Eenmaal daags Janneke

Kalender

ZO MOOI [12 Nov 2019|09:30pm]
Intentie:
‘Ik zou graag tijdens consulten
meer direct
de wijze adviezen door willen geven
van mijn onzichtbare vrienden aan de andere kant.’

Dat was een intentie die deze week opkwam.
En intenties zijn krachtig spul hoor.
No shit!
Ze zetten de toon, ze geven richting en maken daarmee nieuwe dingen mogelijk.

Maar goed, dat zo direct doorgeven van die wijze adviezen vanaf de andere kant, dat kan niet altijd. Het gaat nog altijd om wat de klant nódig heeft, niet om waar ik zin in heb. Soms moet het gewoon meer een praktisch verhaal worden. Maar als Koen binnenkomt, voel ik al snel: bij hem zou het wel bij kunnen gebeuren. Een mooi mens, stralend, open, nieuwsgierig, liefdevol, onderzoekend, wakker. Het verbaast me dan ook niet dat het gesprek vanzelf gaat in de richting van ‘zijn eigen teampje achter hem.’
“Ik noem het meestal mijn vrienden”, zeg ik.
“Snap ik”, zegt hij. “Het woord gidsen klinkt meteen weer zo officieel.”
We knikken begrijpend.
“Het zou mooi zijn om zelf een actieve communicatie aan te gaan met die vrienden”, zeg ik.
Hij: “Ik ben me wel van ze bewust en ik zie ze ook wel gebaren, maar ik ‘versta’ ze nog niet.”
We hebben het erover hoe hij ze kan gaan leren verstaan.
Over ‘welke taal zij spreken.’

Het gesprek gaat ook over de liefde. Koen heeft de Grote Liefde gevonden.
“Ik zag de liefde tussen mijn grootouders als kind en ik dacht: dat is het, dat wil ik later ook. Nu heb ik haar gevonden. Maar mijn vraag is: kan ik wel onvoorwaardelijk liefhebben?”
Er gebeurt iets als hij de vraag stelt.
Alsof het niet de juiste vraag is.
Het duurt even voordat ik doorheb hoe het zit.
“Is het niet zo dat je al onvoorwaardelijk liefhebt, maar dat je bang bent om het kwijt te raken?”, vraag ik.
“Dat is het precies!”, zegt K. “Ik voel me als de oermens die vuur gevonden heeft in de vochtige, koude bossen. En die dat vuur nu koestert door het te beschermen met zijn handen en door er alles aan te doen om het brandend te houden. Bang om het te verliezen, omdat hij nog niet zelf vuur kan maken."

En dan gebeurt het.
Ik wil iets zeggen, maar ik ‘hoor’ mijn teampje er ineens tussendoor komen.
Heel dichtbij.
“Tell him there is no need to worry. Tell him that he ís the fire.”
Ik wijs naar achteren.
“Mijn onzichtbare vrienden willen iets zeggen”, zeg ik.
“Zeg tegen hem dat hij zelf het vuur is.”

Het wordt doodstil.
We kijken elkaar aan.
En…
tranen komen op,
bij allebei.
Zonder geluid, zonder beweging.
Alleen maar steeds dikker wordende tranen in ogen die uiteindelijk keihard naar beneden rollen.

“Zo mooi”, zegt K. uiteindelijk.
En ik knik.
“Zo mooi.”

(Tekst geplaatst met toestemming van Koen.)
post comment

ZE VINDEN ONS SCHATTIG [08 Nov 2019|12:48pm]
Ik heb een overleg,
met de activiteitencommissie van ons broodfonds
via Zoom.

Heel eerlijk? Alleen dat al vind ik helemaal 2.0 van mezelf. Dat ik met anderen via de computer aan het vergaderen ben, zij ergens in Amsterdam en ik in plaatsje B. Dat dat toch allemaal maar kan! En… dat ík dat allemaal kan. Ik, de non-techneut. Dat ik het snap. Dat het me gelukt is. (We laten maar even buiten beschouwing dat het op zich niets meer was dan het aanklikken van een link en dat de pipo me moest helpen om naast beeld ook geluid te krijgen. Hij is ook nog steeds in de buurt ‘voor eventuele assistentie’.)

Afijn, wij vergaderen. ‘Wij’ zijn trouwens (naast mij): M., een generatiegenoot en L. een millennial. En al vergaderend willen we op een gegeven moment even de website van ons broodfonds erbij halen om iets op te zoeken. ‘Kan dat?’, vraag ik me af. Want we zitten nu te Zoomen en je kan van zo’n computer toch niet vragen dat-ie 2 dingen tegelijk doet. Maar M. en L. hebben hem al te pakken en zijn toch nog in beeld, dus blijkbaar kan het en ik laat het verder aan hen over.

Ze vinden wat ze zochten.
“Oke”, zegt M. “Ik stuur je die gegevens even toe Janneke. Eh, hoe pak ik dat aan. Weet je wat? Ik maak een screenshot en dat stuur ik je toe.”
Een screenshot, toe maar. Ik kan het ook hoor, het staat ergens op mijn ‘Zo-doe-je-dat-lijstje’ dat op het prikbord hangt. Maar aan het foto-geluid te horen, heeft M. het screenshot nu al gemaakt, dus die kan het blijkbaar uit zijn hoofd.
“Wat schattig dit”, hoor ik de pipo achter me zeggen.
“Wat is schattig?”, vraag ik.
“Een screenshot… Hihi…”
Ik snap niet wat daar schattig aan is en ik concentreer me weer op het gesprek en zie hoe M. nu aan het peinzen is hoe hij het screenshot het beste naar mij toe kan sturen.
Dan doet mijn telefoon ineens ‘Ping’.
L., de millenial, zegt: “Ik heb het al naar haar ge-appt hoor.”
Ik kijk op mijn telefoon en verdomd zeg, daar staat het. Hoe doet ze dat nou?
“O”, zegt M. “Dat kan natuurlijk ook. Je had w.a. al open staan op je computer.”
“Ja”, zegt L.
Ik zie bij haar hetzelfde glimlachje als bij de pipo. Half geamuseerd, half meewarig.

Het is diezelfde avond dat de pipo me iets wil laten zien op zijn telefoon.
“Kijk”, zegt hij. “Dit is een appje van mijn mentor en die is van jouw generatie. Moet je zien: hij gebruikt steeds de verkeerde emoticons. Ik zag het ook toen jullie aan het zoomen waren: jullie oude mensen zijn zo schattig met technologie…”
En ineens heb ik er genoeg van.
“Even voor de duidelijkheid”, zeg ik. “Het zijn ónze computers en het is ónze whatsapp hè. Wij hebben het uitgevonden. Niet jullie. Jullie mógen het gebruiken. Maar ga nou niet zo wijsneuzerig zitten doen en ons schattig zitten vinden, want zonder ons viel er helemaal niks te appen en te computeren.”

Zo!
Ik vind het zelf best goed klinken.
En je zou verwachten dat de pipo op zijn nummer gezet zou zijn.
Of op zijn minst een beetje beledigd.
Maar nee, hoor hij ligt in een deuk.
“Whahaha…”
“Wat is er nu weer?”, vraag ik.
“Nou…”, zegt de pipo snikkend van het lachen. “Ik ben zo ont-zet-tend benieuwd naar jouw bijdrage aan het totstandkomen van de computer en whatsapp…”

Vanuit ons perspectief leveren wij, ‘de oude mensen’, een enorme prestatie. Wij die onze schoolwerkstukken nog maakten met boeken uit de biep. En die de plaatjes die in het werkstuk moesten, kopieerden uit die boeken. Niet met Ctrl C, maar met een kopieermachine, waar je kwartjes in deed. Kwartjes… ook al weg…. We hebben alle ontwikkelingen meegemaakt, van de opkomende computers, tot verdwijnende munteenheden en de opkomst van digitaal betalen, van de lp en de cassette naar de cd naar Spotify…. Overal hebben we ons aan aangepast. We zijn geweldig en de flexibelste generatie ooit. Maar credits, ho maar.
Want in de ogen van Generatie Z
zijn we niks anders dan:
schattig.
post comment

OMDAT HIJ WEET WAAR HIJ WEZEN MOET [06 Nov 2019|09:53pm]
Texel, Meester Michiel

Het was op Texel.
Tijdens de demonstratie op donderdag.
In de categorie: dieren, je blijft je verbazen…

Een kwartier voordat de demonstratie Mediumschap van Miranda Trap en mij begon, drentelde ik wat rond door de zaal. Beetje sfeer proeven, beetje voelen wie er allemaal waren, in de zaal en om ons heen. En in de hoek, op een kussentje op de bank, lag: Michiel. De kat die officieel niet woont in de herberg van Esther en Veronique, maar die er wel altijd is. Omdat-ie zich daar fijn voelt. Omdat hij weet dat hij daar moet wezen.

“Hé Michiel”, zei ik.
Enigszins vermoeid keek hij op.
“Wat leuk dat jij er vanavond bij bent. Ga je ons een beetje helpen?”
Er was een reden dat ik dat vroeg. Tijdens de zomer-editie van de Save Your Soul-weekenden, had hij zich op een heel bepalend moment gemengd in de lesdag. (Zie blog 1 juli.) Sindsdien noemen wij Michiel de Verlichte Meester. Deels grappend. Deels serieus.

De avond begon. De energie was lekker en Miranda en ik maakten mooie contacten. Bij het starten van een nieuw contact, begon Miranda heel apart, namelijk via de geur van een schuur. Door deze andere manier van starten, betekende het dat ze even moest zoeken wie ze bij zich had en bij wie in de zaal ze moest wezen. Michiel, die tot die tijd helemaal achterin de zaal op schoot had gelegen bij Esther, richtte zich op. Hij sprong op de grond en begon heel rustig naar voren te lopen. Ik zag het gebeuren en door mijn bijzondere ervaringen met dieren de laatste tijd, lette ik goed op hem.
Michiel nam plaats onder 2 stoelen van 2 dames op de tweede rij. Ik dacht: moet Miranda daar zijn, Michiel? En bij welke van de 2 stoelen dan, de linker of de rechter? Kun je wat duidelijker zijn?
Miranda was ondertussen nog steeds aan het zoeken, wat altijd heel inspannend is, dus die had even geen tijd om te kijken naar de verrichtingen van een kat onder een stoel.

Vanuit het oogpunt van Michiel schoot dit duidelijk niet op. Het was nog net niet met een zucht dat hij weer in beweging kwam en nu op een lege stoel sprong die stond voor de 2 dames. Hij keek de ene dame aan. Hij keek de andere dame aan. Toen keek hij naar Miranda, die hem nog altijd niet zag en toen naar mij. Ik knikte naar hem.
“Miranda”, zei ik. “Hou Michiel in de gaten.”
“Kan het zijn dat de man die ik bij me voel bij jullie hoort”, zei Miranda.
Beide dames knikten, duidelijk geraakt.
“Dat is onze vader.”
Het werd een prachtig contact.

