November 8th, 2019

ZE VINDEN ONS SCHATTIG

Ik heb een overleg,
met de activiteitencommissie van ons broodfonds
via Zoom.

Heel eerlijk? Alleen dat al vind ik helemaal 2.0 van mezelf. Dat ik met anderen via de computer aan het vergaderen ben, zij ergens in Amsterdam en ik in plaatsje B. Dat dat toch allemaal maar kan! En… dat ík dat allemaal kan. Ik, de non-techneut. Dat ik het snap. Dat het me gelukt is. (We laten maar even buiten beschouwing dat het op zich niets meer was dan het aanklikken van een link en dat de pipo me moest helpen om naast beeld ook geluid te krijgen. Hij is ook nog steeds in de buurt ‘voor eventuele assistentie’.)

Afijn, wij vergaderen. ‘Wij’ zijn trouwens (naast mij): M., een generatiegenoot en L. een millennial. En al vergaderend willen we op een gegeven moment even de website van ons broodfonds erbij halen om iets op te zoeken. ‘Kan dat?’, vraag ik me af. Want we zitten nu te Zoomen en je kan van zo’n computer toch niet vragen dat-ie 2 dingen tegelijk doet. Maar M. en L. hebben hem al te pakken en zijn toch nog in beeld, dus blijkbaar kan het en ik laat het verder aan hen over.

Ze vinden wat ze zochten.
“Oke”, zegt M. “Ik stuur je die gegevens even toe Janneke. Eh, hoe pak ik dat aan. Weet je wat? Ik maak een screenshot en dat stuur ik je toe.”
Een screenshot, toe maar. Ik kan het ook hoor, het staat ergens op mijn ‘Zo-doe-je-dat-lijstje’ dat op het prikbord hangt. Maar aan het foto-geluid te horen, heeft M. het screenshot nu al gemaakt, dus die kan het blijkbaar uit zijn hoofd.
“Wat schattig dit”, hoor ik de pipo achter me zeggen.
“Wat is schattig?”, vraag ik.
“Een screenshot… Hihi…”
Ik snap niet wat daar schattig aan is en ik concentreer me weer op het gesprek en zie hoe M. nu aan het peinzen is hoe hij het screenshot het beste naar mij toe kan sturen.
Dan doet mijn telefoon ineens ‘Ping’.
L., de millenial, zegt: “Ik heb het al naar haar ge-appt hoor.”
Ik kijk op mijn telefoon en verdomd zeg, daar staat het. Hoe doet ze dat nou?
“O”, zegt M. “Dat kan natuurlijk ook. Je had w.a. al open staan op je computer.”
“Ja”, zegt L.
Ik zie bij haar hetzelfde glimlachje als bij de pipo. Half geamuseerd, half meewarig.

Het is diezelfde avond dat de pipo me iets wil laten zien op zijn telefoon.
“Kijk”, zegt hij. “Dit is een appje van mijn mentor en die is van jouw generatie. Moet je zien: hij gebruikt steeds de verkeerde emoticons. Ik zag het ook toen jullie aan het zoomen waren: jullie oude mensen zijn zo schattig met technologie…”
En ineens heb ik er genoeg van.
“Even voor de duidelijkheid”, zeg ik. “Het zijn ónze computers en het is ónze whatsapp hè. Wij hebben het uitgevonden. Niet jullie. Jullie mógen het gebruiken. Maar ga nou niet zo wijsneuzerig zitten doen en ons schattig zitten vinden, want zonder ons viel er helemaal niks te appen en te computeren.”

Zo!
Ik vind het zelf best goed klinken.
En je zou verwachten dat de pipo op zijn nummer gezet zou zijn.
Of op zijn minst een beetje beledigd.
Maar nee, hoor hij ligt in een deuk.
“Whahaha…”
“Wat is er nu weer?”, vraag ik.
“Nou…”, zegt de pipo snikkend van het lachen. “Ik ben zo ont-zet-tend benieuwd naar jouw bijdrage aan het totstandkomen van de computer en whatsapp…”

Vanuit ons perspectief leveren wij, ‘de oude mensen’, een enorme prestatie. Wij die onze schoolwerkstukken nog maakten met boeken uit de biep. En die de plaatjes die in het werkstuk moesten, kopieerden uit die boeken. Niet met Ctrl C, maar met een kopieermachine, waar je kwartjes in deed. Kwartjes… ook al weg…. We hebben alle ontwikkelingen meegemaakt, van de opkomende computers, tot verdwijnende munteenheden en de opkomst van digitaal betalen, van de lp en de cassette naar de cd naar Spotify…. Overal hebben we ons aan aangepast. We zijn geweldig en de flexibelste generatie ooit. Maar credits, ho maar.
Want in de ogen van Generatie Z
zijn we niks anders dan:
schattig.