July 13th, 2005

TE HARD

Gisteren hoorde ik dat hij dood was.
En het was zo’n vriendelijke man.
Op het werk werd vaak over hem gegniffeld, want hij kon behoorlijk ruiken naar drank. En dat zelfs al ‘s ochtends vroeg. Zijn gezicht was paars en dik, dus dat wees erop dat hij een stevige innemer was.
Veel drinken heeft iets grappigs, in de ogen van veel mensen.

Gisteren hoorde ik het hele verhaal.
Van dat z’n vrouw bij hem was weggegaan, vijftien jaar geleden. En dat hij dat niet aankon. En begon te drinken. Het kostte hem zijn eerste baan, zijn tweede baan en zijn derde baan. Bij ‘ons’ was-ie freelance en dus was het makkelijker om hem, toen ook dat niet meer ging, weg te sturen.

Gisteren hoorde ik van het laatste stuk van zijn leven.
Van alleen nog maar drinken. En slapen in zijn stoel. En dan wakker worden en weer drinken. En weer slapen. En tv kijken tussendoor. En niet meer eten. Ze vonden hem in zijn bed.

Gisteren peilde ik de geschoktheid op de redactie.
Ja, bij het horen van het bericht was iedereen wel even stil. Maar al na een half uur was er weer dat gegniffel en die grapjes over de drank. En dat gevoel van: je dood drinken is het toch een beetje ‘eigen schuld’.

Het leven is hard.
Was te hard.
Voor hem.

ZO ZIJN WE NIET GETROUWD

Het verhaal begint op een klein, houten steigertje aan de Houkesloot bij Sneek. Met een jongen en een meisje en een eerste, voorzichtige kus.

Dan gebeurt er van alles: jongen gaat terug naar Terschelling, waar hij woont. Meisje gaat studeren in Amsterdam. Meisje wordt ziek, heel ziek. Zo ziek dat ze met spoed in het ziekenhuis wordt opgenomen. Daar ligt ze en er komt geen familie op bezoek, omdat de familie vindt dat ze zich een beetje aanstelt. Meisje beseft ineens dat ze niet helemaal uit een normaal gezin komt en dat ze niet weet hoe ze verder moet in het leven.
NIW: meisje belt jongen op. Jongen laat alles achter op Terschelling en komt met één klein tasje bezittingen met de eerste boot naar Amsterdam.

Hij gaat nooit meer bij meisje weg.

Dan gebeurt er weer van alles: wel samenwonen, niet samenwonen, ruzie maken, veel ruzie maken, plezier maken, vakanties, heel veel varen. (Ze kennen elkaar immers van de Houkesloot). En heel veel uitvogelen: wie ben jij, wie ben ik en hoe kunnen wij samen... En, als ze eenmaal samenwonen: gaan wij trouwen? Meisje zou wel willen, maar jongen wil het ABSOLUUT NIET, want hij HAAT trouwen. Meisje denkt: nou ja, dan maar gewoon verkering.

Ook is er een keer een wandeling over het strand bij Zeeland. Jongen zegt: "Zullen we kindjes nemen?" Meisje zegt: "Ik weet niet of ik dat kan hoor, moeder zijn." Jongen: "Is toch leuk, iemand wegwijs maken in het leven, 20 jaar lang?" Meisje denkt: 'hé, zo kun je het ook bekijken.'

Achteraf een heel bepalend moment.

Jaren later komt er een klein jongetje.
En weer jaren later, nog een!
Wat een geluk.
En nog een jaar later... zijn we bij het nu.

Vandaag vieren meisje en jongetje dat ze 19 jaar verkering hebben.
Of zoals A. het noemt: we zijn al 19 jaar niet getrouwd.