Michiel zat nog een tijdje overeind.
En toen hij zag dat het goed was,
legde hij zich weer neer in een halve boog met zijn neus tussen zijn pootjes en… viel in slaap.
Het is een zwaar bestaan,
dat van de Verlichte Meester.
post comment

THAT'S WHY I LOVE YOU [03 Nov 2019|10:31pm]
Texel, herberg, nacht

Net terug van Texel.
Van het 14e Save Your Soul-weekend.
Drie intense dagen.

Save Your Soul-weekenden vinden 3 x per jaar plaats, op Texel dus, in de herberg van Esther en Veronique. De thema’s verschillen per weekend, maar bij de november-editie hoort gewoon: mediumschap. Omdat het dan zo lekker donker is. En omdat de gierende zeewind tegen de herberg beukt, terwijl wij binnen, lekker warm, uitreiken naar de spirituele wereld…

Gisteren was het Allerzielen en daar wilde ik graag wat mee doen. Maar wat? Ik legde het voor aan mijn spirituele vrienden. 2 Liedjes gaven ze me: Als alles duister is… En: True Colours. Dat was genoeg voor een idee.

’s Avonds, na de lange lesdag en het heerlijke eten, kwamen we samen. De lesruimte donker, de luiken dicht, samen in een kring en een brandend kaarsje in het midden.
“Ik vind het nu al leuk”, zei iemand.
Eerst draaide ik Als Alles Duister Is..., wat op mij altijd weer indruk maakt. De tekst is eenvoudig, maar brengt je in een staat van overpeinzing, passend bij de donkere dagen.
Daarna: een visualisatie.
Ik liet ze, in gedachten, in een huis zijn waar ze bezig waren een kamer klaar te maken voor bezoek. Dat bekende gevoel van: kussens recht leggen, koffie zetten, muziekje aan… En toen… ging de bel. Ze liepen naar de deur, deden open en daar stonden: al hun overleden dierbaren! Allemaal! En ze lieten ze binnen en begroetten ze. En zo ontstond een samen-zijn. Gewoon dat. Samen zijn. Misschien wel voor het eerst sinds jaren.

Er klonk gesnif, er rolden tranen en het was mooi en heel intens. Je voelde gewoon dat ze er waren. Allemaal. En zo zaten we een tijdje. Samen. Daarna noemden we hun namen. Want zolang hun namen worden genoemd, zijn ze zeker niet vergeten. En daarna, om de essentie van de band van liefde te onderstrepen, startte ik True Colours.
‘… And I see your true colours
shining through
I see your true colours,
that’s why I love you
So don’t be afraid, to let them show
Your true colours, true colours
are beautiful
like a rainbow.’

Na nog even in stilte samen zijn, werd het bezoek uitgelaten. En langzaam kwamen ze allemaal weer ‘terug’.
En na wat na-sniffen en overpeinzen, kwamen de verhalen. Altijd mooi om te horen.
Het mooist van allemaal vond ik die van B.:
“Ik doe die deur open en ik zie ze staan en ik denk: o jee, hoe moet dat, want die kan niet met die en die kan niet met die… Maar goed, ik denk: ik laat ze maar gewoon binnen en we zien wel. En wat bleek: nou ineens ging het hartstikke goed samen. Konden ze allemaal wel met elkaar overweg! Dat vond ik wel echt heel bijzonder, want zo is het nog nooit geweest.”

Allerzielen.
De maskers af.
De liefde voorop.
Samen zijn.
And I see your true colours…
That’s why I love you.
post comment

HOE SNEL? BIZAR SNEL! [29 Oct 2019|08:43pm]
Veelgestelde vraag:
‘Hoe lang duurt het
voordat iemand die overleden is,
kan communiceren vanuit de spirituele wereld?’
Op die vraag kreeg ik laatst een interessant antwoord.

Het was een week of 3, 4 geleden, op een maandagavond. De 3e les van mijn cursus Ontdek en Train je Intuïtie stond op het punt van beginnen. Iedereen zat klaar voor de meditatie, toen de telefoon van E. afging.
Ze nam op.
Zei 2 x ja en 3 x nee en hing op.
Ze snikte.
“Mijn vader is net overleden”, zei ze.
Wij schrokken. We condoleerden haar en ik pakte tissues.
“Ik zou morgen naar hem toegaan om afscheid te nemen. Ik vind het heel erg dat dat nu niet meer kan”, zei ze.
Ik nam de gelegenheid te baat om uit te leggen dat je iemand in het aardse dan misschien niet meer kunt spreken, maar dat er via de spirituele weg nog wel mogelijkheden zijn. En dat mensen soms een betere relatie met iemand kunnen ontwikkelen na hun overlijden dan dat dat-ie ervoor was. Ja, ik weet, het klinkt gek, maar ik ken meerdere voorbeelden daarvan.

Zo praatten we wat, met z’n allen en vervolgens dacht ik: ik moet toch zo een programmaatje gaan draaien voor de andere cursisten. En zij zal zo wel weg willen. Dus ik zei: neem je tijd, maar als je het goed vindt, gaan we toch wat doen.
Ze knikte.
“Ik denk trouwens dat ik hier blijf”, zei ze toen.
“O?”, zei ik.
“Ja”, zei ze. “Ik kan daar nou toch niet meer heen. En ik voel me hier fijn.”
Dat voelde als een compliment. En we spraken af dat wij gewoon wat gingen doen en dat zij zou voelen wat goed voor haar was.

Gelukkig had ik een vrij ‘light’ oefening bedacht om mee te beginnen. Ik wilde ze laten ervaren hoe anders je bent wanneer je niet en vervolgens als je wel heel bewust in contact staat met je eigen ziel. Ik vroeg ze om eerst 10 minuten lang te schrijven wat er in ze opkwam. Achter elkaar door. Daarna zou ik ze in een visualisatie praten, waarbij ze in contact zouden komen met hun licht en met 'het grote licht'. En daarna zouden ze weer 10 minuten schrijven, om vervolgens te kijken wat het verschil zou zijn. (Erg leuke oefening om zelf eens te proberen trouwens.)

We gingen aan de slag. En zij deed een beetje mee en een beetje niet en dat was allemaal goed. Na de visualisatie had ik ook ineens zin om te schrijven. Er dwarrelden woorden binnen en ik pakte pen en papier.
‘Weet, dat wij, in onze wereld, ook ademen. Wij ademen door jullie heen. En als jullie stoppen met ademen, dan ademen jullie hier met ons mee.’
Ik schreef het op. Het voelde als een algemene tekst van Spirit.
‘Mooi’, dacht ik. Ik zag het ook helemaal voor me.
Toen was het alsof er van ‘zender gewisseld werd’ en er iemand anders aan het woord kwam. Het werd een verhaal. Een brief. Vol emoties en vol excuses ook. Het ging over een leven dat geleefd was en hoe dat was gegaan. Ik zag er ook beelden bij. Ik meende iemand te zien die door de praktijk liep met modderlaarzen aan. Hij vertelde me dat waar hij nu was, hij ‘tuinen zag zo ver het oog reikte’. En ineens dacht ik: ‘Zou dit … Nee toch? Dat kan toch niet? Hij is nog geen half uur geleden overleden!’

Toen iedereen klaar was, bespraken we wat er bij alle cursisten gebeurd was en in hoeverre de teksten van elkaar verschilden. Altijd weer leuk en interessant. Maar ik kon het toch niet laten en ik vroeg aan E.: 'Hield jouw vader van tuinieren?'
“Dat was het enige waar hij van hield”, zei E. “Mijn moeder kon hem bijna niet uit de tuin krijgen…”
Ik zei: “Ik denk dat ik zonet een brief van je vader heb ontvangen…”

Ik schreef hem over in het net.
Deed hem voor haar in een enveloppe.
En zo ging ze naar huis...
in de wetenschap dat haar vader die avond was overleden,
maar dat ze een brief van hem op zak had.
Een brief die, zo bleek later, veel betekenis voor haar zou hebben.

Hoe snel communicatie mogelijk is?
Zo snel.
Bizar snel.
En: het is dus nooit te laat…
post comment

MET EEN TAS VOL MET HORROR IN DE HAND [26 Oct 2019|01:59pm]
Vroeger ging de pipo altijd graag naar de fopwinkel.
Vooral voor 1 april.
Om de meesters en juffen van de lagere school
te kunnen laten schrikken…

Het was altijd leuk om daar samen met hem rond te kijken. Kijken wat voor nieuwe dingen ze hadden en genieten van dat rare, toch wat mysterieuze sfeertje in zo’n winkeltje dat zich bevindt buiten de dagelijkse realiteit.
Kortom:
blije herinneringen
uit de tijd voordat…

Naar winkels gaan kon de afgelopen jaren niet. Van alle heftigheid waar de pipo zich nog steeds doorheen aan het werken is - depressie, burn out en een paniekstoornis – durf ik wel te zeggen dat de laatste het hardnekkigst is. Zijn gemoed zit vaak wel weer weer rond de 5 en heel langzaam neemt zijn energie weer wat toe, maar het verblijven in ruimtes waar hij voor zijn gevoel niet uit weg kan, blijft nog pure horror. Maar door veel te oefenen, beginnen sommige dingen weer te lukken. Zeker op een goede dag. En dit is blijkbaar een goede dag, want de pipo wil naar de fopwinkel om wat Halloween-spullen te kopen voor een samenzijn met wat vrienden aanstaande zondag.

We doen de deur open. Hetzelfde belletje als destijds rinkelt aan de binnenkant. Wel is de winkel verbouwd en uitgebreid. De nieuwe, jonge eigenaar staat achter de toonbank.
“Goeie middag.”
“Goeie middag.”
Ze blijken een complete Halloween-hoek te hebben.
“Ik wil sowieso een skelet”, zegt de pipo. Hij haalt de grootste uit de kast.
“En spinnen.”
Twee zakjes pakt hij uit het schap.
Daarna gaan we enge maskers en heksenhoeden passen voor de spiegel.
“Je kunt ook zo’n mes nemen dat dwars door je hoofd heen gaat”, zeg ik, terwijl ik er een opzet.
Ik trek er blijkbaar een grappig hoofd bij, want de pipo ligt in een deuk en stoot tegen een kast. In reactie daarop, begint een enorme vleermuis met knipperende rode ogen, zijn vleugels uit te slaan en te brullen.
“Waaaaaah!!!”, schreeuwen we geschrokken uit.
Nog harder lachen.
We vinden ook nog zakken vol met spinnenwebben die je uit kunt hangen. En pompoen-lampionnen voor de sfeer. En bloederige nepmessen voor op tafel.
Uiteindelijk komen we met 2 armen vol spullen bij de toonbank, waar de eigenaar ons glimlachend aankijkt.
“Het was erg leuk om jullie zo enthousiast bezig te horen”, zegt hij.
Hij geeft ons nog 2 zakken met spinnenwebben cadeau en legt uit hoe je ze het beste op kunt hangen.

