Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

3 x KNIJPEN

Ik had twee afspraken, een om 8.30 en een om 11.30.
En daartussen dus 3 uur niks.
In Utrecht.
Op een maandagmorgen.

‘Oke’, zeg ik na de eerste afspraak. ‘Wat gaan we doen?’
We blijken zomaar wat te gaan lopen. Beetje links, beetje rechts, door de stille winkelstraten waar alles dicht en donker is. Het is lang geleden dat ik door Utrecht liep. Toen ik een kind was en nog in S. woonde, was Utrecht onze winkelstad. Vooral aan het winkelen met mijn vader heb ik nog herinneringen. Eerst een hamburger eten bij de Wimpie, een keten die toen nog bestond en die hier ergens zat. Daarna samen lopen, door die mooie, oude binnenstad.
Hand in hand.
Hij 1 x knijpen, ik 1 x knijpen.
Hij 3 x knijpen, ik 3 x knijpen.
Stille communicatie.
Ik moest er ineens weer aan denken tijdens de nacht dat hij overleed. In snel tempo werd hij benauwder, totdat hij niet meer spreken kon. Met zijn ogen gebaarde hij: gaat niet meer. Ik pakte zijn hand.
Ik kneep 1 x, hij kneep 1 x terug.
Ik dacht: straks ga je naar de leukste Wimpie die er is.

Ineens realiseer ik ineens me dat ik langs wel heel veel plekken loop die met hem te maken hebben. Wat niet raar is, want hij is hier geboren en getogen. “Utereg, mijn stáátsie’, zoals hij het graag in plat Utrechts zei.
Zou hij nu dicht bij me zijn?
‘Ben je daar, pap?’, vraag ik zachtjes.
Ik meen wel iets te voelen, maar dat is nadeel van medium zijn: je wilt het niet zo’n beetje voelen; je wilt keihard bewijs. Zoals je dat het liefst ook aan anderen geeft.
‘Ik heb honger’, zeg ik in gedachten. ‘Het is jouw stad. Weet jij waar ik iets kan eten nu?’
Een minuut later sta ik voor een mooi, oud café.
‘Orlof. Ontbijt-café’, staat er op de deur.

Het is zowaar druk binnen. Mensen lezen de krant, drinken koffie of verse jus. Jonge ondernemers zitten achter hun laptop en nemen de werkweek met elkaar door met een croissantje erbij.
Ik ga zitten in een hoek bij het raam, bestel een thee en een Griekse yoghurt met honing en vers fruit.
‘Nou, dank je pa’, zeg ik. ‘Dit is helemaal goed.’
Ik haal mijn boek uit mijn tas.
Dan wordt mijn blik naar rechts getrokken. Op een rode muur staat met witte letters een gedicht.

Vechten tegen de tranen
Vechten tegen de slaap
Vechten tegen de dood
Waarom zou je vechten tegen iets
waar je toch niet van wilt winnen?

Ingmar Heytze

Ja, dat zou mijn vader zo gezegd kunnen hebben.
Ik knijp mezelf 3 x in mijn hand.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 1 comment