Eenmaal daags Janneke (jannekeleber) wrote,
Eenmaal daags Janneke
jannekeleber

NOU, GEWOON

Na een uitgelaten middag voor het eerst bij ons gespeeld te hebben, werd het tijd om pipo’s klasgenootje Hakim naar huis te brengen. Ik zocht in het boek van school op waar hij woonde: de Willemsweg.
“Daar is niemand thuis hoor”, zei Hakim. “Ik moet naar me oma.”
Ik vroeg waar oma dan woonde. Op de Slootweg.
“Weet je ook het nummer?”, vroeg ik aan Hakim.
Nee, dat wist-ie niet.
“Herken je de voordeur?”, vroeg ik.
“De voordeur?”, vroeg Hakim. De voordeur leek hem duidelijk een heel onbelangrijk detail van het huis van zijn oma.
“Denk je dat je het huis van oma herkent?”, vroeg ik iets algemener.
“Neu”, zei Hakim.
“Maar hoe vinden we het huis van je oma dan?”, vroeg ik een beetje paniekerig.
Hakim keek me aan met een blik van: waar maakt ze zich nou toch druk over.
“Nou, gewoon”, zei hij toen.

Het leek wel of hij iets wist wat ik niet wist.
Daar moest ik dan maar op vertrouwen.

We gingen op pad, maar gerust was ik er niet op. Wat als we het huis van oma niet zouden vinden? Allebei zijn ouders waren aan het werk en volgens Hakim tot heeeeeel laat. Ik had geen idee hoe ik ze moest bereiken en Hakim wist ook geen telefoonnummer of achternaam van oma.
“Ze is gewoon oma, weet je. Dus die heb geen achternaam”, zei hij bijdehand.
Bovendien was Hakim vergeten te vertellen aan oma bij wie hij ging spelen. Dus oma wist niet waar hij was. Beelden van een huilende moeder en zwaaiende politielichten doemden op voor mijn ogen.

We naderden de Slootweg. Het viel me op hoe lang die was en dat alle huizen op elkaar leken. Ik keek naar Hakim en zag nog geen blik van herkenning. Toen kwam er een Marokkaanse jongen van een jaar of 16 aangelopen. “He Hakim!”, riep hij. Ze omhelsden en knuffelden elkaar.
“Dat is me neef, Achmed!”, riep Hakim uit. De neef stelde zich voor en toen stopte er een auto naast ons. Achmed stapte in en de auto reed weg.
Weg. Dat was nu ook ons aanknopingspunt naar het huis van oma. Shit. Hoe nu verder?
“He, Hakim!”, klonk het weer. Dit keer van de overkant van de straat.
“Dat is me tante, Laila!”, riep Hakim.
Snel ernaartoe, dacht ik. Maar op dat moment klonk er rechts van me weer een stem.
“Hakim!” Deze stem was van een oudere Marokkaanse man die in zijn voortuintje stond.
“Weet u ook het huis van zijn oma?”, vroeg ik.
De man keek mij niet-begrijpend aan.
“Zijn oma. Het huis van zijn oma!”, zei ik veel te luid en duidelijk. Ondertussen hield ik tante Laila aan de overkant van de straat in de gaten. Die liep namelijk richting een fiets. Het geheel kreeg nu iets van een scène van John Lantings Theater van de Lach, waarbij allemaal mensen op zoek zijn naar iemand die verstopt ligt onder een bed.

Toen toeterde er een auto. De deur ging open.
“Dat is me moeder!” riep Hakim.
Ik herkende haar, deze beeldschone Marokkaanse vrouw, en ik haalde opgelucht adem.

Op de terugweg bedacht ik me dat we nou nog niet het huis van Hakims oma hadden gevonden, maar dat alles toch nog goed was gekomen. Hoe?

Nou, gewoon.
Subscribe
  • Post a new comment

    Error

    default userpic

    Your IP address will be recorded 

    When you submit the form an invisible reCAPTCHA check will be performed.
    You must follow the Privacy Policy and Google Terms of use.
  • 0 comments