Met een tas vol engs en een skelet onder zijn arm, komen we weer buiten.
“Dat was leuk”, zegt de pipo.
We lopen een paar meter en dan gebeurt er iets… Als vanzelf stoppen we. Allebei. We staan stil en we kijken elkaar aan. Er springen tranen in mijn ogen.
“Ik weet het”, zegt de pipo. “Maar dit was goed, toch?”
“Dit was goud”, zeg ik. “Vroeger, met 1 april, toen was dit goed. Maar dit was gewoon fokking fantastisch.”
“Dat bedoel ik”, zegt de pipo.
We knikken naar elkaar.
En dan lopen we weer door, het leven in. Met al zijn wendingen en verrassingen, met zijn horror en obstakels, met zijn kansen en z’n duisternis, maar gelukkig ook met dit: gouden ogenblikken…
Geen idee wat er nog komen gaat.
Alleen dat we nu hier staan in het verhaal.
Met een tas vol met horror in de hand.
En een skelet onder de arm.
1 comment|post comment

WAT ZIJ VOOR ONS BETEKENEN (EN ANDERSOM) [20 Oct 2019|02:21pm]
Gelukkig heb ik getuigen.
Anders gaat u dit verhaal
misschien niet geloven.

Donderdagavond was weer mijn maandelijkse oefencirkel. Een cirkel voor (oud-)studenten mediumschap die zich willen blijven ontwikkelen. En om onszelf uit te dagen, werken we vaak met een beetje een apart thema.
Dit keer had ik bedacht: communicatie met overleden dieren. Omdat ik zie dat de vraag daarnaar in de praktijk toeneemt en omdat ik ook het gevoel heb dat overleden dieren zelf vanuit de spirituele wereld ook met een soort van vreedzaam offensief bezig zijn. Dus: belangrijk onderwerp.

De belangstelling voor de avond was groot, dus we zaten in een cirkel die de hele praktijkruimte vulde. En hoewel men geïnteresseerd was, voelde ik ook een bepaalde scepsis. Want praten met dieren… toch een beetje raar. Ik voelde dat ik de tijd moest nemen ieders mind te openen voor het idee, want met een gesloten mind... geen communicatie. Dus ik leidde de avond in met het vertellen over een aantal van mijn eigen ervaringen en wat ik daarvan geleerd had.
“Je zult zien dat ze niet alleen heel goed feitelijk bewijs kunnen geven dat zij het zijn, maar ook dat ze prachtige boodschappen door kunnen geven.”
Toen ik dat zei, sloeg de enige aanwezige man, G., zijn handen voor zijn gezicht.
“Janneke, een boodschap van een hond… Dit vind ik echt heel lastig….”

Ja, dat snapte ik.
En in stilte riep ik uit naar ‘boven’:
Lieve dieren, ik kan het niet bewijzen, dat moeten jullie nu gaan doen!

We deden een meditatie en een visualisatie waarbij we ons open stelden voor alle dierenvriendjes aan de overkant. En toen moest ik het loslaten.
“Wie voelt er een dier bij zich?”
Dat Y. begon, verbaasde me niet. Zij is zo iemand met een enorm hart voor dieren. Ze had een boskat, met een dikke staart die hij steeds onder de neus van zijn baasje door haalde. Van andere mensen moest hij niets hebben. En hij wist te vertellen dat zijn baasje een fysieke strijd had geleverd, waar hij, als kat, machteloos getuige van was geweest.
G. herkende het.
Dat is de boskat van vrienden van mij. Die deed dat met die staart inderdaad altijd op de bank en alleen bij zijn baasje. Voor andere mensen had hij geen belangstelling. Die man heeft heel zwaar reuma gekregen wat een heftig gevecht is geweest. Ik snap dat die kat dat gevoeld heeft.

Dat was alvast mooi. En ik wist dat er meer mogelijk was. Naarmate de avond vorderde en iedereen begon te voelen hoe het werkte en dat (!) het werkte, werd de samenwerking intenser. Er kwam een hond die overal lak aan had gehad tijdens zijn leven. Die wegliep wanneer hij wilde en die sliep waar hij wilde, desnoods midden in de kamer. En die liet weten aan zijn aanwezige bazin: “Dit is belangrijk: doen wat je wilt, ruimte voor jezelf nemen.” Haar reactie: “Ik realiseer me nu pas dat ik toen vaak heb gedacht: ik wou dat ik meer kon leven zoals hij het deed. Nu doe ik dat ook. Eigenlijk is hij mijn leermeester geweest…”
Zo. Daar waren we even stil van.

Er kwam een bouvier door bij GG. Ze zag hem zo naar zijn baasje toelopen! “Hij gaat helemaal om je heen liggen, als om je te beschermen tegen mensen.” Het baasje herkende het. Van vroeger en van nu. “Hij gaat ook op je voeten liggen, zie ik. Alsof hij tegen je wil zeggen: “Nu even niks doen, alleen maar zitten en ontvangen.”
“Dat is precies wat ik aan het leren ben”, zei de bazin.

Zo ging het maar door, zo precies, zo intens. En hoera, de kat van de enige aanwezig man kwam ook door! 21 Jaar was ze geworden en hoewel een gezins-poes, was ze van hem en dat liet ze weten ook. Het was geen buiten-dier geweest. Op de bank zitten en naar buiten kijken, dat was genoeg. “Zou jij ook weer meer moeten doen”, liet ze weten aan G.
Hij was zichtbaar geroerd.
“Ze heeft gelijk.”

Toen kwam er een paard. “Heel… donker is hij. Donkere ogen, donkere vacht, donker…”, zei L., die hem voelde. “En het gaat over de vertrouwensband. Die was er tussen zijn eigenaresse en hem, maar nu wil hij benadrukken dat ze zichzelf ook nog meer mag leren vertrouwen. In haar werk en in haar leven en in de omgang met zichzelf. Is er sprake van nieuw werk?”
“Ik heb net een nieuwe baan”, zei M., die haar paard herkende en heel blij was. “En hij had een IJslandse naam die zoveel betekent als Schemer, of Donker.

Het was toch niet te geloven… Wat een avond!

Toen was het alweer 21.30 uur en wilde ik het gaan afronden.
Maar E. had nog een dier dat ze graag wilde benoemen.
“Het is een aapje”, zei ze.
Dat was natuurlijk een beetje jammer, want niemand heeft een aap als huisdier, maar ik dacht: misschien op een symbolische manier?
“Het is een aapje dat heel blij was met zijn verzorger. Want hij leefde niet in het wild, maar bij iemand thuis. Alleen, hij werd ook geslagen door iemand. En toen heeft-ie een keer teruggemept en dat is niet goed afgelopen. Maar hij wil nog wel even laten weten dat hij het heel goed heeft gehad tot die tijd.”

Er ging een wijfelende vinger omhoog. “Mijn vader heeft in Indonesië gewoond en die had daar een aapje. En dit is inderdaad het verhaal. De broer van mijn vader sloeg hem en toen het aapje terugsloeg, moest hij naar een dierentuin. Daar heeft mijn vader hem nog een keer opgezocht en toen zat-ie helemaal te verpieteren. Hij heeft zich daar altijd heel naar over gevoeld.”

Een dag later, volgde nog de mail van de vader die het verhaal gehoord had van zijn dochter en alles kon bevestigen.
En die verbijsterd was natuurlijk!
Zo’n specifiek verhaal.
Na zo’n lang meegedragen schuldgevoel.
En dan zo’n mooie boodschap van dankbaarheid: ik heb het bij jou heel goed gehad.
Een boodschap van een aapje.

Mediumschap gaat over liefde.
En het maakt niet uit via welke verpakking
die liefde wordt geuit.
post comment

EN JANNEKE LEBER BEGREEP HET WEER EENS NIET... [16 Oct 2019|08:42pm]
Er kwam een vraag
naar aanleiding van het vorige blogje over de Heilige Ruimte in ons.
De vraag luidde:
Ben jij nou constant op die heilige plek in jou?

Goeie vraag en het antwoord is: nee. Misschien wel meer en meer, maar meestal ben ik toch gewoon Janneke Leber. En stuntel en rommel ik me net zo door het leven als iedereen. Maar als ik werk, gaat die Janneke Leber een beetje uit. Dan ga ik naar die heilige kamer in mij en kom ik bij het stuk dat Weet, zoals ik dat noem. Een stuk dat we dus allemaal in ons hebben!

Het voelt een beetje alsof ik mij in die kamer ‘spiritueel omkleed’, om het zo maar te zeggen. Zoals een rechter zijn toga aantrekt en dan een deel van zijn aardse persoonlijkheid aflegt om namens het Recht te spreken, zo leg ik mijn aardse Janneke Leber bewust af en sta even heel bewust stil bij wat ik echt ben: een ziel. Een licht dat veel groter is dan het ‘huis’ (lichaam) waar we in leven hier op aarde. Een licht dat reist, door tijd, door ruimte, zonder naam, zonder identiteit, God mag weten al hoe lang! Het deel van ons dat Is en dat Weet. En soms hoor ik (Janneke) mezelf (Wetende) dan ook dingen zeggen waarvan ik denk: ‘Goh, wat interessant.’

Een voorbeeld van vorige week: een jonge vrouw, vol levenservaring, vol potentie ook, kwam op consult. Ze had zich al breed had geschoold, maar kwam er maar niet uit in welke vorm ze haar werk zou gaan gieten. Het is haar grote wens om mensen te helpen. Maar welk bordje moest er op de deur?

Ik voelde hoe deze vraag, van ‘dat bordje’, alles blokkeerde, al gedurende lange tijd. En ik wist: het heeft met een nuance te maken. Met hoe ze hiernaar kijkt. Ze kijkt er nu naar zoals de maatschappij het ons leert te kijken: in hokjes, duidelijk en gedefinieerd. Maar: zij is helemaal niet te definiëren en daar wringt de schoen. Ze vraagt iets van zichzelf wat niet kan en dus gebeurt er nu helemaal niets.
“Je denkt dat je een keuze moet maken”, zei de Wetende. “Maar dat klopt niet en daardoor lukt het ook niet.”
“Nee”, zei ze. “Dat merk ik.”
Wat je eigenlijk zoekt is een ingang”, zei de Wetende.
“Ja!”, zei zij. “Dat is het! Een ingang!”
(Hier kon je voelen dat ook zij bij haar Weten zat. Dat is het mooist, wanneer medium en klant samen Wetend gaan zitten zijn…)

"Er was een tijd dat je zelf ontzettend hard hulp nodig had, zo’n 20 jaar geleden, weet je nog?”
Ze knikte.
Ik (Janneke) dacht: ‘Hoe weet jij dat nou. Je kent die vrouw net 10 minuten.’
Maar Het Wetende is verbonden met alles en iedereen en dwars door alle tijden heen. Dus het ging (gelukkig) onverstoorbaar door:
“Je zocht en je zocht, maar je kon de juiste hulp niet vinden en toen heb je het zelf maar uitgezocht, met vallen en opstaan. Wat je eigenlijk zocht was iemand die buiten de lijntjes kon denken. Een praktijkruimte waar je binnen zou lopen en waar je zou voelen: hier is alles mogelijk. Praten, knutselen, oefenen, mediteren, alles! Je zocht iemand die jou kon zien in al je facetten. En nu… kun je dat zelf. Wees de hulpverlener die je toen zelf zocht. Dat is je ingang.”

