Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

EEN EENZAME TAALSTRIJD

“Er komt nul auto aan”, zegt het patatje.
We fietsen van school naar huis en dit is zijn conclusie wanneer hij goed heeft uitgekeken bij een kruispunt.
“Nul auto’s”, zeg ik. “Niet nul auto, maar nul auto’s.”
Het patatje schudt zijn hoofd.
“Het klopt niet”, zegt hij zachtjes.

Taal en patatje zijn niet de beste vrienden. Het duurde lang voordat hij ging praten en hij had er veel hulp bij nodig. Iets in het taalcentrum in zijn hoofd lijkt anders te werken dat bij andere kinderen. Maar dat is vanuit ons perspectief. Volgens het patatje ligt het aan de taal.

Hij benadert taal logisch. En helaas, dat is taal niet.
‘Aankleren’, is een woord dat hij lang gebruikte. “Ik ga mij even aankleren.”
Als wij hem verbeterden en zeiden dat het ‘aankleden’ was, zei hij: “Waarom? Ik doe toch geen kleden aan!”

En nu heeft hij het dus weer met ‘nul auto’s’.
“Nul auto betekent dat er geen een auto is. Dus niet auto’s!”, legt hij toch nog maar even aan mij uit.
“Ik snap je wel”, zeg ik. “Maar we zeggen nou eenmaal nul auto’s.”

Het is een hopeloze strijd. Zeker als het aankomt op de zwakke en sterke werkwoorden.
Patatje: “He, gisteren loopten wij hier ook.”
Ik: “Het is liep. Gisteren liepen wij hier ook.”
Patatje: “O, dat wist ik niet. Ik ging twijfelen en ik... eh... ik hiep dat het goed was.”
Ik: “Sorry lieverd, het is geen hiep, maar hoopte.”

Eigenlijk heeft hij wel een punt.
Het ligt aan de taal.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 0 comments