September 5th, 2005

OPSCHEPPEN OVER DE VAKANTIE, SLOT: DE TUIN


En dan: de tuin. De tuin. De tuin. Want er kwam geen einde aan de tuin. Met een vijver en kikkers en vissen en een waterval en met appelbomen en pruimenbomen en druiven en pompoenen. Dus we bakten appeltaarten en maakten pruimenjam. En vroegen ons af waarom vakanties als deze altijd maar zo kort mogen duren.

GEEN EIGEN HUIS EN TUIN


Hoe vaak heb ik het me niet afgevraagd als ik door een dorpje in Frankrijk of België reed: waarom bouwen ze die huizen zo AAN de weg. Geen stoep, geen voortuin, maar gewoon weg-huis. Ik vroeg me dan af hoe het zou zijn om daar te wonen.

Dus toen we aankwamen en het huis zagen, wist ik dat ik antwoord zou krijgen op mijn vraag. Want het huis stond AAN een weg. Aan drie wegen eigenlijk, want het was een driesprong. Ook dat nog. En, hoe was dat? Nou, raar. Om 's nachts in je bed te liggen en te horen hoe een passerende auto nog net niet DOOR de slaapkamer reed. En dat was dan vooral dankzij het feit de muren drie meter dik waren.

Ook raar: de inrichting. De eigenaar had iets met de Middeleeuwen. En met de Seventies. Dus het was een beetje Middeleeuwen meet de Seventies. Met ridders all over the place en wandtapijten aan de muur met jonkvrouwen erop en een tafel met oranje tegeltjes ingelegd en een vierkante Seventiesklok aan de muur... Ik voelde me de eerste dagen een beetje alsof ik in de tijdmachine van professor Barabas was beland. Maar toen werd het mooi weer en konden we de tuin in.