Als je kwartjes kunt horen vallen
dan kon het toen.
Heel hard
en heel zacht tegelijk.
En je zag het gebeuren.
Je zag die hele praktijk ontstaan!
De wereld is weer
een mooie hulpverlener rijker.
De Wetende zag dat het goed was.
En Janneke Leber begreep er weer eens niets van...
post comment

DE HEILIGE PLEK IN ONS [09 Oct 2019|10:05pm]
Ieder medium heeft
zijn of haar
eigen lievelingsonderwerp.
Het mijne is:
De ziel.
En mijn missie is mensen daar weer dichterbij brengen.

Dat vind ik niet alleen heel mooi, maar ook heel erg belangrijk. Want in mijn ogen Zijn we die ziel! We zijn als ziel hier naartoe gekomen en geïncarneerd in een aards lichaam. En ooit, als dat lichaam het niet meer doet, dan ‘carneren we weer uit’ en gaan we als ziel weer door. Het is dus eigenlijk onze harde schijf. Onze essentie. En niemand die ons tijdens ons aardse leven er ooit iets over vertelt… Eigenlijk is het heel erg. Want juist dat zorgt voor veel lijden en misverstanden.

Om die reden organiseer ik regelmatig de Avond van de Ziel. Een avond waarin we op een light manier stilstaan bij die spirituele essentie die we eigenlijk zijn. Waarin ik vertel hoe je die kunt ervaren. En waarin we dat ook samen gaan doen. Want doen is leuk.

Vorige week donderdag was er weer eentje, in de Majella Kapel. Ik opende de avond met een filmpje dat voor mij het fenomeen ziel heel helder maakt. En na wat gedachtes over de ziel, stelde ik voor om een visualisatie te gaan doen. Nou denken mensen al gauw: visualiseren = fantaseren = nep, dus, wat is de point. (Typisch aards denken.) Mijn antwoord is een quote van Albert Einstein: “Logica brengt je van A naar B. Verbeeldingskracht brengt je overal.” Dus ook bij de ziel.

Een visualisatie dus.
Eentje waarin ik ze vroeg of ze zich wilden voorstellen dat ze in een huis waren. Het mocht van alles zijn. En in dat huis, wisten ze, op raadselachtige wijze, waar de Heilige Ruimte was. Ik vroeg ze daarheen te gaan, heel rustig, met gewijde kalmte. En om daar naar binnen te gaan, met respect. En om daar even te Zijn. En te ervaren. En om te beseffen dat in deze ruimte Alles is wat ze ooit als ziel hebben ervaren, Alles is wat ze nu in potentie in zich dragen en Alles is wat ze ooit zullen zijn.

Ik liet ze even.
De kerk was doodstil.
De sfeer was Heilig.

Rustig liet ik ze daarna weer terugkomen. En vervolgens vroeg ik wie er ervaringen wilden delen. Het waren prachtige verhalen, stuk voor stuk en ik kon ze helpen te duiden waar ze voor stonden. Heel mooi was de jonge vrouw die zei:
“Ik geloof dat het bij mij mislukt is. Je zei dat ik wist waar die ruimte was. Dat wist ik ook: beneden. Maar ik dacht toch dat ik naar boven moest. Wat er toen gebeurde was dat ik bleef hangen op de trap.”
Briljant.
Want wat gebeurde daar? Ze erkende dat ze Wist waar ze moest wezen, maar besloot toch te luisteren naar haar hoofd. Resultaat: niks. Stilstand. Blokkade.
Zij: “Dat is precies wat er nu met mijn leven aan de hand is.”
Mooier kon de ziel het niet uitdrukken: je weet waar me te vinden, maar nu doen.

Er waren meer mensen die vertelden last te hebben van hun hoofd.
“Ik word er gek van. Het gaat maar door”, zei een man.
Ik vroeg of iedereen die dat herkende zijn of haar hand op wilde steken.
90% van de handen ging omhoog.
Schokkend veel.
“Het is een ziekte”, zei ik.

Aan het eind van de avond deden we nog een visualisatie, namelijk die ‘met de tuin’. Ik sprak ze in ontspanning en daarin zagen ze een tuin die ze inliepen en waar iets hun aandacht trok. Datgene had ze iets te vertellen. Iets wat belangrijk was. Ook hier gold weer: het mocht alles zijn.
Toen ze er weer uit waren, vertelde ik dat het nu ziel was die ze iets had verteld. En ik vroeg wie er iets wilde delen. Een vrouw achterin stak haar hand op en zei: "Ik zag een vijver met een net erboven tegen de reigers. En er was een enorm grote vis die daarin vast was komen te zitten. Ik bevrijdde hem. En toen vertelde hij me dat ik al succesvol genoeg was, gewoon door wie ik ben."
“Begrijp je wat er gebeurde?”, vroeg ik.
“Helemaal”, zei ze. “Ik ben de vis. Ik had mezelf compleet klemgezet en nu heb ik mezelf bevrijd.”
“Hoe waren die woorden voor jou?”, vroeg ik.
“Ik voel ze helemaal hier”, zei ze verbijsterd.
Ze wees naar haar buik.

Had iemand anders die woorden tegen haar gezegd, dan had ze ze nooit zo gevoeld.
De impact kwam door de plek waar die woorden vandaan kwamen.
Haar eigen Heilige Plek.
Haar diepe weten.
Haar Ziel.
post comment

NIET IN EEN HOED [04 Oct 2019|10:24pm]
0ef93368d53038699797ae196a142daa

Je hoort het mensen vaak zeggen
dat iemand heel spiritueel is.
Of juist niet.

Ik denk dat we allemaal spiritueel zijn, want: we komen allemaal uit de spirituele wereld en we gaan er op een dag ook allemaal weer naartoe. Tijdens ons aardse bestaan blijven we met die spirituele bron verbonden. Voor mij gaat spiritualiteit geloof ik over het daarvan bewust zijn.

Ze zat in de wachtkamer en ze had een hoed op.
“Leuke hoed”, zei ik.
“Ja hè”, zei ze.
Ze hield de hoed op terwijl ze mee de praktijkruimte in liep. En ook toen ze ging zitten. En ondertussen vertelde ze over de hoed, over de oorsprong ervan en waarvoor hij diende en hoe zorgvuldig ze hem had uitgekozen en wat ze ermee wilde zeggen…
“Jij draagt geen hoed”, zei ze toen.
“Nee”, zei ik.
“Ik wel”, zei ze. “Om mijn kruinchakra te beschermen. En om de negatieve karma van anderen op een afstand te houden. Maar ik ben ook heel spiritueel. Misschien ben ik wel spiritueler dan jij.”
Spiritualiteit in de vergelijkende vorm.
Dat was een nieuw concept voor mij.

Tijdens het trekken van de lintjes vertelde ze over wat wel en niet spirituele kleuren waren en dat ze vond dat het zwarte lintje eruit moest.
Toen ik het consult wilde beginnen, begon ze weer te praten. Ik dacht: nu moet ik toch maar ingrijpen.
“Misschien heb je meer aan het consult als je even luistert in plaats van praat”, zei ik.
“Misschien heb ik wel helemaal geen consult nodig”, zei ze.
“Waarom ben je dan hier?”, vroeg ik.
“Mijn gidsen leidden mij hier naartoe”, zei ze. “Ik heb een hele goeie band met mijn gidsen. Heb jij dat niet?”

Op een paar korte statements na, werd het geen consult. Althans, niet in mijn ogen. Zij had het prima naar haar zin in haar vertellende rol.
“Ik praktiseer ook Dankbaarheid, ken je dat?”, vroeg ze.
Ik knikte.
“Want als ik dankbaar ben, dan krijg ik alles van het Universum wat ik wil, dus…”

Dankbaarheid als truc om te krijgen wat je wilt….
Ja, het was echt een leerzame dag.

De klant erna was een man, met een aktentas en een bril met een donker montuur.
Een man die in de 5 jaar ervoor alles was kwijtgeraakt wat hem lief was. Open en kwetsbaar zat hij tegenover me. Toen zijn overleden vrouw doorkwam, liepen de tranen over zijn wangen. En aan het eind van het consult richtte hij zich zelf tot haar:
“Lieverd, mag ik je nog even bedanken, voor al die mooie jaren samen?”
Nog nooit eerder meegemaakt.
Zeldzaam ontroerend.

Van tevoren had ik een kaart voor hem getrokken waarvan ik voelde dat zij me daarin had gestuurd. Er stond op: ‘Peace comes from remembering that only love is real.’
Hij las hem en knikte.
“Ja”, zei hij. “Zo is het.”
Ik zei dat ik het een prachtige kaart vond, maar dat ik de betekenis ervan nog niet helemaal kon bevatten.
“Ik denk dat dat voor bijna iedereen geldt”, zei hij. “Liefde is gewoon te groot.”
“Wat zie jij vooral?”, vroeg ik.
“De duif die steeds witter wordt nadat hij wegvliegt”, zei hij. “De dag dat ik haar los moest laten, werd mijn liefde voor haar nog zuiverder…”

Het was zo’n consult waar je van na-gloeit.
En dat weer nieuwe inzichten brengt.
Spiritualiteit is een manier van leven.
Het zit in elk geval niet in een hoed.
1 comment|post comment

... DE OORZAAK VAN DE BRAND (4) [29 Sep 2019|10:51am]
De ochtend na de nacht in de hel
zit ik buiten in de zon.
Ik probeer te ontspannen
en neem de schade op.

Na 48 jaar allergie-ervaring ben ik een expert geworden in het toepassen van trucs om niet te krabben bij jeuk. Want dat is essentieel. Krabben leidt tot verwondingen en tot een nog hoger histamine-niveau en dus een nog zwaardere aanval.
Maar afgelopen nacht was zo erg, dat ik heb mezelf toch schade heb toegebracht.
Onder- en bovenarmen: kapot.
Ellebogen, knieën en enkels: open.
Rug: brandend gevoel.
En overal is de huid rood en dik van de nog nasmeulende brand van binnenuit.
Het doet pijn, fysiek en emotioneel.

Ik kijk in mijn agenda. Ik wilde vandaag gaan zwemmen, maar met deze huid in water met chloor lijkt me geen goed idee, plus dat ik niet wil dat mensen me zo zien. En in de sociale afspraken van komende week heb ik geen zin, want ik voel me ronduit k**. Wordt dit dan weer zo’n periode van afzondering?
‘Nee!’, roept iets van binnenuit. ‘Niet die kant op! Er moet een andere weg zijn!’

Het is ergens daar dat de gedachte in me opkomt…
Wat nou als ik…
Ik, die zoveel studenten via visualisaties dingen over zichzelf heb kunnen laten zien….
Wat nou als ik bij mezelf…

Ik aarzel.
Wat als het niet lukt?
Ja, nou, wat dan?
Heb ik nog iets te verliezen dan?
Nee, eigenlijk niet.

