Eenmaal daags Janneke

Kalender

300 REDENEN OM HET NIET TE DOEN... [12 Sep 2019|08:47pm]
“Maar hóe dan?!”, zegt T.
Ze klinkt een beetje wanhopig.
“Hóe kan ik mijn ziel dan voeden?!”

Dat ze er op het diepste niveau er een beetje verpieterd bij ligt, dat is haar wel duidelijk. Het ligt dan ook letterlijk op tafel in de vorm van de linten die ze heeft getrokken. Het ‘aardse’ lintje, getrokken met ogen open, is hardrood (kleur van wilskracht) en het lintje dat ze trok met ogen dicht, dat van de ziel: een heel vagig bruin.

Los daarvan herkent ze het gevoel ook. Ze beschrijft het zelf als, als ‘leeg van binnen’ en ‘niet het gevoel hebben dat ik bezig ben met wat ik hier moet doen.’ Yep, dat zijn tekenen van een niet zo blije ziel die vraagt om aandacht en om voeding.

Het is wel belangrijk te erkennen dat het niet raar is dat de ziel is ‘ondervoed’. We leven in een wereld en een tijd waarin het woord ziel niet of nauwelijks wordt gebruikt. En dat staat ergens voor, namelijk voor het niet-bewustzijn van dat deel van ons dat we werkelijk zijn. Dat is niet raar, want waar moest je dat geleerd hebben? Thuis? Op school? Uit de krant of op het werk? Het gaat helemaal nergens over de ziel. Behalve in een consult bij een medium.
Maar goed, dat gezegd hebbende: aan de slag.

Ik begin mijn verhaal:
“Allereerst: de ziel schreeuwt niet, zoals het hoofd en emoties dat kunnen doen, nee de ziel praat zachtjes. Dus wil je hem verstaan, dan is er een bepaalde mate van rust nodig in het leven. Stukjes niks. Een beetje leegte. Niet echt hip in deze tijd, maar wel heel belangrijk. En indien mogelijk ook bijvoorbeeld in de vorm van meditatie, want dat is aandacht en ruimte voor de ziel.”
“Ik had al de neiging om me wat meer terug te trekken uit van alles”, zegt ze. “Maar ik gaf er maar niet aan toe, want ik dacht: wat dan?”
“Zie het niet als iets verkeerds”, zeg ik. “Probeer het eens voor een tijdje. Rust en ruimte om weer eens te luisteren naar jezelf en jouw ziel.”
“Oke”, zegt ze. “Maar hoe klinkt een ziel dan?”
Goeie vraag.
“Behalve zachtjes, praat de ziel ook geduldig”, zeg ik. “En vaak in de vorm van verlangens. Heb je een steeds terugkerend verlangen dat je niet begrijpt? Luister ernaar. Of het nou gaat om een kleur die je per se wilt hebben, of dat je een bepaalde film wilt terugzien, of het verlangen naar stilte… De ziel wéét: daar zit iets. Een inspiratie, een inzicht, een ontmoeting met iemand, iets dat nu belangrijk is.”

“Daarnaast vraagt een ondervoede ziel om… voeding. Weet je wat jouw ziel voedt?”
Ze haalt haar schouders op.
“Het zijn sowieso de dingen waar je je gepassioneerd over voelt. Je hebt mensen die het hebben van kunst, of van koken of van bezig zijn met dieren.”
Bij het noemen van dat laatste voel ik een rilling. Dat is mijn ziel en die zegt: bingo. Dieren, daar zit het bij haar.
“Klopt”, zegt ze.

Grappig hoe het lichtbruinige lint op tafel ineens een stuk donkerder lijkt te worden.
“Ik voel een vacht”, zeg ik. “Bruin en glanzend. Ik wil hem borstelen. Ben je graag met paarden bezig?”
Haar ogen twinkelen ineens, voor het eerst in dit gesprek. Alsof het licht vanbinnen aan gaat.
“Grappig dat je het zo zegt”, zegt ze. “Want rijden kan ik niet meer, dus ik dacht dat het hoofdstuk paarden voorbij was. Maar ik dacht laatst nog: ik vind het ook heerlijk om bij paarden te zijn. Als ze me aankijken, dan voel ik me gezien tot in mijn ziel en dan kan ik wel huilen van geluk. Dan heb ik het gevoel: ik ben er weer.”
Zo, dát is een statement.
En wel uit het diepst van haar wezen.
Ze staat zelf ook versteld.

Dit is hoe een consult idealiter verloopt. Niet dat ik vertel wat een ander moet doen, maar dat we samen naar een plek gaan, waar de klant zijn/haar eigen antwoord vindt. En hier is het antwoord: contact met paarden, dát is nodig, als voeding voor de ziel. Voor het contact met zichzelf.
“Ik voel wel paarden bij je in de buurt”, zeg ik.
“Klopt”, zegt ze. “Er is een paarden-pension niet ver bij mij vandaan. Ik heb erover gedacht om me aan te melden als vrijwilliger.”
Ze dacht erover, maar… het kwam er steeds niet van.
Er waren 300 praktische redenen om het niet te doen.
Maar na vandaag is er 1 doorslaggevende reden om het wel te doen.
Luisteren naar haar eigen verlangens.
Naar dat wat nodig is.
Zorgen voor haar ziel.

(Avond van de Ziel, 3 oktober 20.00 uur, kleine zaal Majella Kapel, Iepenlaan 26 Bussum, 15 euro, nog 5 plekken over…)
post comment

HIJ WAS HET DIE DE DEUR OPENDEED [09 Sep 2019|05:10pm]
Toen de pipo nog een baby was, zocht ik een oppas.
Ik belde aan bij een huis aan de overkant.
Want ik wist: daar wonen 4 dochters.
De deur ging open en daar stond: de enige zoon.
M. was toen 13.

Ik vroeg naar een van zijn zussen omdat ik dus een oppas zocht.
“O, dat kan ik ook wel!”, zei M. meteen.
En ik merkte aan alles dat het daarmee beklonken was: M. werd onze oppas.

Dat ging hem goed af, moest ik zeggen. Verschonen, spelen, rondrijden in de kinderwagen, M. deed het allemaal met veel plezier. Hij nam de pipo mee bij het rondbrengen van de kerst-kaartjes van zijn krantenwijk en kwam dolenthousiast terug.
“Door hem kreeg ik veel meer geld dan anders! Ze dachten denk ik dat het mijn kind was.”

Maar de pipo had toen al een sterke wil. En ook daar kreeg M. mee te maken. Zeker toen de pipo in zijn nee-fase kwam.
Op een keer kwam M. weer oppassen, want ik had een etentje met collega’s. Eenmaal in het restaurant kreeg ik een sms van hem:
‘Hij wil zijn banaan niet opeten.’
Sms terug:
‘Hij móet zijn banaan opeten.’
Bericht M.:
‘Hij gooit de banaan steeds weg.’
Ik:
‘Laat zien wie de sterkste is.’
M:
‘Hij heeft de banaan nu in de videorecorder gestopt.’

We hebben er nog vaak om gelachen. Vooral om de logica van de pipo, die had gezien dat als je iets in de videorecorder stopte, dat het dan gewoon verdween. Dat leek hem de beste oplossing voor die banaan.

In de loop der jaren zag ik M. groeien. Hij deed de Mavo, de Havo, de Pabo en stapte daarna over naar Orthopedagogiek aan de Universiteit. Indrukwekkend. Ondertussen kwam hij uit de kast, leefde het leven, vond zijn grote liefde in B., trouwde met hem en vorig jaar werden zij, na een lange procedure, vader van de in Amerika geboren H. Een prachtig kind met 2 hele mooie vaders. M. bouwde zijn praktijk op als orthopedagoog, maar werkte daarnaast ook nog aan een politieke carrière. Vorige week werd zijn benoeming bekend als wethouder in een stad hier in de buurt. Zijn speciale interesses nog steeds: Jeugd, Zorg en Welzijn.

Het is soms verrassend welke band je op kunt bouwen met mensen. En hoe ze, met hun levenswandel, hun omgeving kunnen inspireren. M. is zo iemand, al heeft hij dat denk ik helemaal niet door. Door hem kijken onze jongens op een hele open manier naar homosexualiteit en het homo-huwelijk. Door hem hebben ze gezien welke mogelijkheden tot groei er zijn, wanneer er de wil tot groeien is. Door hem weten ze dat politiek niet iets ver wegs en onbereikbaars is. Allemaal gouden lessen die pas echt doordingen als iemand ze voor je voorleeft…
Ikzelf ben in elk geval nog altijd dankbaar dat hij het was die de deur opendeed, bijna 20 jaar geleden.

Appje van hem, gisteren:
H. eet nu ook banaan! Dat roept herinneringen op. Gelukkig zijn er geen videorecorders meer. ; • )
Appje terug:
Mooie herinneringen. Fijn ook om ze samen te hebben…
post comment

OMDAT HET NODIG WAS [05 Sep 2019|08:20pm]
Ik liep door de supermarkt.
En bij de pasta, zag ik C.
Ik keek naar haar en zij keek soort van naar mij, maar… ook weer niet en ze liep door.
Nou moe.

Ik bleef even staan en keek om. Misschien was ze even in gedachten. Misschien ging het kwartje nog vallen. Maar nee, ze pakte tomatenpuree en wandelde verder. Het voelde raar.
Het hield me nog steeds bezig toen we elkaar weer tegenkwamen, dit keer bij de eieren. Ik keek en wachtte af. Het feit dat ze me zonet niet had gezien, had me toch soort van kwetsbaar gemaakt. Dus nu zocht ik iets voorzichtiger oogcontact. Maar weer zonder dat er iets gebeurde.

Au!
Wat was hier nou toch aan de hand?
Op weg naar huis kwamen er steeds meer vragen: Heb ik iets gemist? Is ze boos op me? Wilde ze me niet spreken in de supermarkt?

