Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

  • Music:

114

Ik weet dat moment nog heel goed.
Het was op het consultatiebureau en het patatje was bijna twee jaar oud.
De verpleegkundige keek naar hem en toen vroeg:
“Hoeveel woorden zegt hij nu?”
“Twee”, zei ik. “Trein en ijssie.”
Daar moesten we toen nog om lachen.
Maar daarna keek de verpleegkundige weer zorgelijk.
“Het zouden er eigenlijk minimaal 6 moeten zijn”, zei ze.

Het verschil tussen 2 en 6 lijkt niks en toch voelde ik dat ze hier iets raakte. Er was iets met het patatje. Hij wilde wel praten, maar hij kon het niet. Maar waarom niet? Dat was het begin van een zoektocht naar het antwoord op die vraag.

De diagnose autisme viel, ook op basis van een paar andere eigenaardigheden. Zo verdroeg het patatje bijna geen geluid, was hij vaak angstig en vermeed hij mensen zoveel hij kon. We vroegen om een second opinion: autisme.
We vroegen om een third opinion: weer autisme.

Het patatje ging niet naar school. In plaats daarvan werd hij toegelaten op een medisch kinderdagverblijf. Daar zat hij tussen kinderen met flinke gedragsstoornissen. Kinderen die gilden, kinderen die beten. De pijn in mijn hart die ik voelde toen ik hem daar voor het eerst moest achterlaten is niet te beschrijven.

Ondertussen werkten we hard aan het patatje en zijn taalachterstand. Het patatje had iets ontdekt in de kast: een bak vol met kaartjes met plaatjes erop. Hij wees op die kaartjes en keek ons vragend aan. ‘Wat is dit?’, leek hij te vragen. En wij zeiden de woordjes: boot, hoed, bed, appel. En hij probeerde het na te zeggen. But, hu, be, ap. Hij oefende en oefende en de hele dag kwam hij met die kaartjes aanzetten. Soms deden we ze alle 80 wel 3 keer op een dag! Maar: het werkte wel. Met heel hard werken kreeg hij het voor elkaar: hij leerde zijn eerste woordjes. En kreeg een beetje greep op de wereld om hem heen.

Van het medisch kinderdagverblijf mocht hij overstappen naar het Speciaal Basisonderwijs. Waar hij ‘gewoon’ ging kleuteren en nog steeds hulp kreeg van een logopediste. Langzaam maar zeker kwam het echte patatje tevoorschijn. Zijn angst voor mensen werd minder en zijn zelfvertrouwen nam toe. Hij kreeg zijn eerste vriendjes. En durfde, heel soms, onze hand los te laten op straat.

Vandaag kwam ik aan op het schoolplein. Daar kwam juf Mieke, de logopediste, naar me toelopen. Ze keek me intens aan. Toch altijd weer een schrikmoment. Alsof je ergens altijd vrees hebt voor weer een slecht nieuwsgesprek.
“Ik heb hem vandaag getest”, zei juf Mieke. “En je raadt het nooit: 114.”
“Wat?!”, riep ik uit. “Hij moet toch ergens tussen de 85 en 115 zitten?”
Juf Mieke knikte. “Vorig jaar is hij met pijn en moeite van 70 naar 78 geklommen. En nu, ineens... Bovendien moest hij aan de hand van 6 plaatjes een verhaal vertellen. En ik kan je vertellen: het was een superverhaal, voor de eerste jeer. We zijn klaar met de behandeling. Hij is helemaal op niveau.”

Dat je daar staat.
Dat je de zon ziet schijnen op de schouders van juf Mieke.
Dat je alles langs ziet schieten van de afgelopen vier jaar.
Dat je eigenlijk wilt huilen, maar dat je alleen zegt: dank je wel.
Dat je zo ontzettend gelukkig kunt zijn.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 4 comments