“Oke”, zeg ik hardop. “Ik ga het gewoon proberen. Ik ga het gesprek aan met het kind.”
Om een of andere reden heb ik de jeuk altijd geassocieerd met een kind. Een dreinend kind dat op een negatieve manier om aandacht vraagt. En ik die dat kind soms sus en soms sla. Maar heel veel verder zijn we in al die jaren niet gekomen qua communicatie.
“Oke”, zeg ik weer.
Ik sluit mijn ogen. En ik spreek tot mezelf zoals ik anders tegen mijn studenten doe: zakken naar binnen, naar beneden, naar het midden van jezelf. Daar gaan ‘zitten’, op een prettige plek. Echt even landen daar. Rustig ademhalen. En dan, vanuit die plek… het laten ontstaan…

Het eerste wat ik zie is mos. Lekker zacht mos. Dan verschijnt erachter zand. Warm zand. En ik zie wat oude, kronkelige bomen. Ik meen het landschap te herkennen en loop erin. En dan… zie ik iemand. Maar het is geen kind. Het is een grijzige figuur, vaag, gezichtsloos en met een stok. En ik weet onmiddellijk: dit is mijn ziekte. Een golf van woede komt in me op nu ik, na al die jaren, oog in oog sta met mijn kwelgeest, mijn geselaar, mijn vijand. Ik ontplof gewoon:
“Weet je wel!”, schreeuw ik uit. “Heb je enig idee hoeveel nachten… hoeveel aanvallen, hoeveel pijn en verdriet, hoe het is om zo te moeten leven, om eigenlijk niet te kunnen leven…
Hij staat daar, met z’n stok.
Uitdrukkingsloos.
Hij zegt niks.
Ik word nog bozer. Mijn leven verzieken en dan nu niks zeggen?
“Waaróm?!”, schreeuw ik uit naar hem.
En dan komt er ineens wel een antwoord:
“Omdat jij… de rijen niet gesloten kunt houden.”
“Omdat ik wát?!”, roep ik uit.
Ik snap er niks van.
Dan komt er een beeld. Van een heleboel stokken, zoals hij die in zijn hand heeft. Ze vormen een rij. En daarmee een grens. Hij heeft het over een grens. Een grens die ik niet ‘gesloten kan houden’? Het raakt me wel heel diep merk ik en ik voel: dit is het. Ineens komen er 2 beelden terug van de afgelopen weken.
Het droombeeld van het stuk vlees dat het andere stuk vlees opeet.
En het beeld dat studente Y. me gaf: van een irriterend kledingstuk dat schuurt en schuurt en zo een wond veroorzaakt.
Beiden beelden gaan over grenzen, kapot gemaakte grenzen…

Ik besluit uit de visualisatie te komen.
Ik moet even los van dit.
Even met mezelf overleggen.

Het erge is: ik snap het helemaal. Ik snap wat ‘de ziek’ bedoelt. Als kind zat ik in een situatie waarbij iemand doorlopend over mijn grens ging. Het was mijn moeder. En ik kon er dus niets tegen doen, want ik was van haar afhankelijk. Mijn grens is beschadigd geraakt en ‘de ziek’ heeft de taak op zich genomen om die grens te bewaken. Met z’n stok. Alles wegjagen wat ook maar enigszins dreigend overkwam. Alles! Niet om me te pesten, maar om me te beschermen.

Ik zie ook ineens hoe dit, dit gedrag, ook mijn eigen gedrag is geworden. Hoe vaak ik niet afwerend reageer wanneer er iets of iemand op me af komt. Mijn telefoon? Neem ik nooit op. Zelfs niet als-ie naast me ligt en afgaat. Ik wil geen indringers in mijn leven, op geen enkele manier. Alles moet weg, weg, weg, tenzij ik zelf het initiatief neem. Ik ben geworden zoals de ziek.

Al het bovenstaande, ervaar ik als een enorm inzicht.
Een inzicht dat moet bezinken en waarvan ik moet bijkomen.
En daar, zittend in de zon in de tuin
val ik in slaap.
En vlak voordat ik in slaap val, voel ik:
m’n huid die rustiger wordt…
post comment

... DE OORZAAK VAN DE BRAND (3) [27 Sep 2019|10:12am]
Droom:
Ik zie een stuk vlees.
Het vreet
aan een ander stuk vlees.
Het beeld is walgelijk.
Ik schrik wakker.

Iets wil me iets zeggen…

“Dat je intens hebt gedroomd deze twee weken, is wel een teken dat er wat gebeurt”, zegt mevrouw M. tijdens de 2e afspraak.
Ligt het nou aan mij, of zegt ze het tegen zichzelf? Alsof ze zichzelf wil overtuigen dat we op het goede pad zitten. De twijfel is ook bij haar toegeslagen…
“Voordat we de regressie gaan doen, wil ik eigenlijk nog even heel direct met je onderbewustzijn gaan praten om te zien of we op het goede pad zitten”, zegt ze. “Ik vraag je straks om zo te gaan zitten…”
Ze zet haar elleboog op de leuning van haar stoel, de onderarm staat omhoog en haar hand hangt slap naar beneden.
“We noemen het wel ‘The Swan’”, zegt ze. “Via je hand, wil ik mij richten tot je onderbewustzijn terwijl jij ondertussen gewoon ‘bij’ bent. Ik wil je vragen om je aandacht op iets anders te richten terwijl ik dat doe.”

Op iets anders…
Oke.
Dat wordt dan de Levensboom van Klimt.
Ik besluit eerst het aantal krulletjes in de takken te tellen. En daarna het aantal ondergrondse en bovengrondse driehoekjes. Maar hoewel dat veel concentratie vergt, hoor ik toch wat mevrouw M. doet, nadat ze met haar stoel heel dicht bij mijn zwanen-arm is komen zitten.
“Onderbewustzijn van Janneke, kunnen wij praten? Hoe zeg jij ‘ja’?”
Tot mijn verbijstering voel ik dat mijn pink een soort spastische beweging maakt. Deed ik dat?
“Fijn, dank je wel onderbewustzijn”, zegt mevrouw M. “En hoe zeg je ‘nee’?”
Dit duurt even, maar dan duikt mijn duim zomaar naar beneden. Nou ja zeg…
Driehoekjes tellen Jan, niet mee bemoeien…17, 18, 19, 20…
Ik probeer er het hele gesprek ‘niet bij te zijn’. Sommige vragen ‘mis’ ik omdat ik bij de driehoekjes zit. Anderen hoor ik heel helder. Een enkele keer wil ik zo graag dat er een bepaald antwoord komt, dat ik mezelf niet vertrouw wanneer mijn vinger een bepaalde kant op gaat. Ik ken mezelf. Als ik pendel, is dat ook alleen betrouwbaar wanneer ik mijn ogen gesloten hou.
Een ding vind ik wel heel opvallend. De vraag van mevrouw M. of ik de afgelopen weken last heb gehad van het Herxheimer-effect wordt onmiddellijk beantwoord met ‘nee’….

Mevrouw M. is tevreden over het gesprek met mijn onderbewustzijn.
“We zitten op het goede spoor, dus ik wil toch voorstellen om de regressie te gaan doen”, zegt ze. “Op zoek naar de veranderingen die in het verleden gespeeld hebben en die jou een gevoel van onveiligheid hebben gegeven.”
Ik zie al 2 weken op tegen die regressie. Ik heb geen zin meer in het verleden. Ik vind dat ik wel genoeg therapie heb gedaan. Nou weet ik het wel. Maar gelukkig blijkt dit een meer gevisualiseerde vorm te zijn.
“Op een bepaald moment kom je in een lange gang met allemaal deuren”, vertelt mevrouw M. “Daarop staan de jaren van je leeftijd. Je begint in het nu en je loopt zo ver mogelijk terug naar het begin van je leven. Als je voor een deur komt waar je spanning bij voelt, blijf je staan. Je hoeft niet naar binnen, maar je opent hem wel en je neemt waar wat er is. Daarna vraag ik je om die ruimte te veranderen zodanig dat je je er prettig kunt voelen. En ik wil je vragen om het kind dat bij die ruimte hoort naar een veilige plek te brengen. Kijk maar bij hoeveel deuren je dat voelt.”

We gaan van start.
En ik doe het allemaal.
Keurig.
Zoals van me gevraagd wordt.
Want zo ben ik.
En het is ook niet dat ik er niks bij voel.
Ik zie een paar hele nare kamers, die ik helemaal overschilder en soms voorzie van nieuwe ramen en openslaande deuren. En ik red een paar kinderen en breng ze naar mijn lievelingsplek op de hei.
Ik doe het allemaal en er rollen ook zeker tranen…

En toch.
Een raar gevoel.
Iets klopt hier niet…

Diezelfde avond voel ik het al… Het onheilspellende gevoel van gedonder in de verte. Van naderend onweer. En de nacht die volgt, is niet te beschrijven. Mijn huid staat in brand en laat zich niet meer blussen. Niet met medicijnen, niet met ontspanningsoefeningen, niet met een koude douche en zelfs niet meer met blokken ijs. Ik raak hevig onderkoeld en zit te rillen en sta tegelijkertijd in brand. Ik huil doorlopend en heb het gevoel hier nooit meer uit te komen.
Dit is de hel.

(Nog even volhouden mensen… Dat kunnen jullie. Ik weet het…)
post comment

...OORZAAK VAN DE BRAND (DEEL 2) [24 Sep 2019|09:12pm]
Binnen drie dagen had ik een afspraak geregeld
met een hypnotherapeute
bij mij in de buurt.

Ik voelde me positief gespannen en keek ernaar uit. Op een regenachtige woensdagmiddag belde ik aan bij mevrouw M. We liepen naar boven in haar statige huis en ze leidde me naar haar werkkamer. Daar zag ik meteen dat aan de muur een versie van De Levensboom van Klimt hing. Ik ben dol op Klimt, dus dit was een buitengewoon goed voorteken.

Mevrouw M. zei dat ze al meerdere mensen met allergie-klachten had kunnen helpen. Ze had wat vragen van tevoren gesteld, per mail. We namen de klacht nog verder door en ook de mogelijke oorzaak. Mijn allergie is ontstaan rond mijn 4e, vrij plots en in die tijd speelde er ook dingen met een onveilige thuissituatie. We kwamen tot de conclusie dat het een met het ander te maken had.
“Je onderbewustzijn kan door die onveilige situatie destijds besloten hebben om in verzet te komen tegen bijvoorbeeld veranderingen, waar jij zoveel last van hebt. Ik breng je straks onder hypnose. Je maakt alles gewoon mee, maar ik stuur jou als het ware op een soort reisje, terwijl ik ondertussen praat met jouw onderbewustzijn en vraag of het het verzet wil stoppen.”

Het klonk even bizar als logisch. En ik had al besloten om me er zoveel mogelijk aan over te geven. Dus volgde ik de stem van mevrouw M. die me in een diepe, diepe ontspanning bracht. Van daaruit ging ik op mijn reisje. Het werd een zeiltrip in mijn jeugdbootje, dat ineens voor mij klaarlag. Ik voer over plassen en door sloten, terwijl ik op de achtergrond hoorde hoe mevrouw M. vriendelijk maar dringend vroeg of iets in mij ergens mee op wilde houden. Ik dacht: ‘het zal wel’ en zeilde lekker door.

Tegen het eind liet mevrouw M. me nog wat dingen bewust loslaten en in de mand van een luchtballon gooien die vervolgens wegvloog. Aan de rand van een spiegelglad meer, vroeg ze me de innerlijke vrede te voelen en dat met mijn duim en wijsvinger op elkaar.
“Dit is je ankerpunt”, zei mevrouw M. “Het is goed om dit de komende 2 weken regelmatig te herhalen voor jezelf, met je duim en wijsvinger op elkaar, om de behandeling te versterken.”