C. is een cliënte en we kennen elkaar ook een beetje privé.
Ongeveer een jaar geleden mailde ze me nog. Ze kon niet meer lopen van de pijn in haar rug en artsen konden niks vinden. Of ik haar mee wilde nemen in mijn healing die ik elke avond doe na afloop van mijn meditatie. Dat wilde ik wel, want dat doe ik graag. Het voelt als natuurlijk en mensen vinden het een fijn idee en in de loop der jaren is er weleens wat bijzonders gebeurd. Garanties kan ik niet geven, maar ik vraag ook geen geld.

Nou ja, we konden in elk geval één ding vaststellen: die rugpijn was weg want ze liep als een kievit. En of ik daar nou aan had bijgedragen of niet, dat was goed nieuws, toch? Ja, toch? Ik probeerde het goed nieuws te vinden. Maar… het lukte niet. Want: ik was boos.
‘Zit ik v*** een jaar lang elke avond helende energie te sturen, en dan word je gewoon genegeerd!’, zei de boos.
Die gedachte leek te kloppen.
Maar hij maakte me niet blij.

Het werd een vervelende dag.
Dingen lukten niet en ik was ongeconcentreerd en ik kreeg nog hoofdpijn ook en dat kwam allemaal door de boos.
Uiteindelijk besloot ik dat ik wilde stoppen met boos zijn.
Ik ging zitten, voor een goed gesprek met ‘mijn redelijke Zelf’.

Mijn redelijke Zelf had al meteen 1 belangrijke observatie: C. had me niet genegeerd; ze had me niet herkend. Toch net even wat anders.
Boze stem: ‘Mij niet herkend? Hoe kan dat! We kennen elkaar!’
Redelijke stem: ‘Jullie hebben elkaar bijna een jaar niet gezien. Niet iedereen is even goed met gezichten.’
Boze stem: ‘Maar ik heb haar een jaar lang healing zitten sturen!’
Redelijke stem: ‘Jij was wel bezig met haar. Maar dat betekent niet dat zij bezig was met jou. Ze heeft je erom gevraagd en toen is ze het vergeten. Dat kan.’
De boze stem vond dat onredelijk.
Maar de redelijk stem zei: ‘Ik denk dat je boos bent, omdat je iets voor haar hebt gedaan en je iets terug verwacht. Dankbaarheid?’
Boze stem: ‘Ja, logisch toch?’
Redelijke stem: ‘Misschien wel, maar… of het ook redelijk is…. Als zij is vergeten dat je haar healing hebt gestuurd, hoe kan ze er dan dankbaar voor zijn? En trouwens: doen wij dit werk voor de dankbaarheid?’
Boze stem: ‘Voor wat anders?’
Redelijke stem: ‘Omdat het kan. En omdat het nodig is.’

Die gedachte bleef de rest van de avond in mijn hoofd zitten.
Want ja, we helpen allemaal weleens iemand.
En natuurlijk is het leuk als dat erkenning geeft, of dankbaarheid…
Maar bottom line… gaat het daar natuurlijk niet om.

Aan het eind van de dag was de rust weergekeerd in mijn hoofd.
De interne sfeer weer goed
en de hoofdpijn weg.
Kortom: ik had mijzelf geheald.
En gelukkig kon ik dat.
Want: het was nodig.
1 comment|post comment

DATE MADE IN HEAVEN... [27 Aug 2019|09:09pm]
Cliënt S. heeft het zo moeilijk.
Het leven is momenteel zo zwaar.
Zo ontzettend veel vragen heeft ze rondom het overlijden van haar kleinzoon van 12.
Een kind waar ze dol op was, maar dat ze door omstandigheden al jaren niet had mogen zien.

Wat gebeurd is, is niet meer terug te draaien.
Maar waar ze nu vooral voor staat is het niet-weten.
Want ze weet bijna niets.
Hoe is haar kleinzoon precies overleden? Hoe ging het met hem op het moment van zijn plotse dood. Had hij vrienden? Was hij blij op school? Had hij plannen en dromen? Zat hij op een sport? Al die jaren wist ze het niet, en nu, nu het aardse leven van deze jongen zo plots voorbij is, is het gat nog groter en nog gapender, want: definitief.

En zo kwam ze bij mij.
Maar ik kon haar maar beperkt helpen. Ze wilde contact met haar kleinzoon, maar ze wist zelfs hiervoor te weinig. Vooral voor het opbouwen van het contact is ook bevestiging nodig en die kon ze niet geven. Vanaf mijn kant voelde het niet goed om zomaar te gaan praten, zonder te weten of ik goed zat. Dat kan tegen het eind van een contact wel, wanneer we helemaal op elkaar afgestemd zijn, maar niet zo meteen al vanaf het begin.
Het voelde extreem frustrerend, want ik wist hoe nodig ze het had om nog dingen te horen over die jongen die haar zo dierbaar was. Maar via deze weg zat het er niet in.

“Ik denk dat ik maar naar het graf ga”, zei ze. “Misschien dat ik daar nog iets vind.”
En ik deed iets wat ik nog nooit eerder had gedaan: ik ging met haar mee.

Daar stonden we. Tussen de platte stenen. Ze hurkte neer bij de zijne. Haar handen over de gouden letters van zijn naam. Alsof ze hem zo aan wilde raken, hem door het graniet naar zich toe wilde trekken. Tranen stroomden.
Er lag van alles op het graf. Beeldjes, gekleurde stenen, een verregende brief. Ze pakte de brief. We probeerden hem te lezen, wat nauwelijks lukte. Maar wat wel te lezen was, was het onderschrift: je juf Mirienna.
“Juf Mirienna”, zei ik. “Die naam ken ik. Van jaren geleden alweer. Die is van de school De Klimbol. Is dat bij hem in de buurt.”
“Ja”, zei ze. “Volgens mij woonden ze daar in de buurt.”
En zo hadden we ineens toch een mogelijke ingang voor wat meer informatie. Want misschien was dit wel zijn juf geweest? En dan blijkbaar een betrokken juf.
“Zal ik eens proberen of ik haar kan bereiken?”, vroeg ik. “Misschien wil zij een keer met je praten over hem.”
“Zou je dat willen proberen?”, vroeg ze. “Wat zou dat fantastisch zijn.”

Thuis belde ik de school. Legde het verhaal uit. Maar wat bleek: juf Mirienna werkte er niet meer. En haar gegevens wilden ze niet geven. Dus zo liep ook dit spoor dood.

Wekenlang gebeurde er niets.
Behalve dan dat het verhaal me niet losliet.
Zoals je dat soms met iets kunt hebben: het ging gewoon niet weg.
“Jongens…”, zei ik vorige week. Het was tijdens een meditatie en ik zat er lekker in. Ik had echt het gevoel dat ik met de grote instantie aan de lijn was en ineens plopte die vraag op. “Jongens…”, zei ik. “Alsjeblieft: een zetje, een hint, een beetje informatie, iets… Ik zal me heel erg openzetten. Ik zal heel goed luisteren. S. heeft het zo ontzettend nodig…”

En toen liet ik het los.
Want dat is belangrijk.

Vanmorgen ging ik zwemmen. Ik trok mijn baantjes in het prachtige openluchtzwembad hier in de buurt. Het was genieten. En toen… tot mijn schrik… tot mijn verbijstering en ook bijna tot mijn verlamming… ze stond daar gewoon ineens zeg. Aan de rand van het zwembad: juf Mirienna. Ik had die hele juf al zeker 10 jaar niet meer gezien. Hoe was dit nou toch mogelijk?

Ik vond de moed om haar aan te spreken.
En zij... was vol begrip.
Lang verhaal kort:
Ze gaat binnenkort langs bij S.

Boodschap ontvangen.
Date made in heaven…
post comment

MAAK ER WAT VAN [23 Aug 2019|10:13pm]
Het consult is al ruim een kwartier bezig.
Maar ik dring niet door tot J.
De grote vraag is:
waarom niet?

J. is vastgelopen in haar leven. Passief. De weg kwijt. Doodongelukkig. En ik voel dat ze weer ‘aangezwengeld moet worden’. Dat ze inspiratie nodig heeft om weer iets te gaan maken van haar leven. Want dat is volgens mij toch altijd nog wel de bedoeling. Dat we er iets van maken als mens.

Maar bij J. dring ik dus niet echt door met deze boodschap. Ze knikt wat, ze schudt wat, maar er gebeurt niks. En ik vraag me af: waarom niet?
Ineens komt het beeld naar boven dat ik had gekregen tijdens mijn voorbereiding op dit consult, dus nog voordat ze was aangekomen. Ik zag iets vrolijks en bewegelijks waar iets overheen werd gegooid. Een doek, of een net of zo. In elk geval iets waardoor het bewegen stopte. En ik zie dat beeld nu weer.

“Het lijkt wel alsof iets of iemand iets heeft gedaan dat jou zo passief heeft gemaakt’, zeg ik. “Als of je vroeger zo niet was. Maar door een handeling of een uitspraak van iemand anders…"
Ze schudt weer haar hoofd.
“Nou ja…”, zegt ze dan. “Er is een vloek uitgesproken over mij en mijn familie. Misschien dat dat ermee te maken heeft?”
“Een vloek?”, zeg ik.
“Ja”, zegt ze. “Dat vertelde een paragnost.”
O dear.
Altijd lastig.
Want je wilt geen collega dissen, maar tegelijkertijd…
“Heeft de paragnost je ook vertelt hoe je van de vloek afkomt?”, vraag ik.
“Nee”, antwoordt ze. “Hij zei dat dat niet kon.”
En dat verklaart natuurlijk waarom ze zo passief is. Waarom zou ze nog actie ondernemen? Haar lot is toch al bezegeld.

