May 19th, 2020

IETS IN MIJ ZEGT...

De pipo heeft zijn anti-depressiva afgebouwd.
Het was een hele strijd.
En dat is het nog steeds.

Zoals hij het zelf omschrijft: ‘Mèt anti-depressiva is er een bodem als ik emotioneel val en zonder… is die bodem er niet.’ En emotioneel vallen, dat doen we allemaal. Alleen u en ik wankelen dan even en dan richten we ons weer op, maar de pipo blijft vallen en vallen en vallen… Dat maakt het leven nu grauw en zwaar. Hij is somber, extreem angstig, slaapt slecht, eet weinig, is bekaf en kan hij zich moeilijk concentreren. Dat is allemaal ‘on the down side’. Maar er is ook nog een upside, want de pipo heeft al voor hetere vuren gestaan in zijn jonge leven. En dus vecht hij zich door de dagen heen, staat op tijd op, gaat elke dag wandelen of hardlopen, zorgt voor een vast dagritme, eet gezond, studeert elke dag een uurtje en blijft communiceren over hoe hij zich voelt.

“Wat wil je, aan een ander middel, of het nog even aanzien?”, vroeg de huisarts vorige week.
“Nog even proberen”, zei de pipo. “Nog een maandje. Ik hoop zo dat mijn lichaam het zelf gaat oplossen.”
Respect.
Ze maakten wel alvast een afspraak met een psychiater voor over een maand, voor het geval dat hij te ver weg zakt. En toen… moest de pipo ‘het gevecht met het leven weer aan’, zoals hij het noemt.
Ikzelf kan, naast vasthouden, aanmoedigen en veiligheid bieden, niet veel anders doen dan vertrouwen dat hij het gaat redden. Dat het lichaam het toch op gaat vangen en dat hij manieren vindt om hier doorheen te komen.

Twee dagen geleden hoorde ik hem ‘s nachts weer door het huis lopen. Geen goed teken. Maar toen ik hem ’s ochtends wakker wilde maken, zat hij al op zijn telefoon tot mijn verbazing.
“Ik heb een heel moeilijk dilemma”, zei hij zuchtend.
“O jee”, zei ik.
“Ik weet niet wat ik aan moet trekken.”
“Hoezo?”, vroeg ik.
“Ik heb een fishing tournament…”
Hij toonde me zijn telefoon. Op het scherm zag ik een beeld zoals in een computerspelletje voor kleine kinderen.
“Zal ik dit aandoen… (poppetje met rood truitje) of dit”, (met geel met blauw truitje.)
“Wat is dit?”, vroeg ik.
“Animal Crossing”, zei de pipo. “Ik heb besloten dat ik even geen games met geweld erin moet spelen. Ik heb dit gevonden en het is zo geruststellend. Ik heb het vannacht ook gespeeld en ik werd er helemaal rustig van.”

Hij koos voor het geel met blauwe truitje voor het vis-toernooi. Waar hij overigens later die dag een prijs mee won.
“Lekker gevoel. Ik win nooit prijzen.”

Sindsdien vraag ik elke dag wat hij vandaag gedaan heeft in Animal Crossing. Soms is het antwoord dat hij een tuin heeft aangelegd bij zijn huisje op het onbewoonde eiland.
“Kijk, met een hangmat.”
Vandaag had hij een brug gebouwd, samen met een paar anderen.
‘Als ik niet oppas, word ik nog sociaal. We gaan zo een feestje vieren omdat het gelukt is.’
HURRAY!, verscheen er op dat moment groot in beeld. En confetti vloog door de lucht.

Ik weet natuurlijk niet hoe het verder gaat.
Maar hij bouwt bruggen, legt tuintjes aan, wint prijzen en gaat naar feestjes.
Iets in mij zegt mij: het komt wel weer goed.