Ik was bekaf toen ik naar huis fietste.
We hadden een afspraak gemaakt voor over 2 weken.
Dan zouden we een regressie-behandeling gaan doen.
Terug naar dat verleden.
“En stuur me over een week even een mailtje over hoe het gaat”, vroeg ze me.

Het was die avond dat ik, als een naderende tsunami, de eerste zwaardere aanval aan voelde komen. En in de loop van de dagen en nachten werd dat steeds erger. Erger dan ze in tijden geweest waren. Na 3 dagen mailde ik mevrouw M. om dit te vertellen. Zij mailde terug:
‘Dit klinkt als het Herxheimer-effect; een tijdelijke verergering van klachten als gevolg van de behandeling waarbij afvalstoffen zijn vrijgekomen.’

O.

Ik las over het Herxheimer-effect en het bleek inderdaad een bekend iets dat bij allerlei soorten behandelingen voorkomt. Ik herkende ook wel wat van de genoemde kenmerken, maar eigenlijk kreeg ik vooral last van een heel ander effect. Het zogenoemde ‘Na-48-jaar-zoeken-en-teleurstellingen-vrees-ik-dat-ook-dit-het-weer-niet-gaat-worden’-effect. Ook wel ‘wanhoop’ genoemd. Want langer dan het lijstje van ‘dingen die ik heb geprobeerd en wat ik ervan leerde’ is het lijstje van ‘dingen die ik het geprobeerd en die niets opleverden’. En een zeer schadelijke bijwerking daarvan is: er niet meer in durven geloven. Terwijl ik zeker weet dat Geloof een heel belangrijk onderdeel is van welke behandeling dan ook. En zo kwam ik ook nog in conflict met mezelf.

Het was lang geleden dat ik zo hard om hulp had gebeden.
M’n handen deden er zeer van.

Die zondag gaf ik les.
Het was een lastige dag.
Mijn huid deed zeer, ik was moe en onderdrukte de ene aanval na de andere.
Maar ik durf te zeggen dat niemand iets merkte.
En ook dat dat goed was zo.

’s Middags moesten mijn studenten in tweetallen werken, maar ze waren met een oneven aantal. En dus ‘moest Y. op mij’. Altijd extra spannend voor de student.
De opdracht was om via een metafoor in één keer tot ‘de au van de klant’ te komen.
Y. ging zitten en voelde.
“De metafoor die in me opkomt is huid”, zei ze.
Kippenvel.
Pokerface.
“Ik voel een verwonding die heel erg pijn doet en die er al heel lang zit. Ik voel dat die is ontstaan door het heel lang schuren van iets over die huid, zoals een kledingstuk dat niet lekker zit, iets dat irriteert. Ik voel dat je dit niet zelf op kunt lossen. Hier is hulp bij nodig en het kost tijd.”
De woorden over ‘het irriterende kledingstuk’ raakten me op een heel diep niveau.
Zijzelf keek ondertussen met een hoofd van: ‘Het zal wel weer nergens op slaan’.
Ik stelde haar gerust en zei dat ik zo meteen feedback zou geven.
Deel 2 van de oefening was: uitreiken naar de spirituele wereld om te zien wat die over dit onderwerp te zeggen had.
“Ik zie een leraar van jou. Een hele oude man. Hij heeft je al door meer moeilijke momenten in je leven heen gesleept. Je kent hem heel goed. En hij heeft een houding van: maak je niet druk, dit ga je gewoon oplossen…”

Ik begreep heel goed wat hier gebeurde:
Spirit greep in.
En vroeg me
om vertrouwen te houden.

(Jaja, nog een cliffhanger. Dus weer even geduld...)
post comment

ZOEKTOCHT NAAR EEN OORZAAK [22 Sep 2019|09:54pm]
Ik heb een allergie.
Een allergie voor… ja, voor wat eigenlijk niet?
Dierenharen, pollen, stof, tarwe, groene groenten, melk, kip, rijst, hormonale veranderingen, seizoenswisselingen…
Het werd in de loop der jaren eigenlijk steeds meer.

Toen ik 4 was begon het. Ik zat onder de eczeem en was benauwd. Vaag heb ik nog herinneringen aan die begintijd. Elke avond verkoelende poeders op de brandende, rode plekken. En kokers eromheen voor de nacht zodat ik niet kon krabben. Ik dacht dat ik gek werd.
Rond mijn 18e werd het heel erg. Mijn huid was overal kapot, ik sliep niet meer, vervelde doorlopend. Ik verstopte me omdat ik me een monster voelde. Iedere beweging deed zeer en mijn huid werd mijn vijand. De situatie liep uit de hand en ik belandde in het ziekenhuis. Daar moest ik een maand herstellen, qua huid en qua uitputting. Er viel daar ook een kwartje: buiten het ouderlijk huis had ik veel minder last. Thuis was stress en stress was een verslechterende factor. Vanuit het ziekenhuis, ging ik op kamers…

Daarmee was de allergie nog niet weg. Ik begon te zoeken naar de oorzaak van dit alles. Want de reguliere geneeskunde hielp me met pillen en hormoonzalven, maar het was het blussen van een brand die steeds weer oplaaide. Waarom?

Dingen die ik heb geprobeerd en wat ik ervan leerde:
• Ademhalingstherapie leerde me om de bijbehorende hyperventilatie onder controle te krijgen.
• Haptonomie leerde me dat ik grenzen had die ik continu overschreed.
• Gesprekken met een antroposofische arts leerden me anders naar ziekte te kijken.
• Creatieve therapie leerde me om mijzelf emotioneel uit te drukken.
• Een Dagboekgroep was het vervolg daarop, maar dan in het bijzijn van anderen.
• Psychiatrie leerde me op te staan voor mezelf.
• Psychologie leerde me beter inzicht te krijgen in wat ik nodig heb.
• Een internist leerde me anders te eten.
• Een healer hielp me eens een week lang compleet van de jeuk af. Toen keerde het terug. Ik vroeg hem daarnaar. Hij zei: dan heb ik alleen symptomen bestreden, maar niet de oorzaak.
Maar wat was dan toch die oorzaak?

Jaren gingen voorbij.
Er waren slechte fases en wat betere fases, maar het is nooit weggeweest. Altijd aanvallen, ’s nachts en in slechtere periodes ook een paar overdag. Ik paste mijn leven eropaan. Ik kan geen vaste baan hebben, omdat ik ergens op de dag moet kunnen slapen. En bij een aanval ga ik naar de wc, om hem zo goed mogelijk op te vangen of ‘weg te ademen’. Ik leef om een teveel aan ‘prikkels’ heen. Ik verstop mijn huid als die slecht is. Een mens is flexibel en je leert met dingen leven.

Sinds een half jaar werd alleen weer slechter. En nog slechter. Mijn hele armen zaten permanent onder de plekken en de aanvallen kregen een nieuw soort felheid. Ik dacht: niet klagen, maar doorgaan…

Totdat.
Het was een week of wat geleden
op een donderdagochtend.
Na een hele slechte nacht.

Ik dacht: nee.
Nee!
Ik ga dit niet accepteren.
Ik moet weer verder op zoek.
Ik moet weten wat dit is.

Ik had die dag een afspraak met collega en vriendin Myrthe Bruinzeel om samen een locatie te gaan bekijken. De locatie was mooi, maar te duur. We besloten ergens thee te gaan drinken. Toen deed ik wat ik nooit doe: ik vertelde haar van mijn ziekte. En hoe erg nu. Ik hoorde mezelf zeggen: “Het voelt als een programmeer-fout.”
En zij zei: “Heb je weleens gedacht aan hypnose?”

Nee, dat had ik dus nog niet…

(Volgende keer meer. Cliffhanger…)
post comment

RARE CURSUS [18 Sep 2019|09:22pm]
Ik had ze gewaarschuwd.
Ik had gezegd dat het een hele rare cursus is.
Waarin we hele rare dingen gingen doen.

Maar ja, wisten zij veel? Het antwoord: ja, ik denk dat ze precies wisten waar ze aan begonnen. Niet met hun hoofd, maar met hun intuïtie. Dat is het wonderschone van intuïtie; je weet er dingen mee waarvan je niet wist dat je ze wist.

Ik geef die cursus al meer dan 10 jaar. En ook als juf blijf ik leren, want in de loop van de tijd heb ik hem helemaal veranderd. Van een best wel serieuze leerplek is-ie nu verbouwd tot een speeltuin met de gekste speeltoestellen. En dat laatste werkt heel goed, heb ik ontdekt. Dat legde ik ook maandag uit, bij de start van de nieuwe cursus: benader dit niet te serieus, maar sta jezelf toe om te spelen. Dan leer je het meest.

Neem het voorstelrondje. Vroeger ging dat zo: ‘Ik ben Patricia en ik ben secretaresse en ik kom uit Krommenie.’ Tegenwoordig vraag ik iedereen wat zijn/haar lievelingskleur is en wat die kleur voor ze doet. Dan krijg je: ‘Ik ben Patricia en mijn lievelingskleur is mosgroen. Die kleur maakt me rustig. Hij doet me denken aan de trui die mijn oma ooit voor me breidde in die kleur en mijn oma heeft een tijd voor mij gezorgd. De laatste tijd trek ik weer naar die kleur toe. Nu ik erover nadenk: hij herinnert me eraan dat ik nu goed voor mezelf moet zorgen.
Na het voorstelrondje liggen er 8 kleuren en 8 verhalen op tafel. En voelt iedereen de ruimte om te zijn wie hij/zij is.
Zo mooi.

De tweede oefening die we maandagavond deden was een meditatie, gevolgd door een visualisatie. Daarin liet ik ze een wandeling maken door een tuin, welke tuin er ook maar in ze opkwam. Vervolgens zei ik dat ze als het ware ‘geroepen’ werden door iets in die tuin en vroeg ze het goed te bekijken en ‘te luisteren wat het hen te vertellen had.’

Rare opdracht natuurlijk.
Maar niet voor je intuïtie.
Die weet precies wat hier de bedoeling is. Dit is een kans om gehoord te worden! Dus: daar kwamen de verhalen. De verhalen van de ziel. Want intuïtie is het zintuig van de ziel. Het is het kompas dat je ziel helpt de weg te vinden in deze aardse jungle. En boy, wat een verhalen kwamen er weer maandag.

Iemand dacht dat de oefening bij haar niet echt gelukt was. Ze zag haar opa, in zijn eigen tuin. “Hij deed niks. Zoals hij dat ook in zijn aardse leven niet deed; urenlang zat-ie gewoon in die tuin. Ik weet niet wat ik hiervan moet maken.”
Ik vroeg: “Kan het zijn dat je intuïtie je wil vertellen dat je af en toe eens niks moet doen?”
Het raakte haar zichtbaar. “Ik ben vandaag naar huis gestuurd van mijn werk, met hoofdpijn. Thuis, op de bank, ben ik in slaap gevallen. Ik doe inderdaad teveel.”
Duidelijke boodschap.