Geloof ik in het uitspreken van vloeken?
Ik weet het niet.
Maakt dat wat uit?
Nee.
Of het nu een vloek is, of het idee van vervloekt zijn. Waar het om gaat is dat zij de macht over haar leven uit handen heeft gegeven.
En dat is nooit een goed idee.
“Even heel simpel gezegd, zie ik het leven zo”, zeg ik. “Je krijgt een heleboel ‘uitdagingen’ als mens op je pad, maar je krijgt ook 2 dingen mee: een zak met talenten en mogelijkheden èn de kracht van de vrije keus. En met die laatste 2 kun je die uitdagingen aan.”

En o ja, in sommige gevallen staat die keuze misschien zwaar onder druk. Maar hier, in dit geval, waarin zij gezond is van lijf en leden en in principe vrij om te doen wat ze wil, hier is het besef nodig dat ze die macht zelf in handen heeft. Dat het háár leven is. En dat zij bepaalt. Elke dag weer. En niet iets of iemand anders.
En dat dat vraagt om een actieve houding,
met plannen en ideeën
en een koers om te gaan.
Want ècht, als er iets is wat ik leer van de mensen aan gene zijde
Is dat het dat wat ze zo vaak herhalen:
Maak. Er. Wat. Van.



[Weekend 31 aug-1 sept geef ik een lesweekend over Privé-consulten. Met publieke consulten en heel veel ins & outs over het geven van privé sittings. Voor gevorderde studenten mediumschap. Nog 1 plek vrij: info@zwave-weesp.nl

14 t/m 17 november: 4-daagse Mediumschap, samen met Myrthe Bruinzeel, ook gericht op het geven van privé-consulten. Voor niet-beginners en gevorderden. janneke@jannekeleber.nl]
post comment

WANT ZO GROOT IS DE ZIEL [17 Aug 2019|09:31pm]
Iemand stuurde mij een docu.
Over wetenschappelijk onderzoek naar Bijna Dood Ervaringen.
Ik keek hem 2 x deze week.
(Dank je wel WvH.)

Het zijn er 2 (zie hieronder) en ik heb vooral iets met de eerste.
Daarin vertelt een aantal mensen over hun ervaringen in de andere wereld tijdens hun tijdelijke dood. Met name het verhaal van de (nu) oudere dame die het leven liet tijdens een operatie raakt me. Dat komt door haar prachtige beschrijvingen van de andere wereld; een beschrijving die ik herken. Reden: ik heb nooit een BDE gehad, maar voor mijn werk als medium maak ik contact met mensen die ‘daar’ zijn. En naast dat je als een soort ‘telefoniste’ het gesprek laat plaatsvinden tussen 2 mensen, krijg je toch dingen mee van hoe het is in die andere wereld. En van hoe zij daar zijn. Dat zet je aan het denken en het roept ook vragen op.

-Waarom krijg ik niet de indruk dat zij hun dierbaren hier missen?
-Waarom zijn ze in de basis altijd blij?
-Hoe kunnen ze zoveel weten?
-Hoe kan het dat mensen die hier onaardig waren, daar ineens zo veel vriendelijker zijn?
-Hoe komt het dat ik mijn gevoel voor tijd kwijtraak als ik werk met die wereld?
-Waarom hebben ze het vaak over ‘de kleuren’ en ‘de muziek’?

De beschrijvingen van de mensen in deze documentaire, geven daar antwoord op. Het geeft mij het gevoel dat ik het dus niet zit te verzinnen. Het klopt wat ik ervaar als ik met die wereld werk. Ik denk dat veel mediums dit zullen herkennen.

Wat me ook heel blij maakt is als die mensen beschrijven wat er gebeurt wanneer ze hun lichaam verlieten. Wanneer de ziel niet langer beperkt is door de verpakking, maar in volle omvang kan Zijn en ineens zo groot blijkt te zijn! Niet alleen zien ze zichzelf liggen op de operatietafel, maar ook – let op – weten ze wat de chirurg denkt! Of zoals die man met die bril zegt: “Ik zag de liefde om het verplegend personeel heen, de liefde waarmee ze mij terug wilden halen.”
Ze vertellen dat ze dwars door muren gaan, naar andere ruimtes, naar de wachtkamer waar familie zit, of zelfs naar huis. En dat ze weten hoe hun dierbaren reageren. In het tweede deel zit een vrouw die vertelt dat ze weer terug moest in haar lichaam en dat ze dacht: ‘Dat past nooit! Ik ben veel te groot!’
Kortom: dit gaat over de Enorm-heid van de ziel die we in wezen zijn. Een van mijn favoriete onderwerpen.

En het mooie is dat ik ervan overtuigd ben dat we ook nog groot kunnen zijn terwijl we in dat (kleine) voertuig van het lichaam zitten. Dat we ons daar niet de hele tijd door hoeven te laten beperken. Dat de ziel precies weet wanneer het moment daar is om Groot te zijn. Dat komt ook weer door mijn werk.
Ik geef een voorbeeld van deze week:

Ik bereidde me voor op een consult met een jonge vrouw. Het was 9.15 uur en ze was nog onderweg, want de afspraak was om 9.30 uur.
Ik stemde mij eerst af op mijn eigen ziel, want met dat stuk moet ik werken. Niet met mijn gedachten en meningen en overtuigingen, nee, met het Wetende stuk van mij. Dat is een techniek. Die kun je leren.
Als ik me afstem op mijn ziel, stel ik me voor dat ik geen mens ben, maar een licht, heel groot, onbeperkt in mogelijkheden, puur liefdevol en al-wetend. Ik zie het en ik voel het. Janneke Leber wordt even een beetje uitgewist. Even ben ik alleen maar licht.
Dan stem ik me alvast af op de cliënt om te kijken of ik al wat te zien krijg. En in dit geval zag ik: een (soort van) huisje in het donker. Er scheen licht, maar… daar was iets mee, voelde ik. Ik liep ernaar toe en zag dat het licht kwam van een buitenlamp, een warmgeel licht, heel mooi. Maar... binnen scheen geen licht. Daar was het donker. Ik stelde, al voelend, de vraag: waarom? Toen kwam er een antwoord, vanuit het huisje: ‘Ik schijn wel voor de buitenwereld, maar niet voor mezelf. Dat kost stroom en dat ben ik niet waard.’
Ik vroeg: wat is hier nodig?
Antwoord: ‘Toestemming op te mogen schijnen voor mezelf. Om mij niet als ‘een verbruiker’ te zien, maar als iemand die het waard is om voor zichzelf te leven, in plaats van altijd voor een ander.’
Ik schreef het op.

9.30 uur: de jonge vrouw arriveert en we beginnen.
Ik benoem mijn gevoel maar meteen en het is meteen raak.
Zij is iemand die alles doet om anderen ‘bij te schijnen’, maar… zelf durft ze niet te stralen en ze durft zelfs niet te Zijn.
En dus zit ze binnen.
In het donker.
Eenzaam.
En doodongelukkig.

“Niemand weet dit. Hoe kan het dat jij me zo ziet?”, vraagt ze na afloop. “Het is net of je bij me naar binnen kijkt.”
Mooie omschrijving in dit geval en ik besluit te vertellen van het ‘soort van huisje’ met de buitenlamp en het donker van binnen.
“Hoe kan dit!”, roept ze uit.
“Je hebt het me zelf laten zien”, antwoord ik. “Toen je nog in de auto zat, op weg hiernaartoe. Toen wist je ziel: dit moet verteld worden vandaag. Dit ga ik tonen. En dat doe ik alvast van tevoren, terwijl het lichaam nog onderweg is. Want: zo Groot en wijs is de ziel.”

Ze is in tranen.
Ze vindt het mooi.
Ook al snapt ze er niks van.
Maar snappen is ook niet wat werkt bij deze materie.
Weten past beter bij dit onderwerp.

https://www.youtube.com/watch?v=ZES8IAtrlrU&feature=share
post comment

TWEE HERFSTEN [15 Aug 2019|09:18pm]
Ieder jaar gebeurt het weer.
Op een ander moment.
Op een andere plek.
En elk jaar weer ben ik toch weer verrast.

Dit jaar was het afgelopen dinsdagochtend, op Texel.
Ik was daar een paar dagen met de patat om samen te wandelen over het eiland. We hadden een lunch gekocht en reden met onze rugzakken met de auto naar De Koog waar we die dag van start zouden gaan. Ik kwam uit stukje bos rijden, zag de uitgestrekte weilanden voor me en toen was het er ineens:
“Ooooo”, riep ik uit. “Het is gebeurd!”
“Wat is gebeurd”, vroeg de patat.
“Wat vroeg!”, riep ik uit.
“Wat is er zo vroeg gebeurd dan?”, vroeg de patat bezorgd.
“Kijk, het licht. En de kleuren. De herfst!”

Je zag het ook echt. Alsof iemand de dimmer van het licht omlaag had gedraaid. Alsof het stralende ineens van alles af was en de kleuren net wat vervaagd. Alsof het landschap ook wat meer in zichzelf begon te keren.
“Even stoppen hoor”, zei ik en ik zette de auto langs de kant.
Ik stapte uit en rook.
Ja hoor, daar was het ook: die ene geur.
Net was zwaarder, net wat vochtiger.
De geur van versterven.
Al was het verstervende nog niet te zien.

“Goh”, zei ik, toen ik weer instapte.
De patat keek op zijn telefoon.
“Ik heb het even opgezocht, maar de herfst begint ook dit jaar gewoon op 21 september hoor”, zei hij.
“Ja, dat is de meteorologische herfst”, zei ik.
“Wat is dit voor herfst dan?”, vroeg de patat ongelovig.
“Dit is de èchte herfst. De herfst van de natuur. Met het verkleuren van de bladeren en het vallen van de eikels en kastanjes zoeken en de spinnenwebben met dauwdruppels op de draden...”
De patat keek om zich heen.
“Ik zie daar niks van hoor”, zei hij. ‘Kijk, de bladeren zijn nog gewoon groen.”
“Ja, maar het proces van verkleuren is begonnen. Van binnen. In die bomen.”
“Ja ja…”, zei de patat.
En hij trok zijn wenkbrauwen even op.
We reden weer door.
En ik genoot van dat licht en die kleuren.
Ik voelde dat ik ook best wel weer zin had in de herfst.
Ook al was-ie volgens mij minstens 2 weken te vroeg.

