Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

1000 KLEINE STAPJES: 26

“Wist je dat ik gisteren bij je zus op bezoek ben geweest?”, zegt mijn vader.
“O echt?”, zeg ik. “Wat geweldig!”
Ik hoopte er al zo op. Zus R. is sinds haar scheiding verhuisd en mijn vader was daar nog niet op bezoek geweest. Maar – alsof het zo moest zijn - het hospice ligt in dezelfde straat als waar mijn zus nu woont. En dus heeft zus R. gisteren mijn vader in een rolstoel naar haar nieuwe huis gereden en het nog vol trots aan hem kunnen laten zien. Hij vertelt hoe hij ervan genoten heeft.

“Je bent weer benauwder”, stel ik vast als hij is uitgepraat.
“Ja”, zegt mijn vader. “Dat klopt. Ik krijg nu ook morfine. Terwijl ik geen pijn heb, dus ik weet ook niet waarom.”
Hij kan deze zin niet meer uitspreken zonder een adempauze halverwege.

Hij vraagt of ik wat koffie wil halen. In de keuken ben ik ondertussen al aardig bekend. Ik weet waar de tuitbekers staan, hoe de koffie-automaat werkt en in welke trommel de roomboterkoekjes zitten. Als ik een dienblaadje maak met alles erop, komt de verpleegkundige naar me toe.
“Wij moeten zo even praten”, zegt ze.
Ik schrik van de toon.
Die is ernstig.

Even later zit ze aan het bed van mijn vader.Na wat gepraat over koetjes en kalfjes, komt ze terzake.
“Je longcapaciteit gaat ineens hard achteruit”, legt ze uit aan mijn vader. “En de morfine dient ter onstpanning, zodat die ene long die nog een beetje werkt, niet verkrampt raakt.”
“Aha”, zeggen we.
“We moeten een beetje vooruit gaan denken”, gaat de verpleegkundige door.
“Over?”, vraag ik.
“Over hoe nu verder”, zegt de verpleegkundige.
Het is even stil.
“Ja, verbeteren zal ik wel niet meer”, zegt mijn vader.
“Nee”, zegt de verpleegkundige.
“Wat is uw verwachting dan?”, vraag ik.
Gek genoeg komt dit toch als een verrassing. Doordat mijn vader zo opbloeide in het hospice, verwachtte ik dat hij nog wel een aantal weken zou blijven leven.
“De morfine zal op een gegeven moment niet genoeg meer zijn”, zegt de verpleegkundige.
“En dan?”, vraag ik.
“Dan kunnen we overgaan tot palliatieve sedatie”, zegt de vrouw. “Dan maken we je helemaal rustig”, legt ze uit aan mijn vader.
“O”, zeg ik.
“Ik vind het prima hoor”, zegt mijn vader meteen. “Hoe rustiger, hoe beter.”
Er loopt wel een traan uit zijn ooghoek.

We maken een afspraak voor een uitgebreider vervolggesprek, begin volgende week.
Dan neem de verpleegkundige afscheid.

“Weet je”, zegt mijn vader. “Toen ik gisteren bij je zus in de tuin zat, begon het te regenen. En ze wilde me naar binnen rijden, maar ik zei: 'Nee, laat me maar even zitten. Ik vind het wel fijn, die spetters op mijn kop. Dit is waarschijnlijk mijn laatste regenbui.'”
Er rolt nog een traan.
En nog een.
Alleen die laatste rolt bij mij.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 0 comments