Iemand was in de tuin van haar oom en tante terecht gekomen. (Een bekende tuin dus!). En daar was een schommel aan een boom die haar riep. Ze luisterde en hoorde de volgende belangrijke boodschap: ‘Je beweegt wel, maar je komt niet vooruit.’ Ze schrok ervan, maar herkende het wel. Onderweg had ze in een flits een vosje gezien. Die droeg het advies in zich. Die vos was op bezoek in die tuin, maar hij woonde in de vrije natuur. Het advies: durf het bekende weer te verlaten, op zoek naar je eigen vrije natuur. Ze voelde het helemaal.

Er was iemand die vlinders zag met gezichtjes. Ze had ze niet verstaan. Huiswerk: ga er thuis nog een keer voor zitten om te horen wat ze zeggen.
Er was iemand die een poort half open had zien staan, maar er niet doorheen durfde. Huiswerk: Open de poort eens helemaal en kijk eens wat erachter is. Alleen kijken, verder niks.

Raar huiswerk.
Rare cursus.
Maar o zo belangrijk voor de ziel…

[3 oktober, 20.00 uur: Avond van de Ziel. We zijn verhuisd naar de kapel, dus er is weer plek. Iepenlaan 26, Bussum. reserveren@jannekeleber.nl]
post comment

300 REDENEN OM HET NIET TE DOEN... [12 Sep 2019|08:47pm]
“Maar hóe dan?!”, zegt T.
Ze klinkt een beetje wanhopig.
“Hóe kan ik mijn ziel dan voeden?!”

Dat ze er op het diepste niveau er een beetje verpieterd bij ligt, dat is haar wel duidelijk. Het ligt dan ook letterlijk op tafel in de vorm van de linten die ze heeft getrokken. Het ‘aardse’ lintje, getrokken met ogen open, is hardrood (kleur van wilskracht) en het lintje dat ze trok met ogen dicht, dat van de ziel: een heel vagig bruin.

Los daarvan herkent ze het gevoel ook. Ze beschrijft het zelf als, als ‘leeg van binnen’ en ‘niet het gevoel hebben dat ik bezig ben met wat ik hier moet doen.’ Yep, dat zijn tekenen van een niet zo blije ziel die vraagt om aandacht en om voeding.

Het is wel belangrijk te erkennen dat het niet raar is dat de ziel is ‘ondervoed’. We leven in een wereld en een tijd waarin het woord ziel niet of nauwelijks wordt gebruikt. En dat staat ergens voor, namelijk voor het niet-bewustzijn van dat deel van ons dat we werkelijk zijn. Dat is niet raar, want waar moest je dat geleerd hebben? Thuis? Op school? Uit de krant of op het werk? Het gaat helemaal nergens over de ziel. Behalve in een consult bij een medium.
Maar goed, dat gezegd hebbende: aan de slag.

Ik begin mijn verhaal:
“Allereerst: de ziel schreeuwt niet, zoals het hoofd en emoties dat kunnen doen, nee de ziel praat zachtjes. Dus wil je hem verstaan, dan is er een bepaalde mate van rust nodig in het leven. Stukjes niks. Een beetje leegte. Niet echt hip in deze tijd, maar wel heel belangrijk. En indien mogelijk ook bijvoorbeeld in de vorm van meditatie, want dat is aandacht en ruimte voor de ziel.”
“Ik had al de neiging om me wat meer terug te trekken uit van alles”, zegt ze. “Maar ik gaf er maar niet aan toe, want ik dacht: wat dan?”
“Zie het niet als iets verkeerds”, zeg ik. “Probeer het eens voor een tijdje. Rust en ruimte om weer eens te luisteren naar jezelf en jouw ziel.”
“Oke”, zegt ze. “Maar hoe klinkt een ziel dan?”
Goeie vraag.
“Behalve zachtjes, praat de ziel ook geduldig”, zeg ik. “En vaak in de vorm van verlangens. Heb je een steeds terugkerend verlangen dat je niet begrijpt? Luister ernaar. Of het nou gaat om een kleur die je per se wilt hebben, of dat je een bepaalde film wilt terugzien, of het verlangen naar stilte… De ziel wéét: daar zit iets. Een inspiratie, een inzicht, een ontmoeting met iemand, iets dat nu belangrijk is.”

“Daarnaast vraagt een ondervoede ziel om… voeding. Weet je wat jouw ziel voedt?”
Ze haalt haar schouders op.
“Het zijn sowieso de dingen waar je je gepassioneerd over voelt. Je hebt mensen die het hebben van kunst, of van koken of van bezig zijn met dieren.”
Bij het noemen van dat laatste voel ik een rilling. Dat is mijn ziel en die zegt: bingo. Dieren, daar zit het bij haar.
“Klopt”, zegt ze.

Grappig hoe het lichtbruinige lint op tafel ineens een stuk donkerder lijkt te worden.
“Ik voel een vacht”, zeg ik. “Bruin en glanzend. Ik wil hem borstelen. Ben je graag met paarden bezig?”
Haar ogen twinkelen ineens, voor het eerst in dit gesprek. Alsof het licht vanbinnen aan gaat.
“Grappig dat je het zo zegt”, zegt ze. “Want rijden kan ik niet meer, dus ik dacht dat het hoofdstuk paarden voorbij was. Maar ik dacht laatst nog: ik vind het ook heerlijk om bij paarden te zijn. Als ze me aankijken, dan voel ik me gezien tot in mijn ziel en dan kan ik wel huilen van geluk. Dan heb ik het gevoel: ik ben er weer.”
Zo, dát is een statement.
En wel uit het diepst van haar wezen.
Ze staat zelf ook versteld.

Dit is hoe een consult idealiter verloopt. Niet dat ik vertel wat een ander moet doen, maar dat we samen naar een plek gaan, waar de klant zijn/haar eigen antwoord vindt. En hier is het antwoord: contact met paarden, dát is nodig, als voeding voor de ziel. Voor het contact met zichzelf.
“Ik voel wel paarden bij je in de buurt”, zeg ik.
“Klopt”, zegt ze. “Er is een paarden-pension niet ver bij mij vandaan. Ik heb erover gedacht om me aan te melden als vrijwilliger.”
Ze dacht erover, maar… het kwam er steeds niet van.
Er waren 300 praktische redenen om het niet te doen.
Maar na vandaag is er 1 doorslaggevende reden om het wel te doen.
Luisteren naar haar eigen verlangens.
Naar dat wat nodig is.
Zorgen voor haar ziel.

(Avond van de Ziel, 3 oktober 20.00 uur, kleine zaal Majella Kapel, Iepenlaan 26 Bussum, 15 euro, nog 5 plekken over…)
post comment

HIJ WAS HET DIE DE DEUR OPENDEED [09 Sep 2019|05:10pm]
Toen de pipo nog een baby was, zocht ik een oppas.
Ik belde aan bij een huis aan de overkant.
Want ik wist: daar wonen 4 dochters.
De deur ging open en daar stond: de enige zoon.
M. was toen 13.

Ik vroeg naar een van zijn zussen omdat ik dus een oppas zocht.
“O, dat kan ik ook wel!”, zei M. meteen.
En ik merkte aan alles dat het daarmee beklonken was: M. werd onze oppas.

Dat ging hem goed af, moest ik zeggen. Verschonen, spelen, rondrijden in de kinderwagen, M. deed het allemaal met veel plezier. Hij nam de pipo mee bij het rondbrengen van de kerst-kaartjes van zijn krantenwijk en kwam dolenthousiast terug.
“Door hem kreeg ik veel meer geld dan anders! Ze dachten denk ik dat het mijn kind was.”

Maar de pipo had toen al een sterke wil. En ook daar kreeg M. mee te maken. Zeker toen de pipo in zijn nee-fase kwam.
Op een keer kwam M. weer oppassen, want ik had een etentje met collega’s. Eenmaal in het restaurant kreeg ik een sms van hem:
‘Hij wil zijn banaan niet opeten.’
Sms terug:
‘Hij móet zijn banaan opeten.’
Bericht M.:
‘Hij gooit de banaan steeds weg.’
Ik:
‘Laat zien wie de sterkste is.’
M:
‘Hij heeft de banaan nu in de videorecorder gestopt.’

We hebben er nog vaak om gelachen. Vooral om de logica van de pipo, die had gezien dat als je iets in de videorecorder stopte, dat het dan gewoon verdween. Dat leek hem de beste oplossing voor die banaan.

In de loop der jaren zag ik M. groeien. Hij deed de Mavo, de Havo, de Pabo en stapte daarna over naar Orthopedagogiek aan de Universiteit. Indrukwekkend. Ondertussen kwam hij uit de kast, leefde het leven, vond zijn grote liefde in B., trouwde met hem en vorig jaar werden zij, na een lange procedure, vader van de in Amerika geboren H. Een prachtig kind met 2 hele mooie vaders. M. bouwde zijn praktijk op als orthopedagoog, maar werkte daarnaast ook nog aan een politieke carrière. Vorige week werd zijn benoeming bekend als wethouder in een stad hier in de buurt. Zijn speciale interesses nog steeds: Jeugd, Zorg en Welzijn.

Het is soms verrassend welke band je op kunt bouwen met mensen. En hoe ze, met hun levenswandel, hun omgeving kunnen inspireren. M. is zo iemand, al heeft hij dat denk ik helemaal niet door. Door hem kijken onze jongens op een hele open manier naar homosexualiteit en het homo-huwelijk. Door hem hebben ze gezien welke mogelijkheden tot groei er zijn, wanneer er de wil tot groeien is. Door hem weten ze dat politiek niet iets ver wegs en onbereikbaars is. Allemaal gouden lessen die pas echt doordingen als iemand ze voor je voorleeft…
Ikzelf ben in elk geval nog altijd dankbaar dat hij het was die de deur opendeed, bijna 20 jaar geleden.

Appje van hem, gisteren:
H. eet nu ook banaan! Dat roept herinneringen op. Gelukkig zijn er geen videorecorders meer. ; • )
Appje terug:
Mooie herinneringen. Fijn ook om ze samen te hebben…
post comment

OMDAT HET NODIG WAS [05 Sep 2019|08:20pm]
Ik liep door de supermarkt.
En bij de pasta, zag ik C.
Ik keek naar haar en zij keek soort van naar mij, maar… ook weer niet en ze liep door.
Nou moe.

Ik bleef even staan en keek om. Misschien was ze even in gedachten. Misschien ging het kwartje nog vallen. Maar nee, ze pakte tomatenpuree en wandelde verder. Het voelde raar.
Het hield me nog steeds bezig toen we elkaar weer tegenkwamen, dit keer bij de eieren. Ik keek en wachtte af. Het feit dat ze me zonet niet had gezien, had me toch soort van kwetsbaar gemaakt. Dus nu zocht ik iets voorzichtiger oogcontact. Maar weer zonder dat er iets gebeurde.

Au!
Wat was hier nou toch aan de hand?
Op weg naar huis kwamen er steeds meer vragen: Heb ik iets gemist? Is ze boos op me? Wilde ze me niet spreken in de supermarkt?

C. is een cliënte en we kennen elkaar ook een beetje privé.
Ongeveer een jaar geleden mailde ze me nog. Ze kon niet meer lopen van de pijn in haar rug en artsen konden niks vinden. Of ik haar mee wilde nemen in mijn healing die ik elke avond doe na afloop van mijn meditatie. Dat wilde ik wel, want dat doe ik graag. Het voelt als natuurlijk en mensen vinden het een fijn idee en in de loop der jaren is er weleens wat bijzonders gebeurd. Garanties kan ik niet geven, maar ik vraag ook geen geld.

