June 30th, 2020

NOOIT MEER HETZELFDE IN DE NATUUR

We gingen wildplukken!
Voor mijn verjaardag.
Met mijn dierbare trance-groep-vrienden en
onder leiding van Leoniek Bontje.

Ik ken Leoniek via het mediumschap. Daarnaast maakt ze prachtige kunst en heeft ze twee succesvolle boeken geschreven over wildplukken, eentje over eetbare planten (met recepten) en eentje over medicinale planten (en hoe die medicijnen zelf te maken). Kortom, Leoniek maakt van alles iets moois, maar ze is ook nog een heel fijn en bescheiden mens.

Aan het begin van de wandeling vertelde ze ons dat ze al van kinds af aan bezig was met het plukken van planten en het maken van mengsels.
“Maar dat doet iedereen volgens mij als kind”, zei ze.
Ik dacht terug aan mijn kindertijd. Ik zat meestal in een boom. Of ik rende achter een bal, maar van kruiden kan ik me niets herinneren. Ja, brandnetels, maar daar bleef je dus bij uit de buurt.
Nu begonnen we de wandeling juist met brandnetels. Volgens Leoniek is geprikt worden helemaal niet slecht.
“De brandnetel helpt bij bijvoorbeeld reuma dat mierenzuur dat je voelt, doet meteen zijn werk door de huid heen.”
Ze leerde ons dat het een soort superfood is en hoe je hem ‘pijnloos’ kunt plukken en dat je meestal vanaf de tweede rij begint, omdat de eerste rij het dichtst bij het pad staat. Ze leerde ons de top te plukken en dat de plant weer aangroeit en ze liet zien dat je hem zo op kon eten.
“Toe maar”, moedigde ze ons aan. Dat voelde wel even heel raar, om dat waarvan je sinds je jeugd weet dat je erbij uit de buurt moet blijven, nu zomaar in je mond te stoppen. Maar we probeerden het en verdomd zeg, het deed niet eens zeer in je mond en het was eigenlijk best lekker.
“Behalve een infusion, kun je er ook heerlijke soep van maken en een pesto”, vertelde Leoniek.
Ze deed zelf een brandnetel-takje in de kan met heet water die ze bij zich had voor een infusion die we later gezamenlijk op zouden drinken nadat ze er nog zeker 15 andere kruiden bij had gedaan. Het zou het lekkerste kopje thee ever worden.

Ze stak haar hand in haar broekzak en haalde er een hand vol zaden uit en strooide die uit tussen het groen.
“Dat is lekker voor de muizen. Je kunt ook bijvoorbeeld lijnzaad nemen, of iets met rozijnen, want daar zijn de merels dan weer dol op. Zelf vind ik dat als je iets neemt uit de natuur, dat je ook iets terug mag geven.”

Onderweg vertelde ze van alles, over weegbree, breed en smal, we roken Valeriaan, we aten naalden die smaakten naar citronella, we zagen vingerhoedskruid en we leerden hoe je zelf pijnstillers kunt maken van onder andere wilgenbast. Het was een prachtige ervaring.

En we voelden het allemaal tijdens de hele wandeling: hier ging iets wezenlijk veranderen in ons. Allemaal hielden we al van de natuur, wandelen we graag en laten we ons helen door het groen. Maar nu leerden we hoe planten waar we altijd tussendoor gelopen hebben heten, hoe ze smaken, wat je ervan kunt koken en welke helende krachten ze in zich dragen en zo kwam er een nog groter besef van hoe ongelooflijk gevend en liefdevol en rijk de natuur en dus het leven eigenlijk is.
We hadden een fantastische middag.
Met een gouden randje.
En ons beeld van onze omgeving
zal nooit meer hetzelfde zijn.