Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

MET EEN IJSJE IS HET NOG TE DOEN

aukebal


Het patatje is dus autistisch.
Hij neemt de wereld ‘gefragmenteerd’ waar.
Dat betekent dat hij bij het binnenlopen van bijvoorbeeld een kamer niet denkt: he, een kamer. Maar dat hij dit ervaart: he, vier muren, waarvan 2 blauwe en eentje waarop 23 briefjes hangen, waarvan er een met een groene vlinder en een met een groene slang met een bril en een met een mevrouw op een stoel waarvan haar mond naar beneden staat wat waarschijnlijk betekent dat ze verdrietig is...

Een wereld van details dus, maar zonder grote gehelen. Een wereld van chaos. En dus is het patatje al snel ‘overprikkeld’, met name bij het horen van harde of onverwachte geluiden. Om die reden is het patatje, onbewust, altijd op zoek naar geruststelling. Die vindt hij onder andere in bepaalde kleuren en in ronde voorwerpen. Want ronde voorwerpen zijn voorspelbaar en harmonieus. Op moeilijke dagen, heeft het patatje wel eens de hele dag een stuiterbal in zijn hand.

We lopen in het dorp. Er is kermis. De pipo wil erheen. Het patatje is er ook bij. Ik denk: we proberen het gewoon en we zien wel.

Dit noemen wij een denkfout.

Het patatje is nieuwsgierig naar de kermis, maar ik zie ook meteen de verwarring in zijn ogen. Als een magneet wordt hij naar de draaimolen getrokken. Want: draait rond en is dus rustgevend.
“Wil ook”, zegt het patatje.
Ik koop een kaartje.
“Wil niet”, zegt het patatje.
“Geeft niet”, zeg ik.
“Wil toch”, zegt het patatje. “In brandweerauto.”
“Is goed’, zeg ik en ik zet hem in de brandweerauto.
“Is rood!”, schreeuwt het patatje. “Rood niet goed!”
“Kom maar”, zeg ik en ik til hem eruit.
“Op motor”, zegt het patatje.
“Ga maar zitten”, zeg ik.
“Motor paars. Paars goed”, zegt het patatje om zichzelf gerust te stellen.
Hij klimt erop, maar dan slaat de paniek weer toe.
“Wil af!”, schreeuwt hij.
Dan voel ik ergernis om mij heen. Van kinderen en ouders die niet snappen waarom dat jongetje steeds wil wisselen.
“Zet dat joch ergens in. Nie zo moeilijk doen”, zegt een man brommerig.
“Kom maar”, zeg ik terwijl ik het patatje bij de draaimolen weghaal. Gillend ligt hij in mijn armen.
“Waarom huilt-ie?”, zegt een meisje.
“Omdat-ie vervelend is”, zegt haar moeder.
Het begint mij nu ook te duizelen. Deels omdat ik met een totaal overstuur jongetje moet troosten in een hysterische omgeving. En deels omdat ik ineens helemaal niet meer wil zijn in een wereld waarin mensen zulke harde oordelen vellen over een kind dat nergens iets aan kan doen.

We zijn weer in rustig gebied. Van de kermisherrie is niets meer te horen. Het patatje snottert nog na. Ik kniel neer naast hem en ik zeg:
“Je was een beetje bang. Maar dat is helemaal niet erg.”
Dat blijkt een soort toverzin te zijn, want ineens keert de rust terug in zijn ogen.
“Beetje bang. Niet erg”, herhaalt het patatje.
Hij zucht diep.
“IJsje?”, zegt hij dan.
“IJsje”, zeg ik.
“Yes, een ijsje”, roept de pipo.
We kopen een ijsje en dan zie ik het ook weer een beetje zitten. Want het is natuurlijk een rotwereld, maar met een ijsje is het nog net te doen.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 0 comments