“Dus jij zegt dat er 2 herfsten zijn”, checkte de patat na een tijdje voor de zekerheid toch nog even. “De meteorologische en de ‘echte’, zoals jij het noemt.”
“Ja”, zei ik.
“Dat heb ik anders nooit met bio gehad”, zei hij cynisch.
“Nee, dat zal wel niet.”
“En waarom heb je dan 2 herfsten?”, vroeg de patat.
Ja, dat wist ik ook niet.
“Ik vind die van 21 september veel duidelijker dan die van jou”, concludeerde hij uiteindelijk.
En daarmee was de kous voo hem wel af.

Maar gaf hij bovendien ook antwoord op zijn eigen vraag:
2 herfsten.
Een voor hem.
En een voor mij.
2 comments|post comment

NET EEN BEETJE OP GANG MET MIJN LEVEN... [06 Aug 2019|08:58pm]
Ik loop op straat, samen met de pipo.
We hebben sushi gehaald,
ons lievelingseten.
De pipo heeft trek, dus hij loopt voorop
en veel te hard.

“Ik hou je niet bij hoor”, roep ik achter hem.
“Waarom niet?”, vraagt de pipo.
“Omdat ik oud ben”, zeg ik.
“Ach, oud…”, zegt de pipo. “Wat is oud.”
“Als je over de helft bent”, stel ik vast.
“Dat is tijdlijns-gewijs oud”, zegt de pipo. “Dat is heel rigide mam. Zo moet je niet denken. Tijd is een beleving. En dan is 52 jaar helemaal niet oud.”
“Hoezo niet?”, vraag ik.
“Nou”, legt de pipo uit. “Laten we eerlijk zijn: de eerste 10 jaar van je leven… Dan heb je hooguit een beetje het besef dat je bestaat, toch? Daarna komen de tienerjaren en dan kom je er een klein beetje achter wie je bent. In je twintiger jaren - heb jij me weleens verteld - dan denk je te weten wie je bent, maar achteraf bleek daar eigenlijk geen f** van te kloppen, toch?”
“Klopt”, zeg ik.
“Oke”, zegt de pipo. “Dan word je 30, krijg je kinderen, dan is speeltijd voorbij want dan is gewoon heel duidelijk wat je bent, namelijk iemand die verantwoordelijk is voor andermans leven. Dus dan gaat daar 10 jaar lang al je tijd naartoe, waar of niet.”
“Waar”, zeg ik.
“Nou”, zegt de pipo. “Dan word je 40 en wat blijkt: die kinderen gaan het steeds beter doen zonder jou, dus dan kom je eigenlijk pas toe aan de hamvraag: wat kom ik eigenlijk doen op deze wereld. In jouw geval: met dode mensjes praten. Daar heb jij heel veel plezier in en je schijnt er ook nog goed in te zijn, dus nu ben je 52 en eigenlijk ben je net een klein beetje op gang gekomen met je leven. Belevings-gewijs dan. Snap je het een beetje?”
“Ik snap het helemaal”, zeg ik.
“Dus”, zegt de pipo. “Beetje doorlopen, want ik heb zin in sushi.”
En geloof het of niet
maar ik loop ineens
een stuk harder.
post comment

WEZENS OM VAN TE LEREN [19 Jul 2019|11:21pm]
Ze komt voor contact met haar huisdier.
Zoals veel klanten het afgelopen jaar.
Het is heel apart en ik had zeker niet zo gepland dat het die kant op zou gaan.
Het is gewoon zo gelopen.

C. zelf durft zich nog niet op het contact met haar hond te verheugen.
“Een ander medium zei dat overleden dieren niks te melden hebben.”
“O.”
“Niks anders dan: o lekker, een koekje, of zoiets.”
“We zullen zien”, zeg ik.

Garanties kan ik ook niet geven. Maar al ik iets in het afgelopen jaar geleerd heb, is dat het verbijsterend is wat dieren te vertellen hebben tijdens een contact. Niet alleen feitelijk bewijs dat zij het echt zijn. Maar ook lessen die ze aan ons willen leren!

En ja hoor, ook deze hond krijgt het voor elkaar. Eerst voel ik het karakter. Dat is een beetje angstig en voorzichtig. Ik voel iets met een trauma.
“Hij is mishandeld geweest voordat hij bij mij kwam. Het duurde een tijdje voordat hij me vertrouwde.”
Dan krijg ik een dekentje te zien in een bruinige kleur.
“Hij had inderdaad een lievelingsdeken dat bruin was. Ik had een keer een nieuwe gekocht die een andere kleur had. Die wilde hij niet.”
Geweldig toch! Hij kan niet alleen de kleur overbrengen, maar die heeft dus ook nog een betekenis…
Vervolgens wordt mijn aandacht gebracht naar eten en naar een spelletje. Verstoppertje?
“Ja, dat deden we vaak. We verstopten we snoepje en dan moest hij het zoeken. Vonden we leuk.”

Zo gaat het door. En helemaal aan het eind komt deze: ik zie een hoek waar een mand in staat en dan het afbakenen van grenzen. Grommend.
“Dat klopt. Hij was heel lief, maar als hij in zijn mand lag, dan verdroeg hij niet dat onze andere hond bij hem in de buurt kwam. Als die binnen een meter kwam, begon hij te grommen.”
Dan: het beeld van haarzelf. Ik voel dat hij een link legt.
“Kan het kloppen dat jij nu in je leven ook een grens aan moet geven aan iemand anders? Iemand die jou te dichtbij komt?”
Ze wordt stil.
“Zegt hij dat?”
“Dat krijg ik te zien…”
Ze is met stomheid geslagen.
“Niet te geloven dit”, zegt ze.

Snapt u het?
Snap ik het?
Een ding weet ik zeker.
Vroeger zag ik dieren als een hobby.
Maar ik heb mijn mening bijgesteld.
Ze zien en weten en voelen veel meer dan wij vaak denken.
En ze verdienen het dat we ze zien als wat ze zijn:
wezens om van te leren.
post comment

HJ HOEFT NIKS [16 Jul 2019|07:52pm]
Over een paar dagen is de patat jarig.
Ieder jaar weer een ding,
want: wat geven we hem cadeau?

Al maanden van tevoren beginnen we hem die vraag te stellen:
‘Weet je dit jaar wel iets voor je verjaardag?’
“Neu”, zegt de patat. “Ik hoef ook niks.”
Hij haalt zijn schouders op en wendt zijn blik af. Voor hem is daarmee de kous af. Als we hierin mee zouden gaan en echt een verjaardag zonder cadeaus zouden vieren, geloof ik ook echt dat het hem niets zou kunnen schelen. Hij hecht niet aan spullen en ook niet aan geld. Hij heeft oprecht geen wensen. Alleen de wens dat zijn rustige leventje lekker blijft zoals het is. Veilig, warm en overzichtelijk. Dat is wat de patat graag wil.
Het probleem zit hem in ons: wij willen cadeaus aan hem geven, omdat wij vinden dat dat hoort. Het is ook een beetje onze verjaardag en bij een verjaardag hoort een tafel met pakjes, groot en klein, in gekleurd papier dat eraf gescheurd moet worden en dan iets met ‘Oh’ en ‘Ah’ en dan is het goed.

Maar goed, dat ziet de patat dus anders.
Zoals hij alles anders ziet.

We vragen welk spel hij nu speelt. (Meestal maar 1 spel tegelijk. Het leven moet wel overzichtelijk blijven.) En of hij daar iets van wil. Coins, goodies, een T-shirt desnoods. De patat schudt zijn hoofd. Hij hoeft het echt allemaal niet. En zouden we het hem toch geven (in het verleden wel geprobeerd), dan zou hij er geen enkele belangstelling voor tonen.

Hij wil ook niet verrast worden. Dat al sowieso niet. Als er een cadeau op tafel ligt en hij niet zou weten wat daarin zit, dan is dat een onaangenaam idee. Dus àls we dan iets kopen, dan graag in overleg. En dat overleg vindt dan ook al weken van tevoren plaats.
Redding 1 dit jaar: de pipo heeft hem de laatste tijd weten te verleiden om elke avond een potje Magic The Gathering samen te spelen. En dat bood mogelijkheden. De pipo: “Ik ga voor je verjaardag een heel nieuw deck samenstellen. Vind je dat leuk?”
“Ja, dat gaat dan nog wel”, zegt de patat onderkoeld. (Ook dit vindt hij niet nodig, maar als er dan toch iets moet komen...)
Redding 2: zijn toetsenbord moet vervangen. “Wil je een nieuw toetsenbord voor je verjaardag? En dan een hele goeie?” Patat: “Ach ja, als er toetsen op zitten…. Waarom niet.” (Met zo’n mooi, apart, patat-glimlachje.) Nou, dat treft dan, want we hadden inderdaad een toetsenbord mèt toetsen in gedachten.
Redding 3: Ineens had hij dan toch wel een wens zeg! Een hele kleine, maar toch. “Mochten jullie me toch nog iets willen geven: papa had van de winter hele lekkere sokken voor me gekocht. Ze waren dik en heel zacht. Die zijn nu stuk. Mag ik daar nog een paar van? Als het kan?”

