Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

OP JOOP!

“Als u nog iets in de kist wilt doen bij uw vader, dan kan dat nu”, zegt de uitvaartmeneer.
Zus R. en ik volgen de man naar de kamer waar onze vader ligt opgebaard.

Gisteravond heb ik hier nog een uur doorgebracht. Wetende dat het de allerlaatste keer zou zijn dat ik rustig naar hem kon kijken. Ik heb zelfs nog foto’s gemaakt, uit angst dat ik ooit zou vergeten hoe hij eruit zag.

“Eerst z’n shag”, stelt zus R. voor.
We stoppen het restant van zijn laatste pakje shag in het borstzakje van zijn overhemd. Samen met de vloei (rizla oranje) en zijn aansteker van de Boni. Om hem heen leggen we tekeningen van zijn kleinkinderen. De pipo heeft een brief bij zijn hoofd gelegd. Ik heb er stiekem even in gekeken. Hij eindigde met ‘de allerlaatste groetjes van mij.’
Als we klaar zijn, reikt de begrafenismeneer ons het deksel aan. Die leggen we over de kist en we draaien de schroeven aan. Te laat realiseer ik me dat ik de allerlaatste glimp van hem gemist heb.

We volgen de lijkwagen op weg naar het crematorium in Amersfoort.
“He, hier gingen we altijd naar rechts als we naar opa gingen!”, roept het patatje onderweg, als we de afslag Soest voorbij gaan.
“En we rijden over de Eem”, zegt zus R. “Waar opa altijd op ging varen.”
We zwaaien ook nog naar café Eemlust, een plek waar mijn vader iets te vaak was in het verleden. Tot slot blijken we langs het ziekenhuis te rijden waar hij hoorde dat hij niet meer beter zou worden.

Bij het crematorium rollen we de kist zelf naar binnnen. De ruimte is gelukkig heel sfeervol. We mogen aangeven waar we de kist willen hebben staan en zetten daarna de stoelen eromheen.

Het zijn er 13.
Er zullen in totaal maar 13 mensen zijn.

We knikken naar de muziekmeneer en laten de gasten binnen. Het openingsnummer is van Toots Thielemans. Mijn vader hield van Toots. Hij speelde vroeger zelf ook graag mondharmonica. 13 Mensen zitten zwijgend en snikkend om de kist. Als het nummer klaar is, neem ik het woord, want ik heb mezelf benoemd tot ‘dagvoorzitter’. Ik heet iedereen welkom, introduceer ze allemaal en leg uit dat we geen toespraken houden, maar dat we over hem willen praten. Samen. En dat doen we, ieder op zijn eigen manier. We maken, met woorden en verhalen, een collage van wie mijn vader was. En het eindresultaat lijkt best aardig.

Dan doen we iets wat eigenlijk niet mag. Iets waar een uitzondering voor wordt gemaakt. Iets wat mijn vader heel leuk zou vinden. Zus R. en ik halen 11 glazen droge witte wijn en 2 bekertjes kinderchampagne tevoorschijn en met z’n allen heffen we het glas.
“Op Joop!”, roepen we uit.

Dan zingt Astrid Nijgh ‘Goedenacht’ en moet iedereen huilen. Het is een nummer van vroeger. Het is een nummer dat hoort bij mijn vader. Het eindigt met het carillon van Enkhuizen, een haven waar mijn vader goede herinneringen aan had. En dan nemen we afscheid van de kist.

De pipo wil weten wanneer opa nou precies verbrand wordt en de begrafenisman zegt: “Vandaag nog.”
“Jeetje”, zegt de pipo.
“Jeetje”, zeg ik ook.

We rijden naar het huis van zus R., waar ook alle gasten naartoe komen voor een borrel. Zittend in de zon in de tuin, zakt de rol van dagvoorzitter langzaam van me af.
In plaats daarvan word ik de dochter die haar vader kwijt is.
Het voelt een stuk minder prettig.
Het voelt eigenlijk ronduit naar.

P1010998
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 1 comment