Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

MET EEN VERDRIETIG PAARD MET VLEUGELS ACHTEROP JE FIETS

“He, wat is dit?!”, roept jongetje J.
Hij, zijn moeder en zijn oma zijn net binnengekomen in de praktijk.
Beneden was hij nog heel verlegen, maar eenmaal binnen lijkt hij meteen op zijn gemak.

“Dat is een rozenkwarts”, zeg ik. “Een steen. Vind je hem mooi?”
“Heeeeeeeel mooi”, zegt jongetje J.
Hij aait de steen ook echt.
Het consult zal over hem gaan, dus ik observeer hem en noteer in mijn hoofd: ‘wordt aangetrokken door rozenkwarts’.
(Rozenkwarts: kalmerend en geruststellend.)

Als we het consult beginnen, zit jongetje J. te draaien op zijn stoel.
“Blijf eens stilzitten”, zegt zijn moeder.
“Van mij mag je ook gaan rondlopen hoor”, zeg ik. “Kijk maar wat hier allemaal is.”
Dat laat jongetje J. zich geen 2 keer zeggen. Hij springt op en gaat op onderzoek uit. Ondertussen deel ik mijn eerste indrukken met moeder en oma. Jochie dat meer ziet dan de rest, het verwart hem, hij weet niet wat het is en wat hij ermee moet, zoekt naar zijn rol op het schoolplein, raakt gefrustreerd van school en andere aardse en fysieke zaken. Het blijkt allemaal te kloppen.

Jongetje J. heeft ondertussen de gekleurde brillen gevonden.
“Nee, deze is te donker”, zegt hij over de donkerblauwe bril.
“Wauw!”, roept hij bij de paarse. “Dit is mooi.”
(Paars, de kleur van het zoeken naar het spirituele.)

Moeder en oma kijken hun ogen uit.
“Anders beweegt hij zich nooit zo vrij in een vreemde omgeving”, zeggen ze.
“Deze sfeer is blijkbaar veilig voor hem”, stel ik vast.
“Hihi!”, roept jongetje J.
Hij heeft mijn engelenkaarten gevonden.
“Laat maar de kaarten zien die jij mooi vindt”, zeg ik.
“Deze!”, zegt hij al gauw. “Want dit is een stoere engel, met een speer en een schild. En met dat schild kan hij zichzelf beschermen. Ik wil ook zo’n speer en zo’n schild.”
“Nou”, zeg ik. “Jij verzorgt hier zo’n beetje je eigen consult. Ik kan hier weinig aan toevoegen.”
Ondertussen denk ik wel na: hoe kunnen we hem afschermen?
Jongetje J. zoekt nog verder in de kaarten.
Dan legt hij er 2 naast elkaar op tafel.
Heel kalm.
Bijna officieel.
“Zo”, zegt hij. Hij kijkt ernaar.

“Het is wel gek, wat er bij die jongen achterop zijn fiets zit: een paard met vleugels dat verdrietig kijkt. Zo kan die jongen ook niet hard fietsen, met dat paard zo achterop. Maar dat paard moet toch blijven zitten vind ik, want het is zijn vriendje.”
“Waar fietsen ze heen?”, vraag ik.
“Naar huis”, zegt jongetje J. Hij wijst erbij naar de andere kaart: Een paleis met daarboven de woorden Crown Chakra.
“Het gekke is, hij is 7, maar hij kan nog steeds niet fietsen”, zegt de moeder. “Het lukt hem gewoon niet.”
‘Nee’, denk ik. ‘Dat is ook lastig met een verdrietig paard met vleugels achterop.’

Onwillekeurig zie ik ineens de hand van jongetje J. langzaam omhoog gaan, naar zijn kruin.
Hij wrijft erover.
Dat doet hij nog 2 keer.
Dan besluit hij zijn capuchon op te zetten.
Blijkbaar voelt dat voorlopig toch nog veiliger.

2013-01-09 16.15.14
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 4 comments