Ja hoor jongen.
Wollen sokken, midden in de zomer.
Omdat jij ze zo lekker vindt zitten.
Gaan we voor je regelen.
En een leuke verjaardag.
Voor een heel mooi mens.
post comment

ALS JE DEZE NOU IN JE ZAK STOPT... [07 Jul 2019|02:07am]
“Nou, dit is dan waar mijn glorieuze schoolcarrière mij naartoe heeft geleid:
een paar vakken eindexamen
op een zaterdag
in Almere.”
Aldus de pipo vanochtend in de auto.
Nieuw wapen tegen de angststoornis: zelfspot.

Het is druk als we aankomen bij het Almeerse Nautilus College. Tientallen leerlingen van drie verschillende scholen doen hier vandaag de mondelingen van hun staatsexamens. De ontvangsthal is vol. De pipo meldt zich bij de ontvangstbalie.
“Oke”, zegt hij, “nou, dan ga ik maar.”
We wisselen een snelle blik uit.
Een blik waarin 15 jaar schoolleed langskomt.
Maar ook een blik die eindigt met een glimlach.
“Succes!”, zeg ik.
“Komt goed”, zegt hij.
Tegen wie zegt hij dat?
Ik zie hem weglopen, naar de zaal waar de leerlingen van zijn school worden opgevangen. Over een half uur zal hij in een ander lokaal zijn casus Informatica krijgen om te bestuderen. En weer een half uur later zal hij daar mondeling over ondervraagd worden door 2 commissie-leden.
Inhoudelijk maak ik me geen enkele zorgen. Dit joch zit al vanaf zijn 2e achter computers en in computers, verdiende al op zijn 12e geld met het maken van mods voor Minecraft, bouwde op zijn 14e zijn eerste eigen computer en leerde diverse programmeertalen tijdens zijn jaren in het diepst van zijn put.
Nee, dit examen gaat niet over IT, maar over stress-beheersing, over paniekbestrijding. Over het rustig weten te houden van je hoofd… Wat in het geval van de pipo veel complexer is dan de hele werking van een computer.

Ik neem plaats in de hal. En observeer. Er is veel spanning en emotie. Dit zijn allemaal leerlingen die de niet-normale weg hebben gelopen. Leerlingen die, om wat voor reden dan ook, buiten het schoolsysteem gevallen zijn. Leerlingen voor wie het leerpad niet geëffend was. Ik zie een meisje ineens in huilen uitbarsten. Ik zie hoe een docent haar even apart neemt en hoor delen van het gesprek:
“Na alles wat jij overwonnen hebt… Je bent nu al een winnaar… omdat je hier bent…”
Ze blijft huilen.
“Ik kan het niet. Ik weet zeker dat ik straks faal.”
Het gesprek duurt. Dan loopt de docent weg. Komt terug met een soort gelukspoppetje in zijn hand.
“Als je die nou in je broekzak stopt, dan ben ik straks de hele tijd bij je…”

Ik zie leerlingen met ouders. Ik zie de lange wegen die gegaan zijn op hun gezichten staan. Ik zie een jongen wegrennen, de vader erachteraan. Ik zie groepjes leerlingen in gesprek.
“Hoe laat ben jij klaar? Dan wacht ik op je. Nee maakt niet uit dat er 2 uur tussen zit. Ik wacht op je.”

Ik zie pijn.
Ik zie angst.
Ik zie kracht.
Ik zie liefde.
Het was allemaal nodig
om al die jonge mensen in die hal
daar te krijgen.
Het zijn allemaal vechters.
Allemaal ‘geslaagden’.
Los van de uitslagen van hun examens.

Ps, informatica en Engels gingen goed bij de pipo. Hij noemde informatica zelfs ronduit ‘gezellig’. “Lekker gepraat met 2 andere nerds.” Dinsdag nog wiskunde en dan hopelijk 3 certificaten. Volgend jaar zien we wel weer verder.
post comment

IN WERKELIJKHEID BEN JE IETS HEEL GROOTS [01 Jul 2019|10:44pm]
Het was het Weekend van de Ziel.
Althans, op Texel, in Oudeschild.
In de Herberg De Zeven Provinciën.
Maar misschien ook eigenlijk wel overal…
Want de ziel is zonder grenzen…

Dat was een van de dingen die we de deelnemers graag wilden laten ervaren: hoe onmetelijk wijs, groot, tijdloos en vol van schoonheid de ziel is, en dus: wijzelf. Want: je bènt je ziel. En dat konden we allemaal leuk vertellen, maar waar het om ging was dat mensen het zouden ervaren.

Ik draaide dit weekend samen met Holistisch Coach Esther Fokkens, van de herberg. En zo brachten we onze invalshoeken, kennis en ervaringen bij elkaar. Zij wist een mooie oefening voor op de laatste dag, om mensen inderdaad echt hun diepste wijsheid te laten ervaren. We schreven voor elke deelnemer een woord op een A-4tje, naar aanleiding van wat er de eerdere dagen was gebeurd. Die A-4tjes legden we voor de deelnemers op hun kop op de grond. Ze hadden dus geen idee wat erop stond.
Van tevoren had ik een inleidende meditatie gedaan waarin we ons bewust werden van de energie van ALLES. Van de dag, van de ruimte, van de mensen om ons heen en… van woorden. Ze stonden dus op hun meest gevoelige stand. Toen vroegen we ze allemaal om op hun A4-tje te gaan staan.

Esther vroeg ze te voelen wat deze plek met hen deed. Ze stelde ze een aantal vragen en het was prachtig om te zien hoe iedereen ook echt in contact kwam met de energie van het woord! Je zag het gewoon gebeuren…
Daarna vroegen we ze om weer te gaan zitten en op te schrijven wat ze hadden ervaren. Waarna ze hun ervaringen mochten voorlezen.

Met D. had ik het, ergens in het weekend, gehad over de dood. Waar ze, door omstandigheden, bang voor is geworden.
Het was een heftig woord, maar ik besloot het toch op te schrijven op haar papier: DOOD. In de hoop dat haar ziel haar zou vertellen wat dood werkelijk is… Zodat ze misschien niet meer bang hoefde te zijn.
D., die dus van niets wist, begon voor te lezen: "Toen ik erop ging staan, voelde me eerst draaierig op die plek. Ik ging omhoog. Ik kwam in een heel mooi bos. Het was zo prachtig. Ik zag die schoonheid en ik voelde me er zo vrolijk! Ik dacht: ik ben helemaal niet bang meer!”
Esther en ik keken elkaar aan.
“Kijk maar op je papier”, zeiden we.
Ze draaide het om.
“Dood? Oh!”
Verbijsterd keek ze ons aan.
"Ik heb even geen woorden."
Op dat moment gebeurde er iets raars. Vanwege de warmte stond de deur van de herberg open en twee enorme, witte, langharige honden kwamen ineens binnengerend. Ze maakten vrolijk een rondje langs ons, wat voor een hoop hilariteit zorgde. Toen riep ineens een stem van buiten:
“Beau en Joy, kom onmiddellijk hier!”
"Ga maar gauw naar buiten jongens, want baasje is boos!”, riepen we.
Ze holden weer weg.
Toen zei iets in mij: Wacht even, wat gebeurde hier nou? Beau en Joy?
Schoonheid en Vreugde?
Waren dat niet net de 2 woorden waarmee D. die plek waar ze verbleef mee had beschreven?
Ik benoemde het en iedereen werd stil. Hoe kon dit nou? Hoe konden die honden nou precies op dat moment… En dat we ook nog die namen…

Nou ja, we gingen maar weer door en M. was aan de beurt. Zij vertelde dat ze niet recht kon staan op haar papiertje. Dat ze heel graag wilde zijn op die plek, maar er ook angst voor had. Terwijl ze wist dat die plek haar ruimte zou geven en rust. En dat ze dat eigenlijk moest ervaren. Ze voelde dat ze een rondje wilde lopen.
“Loop maar een rondje.”
Het ging aanvankelijk met moeite.
Alsof haar lichaam nog weerstand bood.
Maar, ze deed het. Het zag er prachtig uit. Ze ging weer zitten en op dat moment kwam kat Michiel binnengelopen. Michiel loopt altijd rond door de buurt en is genoemd naar Michiel Adriaanszn De Ruyter, omdat die ooit verbleef op Texel. Hij liep recht naar het papiertje van M., ging ervoor zitten en keek haar aan, alsof hij wilde zeggen: ‘Dit vind ik leuk.’ Wij weer verbaasd. M. draaide haar papier om. ‘Vrijheid.’
Hoe was dit nou weer mogelijk!
Want als Michiel ergens voor staat… Zowel in zijn oude als zijn nieuwe incarnatie… dan is het wel...

Maar goed, we gingen maar weer verder.
Met E.
Die had het eerst Spaans benauwd op haar papier. Ze kreeg het onder controle door liefdevolle gedachtes ernaar te sturen, maar er bleven ook nog wat zenuwen door haar buik gieren. Ze begreep nu waar die vandaan kwamen. En wat ze eraan kon doen. Een groot inzicht.
Ze draaide haar papier om.
‘Angst.’
Precies op dat moment kwamen er 2 ambulances door de straat rijden, met gierende sirenes.
En daarna werd het wel heel erg stil.

Je denkt dat je een oefening zit te doen.
Met een groep mensen.
Op een eiland, in een herberg, in alle beslotenheid.
Maar in werkelijkheid ben je iets heel groots en sta je in contact met iets nog veel groters.
Iets wat we niet kunnen bevatten.
En dat, liet deze oefening ons allemaal zien…

Ps, Michiel betitelden we hierna tot de werkelijke grote geest achter dit weekend. Hij was na afloop dan ook bekaf.
IMG-20190701-WA0001

IMG_20190630_093630797_HDR
post comment

WAT DOEN ZE EIGENLIJK IN DE SPIRITUELE WERELD? [22 Jun 2019|08:24pm]
Eens per maand organiseer ik een oefencirkel Mediumschap.
Waar studenten kunnen leren en experimenteren.
Donderdag was er weer een.
En die zal ik niet snel vergeten.

