Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

  • Music:

STUKJE HEMEL

Ik was een jaar of 7.
En ik roeide in mijn roeiboot.

Ik roeide in mijn roeiboot langs een wallenkant in Friesland, waar we op vakantie waren met het gezin in onze boot. Dat deed ik vaak, ’s ochtends roeien. Ik werd dan als eerste wakker, kleedde me zachtjes aan, sloop door de kajuit, klom het trapje op, de deur door naar buiten. Daar keek ik dan uit over het water. Stilte. Een eenzame eend die kwaakte. Het water kabbelend tegen het riet. En in de verte het geluid van een buitenboordmotor van een visser die zijn netten leegde.

Ik trok de roeiboot naar me toe, sprong erin, maakte de tros los en roeide weg. De riemen maakten kleine kolkjes in het water.

Deze ochtend besloot ik dus langs de wallenkant te varen. Misschien zou ik wel een fles met flessenpost vinden. Of een voetbal, of een babyzeehond. (In mijn kinderfantasieën zat vaak een babyzeehond. Zo’n huiler, die ik dan zou redden en die heel veel van mij zou houden.)

Ik roeide en roeide en ineens viel mijn oog ergens op. Achter wat takken van een scheef hangende boom op de wal, lag een kleine, door struiken overdekte inham waar ik misschien wel net in kon met mijn bootje. Ik besloot het te proberen en met half ingetrokken riemen lukte het me. De inham was niet diep, hooguit een meter of 10. Maar waar ik terecht kwam was een wereld apart. Het water lag vol met grote, witte waterlelies, of pompeblêden, zoals ze het in Friesland noemen. Er scheen slechts een gedempt licht door de struiken die dit wonderlijke plekje overkoepelden. Alles was maagdelijk mooi. En het leek wel of er nog nooit iemand op deze plek was geweest. Ik bleef liggen. En ik keek. Dit leek in niets op de wereld zoals ik die tot dan toe kende. Het leek eerder op iets hemels. Zo mooi.

Jaren later, gaf ik zeilles in diezelfde omgeving op de Friese meren. En altijd liet ik de cursisten vlak langs die wal varen. Ik tuurde dan, op zoek naar die boom en die inham.

Ik heb het nooit meer gevonden. De inham met de waterlelies is verdwenen. In mijn herinnering is het een magische plek geworden die waarschijnlijk is opgeslokt door de harde wereld daar buiten. De schoonheid ervan heb ik nooit met anderen kunnen delen.

Vandaag werkte ik bij TrosKompas, de laatste opdrachtgever waar ik soms nog tekstredactie voor doe. Ik kom er graag en dat heeft te maken met de bijzondere sfeer. TrosKompas heeft een redactie waarvan de mensen zo ontzettend aardig met elkaar omgaan. Warm, belangstellend, gevend, zorgzaam. Het bedrijf zorgt ook goed voor zijn werknemers, met cadeaus, feesten en leuke bedrijfsuitjes. Dit weekend gaan ze naar Sauerland, met z’n allen. En de voorpret hing de hele dag in de lucht. In de pauze ging een hele groep mutsen kopen en sneeuwbrillen. “Moet ik voor jou nog warme sokken meenemen?”, vroeg er een aan iemand die geen tijd had om mee te gaan. “Ik weet je maat wel.”

Het is een sfeer waar ik me aan kan laven. Zo kunnen mensen dus met elkaar omgaan. Het is prachtig, zuiver, maar ook zo kwetsbaar. En altijd als ik aan het eind van de dag deze groep en die ruimte verlaat, merk ik dat ik nog even omkijk. En dat ik me afvraag: zal het er de volgende keer nog wel zijn?
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 0 comments