Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

BEZOEK IN DE KRINGLOOP

Ik loop door de Kringloopwinkel.
En ik bedenk me dat ik hou van de Kringloopwinkel.
Al die spulletjes die al een leven achter de rug hebben en die daar staan te wachten op een volgend leven.

Als ik bij de kassa in de rij aansluit, zie ik, tussen de foute schilderijen in, een soort tableau hangen aan de muur. Het is een zeilbootje dat glijdt over een meer in de bergen, met op de achtergrond een zon.
“Hé, Jannes, moet je kijken. Als je je hoofd naar rechts buigt, wordt die zon een maan en de omgeving wordt donker”, hoor ik ineens in mijn hoofd.
Ik schrik.
Het is de stem van mijn vader!
Het is bizar, die stem, zo vertrouwd en ineens zo dichtbij.
Bovendien heb ik de laatste tijd gemopperd dat er nooit eens een signaal van zijn kant kwam, terwijl bij mensen in de praktijk altijd allerlei spectaculaire dingen gebeuren, met lichten die uitgaan en muziek die aangaat en vlinders op schouders. En omdat ik dat allemaal niet had, dacht ik dat hij misschien ‘met andere dingen bezig was.’ Dit is een plotselinge confrontatie met mijn ongelijk. Maar ook wel weer logisch, hier in de Kringloopwinkel, want daar hield hij ook van. Niets voor niets was zijn bijnaam Joop Goedkoop.
“Doe nou, met je hoofd!”, hoor ik mijn vader weer.
Ik buig mijn hoofd en verdomd zeg: zonnetje wordt maantje en dag wordt nacht. Nou moe. Ik buig nog een paar keer naar links en rechtsen het is inderdaad heel geinig.
“Moet je kopen”, zegt mijn vader in mijn hoofd.
'Nee, ik probeer het huis leger te maken. Ik koop alleen nog dingen die ik nodig heb', denk ik.
‘O’, zegt mijn vader. ‘Nou, ik zou hem kopen.’
“U wilt dat?”, zegt een andere stem.
Het is de man van de kassa. Met een klap sta ik weer in de andere werkelijkheid, die van betalen. Ik leg mijn spullen op de balie en reken af.
“Zal ik er een tasje om doen?”, vraagt de man.
“Ja. Eigenlijk heel graag”, zeg ik.
De man bukt, op zoek naar een tasje. Ik kijk nog een keer om, naar het tableautje. Heel sterk is het verlangen om nog even zijn stem te horen. Maar het is weg.
“Deze is denk ik groot genoeg”, zegt de man als hij weer omhoog komt.
Hij heeft een grote plastic tas in zijn hand. Rood met geel.
Het is een tas van de Boni.
Ik schrik weer.
De Boni is de supermarkt waar mijn vader altijd boodschappen deed.
Ik hoor ook het liedje weer dat hij zong, in mijn hoofd: ‘Booooni, lekker goedkoop.’

Niet huilen.
Grote meid zijn.
Traantjes binnenhouden.

Ik loop nog heel dapper naar de auto.
Maar als ik zit en het portier heb dichtgeslagen, voel ik me een heel klein meisje.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 0 comments