Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

HET KRUISPUNT

Ik loop met het patatje over straat.
‘Daar grote school!” roept het patatje ineens blij.
Hij wijst naar een zijstraat die leidt naar de grote school van de pipo.
Ik slik.
Een jaar lang is het patatje braaf meegegaan naar alle onderzoeken die moesten uitwijzen wat er met hem aan de hand is en naar welke school hij zou moeten. En natuurlijk had het patatje wel door dat hij niet zomaar bij allerlei vreemde dokters ging 'spelen'. Maar er echt over gesproken, heb ik nog nooit met hem. En zelfs nu de uitslag er is (autisme) en we weten naar welke school hij gaat (een medisch kinderdagverblijf), heb ik hem nog niet verteld waar hij heengaat na de zomervakantie. Ik ben het uit de weg gegaan. En ik voel dat dat, op dit kruispunt, niet meer kan.

Ik ga op mijn hurken zitten, om goed contact met hem te kunnen maken.
Het patatje trekt echter een andere conclusie en gaat ook zitten, op de stoep. Daar zitten we dan, samen op de stoep. Een beetje apart, maar ja...
“Weet je nog hoe oud je bent?’, vraag ik aan het patatje.
“Drie”, zegt het patatje, die het concept van leeftijd nog niet echt begrijpt, maar wel weet welk antwoord hij moet geven.
En als je binnenkort jarig bent...”, zeg ik.
‘Dan ik ben vier”, zegt het patatje. “Vier is grote school. Grote school daar.”
Hij wijst weer naar die ene straat.
Ik schud mijn hoofd. Ik zucht.
“Weet je nog waarom wij elke week naar Katja gaan?”, vraag ik hem dan.
(Katja is de logopediste, waar het patatje al 2 jaar komt.)
“Praten moeilijk”, zegt patatje.
“Ja”, zeg ik. “Praten is voor jou wat moeilijker dan voor andere kinderen. En daarom...”
O, wat haat ik dit moment. Wat zou ik nu graag willen dat dit niet zo was. Dat ik tegen hem kon zeggen dat alles 'gewoon' is, net zoals bij zijn broer. Maar alles is niet 'gewoon'.
“Daarom mag jij naar je eigen school. Een school waar ze je gaan helpen met praten. En die school is daar.”
Ik wijs naar een straat aan de andere kant.
“O”, zegt het patatje.
Hij kijkt de straat in.
“Waar school?’, vraagt hij dan.
“Die kant op”, zeg ik. “Maar dan heel ver weg. Helemaal in het bos. Bij de hertjes.”
“O”, zegt het patatje.
“En ik heb er gekeken en er zijn veel computers”, zeg ik.
“Computers is leuk”, stelt het patatje vast.
We kijken elkaar even aan. En zoals wel vaker bij ons, zeggen de stiltes en de blikken veel meer dan de woorden.
"Ja", zegt het patatje dan.
Er klinkt berusting in zijn stem.
“School daar, niet daar”, vat hij het samen.
Ik knilk.
"Oke", zegt het patatje opgeruimd. En hij staat op en loopt door.
"Oke", zeg ik.
Ik kom wat minder snel overeind dan hij. En ik hol daarna achter hem aan.
Het kruispunt is genomen.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 1 comment