Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

BEETJE IN DE WAR

Amsterdam Centraal.
Ik stap in de trein naar huis.
Hij is stampvol.

Nog net vind ik plek op een klapstoeltje. Het fluitsignaal klinkt en de deuren gaan dicht. De ramen zijn nu al beslagen. Fijn.

Ik kijk naar de mensen. Forensen, studenten, een vrouw met een vouwfiets. Een man vraagt of een tas op de grond mag. Een jongen duikt in een verkreukelde Spits.
Ik kijk naar de mensen, maar niemand kijkt terug. Wat eigenlijk heel knap is als je zo dicht op elkaar zit en staat. Maar de blikken zijn naar binnen gericht. Muziek op het hoofd, een krant in de hand, of de blik op het scherm van een smartphone, het is allemaal om af te schermen van de rest van de reizigers, met wie we deze reis niets te maken willen hebben. We willen gewoon naar huis. Ik ook. En toch vraag ik me af of dit klopt. Het is een vraag die me altijd te binnen schiet in forensentreinen of in files.
‘Zijn we wel blij?’, vraag ik me dan af.
Het voelt zo van niet.

Dan ontstaat er wat rumoer.
Door de massa komt een man aangelopen.
Hij lacht.
Dat is al raar.
Niemand lacht in een forensentrein.
Hij lacht naar iedereen en maakt ook contact met iedereen.
“Hallootjes!”, roept hij uit.
Hij zwaait er heel grappig bij met zijn handen. Een enkeling glimlacht, maar de meesten kijken weg. Ik twijfel nog.
“Kaartjes graag!”, roept de man nu.
Is-ie nou dronken of gek?, vraag ik me af.
Ik weet het niet, maar ik besluit hem verder te volgen via de weerspiegeling in de ruit. Zo kan ik kijken en toch oogcontact vermijden.

Dan begint de man een act op te voeren met de glazen deur naar de eersteklas coupé.
“Ow, wat is-ie zwaaaaaar!”, speelt de man. “Kan iemand me helpen?”
Niemand maakt aanstalten.
Ik ook niet. Maar in de ruit zie ik dat het best een goede act is. Misschien is dit een acteur, ingezet door de NS om de sfeer in de trein te verbeteren? Dat lukt dan niet erg, want niemand reageert op hem.
De man loopt door.
Om mij heen voel ik opluchting.
"Hij deed een act", zegt een meisje.
"Moet hij weten", antwoordt haar vriendin.
Ze zet haar enorme koptelefoon weer op.

Als ik uitstap in plaatsje B., zie ik de man voor me de trein uit gaan.
“Deze vuist op deze vuist”, zingt hij.
Nee, dit is geen acteur. Hij is toch ‘gewoon gek’, luidt mijn uiteindelijke diagnose. En dat is jammer, want hij loopt ook nog eens heel langzaam dus ik moet hem passeren. Nou, snel maar dan.
“Ooooh, wat een lekkere jas!”, roept de man tegen mij.
“Dank u.”
Het ontglipt me. Ik kijk hem heel kort recht aan en loop dan hard door. Maar in dat korte moment, zag ik zijn ogen. Wat keek hij gelukkkig. Zo ontzettend gelukkig. Veel gelukkiger dan die hele trein bij elkaar.

Als ik thuis kom, ben ik nog steeds een beetje in de war.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 0 comments