Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

OEFENEN IN ZIJN ZONDER JOU

Kijk ze rennen.
Het patatje en Binkie S., langs het zwembad, op weg naar de duikplanken.
Het is een prachtig en heerlijk gezicht, die 2 blije aapjes in hun zwembroek.

In de verte zie ik hoe het patatje op de duikplank klimt. Vlak voordat hij gaat springen, kijkt hij naar mij en zwaait. Het is zo’n moment waarop je een foto maakt in je hoofd die je opslaat in je meest interne, dierbare geheugen.

En dan moet ik ineens aan Marten denken.
Ik ken Marten uit de praktijk. Hij is een jaar of 30, succesvol in zijn werk, heeft een relatie en... is zijn moeder 3 jaar geleden verloren. Dat verlies heeft een verwoestend effect gehad. In de consulten vindt hij wel troost, omdat hij eruit opmaakt dat zijn moeder niet weg is. Dat ze ergens anders is en ook nog met hem meeleeft.
“Dat haalt het hele rauwe ervan af, maar het blijft een gat in mijn leven”, zei hij de laatste keer. De band tussen hem en zijn moeder was zo sterk en ze betekenden zoveel in elkaars leven, dat het gemis extreem is.

Het zette me aan het denken. Als moeder wil je je kind alles geven. Alle liefde, alle veiligheid, al het geluk. En hoewel ik weet dat je je kind daarna de wereld ‘in moet schieten’, als een soort pijl uit een boog, heb ik ook altijd gehoopt dat de band tussen mij en mijn jongens sterk zou blijven. Maar in Marten zie ik wat daar de keerzijde van is. Als je dan wegvalt – wat ooit gebeurt – is het dan niet wreed om zo’n gat in iemands leven achter te laten? Is dat niet eigenlijk een gebrek in de opvoeding?
Aan de andere kant: je stoot je kind toch ook niet af, met de gedachte: dan is het makkelijker als ik er niet meer ben. Kortom, dit is een kwestie waar ik al een tijdje mee worstel.

Laatst kwam er via twitter een soort geschrift binnen van een vrouw uit Amerika. Zij had zich verdiept in de moeder-zoon-relatie en een lijst met opvoedtips opgeschreven. Ik was getroffen door eentje halverwege: ‘zorg dat hij kan omgaan met emoties. Ooit ben je er niet meer en ook dan moet hij kunnen dealen met dat verdriet.’ Het klonk leuk. Maar hoe voer je zoiets praktisch uit?

Daar rent trouwens het patatje weer langs het zwembad met die grappige dribbel van hem. Dit keer rent hij naar mij toe en ik zie aan zijn hoofd dat hij me iets wil vertellen. Ik ben benieuwd wat het is.
“Mam!”, roept hij uit als hij vlakbij is.
“Ja”, zeg ik.
“Eerst ging ik toch zwaaien voordat ik ging springen van de duikplank?”
“Ja, ik zag het”, zeg ik.
“Maar toen ging ik weer van de duikplank en toen dacht ik: nu ga ik even niet naar je zwaaien, kijken of ik het dan ook kan. En het lukte! Nou, ik ga weer!”

Hij rent weer weg en laat mij verbijsterd achter.
Want wat zei hij nou eigenlijk?
‘Ik ben aan het oefenen in het kunnen zijn zonder jou.'
En: het lukte.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 0 comments