Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

IK ZIE NIET, IK ZIE NIET, WAT HIJ WEL ZIET...

DSC_0319

We lopen op straat, het patatje en ik, en we komen de overbuurvrouw tegen.
“Dag”, zeg ik tegen de overbuurvrouw.
“Dag”, zegt de overbuurvrouw terug.
“Wie is dat?”, vraagt het patatje.
Ik zucht.
“Dat vraag je elke keer”, zeg ik. “En het is nog steeds de overbuurvrouw.”

Het is niet zo dat de overbuurvrouw en ik bij elkaar over de vloer komen, maar we zien elkaar toch regelmatig, zo op straat.
“Ik herken haar echt niet”, zegt het patatje.
Hij kijkt heel verdrietig.
Het is moeilijk voor te stellen, maar gezichten die hij minder dan eens in de 3, 4 weken ziet, vindt hij moeilijk om te herkennen. Of nee, hij herkent ze gewoon niet. Door een ‘fout’ in het brein. En dat idee is pijnlijk. Omdat je weet dat mensen dat van hem gaan verwachten later, dat hij ze herkent. En dat ze beledigd gaan zijn en het hem kwalijk gaan nemen als hij dat niet doet.

Ik vraag aan voormalige oppas en nu bijna afgestudeerde pedagoog M. hoe dat kan, dat niet-herkennen.
“Het heeft te maken met deel/geheel”, zegt hij. “Autisten zijn goed in het waarnemen van details, maar ze missen het grote geheel. En een gezicht is een geheel van delen. Er hoeft maar iets te veranderen en hij herkent het geheel niet meer. Bovendien veranderen gezichten ook nog eens de hele tijd.”
“Jeetje”, zeg ik.
Het is moelijk voor te stellen dat je kind de wereld zo anders waarneemt dan jij.

Een paar dagen later zie ik in het blad Quest een pagina met foto’s. Het is hetzelfde gezicht, maar dan met een steeds andere uitdrukking. Ik laat het zien aan het patatje.
“Is dit 1 iemand met steeds andere gezichten, of zijn dit verschillende mensen?”, vraag ik hem zo neutraal mogelijk.
Hij kijkt goed.
“Dat zijn allemaal verschillende mensen. Dat zie je toch? Andere ogen, andere monden. Dat je dat niet ziet...”
Hij zucht en leest weer verder in zijn Donald Duck.

Ik probeer mijn schrik te verbergen, maar loop er wel de rest van de dag mee rond.

Aan het eind van de middag herinner ik me ineens een moment, afgelopen zomer. We zaten samen op een bankje op de hei. En we spraken over wind, dat die er wel was, maar dat je hem niet kon zien. Daar was hij het niet mee eens. Hij wees in de lucht.
“Kijk, bubbels en strepen. Dat betekent: best wel harde wind.”
De lucht was strakblauw. Ik zag geen bubbel en ook geen streep. Hij zei dat ik dan maar een bril moest kopen. Sindsdien vraag ik vaker hoe de wind eruitziet die dag en merk ik dat hij het echt ziet. Strepen met ribbels, bubbels met spikkels, spikkels die springen, of die ‘racen’. Er zit een hele wereld in de lucht die hij wel waarneemt en ik niet.

Hij herkent geen gezichten.
Maar ziet wel de wind.
En ik als we dat met z'n allen kunnen accepteren, wordt geen pijnlijk leven.
Alleen maar heel erg interessant.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 0 comments