November 5th, 2004

ZEGT HET VOORT

De wereld is een chaos is en sinds woensdag is de chaos nog groter. En toch: mooie dingen bestaan nog. En sommige dingen staan nog vast.

Zo kom ik haar iedere ochtend tegen als ik de kleine pipo naar school breng. We lopen haar straat in om tien over half negen, de tijd dat Theo van Gogh werd vermoord. Op dat moment doet zij de voordeur open en komt naar buiten met haar dochtertje, een meisje van een jaar of acht, met een hoofddoek, net als zij. Ze opent het portier van haar rode Renault. De dochter gooit eerst haar Totally Spies-rugzakje de auto in, gaat dan zitten en trekt zelf het portier dicht. Zij loopt ondertussen om, om plaats te nemen achter het stuur. Op dat moment passeren de pipo en ik de auto.

We zagen elkaar altijd wel, maar meer ook niet. Tot vanochtend. Op het moment dat zij haar portier opentrok, keek ik haar aan.
'Hoe zou de wereld veranderd zijn voor haar sinds de moord?', vroeg ik me af. Op dat moment, met het geopende portier in haar hand, staakte ze haar handelingen en keek terug.
'Hoe zou ze over mij denken?', zei haar blik. Ik zag de bezorgdheid in haar ogen.
'Je bent een lieve vrouw', dacht ik. En ik glimlachte.
'Jij ook', zeiden haar ogen. Ze glimlachte terug.

Ze stapte in en wij liepen weer door. De kleine pipo was dit hele intense moment totaal ontgaan.

"Waarom ging je nou stoppen mammie?"
"Ik wilde even die mevrouw groeten."
"Maar je ging niks zeggen!"
"Jawel, ik heb alles gezegd."