voor het raam staan en ja hoor, daar komt de gele Smart weer aan, met een noodvaart, richting de rotonde.
“Nou, dit schiet niet op”, zeg ik.
Ik wil net zelf gaan bellen als ik zie dat Smart inderdaad weer is omgekeerd, dit keer langzaam mijn kant opkomt en... parkeert.
“Jammer”, zeg ik. “Veel te vroeg.”
Ik zie Irene uitstappen met haar telefoon aan haar oor. Mijn telefoon gaat.
“Ik ben er bijna hoor”, zegt Irene.
“Nou”, zeg ik. “Ik zie dat je geparkeerd hebt, maar je moet nog zeker 100 meter deze kant op hoor.”
“O jee”, zegt Irene weer. “Zal ik dan maar weer in de auto stappen?”
“Neeeee!”, zeg ik. “Kom maar gewoon lopen. Ik zal wel beneden gaan staan om je op te vangen.”

Ik loop naar beneden en wacht in de hal terwijl ik uitkijk over de straat.
“Kijk je je klanten naar binnen?”, vraagt de receptioniste.
“Ik hoop het”, zeg ik. “Want deze rijdt me steeds voorbij...”
En terwijl ik het zeg, zie ik de Irene ineens heel hard langs het gebouw rennen dit keer.
“O nee!”, kreun ik. “Daar gaat ze weer!”
Ik ren naar buiten. “Irene! Hier moet je zijn!”, roep ik.
Maar Irene hoort me niet en is ondertussen alweer naar de overkant gerend, terwijl ze, blijkbaar zonder na te denken, huisnummers checkt. Ik zet de achtervolging in, door de kou, zonder jas en voel me belachelijk zo hollend achter mijn klant aan. Ze rent en rent en is ondertussen alweer bijna bij haar auto aangekomen. Dan stopt ze en pakt haar telefoon. Goddank. En terwijl ze mijn nummer intoetst, nader ik haar en pak ik haar schouder vast.
“Hier ben ik”, zeg ik hijgend. “Kom mee, we hebben niet meer zoveel tijd.”

Eindelijk zijn we dan binnen en boven en zitten we tegenover elkaar.
De helft van de consulttijd zit er al op.
Ik vraag Irene of ze wil dat het gesprek over haar gaat of over een overledene. Irene zegt dat ze een vraag heeft met betrekking tot haar eigen leven.
“Laat me raden, je bent op zoek naar je levensdoel en je kunt het maar niet vinden en je hebt het gevoel dat je er steeds aan voorbij rent”, grap ik.
Ik vind het best een geestige opmerking, al zeg ik het zelf.
Maar Irene kijkt me verbaasd aan.
“Hoe weet jij dat?”
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 4 comments