Nou ja, we konden in elk geval één ding vaststellen: die rugpijn was weg want ze liep als een kievit. En of ik daar nou aan had bijgedragen of niet, dat was goed nieuws, toch? Ja, toch? Ik probeerde het goed nieuws te vinden. Maar… het lukte niet. Want: ik was boos.
‘Zit ik v*** een jaar lang elke avond helende energie te sturen, en dan word je gewoon genegeerd!’, zei de boos.
Die gedachte leek te kloppen.
Maar hij maakte me niet blij.

Het werd een vervelende dag.
Dingen lukten niet en ik was ongeconcentreerd en ik kreeg nog hoofdpijn ook en dat kwam allemaal door de boos.
Uiteindelijk besloot ik dat ik wilde stoppen met boos zijn.
Ik ging zitten, voor een goed gesprek met ‘mijn redelijke Zelf’.

Mijn redelijke Zelf had al meteen 1 belangrijke observatie: C. had me niet genegeerd; ze had me niet herkend. Toch net even wat anders.
Boze stem: ‘Mij niet herkend? Hoe kan dat! We kennen elkaar!’
Redelijke stem: ‘Jullie hebben elkaar bijna een jaar niet gezien. Niet iedereen is even goed met gezichten.’
Boze stem: ‘Maar ik heb haar een jaar lang healing zitten sturen!’
Redelijke stem: ‘Jij was wel bezig met haar. Maar dat betekent niet dat zij bezig was met jou. Ze heeft je erom gevraagd en toen is ze het vergeten. Dat kan.’
De boze stem vond dat onredelijk.
Maar de redelijk stem zei: ‘Ik denk dat je boos bent, omdat je iets voor haar hebt gedaan en je iets terug verwacht. Dankbaarheid?’
Boze stem: ‘Ja, logisch toch?’
Redelijke stem: ‘Misschien wel, maar… of het ook redelijk is…. Als zij is vergeten dat je haar healing hebt gestuurd, hoe kan ze er dan dankbaar voor zijn? En trouwens: doen wij dit werk voor de dankbaarheid?’
Boze stem: ‘Voor wat anders?’
Redelijke stem: ‘Omdat het kan. En omdat het nodig is.’

Die gedachte bleef de rest van de avond in mijn hoofd zitten.
Want ja, we helpen allemaal weleens iemand.
En natuurlijk is het leuk als dat erkenning geeft, of dankbaarheid…
Maar bottom line… gaat het daar natuurlijk niet om.

Aan het eind van de dag was de rust weergekeerd in mijn hoofd.
De interne sfeer weer goed
en de hoofdpijn weg.
Kortom: ik had mijzelf geheald.
En gelukkig kon ik dat.
Want: het was nodig.
1 comment|post comment

DATE MADE IN HEAVEN... [27 Aug 2019|09:09pm]
Cliënt S. heeft het zo moeilijk.
Het leven is momenteel zo zwaar.
Zo ontzettend veel vragen heeft ze rondom het overlijden van haar kleinzoon van 12.
Een kind waar ze dol op was, maar dat ze door omstandigheden al jaren niet had mogen zien.

Wat gebeurd is, is niet meer terug te draaien.
Maar waar ze nu vooral voor staat is het niet-weten.
Want ze weet bijna niets.
Hoe is haar kleinzoon precies overleden? Hoe ging het met hem op het moment van zijn plotse dood. Had hij vrienden? Was hij blij op school? Had hij plannen en dromen? Zat hij op een sport? Al die jaren wist ze het niet, en nu, nu het aardse leven van deze jongen zo plots voorbij is, is het gat nog groter en nog gapender, want: definitief.

En zo kwam ze bij mij.
Maar ik kon haar maar beperkt helpen. Ze wilde contact met haar kleinzoon, maar ze wist zelfs hiervoor te weinig. Vooral voor het opbouwen van het contact is ook bevestiging nodig en die kon ze niet geven. Vanaf mijn kant voelde het niet goed om zomaar te gaan praten, zonder te weten of ik goed zat. Dat kan tegen het eind van een contact wel, wanneer we helemaal op elkaar afgestemd zijn, maar niet zo meteen al vanaf het begin.
Het voelde extreem frustrerend, want ik wist hoe nodig ze het had om nog dingen te horen over die jongen die haar zo dierbaar was. Maar via deze weg zat het er niet in.

“Ik denk dat ik maar naar het graf ga”, zei ze. “Misschien dat ik daar nog iets vind.”
En ik deed iets wat ik nog nooit eerder had gedaan: ik ging met haar mee.

Daar stonden we. Tussen de platte stenen. Ze hurkte neer bij de zijne. Haar handen over de gouden letters van zijn naam. Alsof ze hem zo aan wilde raken, hem door het graniet naar zich toe wilde trekken. Tranen stroomden.
Er lag van alles op het graf. Beeldjes, gekleurde stenen, een verregende brief. Ze pakte de brief. We probeerden hem te lezen, wat nauwelijks lukte. Maar wat wel te lezen was, was het onderschrift: je juf Mirienna.
“Juf Mirienna”, zei ik. “Die naam ken ik. Van jaren geleden alweer. Die is van de school De Klimbol. Is dat bij hem in de buurt.”
“Ja”, zei ze. “Volgens mij woonden ze daar in de buurt.”
En zo hadden we ineens toch een mogelijke ingang voor wat meer informatie. Want misschien was dit wel zijn juf geweest? En dan blijkbaar een betrokken juf.
“Zal ik eens proberen of ik haar kan bereiken?”, vroeg ik. “Misschien wil zij een keer met je praten over hem.”
“Zou je dat willen proberen?”, vroeg ze. “Wat zou dat fantastisch zijn.”

Thuis belde ik de school. Legde het verhaal uit. Maar wat bleek: juf Mirienna werkte er niet meer. En haar gegevens wilden ze niet geven. Dus zo liep ook dit spoor dood.

Wekenlang gebeurde er niets.
Behalve dan dat het verhaal me niet losliet.
Zoals je dat soms met iets kunt hebben: het ging gewoon niet weg.
“Jongens…”, zei ik vorige week. Het was tijdens een meditatie en ik zat er lekker in. Ik had echt het gevoel dat ik met de grote instantie aan de lijn was en ineens plopte die vraag op. “Jongens…”, zei ik. “Alsjeblieft: een zetje, een hint, een beetje informatie, iets… Ik zal me heel erg openzetten. Ik zal heel goed luisteren. S. heeft het zo ontzettend nodig…”

En toen liet ik het los.
Want dat is belangrijk.

Vanmorgen ging ik zwemmen. Ik trok mijn baantjes in het prachtige openluchtzwembad hier in de buurt. Het was genieten. En toen… tot mijn schrik… tot mijn verbijstering en ook bijna tot mijn verlamming… ze stond daar gewoon ineens zeg. Aan de rand van het zwembad: juf Mirienna. Ik had die hele juf al zeker 10 jaar niet meer gezien. Hoe was dit nou toch mogelijk?

Ik vond de moed om haar aan te spreken.
En zij... was vol begrip.
Lang verhaal kort:
Ze gaat binnenkort langs bij S.

Boodschap ontvangen.
Date made in heaven…
post comment

MAAK ER WAT VAN [23 Aug 2019|10:13pm]
Het consult is al ruim een kwartier bezig.
Maar ik dring niet door tot J.
De grote vraag is:
waarom niet?

J. is vastgelopen in haar leven. Passief. De weg kwijt. Doodongelukkig. En ik voel dat ze weer ‘aangezwengeld moet worden’. Dat ze inspiratie nodig heeft om weer iets te gaan maken van haar leven. Want dat is volgens mij toch altijd nog wel de bedoeling. Dat we er iets van maken als mens.

Maar bij J. dring ik dus niet echt door met deze boodschap. Ze knikt wat, ze schudt wat, maar er gebeurt niks. En ik vraag me af: waarom niet?
Ineens komt het beeld naar boven dat ik had gekregen tijdens mijn voorbereiding op dit consult, dus nog voordat ze was aangekomen. Ik zag iets vrolijks en bewegelijks waar iets overheen werd gegooid. Een doek, of een net of zo. In elk geval iets waardoor het bewegen stopte. En ik zie dat beeld nu weer.

“Het lijkt wel alsof iets of iemand iets heeft gedaan dat jou zo passief heeft gemaakt’, zeg ik. “Als of je vroeger zo niet was. Maar door een handeling of een uitspraak van iemand anders…"
Ze schudt weer haar hoofd.
“Nou ja…”, zegt ze dan. “Er is een vloek uitgesproken over mij en mijn familie. Misschien dat dat ermee te maken heeft?”
“Een vloek?”, zeg ik.
“Ja”, zegt ze. “Dat vertelde een paragnost.”
O dear.
Altijd lastig.
Want je wilt geen collega dissen, maar tegelijkertijd…
“Heeft de paragnost je ook vertelt hoe je van de vloek afkomt?”, vraag ik.
“Nee”, antwoordt ze. “Hij zei dat dat niet kon.”
En dat verklaart natuurlijk waarom ze zo passief is. Waarom zou ze nog actie ondernemen? Haar lot is toch al bezegeld.

Geloof ik in het uitspreken van vloeken?
Ik weet het niet.
Maakt dat wat uit?
Nee.
Of het nu een vloek is, of het idee van vervloekt zijn. Waar het om gaat is dat zij de macht over haar leven uit handen heeft gegeven.
En dat is nooit een goed idee.
“Even heel simpel gezegd, zie ik het leven zo”, zeg ik. “Je krijgt een heleboel ‘uitdagingen’ als mens op je pad, maar je krijgt ook 2 dingen mee: een zak met talenten en mogelijkheden èn de kracht van de vrije keus. En met die laatste 2 kun je die uitdagingen aan.”

En o ja, in sommige gevallen staat die keuze misschien zwaar onder druk. Maar hier, in dit geval, waarin zij gezond is van lijf en leden en in principe vrij om te doen wat ze wil, hier is het besef nodig dat ze die macht zelf in handen heeft. Dat het háár leven is. En dat zij bepaalt. Elke dag weer. En niet iets of iemand anders.
En dat dat vraagt om een actieve houding,
met plannen en ideeën
en een koers om te gaan.
Want ècht, als er iets is wat ik leer van de mensen aan gene zijde
Is dat het dat wat ze zo vaak herhalen:
Maak. Er. Wat. Van.



[Weekend 31 aug-1 sept geef ik een lesweekend over Privé-consulten. Met publieke consulten en heel veel ins & outs over het geven van privé sittings. Voor gevorderde studenten mediumschap. Nog 1 plek vrij: info@zwave-weesp.nl

14 t/m 17 november: 4-daagse Mediumschap, samen met Myrthe Bruinzeel, ook gericht op het geven van privé-consulten. Voor niet-beginners en gevorderden. janneke@jannekeleber.nl]
post comment

navigation

[

viewing

|

most recent entries

]
[ go | earlier ]