Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

  • Music:

1000 KLEINE STAPJES: 23

Als ik de deur open, komt de geur van zware shag me tegemoet.
De geur die voor mij altijd over ‘vader’ zal gaan.

Maar voor de volgende bewoners hoop ik dat we die lucht toch nog dit huis uit krijgen. Ik zet de ramen in elk geval maar wijd open.
“Nou”, zeg ik tegen mezelf. “Eerst de keuken dan maar.”
Ik trek de keukenkastjes open.
“Goh”, zeg ik. “Je hield van geloof ik van aardappelpuree.”
Er staan wel 5 dozen van op een plank. Ik begin met inpakken.

Na de keuken komt de grote kast in de woonkamer. Die vind ik het moeilijkst, want daar staan de meest persoonlijke dingen in. Boeken, veel boeken. Boeken over zeilen (“Het gelukkigst was ik altijd op het water”), over sciencefiction, over het oude Egypte en over koken. Een moppenboekje over vrouwen en een boek met de titel ‘Waarom vrouwen zo goed kunnen haten.’ Hij heeft me instructies gegeven over wat ik doen moet met de boeken.
“Zet ze maar beneden, op het tafeltje in de gang. Dan kan iedereen ze pakken. Doe er maar een briefje bij: Van Joop Leber, die gaat binnenkort dood.”
Ik breng de boeken naar beneden en leg ze op het tafeltje.
Zonder briefje.
“Dat vinden mensen niet leuk”, zeg ik in gedachten tegen hem.
“O, nou, dan niet”, zegt hij in gedachten terug.

Weer boven duik ik de kleine laadjes van de kast in. Ik vind een naaisetje, wat losse knopen, een dure sigaar die nooit is opgerookt, hele oude kaarsjes voor in de kerstboom die nooit hebben gebrand. Cd’s die hij voor zijn verjaardag heeft gehad maar die nog in het plastic zitten. Een dvd van de film Ghandi, ook nooit bekeken. Ik word er treurig van. De dingen die door mijn handen gaan, gaan over treurigheid. Over een leven dat voor een deel niet geleefd is. Over teleurstellingen en klappen die niet teboven zijn gekomen.

Dan vliegt het me allemaal even aan. Ik moet die kamer uit. Even de gang op, even aan iets anders denken. En daar, kijkend door het raam, neem ik me iets voor: later, als de pipo en het patatje door mijn spullen gaan, wil ik dat ze een blij gevoel over mijn leven krijgen. Ik wil dat ze denken: ze heeft het goed gehad en ze heeft ervan genoten. Hun treurigheid moet gaan over dat ik er niet meer ben en niet over dat ik niet geleefd heb. Want dat is de verkeerde treurigheid.
“En hoe ga je dat doen?”, vraag ik aan mezelf.
“Ik doe het al”, antwoord ik.
Ik denk er even over na en kom tot de conclusie: ja, inderdaad, ik doe het al. Maar ik moet het ook blijven doen.

Ik loop weer terug naar binnen en ga door. Vuilniszakken vol met spullen en kleren gaan er aan het eind van de middag de deur uit. Slechts een schoenendoos vol spulletjes met emotionele waarde gaat mee naar huis. Het zijn spullen die me doen denken aan een blije vader. De treurigheid laat ik achter op de stort. Ik kies ervoor om die kant van hem te vergeten.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 1 comment