Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

ZOLANG DE STEMMING GOED IS

Het patatje had een uitnodiging gekregen.
Voor het partijtje van Jeremy.
Jeremy uit Suriname.

Op de uitnodiging stond dat het partijtje op 14.00 uur begon, maar niet tot hoe laat het duurde. Dus ik besloot de ouders van Jeremy even te bellen. Ik kreeg zijn vader aan de lijn. Een man die altijd als enige uiterst relaxt parkeert op de veel te kleine parkeerterrein voor de school, terwijl er harde Surinaamse muziek uit zijn auto klinkt.
“Tot hoe laat duurt Jeremy’s partijtje?”, vroeg ik.
“We zien wel”, zei de vader nonchalant.
“O”, zei ik verward.
“Zolang de stemming goed is”, zei de vader.
Maar nou wist ik nog niets.
“En weten jullie al wat jullie gaan doen?”, vroeg ik nog.
“Doen?”, vroeg de Surinaamse vader. “We gaan niks doen. We gaan Jeremy’s verjaardag vieren.”

Hier botsten duidelijk 2 culturen.
De ik-wil-alles-graag-een-beetje-onder-controle-cultuur, tegen de we-zien-wel-cultuur.
Het was geen harde botsing.
Maar wel een die mij in verwarring bracht.

De dag van het partijtje kwam en ik fietste er met het patatje naartoe.
“De hele klas is uitgenodigd”, vertelde het patatje.
“Zo!”, ze ik. “Dat is leuk.”
En ik dacht: ‘Volgens mij wonen ze in een flat. Hoe gaan ze dat doen?’

Jeremy woonde inderdaad in een flat. Maar wel op de begane grond, met een tuintje erbij. Dat was maar goed ook.
Want.
Behalve de hele klas, was ook de Hele Familie uitgenodigd! Opa’s, oma’s, tantes, ooms en heel veel neefjes en nichtjes. Ik maakte een snelle inschatting en kwam al gauw op zo’n 30 tot 40 man!
Het huis puilde letterlijk uit.

Grappig genoeg had het patatje het meteen naar zijn zin. Hij zag grote emmers vol limonade, bakken met snoep en tafels vol met eten.
“Kom me maar om 6 uur halen”, zei hij.

Ik kwam al om 17.30. Toch een beetje met een gevoel van: wat is dit voor partijtje geworden? Overal krioelde het van de kinderen, voor de flat en in het tuintje. Maar nergens zag ik het patatje. Ik liep naar binnen, wurmde me door het enorme gezelschap heen: geen patatje. Ik liep naar boven, toch een beetje bezorgd. De bovenkamer zat bom- en bomvol. En daar, op een bank, ingeklemd tussen 2 dikke Surinaamse tantes, zat mijn kleine, blonde patatje. Heel gelukkig te kijken.

“Je bent te vroeg”, zei hij. “We gaan nog taart eten.”
Hij wees op 3 gigantische taarten die op tafel stonden.
“Nu nog?”, vroeg ik. “En wat hebben jullie tot nu toe dan gedaan?”
“Niks”, zei het patatje. “Ik ben met een paar kinderen naar de kinderboerderij geweest. Die zit aan de overkant van de grote weg.”
“O”, zei ik. “En was er dan wel een volwassene mee?”
“Nee”, zei het patatje.
“Maar hoe zijn jullie dan overgestoken”, vroeg ik.
“O, de papa van Jeremy zei dat we gewoon heel hard moesten rennen”, zei het patatje schouderophalend.

Toen begonnen 40 mensen Lang Zal Die Leven te Zingen. En nog een keer. En nog een keer. Terwijl de Surinaamse moeder van Jeremy stukjes taart afsneed en op keukenpapiertjes ronddeelde, waarbij er sommingen op de grond vielen. Maar daar leek niemand zich aan te storen.

Op weg naar huis keek het patatje gelukzalig naar zijn Snoepzak. Een gigantische puntzak helemaal vol met snoep en een briefje: Dank je wel van Jeremy.
“Ik vond dit een heel leuk partijtje”, zei het patatje.
En ik zag echt aan hem dat hij had genoten.
Van de relaxte sfeer, van het vele eten, van heel stoer alleen en zonder ouders over de grote weg naar de kinderboerderij rennen en van de onverantwoord grote snoepzak...

De ik-wil-alles-graag-een-beetje-onder-controle-cultuur had duidelijk iets om over na te denken.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 1 comment