November 25th, 2019

LEKKER DOORTEKENEN

Ik geef nu een aantal jaar les in het mediumschap.
En dat is prachtig.
Maar wat me vooral opvalt:
je moet mensen meer afleren, dan aanleren…

De meest voorkomende afleer-ding: angst. Vooral de enorme angst ‘het niet te kunnen’. De angst om ‘het fout te doen’. De angst dat ze ‘het allemaal maar verzonnen hebben wat ze doorkrijgen.’ Angsten die zo verlammend kunnen werken dat ze het plezier van het leren gaan overstemmen. En als docent is het vaak spannend om te zien wat er gaat winnen: de angst, of de liefde?

Ik probeer studenten altijd gerust te stellen. Ze steeds weer terug te brengen bij hun gevoel. Maar als het erop aankomt, moet ik toch afwachten wat er gebeurt. Het is een strijd die over veel meer gaat dan over het ontwikkelen van mediumschap. Het is de Grootste Strijd tussen de Twee Grootste Krachten in het Leven. (Heel veel kapitalen in 1 zin, maar het is dan ook een Hele Belangrijke Zin.) Het gaat over jij in deze wereld, want die angsten zijn er ook op andere vlakken; in het werk, in de omgang met andere mensen, in het Zijn... En in het dagelijks leven slalommen we vaak nog wat om die angsten heen, maar in het ontwikkelen van mediumschap gaat dat dus niet.

Waarom niet? Omdat het bij mediumschap draait om contact van ziel tot ziel. Of het nu gaat om werken met een klant die in de knoop zit, of dat je contact maakt met een overleden dierbare van die klant. Je krijgt geen informatie vooraf, dus je moet het Voelen. Dat Voelen doe je vanaf je eigen kern, je ziel, dat waar je diepe Weten zit. En op weg daar naartoe kom je alles tegen wat nog werkt als een stoorzender op die lijn…

Het zijn hele boeiende processen om te zien en ik heb studenten complete transformaties zien ondergaan. Ik heb ze dingen los zien laten, dingen aan zien kijken, dingen zien overwinnen. En ik zat steeds op de voorste rij, om ze aan te moedigen. Maar soms is het ook ontmoedigend om te zien hoeveel ‘angst’ mensen oplopen in een aards leven. En zou je willen dat ze nog wat meer van hun kinderlijke moed en onschuld hadden kunnen bewaren.

Vorige week, tijdens een lesdag, vertelde ik de studenten de volgende anecdote:
Een meisje zit druk te tekenen in de klas. De juf komt erbij staan.
Juf: “Wat ben je aan het tekenen?”
Meisje: “Ik teken God.”
Juf: “O, maar die heeft anders nog nooit iemand gezien hoor.”
Meisje: “Als u heel even wacht… Ik ben bijna klaar.”

Ik vertelde het verhaal en dit keer viel me op hoe bevrijdend de collectieve lach van de groep klonk. Dat raakte me. Ik zei wat in me opkwam:
“Hoorden jullie hoe bevrijdend dat klonk? En weten jullie waarom? Omdat je weet dat je vaak zelf net zo beperkend denkt als de juf. Maar omdat je ook zo ‘voor dat meisje bent’ in dit verhaal. Dat je ergens weet: dat ben ik ook. Dat zit nog ergens in mij. Dat diepe geloof dat je nog zo verbonden bent met het Hogere. Dat je nog ergens precies weet hoe het zit. En dat niemand, maar dan ook niemand, je daarvan af mag brengen.”

Dus, dappere dodo’s die deze rare weg gaan…
Niet opgeven!
Lekker doortekenen.
En toon de wereld maar gewoon
hoe jij diep van binnen voelt dat het zit…