We hadden het eerst nog heel over de ‘dolende zielen’ uit het vorige blog, alleen niet te lang, want nou wisten we het wel. Maar het bracht ons wel op het onderwerp van de avond. Want vaak kunnen studenten mediumschap op een bepaald moment best goed contact maken, maar… weten ze ook iets van de wereld waarmee ze werken?

Bij mij kwam die kennis pas toen ik echt ging werken en cliënten mij vragen begonnen te stellen over die wereld.
-Bij wie is mijn man nu?
-Wat doet mijn zus in de andere wereld?
-Kunnen ze daar ook verdrietig zijn?
-Zijn daar ook auto’s?

Hele goeie vragen die vroegen om hele goeie antwoorden. Maar… hoe kwam ik daaraan? Ja, door te voelen. Maar hoe kon ik bewijzen dat ik het goed voelde, dat niet mijn hoofd ertussen kwam? Mediumschap hoort namelijk te draaien om bewijs.

Een grote ommekeer kwam toen ik 2 ouders op consult kreeg die bleken te komen voor hun dochter. Ik kon haar goed voelen. Haar grappige karakter. Haar liefde voor skiën. Het verkeersongeluk dat ze had gehad. De reanimatiepogingen in het ziekenhuis… tevergeefs…
“Ze laat me voelen dat ze net met haar vervolgopleiding was begonnen voordat ze overleed”, zei ik.
Haar ouders knikten.
“Net 1 week”, zeiden ze.
Toen liet de dochter mij zien dat ze in de andere wereld omringd was door kinderen. Ik voelde, ik keek en ik ‘zag’ dat ze die kinderen dingen leerde. Op een hele vrije, natuurlijke manier. Het was geen bewijs, want ik kon het niet bewijzen, maar toch flapte ik het eruit.
“Ze geeft in de andere wereld les aan kinderen, zo laat ze me zien.”
Haar ouders barstten beiden in tranen uit.
“Die vervolgopleiding was de Pabo. Ze wilde juf worden, al van kinds af aan.”
Wow.

Het was de dag waarop ik heel veel leerde. Over de s.w., waar blijkbaar ook ‘les gegeven wordt’ (en hoe, en waarin en waarom, want ik had nog een soort van nagesprek met de dochter achteraf.) Maar ook dat informatie over de s.w. ook bewijs kan zijn! En dus moest ik me daarvoor openstellen. Me ook daarin gaan verdiepen.
En dat, precies dat, wilde ik de studenten meegeven deze oefencirkel. Ik zei: we gaan korte contacten maken, in de kring en om de beurt. En aan het eind van elk contact vragen jullie aan degene die doorkomt: Hoe is het daar? Wat doe je daar? Wat wil je daarover delen?

Bij alle contacten lukte het.
En van alle contacten leerden we weer meer!
Zo legde MD contact met een moeder (van Y.) die altijd in de mode had gewerkt. Heel hard en heel dienstbaar en nederig. In de spirituele wereld liet ze zien dat ze nu zelf dingen ontwierp. "Ze laat me een heel rek met eigen creaties zien. Ze voelt eigenlijk voor het eerst echt trots op zichzelf.”
Ontvanger Y. was ontroerd:
“Hier op aarde was ze nooit trots op mezelf. Dit raakt me echt diep.”

Er was een contact met een vader die vastgoedhandelaar was geweest en die nooit rekening had gehouden met de gevoelens van anderen, ook niet met die van zijn kinderen. Aan het eind van het contact liet hij zich aan medium MvdH zien met een harp. “Het is niet dat hij letterlijk harp speelt. Wat hij ermee laat zien is dat hij nu ook fijnbesnaard leert te zijn. Wat hij hier op aarde niet was.”
Dochter B. herkende het: “Hij speelde hier op aarde ook piano, maar altijd te hard en te gevoelloos, dus ik vind dit heel mooi om te horen."

Het laatste contact was van G. Hij voelde een vriend van iemand die heel plots door een ongeluk was overleden. Dat was wel even verwarrend geweest bij zijn aankomst in de spirituele wereld. Maar dat was van korte duur. En nu had hij een boodschap aan ons allemaal: ‘Leef je leven optimaal. Doe! Maak! Geniet! En hou je niet bezig met die grijze hersenruis in je hoofd die alles wazig maakt en die je remt in dat wat je eigenlijk wilt doen.’

Wat een tekst.
Wat een boodschap!
Want wat zei hij nou eigenlijk?
Dolende zielen, o ja, die bestaan.
Ze lopen heel veel rond…
op aarde.
post comment

VERSIE 1 OF VERSIE 2... [16 Jun 2019|02:25pm]
Een mailtje van trouwe lezeres P. deze week.
Haar vader is nog maar net overleden
na een zeer kort en roerig ziekbed.
Ze is er nog van aan het bijkomen en dus nog veel met hem bezig.
Logisch.

Een familielid van haar kwam in contact met een medium.
En dat medium liet haar weten dat haar vader nu ‘in de war was’. Dat hij niet kon accepteren dat hij is overleden, dat hij zich zorgen maakte over zijn familie en leek te zweven tussen hemel en aarde.
‘Het medium heeft ‘m onder meer gezegd dat hij zijn eigen weg moet gaan, dat hij daar niet alleen is en dat wij als levenden het onze hebben.’

De woorden van het medium hadden P. ongerust gemaakt over haar vader. Dus bovenop het rouwproces, kreeg ze dat ook nog. En ze vroeg zich af: wat kan ik nu nog doen voor hem? Met die vraag mailde ze mij.

O boy, wat erg toch.
Dat dit iedere keer weer gebeurt.
Want ik wil echt geen collega’s bashen, maar… laat ik het netjes zeggen…
het is zo níet hoe ik het zie.

Verhalen die de wereld in gebracht worden over dolende zielen en mensen die in de war en zijn en terug zouden willen.
‘Rescue cirkels’ die ‘zielen naar het licht sturen’… Ik zie het als een grove onderschatting van de intelligentie en de liefde van de spirituele wereld. Ik zie het als pure onwetendheid.

Even vooropgesteld: ik weet ook niet alles. Dat kan ook niet in deze menselijke hoedanigheid. Maar ik denk wel dat we allemaal diep vanbinnen wijsheid in ons dragen. Dus ik stel voor dat we het als volgt doen: ik vertel u mijn visie en die vergelijkt u met bovenstaande en dan gaat u diep vanbinnen voelen, bij uzelf, wat klopt, goed? Komt-ie.

Mijn visie is als volgt: de spirituele wereld is onze oorsprong, onze thuisbasis. En deze aardse wereld is een – tijdelijke – soort van stageplek. Of een toneelstuk. Of een leerschool, hoe je het maar noemen wilt. En als we hier klaar zijn, dan gaan we weer terug ‘naar huis’.
Dat thuis is de plek waar we pure liefde kunnen ervaren en waar we weer helemaal terug zijn in onze oorspronkelijke staat van zijn. In die staat van zijn begrijpen we ook alles. Over ons leven, het leven in het algemeen en onze dierbaren op aarde.

Let op: overledenen nemen ons namelijk nog wel waar! Dat blijkt uit de informatie waar ze mee komen tijdens consulten. Dan geven ze tijdens een consult bijvoorbeeld informatie door over gebeurtenissen binnen de familie die plaatsvonden ná hun overlijden. Een huwelijk, een geboorte, een verhuizing… Dus zij ‘zien’ ons wel en wij hen niet! Dat maakt hun ervaring totaal anders dan de onze. Wij missen hen, maar zij hoeven ons niet op diezelfde manier te missen.

Bovendien hebben zij, na hun overlijden, de ervaring opgedaan dat het leven doorgaat en dat we allemaal weer samen komen (wat voor ons vaak nog een vraag is). En dus weten ze dat, als er al een ‘scheiding’ is, dat dan een tijdelijke is.
En daar weer bovenop komt dat zij daar ervaren dat tijd helemaal niet bestaat! Want de spirituele wereld is een wereld zonder tijd en ruimte. Dat kunnen wij niet bevatten en dat geeft helemaal niks, maar het maakt wel dat zij niet het gevoel hebben dat we heel erg lang moeten wachten tot we weer samen komen.
Kortom, dat wat wij ervaren als 1) gescheiden zijn van elkaar, 2) in een vreemde omgeving zijn en 3) heel erg lang op elkaar moeten wachten, is helemaal niet hun beleving. En dus hoeven we ons helemaal geen zorgen over hen te maken. (Andersom trouwens ook niet.)

In mijn ogen heeft dat andere medium te weinig kennis van de spirituele wereld, iets wat heel veel voorkomt. En daardoor heeft zij er een ‘aardse draai’ aan gegeven door te zeggen dat de vader van P. in de war is en terug wil etc. Ik werk nu 14 jaar en in alle duizenden contacten die ik heb gemaakt, heb ik nog nooit contact gehad met iemand die doolde of terug wilde of niet kon accepteren overleden te zijn.

Laat dit alles op u inwerken.
Ga terug naar uw eigen spirituele oorsprong diep in u.
Voel en weet en besluit voor uzelf:
welke uitleg voelt voor u het meest logisch?
Versie 1 of versie 2…

P. deed dit ook.
En voelde gelukkig het meest bij versie 2.
Waardoor ze nu weer rustig is en gewoon met liefde aan haar vader kan denken en daarnaast haar eigen leven weer oppakken.
Zoals het, in mijn ogen, is bedoeld...
post comment

EEN KIJKJE IN DE KEUKEN [12 Jun 2019|08:58pm]
Ik heb altijd heel goed les gehad als medium-student.
Maar er was wel 1 ding dat ik miste:
Het voor-doen van een consult.

