Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

JE OOGST WAT JE ZAAIT

“Wat vind jij eigenlijk een goed gezegde?”, vraagt de pipo.
We zitten op de fiets en maken een lange tocht.
Helemaal van ons huis naar opa, ruim anderhalf uur rijden.
Dat geeft ons de tijd om lekker te kletsen.

“Ik vind ‘je oogst wat je zaait’ wel een goeie”, zeg ik. “Want het is gewoon zo: als je bijvoorbeeld aardig bent tegen mensen, dan doen mensen ook aardig tegen jou. Misschien niet meteen en misschien ook niet altijd diezelfde mensen, maar ooit krijg je die aardigheid gewoon terug.”
“Echt?!”, roept de pipo uit. “Hoe werkt dat dan! Hoe weten die mensen dat dan van elkaar!”
“Ik weet het niet precies”, zeg ik. “Maar geloof me: het werkt zo.”
Op dat moment komt er van links een vrouw op een fiets met zijtassen propvol met boodschappen. Ze slingert recht op ons af. We stoppen.
“Gaat u maar even eerst”, zeg ik. “Want straks valt u nog om.”
“Dank u”, zegt de vrouw en ze draait voor ons het fietspad op.
“Mam!”, zegt de pipo als ze weg is. “Je deed iets aardigs. Nou gaat er straks iemand iets aardigs terugdoen.”
“Zo werkt het niet, schat”, zeg ik. “Je moet er niet op gaan zitten wachten.”
We stappen weer op en rijden verder.

Op de terugweg wordt de pipo moe. We besluiten naar een treinstation te rijden en daar de trein naar de omroepstad te nemen. Het laatste stukje zullen we dan weer fietsen. Ik koop kaartjes bij de automaat, maar terwijl ik daarmee bezig ben, hoor ik de spoorbomen al dichtgaan. Onze trein komt eraan.
“Snel!”, roep ik naar de pipo. “Pak je fiets en ga vast die trap af, we moeten door de tunnel onder het spoor door naar perron 2. Ik kom eraan.”
Als ik bij de trap kom, staat de pipo vertwijfeld te kijken. Ik zie meteen waarom: het is een trap zonder goot. Ik zie de trein aankomen en maak een inschatting.
“We halen hem niet”, zeg ik. “Geeft niet, we nemen de volgende wel.”
“Jawel hoor, jullie halen hem wel”, zegt een stem achter me.
Ik kijk om en zie een man van mijn leeftijd. Hij pakt de fiets van de pipo en rent ermee de trap af. Ik volg zo snel mogelijk met de mijne. We hollen door de tunnel en dan de volgende trap weer op naar het perron. De man helpt ons ook nog met instappen. Opgelucht kijken we elkaar aan als de deuren weer dichtgaan. Maar in de ogen van de pipo zie ik ook nog een ander soort opwinding.
“Mam, dat was hem!”, fluistert hij tegen me.
"Wie?", vraag ik.
“Dat was degene die iets aardigs terugdeed! Gaaf zeg. Hoe wist hij dat nou?!”, zegt de pipo.

Tja, dat was een goeie.
Want ik weet wel dat het zo werkt, maar hoe?
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 1 comment