Er waren sowieso maar 2 van mijn docenten die oefeningen voordeden: Jose Gosschalk en Paul Jacobs. De andere docenten legden oefeningen uit en zeiden: off you go. En dan deed je maar gewoon wat. In de hoop dat het goed was. Vond ik een gemiste kans.
Pas toen ik zelf docent werd, voelde ik hoe groot de druk eigenlijk is wanneer je als docent iets voor wilt doen. Het is al een ongrijpbaar iets, dat hele mediumschap. Succes is nooit verzekerd! En als je iets voordoet, wil je het ook goed doen, dus het mag niet mislukken, of….

Nooit vergeet ik dat Paul Jacobs een keer tijdens een lesweek in een bomvolle Sanctuary aan het Engelse Arthur Findlay College een oefening voordeed op het podium. Het ging om namen lezen en… het lukte niet. We keken vol spanning toe. Wat nu? Hij draaide zich naar de zaal en zei heel rustig: ‘Kijk, het lukt niet. Hoe erg is dat? Niet! Ik sta hier nog steeds. Jullie luisteren nog steeds. Er is maar 1 ding duidelijk geworden: soms lukt het niet.’
Jeetjemina, wat gebeurde daar nou?
Het duurde even voordat ik dat begreep.
Maar toen wist ik het:
Daar, precies op dat moment, was het allergrootste leermoment van de hele week. Het mócht dus ook niet lukken. Ongelooflijk, wat een ruimte en een vrijheid gaf dat. Wij als studenten durfden vanaf dat moment ook ineens van alles uit te proberen. En leerden daardoor ineens veel meer.
In het vliegtuig op de terugweg vroeg ik me af of niet vooropgezet zou kunnen zijn geweest door de spirituele wereld. Als dat zo was, zou daarmee Paul Jacobs’ docentschap wat bij betrof een extra laag krijgen...

Maar goed, geen enkele docent ging dus ooit op het podium zitten om te zeggen: “Dames en heren, er komt zo een echte klant binnen (!) en daar ga ik een echt consult aan geven. Ik zal hier en daar verklaren hoe ik informatie binnenkrijg en bij moeilijkheden zal ik uitleggen hoe ik het aanpak. Kortom, u ziet mij aan het werk en ik ondertitel het hier en daar.”
Ik hoopte erop, maar het kwam niet.

Ik geef zelf consulten sinds 2007. En vaak vroeg ik me af: zou ik het zelf aandurven? Steeds was het antwoord: nee. Tot vorig jaar. Ineens dacht ik: ja, ik ben er klaar voor. Ik had voldoende ervaring en ik was een bepaalde kwetsbaarheid voorbij. Dit was het moment om te datgene te gaan geven aan mijn studenten wat ik zelf had gemist.

Ik noemde het een Masterclass Privé-consulten. En het resultaat was zo mooi. Niet dat alles lukte, o nee, zeker niet! Maar dat kon ik hebben. Ik zakte niet door de grond. Ik voelde me niet afgaan. Er was maar 1 conclusie: soms lukt iets even niet.
En de rest van de tijd, als het wel lukte, kregen studenten, en later ook andere aanwezige geïnteresseerden in het publiek, een geweldig kijkje in de keuken. En werd het eigenlijk een demonstratie van wat ik het liefste duidelijk wil maken aan mensen: Zo Werkt Mediumschap.

In november gaan Myrthe Bruinzeel en ik nog een stap verder: een 4-Daagse in de Volksabdij in Ossendrecht met als thema: Het Héle Consult. Aan bod komen onder andere:

> Hoe presenteer je jezelf als medium?
> Hoe bereid je je consult voor?
> Hoe herken je waar het consult over moet gaan?

> Wat doe je met ‘moeilijke klanten’?

> Wat doe je wanneer het consult niet loopt?

> Hoe zorg je voor jezelf?

> Wat is een redelijke prijs voor een consult?

Maar bovenal zullen zowel Myrthe als ik allebei een kijkje in onze beide keukens geven, door middel van een Publiek Consult, met alle ins en outs en volledig 'ondertiteld'. Met een echte klant, met echte problemen en echte verwachtingen.
Het wordt, kortom, ontzettend Echt.
Maar bovenal ontzettend leerzaam.

Meer info en aanmelden kan via: www.spiritandsoul.nl/specials
post comment

HET IS BOVEN DE 23 GRADEN... [10 Jun 2019|01:52pm]
Ik zit buiten in de zon, als ik de stem van de patat hoor.
“Ik ga even wandelen”, roept hij.
“Leuk, iets met Pokémon Go?”
“Ja”, roept hij terug.
“Veel plezier!”

Dan bedenk ik me iets.
“Kun je nog heel even hier komen?”, vraag ik.
“O jee”, zegt de patat.
“Ja”, zeg ik.
“Ik dacht het niet hoor”, antwoordt hij.
“Kijk maar op de thermometer.”
De patat kijkt op de thermometer, mompelt iets, wil weglopen.
“Nee nee,” zeg ik. “Hier komen.”
“Ah mam…”
Hij komt naast me staan. Twijfelt.
“Pak je rits”, instrueer ik hem.
Hij zucht. Pakt de rits.
“Goed zo, omlaag trekken.... Uit met die trui.”
“Mam… je weet toch hoe ik me dan voel…”
“We hadden afgesproken, boven de 23 graden ging hij uit. Het is boven de 23 graden, dus: uit.”

Hij doet het.
Dat is een groot voordeel met mensen met autisme: ‘Afspraak is Afspraak’ is een heilige regel.

De trui is uit.
Hij staat erbij alsof hij naakt in de Kalverstraat staat.
Zo erg is dit voor hem.
En ik, naar mens dat ik ben, laat hem dit gewoon doen zeg.

Ik realiser me dat ik hem al meer dan een half jaar niet meer zonder trui heb gezien. Het is ook altijd dezelfde trui: donkerblauw, met een rits en een capuchon. Het is meer dan een trui. Het is zijn veiligheid. Zijn harnas. Hij verstopt zich erin. Het is zijn ‘cloak of invisibility’.

“Ik weet niet of ik zo naar buiten kan hoor.”
“Probeer het maar gewoon.”
“Ik zie er heel raar uit.”
“Nee hoor, mèt trui zie je er nu raar uit.”
“Ik weet echt niet of ik dit kan.”
“Gewoon proberen.”

Ik hoor weleens andere ouders over opvoeden van tieners. Dan gaat het over uitgaan, niet te laat thuiskomen, over geld en over drank. Allemaal onderwerpen die hier niet aan de orde zijn. Uitgaan is eng, geld vindt hij totaal onbelangrijk en drank is (nog) geen issue.
Nee, hier gaat het over of de trui uit mag of niet.
Nu is de trui uit.
En de grote vraag is of dit gaat lukken buiten.

Hij is inmiddels meer dan een half uur weg.
Blijkbaar kan het.
Weer een dingetje overwonnen.
post comment

AU AAN M'N EGO [06 Jun 2019|06:58pm]
Appje van vriendin B., vanochtend:
‘Hai meis, ik heb au aan m’n ego.’
Ik: ‘Ach lieverd toch… Wat is er gebeurd?’

Het blijkt dat twee wederzijdse vriendinnen van ons iets gepland hebben. Iets leuks. Samen. Zonder ons. En verdomd zeg, nu ik dat weet, voel ik het ook ineens: Au!!! Dus nou hebben B. en ik het allebei. Lekker dan.

Het is makkelijk om hier de afslag te nemen waar het ego ons naartoe wil sturen: de afslag naar het plaatsje Verongelijkt, waar we samen op een terras van restaurant Boos in de regen kunnen gaan zitten met een sjacherijnig hoofd. En dan samen mopperen op die 2 die ons ‘buitensluiten’. En dan nog meer voorbeelden gaan zoeken van wat ze allemaal verkeerd gedaan hebben in het verleden, wat oude koeien uit de sloot halen en dan een plan maken om ze van jetje te geven. Hell yeah! Dat is waar het ego zin in heeft.

Maar. We zijn grote meisjes. En eigenlijk waren we die afslag al voorbij doordat B. het ego doorzag. Ze zag de afslag en… ze reed hem voorbij door me dat te appen. Mooi mens dat ze is.
We weten het allebei dat onze vriendinnen hier niets mee bedoelen. Ze wilden gewoon samen iets leuks doen. Dit gaat helemaal niet over ons en het is ook helemaal niets tégen ons. We moeten het niet op onszelf betrekken, al zou het ego dat nog zo graag willen.

We appen nog even door.
B: ‘Weet jij waar jou au vandaan komt?’
Ik: ‘Ja, het schoolplein. Een vriendin die ineens op een maandagochtend niet meer tegen me sprak, maar vriendin was geworden met iemand anders.’
Terwijl ik app, voel ik hem meteen weer: een oude au.
B: ‘Bij mij gaat het over de gedachte dat ‘ik dat niet waard zou zijn’.
Ik: ‘Achossie.’
B: ‘Zielig he. ; • ))’

We kunnen erom lachen.
We besluiten allebei dit geval dan maar te gebruiken om deze oude au’s nog eens goed te bekijken. En nu, nu we dan toch grote meisjes zijn, met een volwassen blik. Dat we de pijn die we toen voelden – ‘ik ben gedumpt’ en ‘ik ben dat niet waard’ – misschien nu wel los kunnen laten. Na meer dan 40 jaar. En het is eigenlijk eenvoudiger dan het klinkt. Erom lachen helpt al een heleboel.

Appje vanmiddag:
Ik: ‘En, lukt het met loslaten?’
B: ‘Ja hoor, ik heb het liefdevol omarmd ; • ))
Ik: ‘Ik voel me ook ineens niet meer zo gedumpt.’

Zo, weer 2 traumaatjes opgeruimd.
We mogen onze vriendinnen wel dankbaar zijn.
post comment

DE WERELD VERRUKKEN, VERLEIDEN EN INSPIREREN [02 Jun 2019|09:53pm]
Ik mediteer.
Al jaren.
Aanvankelijk op aanraden van docent Paul Jacobs.
Inmiddels omdat ik het gewoon graag doe.

Maar soms ook even niet. Dan zit ik te zitten in mijn meditatie-hokje de strijd tegen de gedachtestroom te verliezen en dan denk ik: wat doe ik hier? Wat heeft dit voor zin?

Het was een jaar of 3 geleden dat er op die laatste vraag een antwoord kwam. Volkomen onverwacht. Ik zag, ineens, tijdens zo’n worstel-meditatie iemand uit de andere wereld. En die persoon liet mij iets zien.
Het beeld was dat van een zaadje dat geplant werd in de grond. Het ontkiemde, groeide boven de grond uit, groeide omhoog, omhoog, ontwikkelde bladeren, terwijl het naar beneden toe wortelde en toen… stopte het groei-proces. Alles bleef zoals het was.

Dat was jammer. Want er was ook een knop tevoorschijn gekomen. Een knop die nu ongeopend bleef. Ik vroeg aan het beeld: waarom? Toen zag ik het: er was een dak boven de plant. ‘Een dak van ononderbroken gedachtes’, zo werd het genoemd. Dat dak hield het licht tegen. En zonder licht kwam de bloem niet tot bloei.

Ondertussen werden de bloem in de knop en het dak erboven met 2 handen uitgebeeld. De knop door 5 naar boven gerichte vingertoppen tegen elkaar. Het dak als 5 aaneengesloten vingers erboven. En toen… gingen die vingers van het dak los van elkaar… heel even maar… en zo viel er wat licht op de nog gesloten knop. Dat korte moment zette het open-proces weer een beetje in beweging.

Boodschap: wanneer je je gedachtes kunt onderbreken, al is het maar voor even, dan geeft dat licht en ruimte aan dat andere in jou. Dat wat tot bloei wil komen. Het mooiste dat iedere mens in zich draagt. Je ware kleuren en geuren en alles wat je kunt en wilt verspreiden in deze wereld. Dat waarmee je anderen verrukt, verleidt en inspireert. Wanneer je je gedachtes onderbreekt, kan het licht erop vallen en kan de bloei tot stand komen.

Het beeld hield me bezig.
Wat wilde het zeggen?
Kun je mensen vaak vergelijken met planten die in veel gevallen niet tot bloei komen?
Ik was best onthutst door het antwoord dat zich in de loop der tijd toonde. Want ja, het risico van een leven is dat we wel zijn geaard, gegroeid zijn en in het leven staan. Maar dat we niet tot echte bloei komen. Krijgt de wereld onze mooiste, diepste schoonheden, kleuren en vormen wel te zien? Of blijven die vaak verborgen in de strijd om het bestaan. Of beter: door gebrek aan licht door het gesloten dak van de ononderbroken gedachten…

Mediteren helpt.
Andere ‘gedachteloze’ dingen helpen ook.
Doe het op op uw eigen manier.
Maar weet dat u allemaal iets in u draagt
dat zo de moeite waard is
om de wereld mee te
verrukken,
verleiden
en inspireren.

Ps: vr 28 t/m zo 30 juni: Weekend van de Ziel, Texel.
Een heel weekend stilstaan bij dat mooie dat u eigenlijk bent: de ziel.
Meer informatie: www.jannekeleber.nl / janneke@jannekeleber.nl
post comment

DE HELE JIJ [29 May 2019|09:07pm]
Ik was 17 toen ik begon
in mijn allereerste dagboek.
Nu ben ik 51
en bezig in deel 64…

Toen ik begon in deel 1 wist ik nog niet wat dagboek schrijven voor me zou gaan betekenen. Dat het zo helend zou zijn. Dat het me afstand zou geven tot alles wat in mij rond kan razen. Dat het me helderheid zou geven. En dat ik, door dingen op te schrijven, ze als het ware 2 x kan beleven, wat soms nodig is om tot me door te laten dringen wat er nou werkelijk is gebeurd... Dagboek schrijven geeft mijn leven een extra laag. Ik zou niet meer zonder willen.

Teruglezen doe ik niet heel vaak. Maar àls ik me afvraag: hoe was het ook alweer om zwanger te zijn? Of: waarom vond ik die ene baan ook alweer zo vervelend? Of: hoe verliep ook alweer dat mooie gesprek? Dan kan ik het zo opslaan en binnen no time zit ik er weer middenin.
Teruglezen is als tijdreizen.
Magische ervaring.

Alleen was er 1 vraag die met de jaren steeds vaker naar voren kwam: wat moet er met al die boeken gebeuren als ik er niet meer ben? Wil ik dat anderen het lezen? Kan ik een ander dat aandoen? Ik durf wel te beweren dat ik in mijn dagboeken eerlijker, kwetsbaarder en openhartiger ben dan waar dan ook. Dus, hoe is dat voor de lezer? En wat moet die ermee?
Het was een vraag zonder antwoord die af en toe eens langs kwam drijven.

Laatst zat ik in de kamer te schrijven.
De pipo kwam binnen.
"Zit je weer lekker te dagboeken?"
"Hm hm", zei ik.
Hij ging op de bank zitten en keek op zijn telefoon. Toen zei hij ineens:
"Als jij dood bent, mag ik ze dan hebben?"
"Wat hebben", vroeg ik.
"Je dagboeken."
"O!", zei ik.
Ik moest even heel goed voelen wat ik daarvan vond. Om een of andere reden was dit scenario nog nooit eerder door mijn hoofd gegaan. Ik voelde ontroering, verwarring en opluchting allemaal dwars door elkaar heen...
"Weet je", zei ik. "Als moeder en zoon ken je elkaar wel, maar toch ook weer niet helemaal. Er is ook een stuk dat je niet met elkaar deelt. Dat is ook goed, maar als je mijn dagboeken zou lezen, zou je daar wel in terecht komen."
De pipo keek me aan.
"Daar heb ik al over nagedacht", zei hij.
"En ik heb besloten
dat als je er niet meer bent,
dat ik dan de hele jij wil leren kennen.
Wat dat ook maar in mag houden."

We keken elkaar een tijdje aan.
Niet als moeder en zoon,
maar als twee zielen.
Zelden zo geraakt geweest.
Onsterfelijke woorden...
post comment

HOE DE VIS IN DE VIJVER BELANDT [22 May 2019|07:49pm]
U weet een beetje hoe het zit tussen God en mij.
Ik was altijd een overtuigde atheïst.
Toen kwam in contact met het mediumschap.
Ik besloot desondanks atheïst te blijven, maar:
dat is niet gelukt…
Daar zit ik nu ongeveer.

Of nou ja, zitten. Ik ben er best druk mee. Het onderwerp blijft maar trekken, wat op zich al heel veel zegt.
Het grote nadeel van atheïstisch opgroeien: je moet allemaal zelf uitzoeken.
Het grote voordeel van atheïstisch opgroeien: je mag het allemaal zelf uitzoeken. Dat leek me eerst heel ingewikkeld, maar nu weet ik: dat is het niet. Ik geloof namelijk dat we allemaal een stukje God in ons dragen, een vonk van het grote licht. Dus als ik wil weten wie/wat God is, kan ik het antwoord vinden in dat stukje in mijzelf.

In 1 woord is God voor mij: perfectie.
Ik sprak er vandaag nog over met mijn 1e jaar studenten van de Jaaropleiding Mediumschap. Als je stilstaat bij je lichaam, hoe geniaal dat bouwwerk is dat jij mag bewonen, met z’n ademhaling die vanzelf gaat, de bloedsomloop, de spijsvertering, al die organen die maar voor jou aan het werk zijn… Ja, het mag wel eens haperen, maar op zichzelf is het perfect.
Of iets wat ik afgelopen zomer leerde toen ik keek naar een reiger die vissen ving in een vijver. Van kinds af aan vroeg ik me al af: hoe komen die vissen eigenlijk in die vijver? Toen was er ineens een man en die vertelde me zomaar het antwoord: dat dat gaat via de pootjes van de reiger. Die gaat van vijver naar vijver en aan zijn poten blijven vissen-eitjes plakken en zo transporteert hij zelf die vis.
Hij brengt en hij haalt.
De natuur.
Perfect systeem.

Laatst hoorde ik iemand op tv praten over God. En die zei dat hij naar ons kijkt met zijn handen in het haar, zo van: o, o, wat een zootje maken ze ervan. En ik voelde heel sterk: nee, zo zie ik het helemaal niet. Als God perfectie is, dan is het ook: de perfecte vader. En de perfecte vader zit niet met zijn handen in het haar zich druk te maken over ons. De perfecte vader kijkt naar ons, neemt waar, weet waar het heen gaat en ziet… dat het goed is. Zonder oordeel. Zonder teleurstelling. Nieuwsgierig, betrokken, altijd liefdevol.

Dus draaide ik het om en vroeg me af: wat zou God eigenlijk allemaal leuk vinden aan ons? Er schoot me een aantal dingen te binnen waarvan ik zeker weet dat God daarvan geniet:

•Dat we elkaar goedemorgen wensen.
•Dat we onze verjaardag vieren.
•Als we ruiken aan een bloem.
•Als we foto’s maken, of schilderen, boetseren, schrijven, musiceren....
•Als we sorry zeggen.
•Als we vallen en dan toch weer opstaan.
•Als we iets nieuws uitproberen.
•Als we het leven echt leven.

En ik denk dat God geniet als wij genieten van de wereld. Als we ons verwonderen. Als we weer een mysterie ontrafelen van de schepping.
Een gen.
Een planeet.
Of hoe de vis in de vijver belandt…
post comment

navigation

[

viewing

|

most recent entries

]
[ go | earlier ]