Eenmaal daags Janneke

Kalender

EN JANNEKE LEBER BEGREEP HET WEER EENS NIET... [16 Oct 2019|08:42pm]
Er kwam een vraag
naar aanleiding van het vorige blogje over de Heilige Ruimte in ons.
De vraag luidde:
Ben jij nou constant op die heilige plek in jou?

Goeie vraag en het antwoord is: nee. Misschien wel meer en meer, maar meestal ben ik toch gewoon Janneke Leber. En stuntel en rommel ik me net zo door het leven als iedereen. Maar als ik werk, gaat die Janneke Leber een beetje uit. Dan ga ik naar die heilige kamer in mij en kom ik bij het stuk dat Weet, zoals ik dat noem. Een stuk dat we dus allemaal in ons hebben!

Het voelt een beetje alsof ik mij in die kamer ‘spiritueel omkleed’, om het zo maar te zeggen. Zoals een rechter zijn toga aantrekt en dan een deel van zijn aardse persoonlijkheid aflegt om namens het Recht te spreken, zo leg ik mijn aardse Janneke Leber bewust af en sta even heel bewust stil bij wat ik echt ben: een ziel. Een licht dat veel groter is dan het ‘huis’ (lichaam) waar we in leven hier op aarde. Een licht dat reist, door tijd, door ruimte, zonder naam, zonder identiteit, God mag weten al hoe lang! Het deel van ons dat Is en dat Weet. En soms hoor ik (Janneke) mezelf (Wetende) dan ook dingen zeggen waarvan ik denk: ‘Goh, wat interessant.’

Een voorbeeld van vorige week: een jonge vrouw, vol levenservaring, vol potentie ook, kwam op consult. Ze had zich al breed had geschoold, maar kwam er maar niet uit in welke vorm ze haar werk zou gaan gieten. Het is haar grote wens om mensen te helpen. Maar welk bordje moest er op de deur?

Ik voelde hoe deze vraag, van ‘dat bordje’, alles blokkeerde, al gedurende lange tijd. En ik wist: het heeft met een nuance te maken. Met hoe ze hiernaar kijkt. Ze kijkt er nu naar zoals de maatschappij het ons leert te kijken: in hokjes, duidelijk en gedefinieerd. Maar: zij is helemaal niet te definiëren en daar wringt de schoen. Ze vraagt iets van zichzelf wat niet kan en dus gebeurt er nu helemaal niets.
“Je denkt dat je een keuze moet maken”, zei de Wetende. “Maar dat klopt niet en daardoor lukt het ook niet.”
“Nee”, zei ze. “Dat merk ik.”
Wat je eigenlijk zoekt is een ingang”, zei de Wetende.
“Ja!”, zei zij. “Dat is het! Een ingang!”
(Hier kon je voelen dat ook zij bij haar Weten zat. Dat is het mooist, wanneer medium en klant samen Wetend gaan zitten zijn…)

"Er was een tijd dat je zelf ontzettend hard hulp nodig had, zo’n 20 jaar geleden, weet je nog?”
Ze knikte.
Ik (Janneke) dacht: ‘Hoe weet jij dat nou. Je kent die vrouw net 10 minuten.’
Maar Het Wetende is verbonden met alles en iedereen en dwars door alle tijden heen. Dus het ging (gelukkig) onverstoorbaar door:
“Je zocht en je zocht, maar je kon de juiste hulp niet vinden en toen heb je het zelf maar uitgezocht, met vallen en opstaan. Wat je eigenlijk zocht was iemand die buiten de lijntjes kon denken. Een praktijkruimte waar je binnen zou lopen en waar je zou voelen: hier is alles mogelijk. Praten, knutselen, oefenen, mediteren, alles! Je zocht iemand die jou kon zien in al je facetten. En nu… kun je dat zelf. Wees de hulpverlener die je toen zelf zocht. Dat is je ingang.”

Als je kwartjes kunt horen vallen
dan kon het toen.
Heel hard
en heel zacht tegelijk.
En je zag het gebeuren.
Je zag die hele praktijk ontstaan!
De wereld is weer
een mooie hulpverlener rijker.
De Wetende zag dat het goed was.
En Janneke Leber begreep er weer eens niets van...
post comment

DE HEILIGE PLEK IN ONS [09 Oct 2019|10:05pm]
Ieder medium heeft
zijn of haar
eigen lievelingsonderwerp.
Het mijne is:
De ziel.
En mijn missie is mensen daar weer dichterbij brengen.

Dat vind ik niet alleen heel mooi, maar ook heel erg belangrijk. Want in mijn ogen Zijn we die ziel! We zijn als ziel hier naartoe gekomen en geïncarneerd in een aards lichaam. En ooit, als dat lichaam het niet meer doet, dan ‘carneren we weer uit’ en gaan we als ziel weer door. Het is dus eigenlijk onze harde schijf. Onze essentie. En niemand die ons tijdens ons aardse leven er ooit iets over vertelt… Eigenlijk is het heel erg. Want juist dat zorgt voor veel lijden en misverstanden.

Om die reden organiseer ik regelmatig de Avond van de Ziel. Een avond waarin we op een light manier stilstaan bij die spirituele essentie die we eigenlijk zijn. Waarin ik vertel hoe je die kunt ervaren. En waarin we dat ook samen gaan doen. Want doen is leuk.

Vorige week donderdag was er weer eentje, in de Majella Kapel. Ik opende de avond met een filmpje dat voor mij het fenomeen ziel heel helder maakt. En na wat gedachtes over de ziel, stelde ik voor om een visualisatie te gaan doen. Nou denken mensen al gauw: visualiseren = fantaseren = nep, dus, wat is de point. (Typisch aards denken.) Mijn antwoord is een quote van Albert Einstein: “Logica brengt je van A naar B. Verbeeldingskracht brengt je overal.” Dus ook bij de ziel.

Een visualisatie dus.
Eentje waarin ik ze vroeg of ze zich wilden voorstellen dat ze in een huis waren. Het mocht van alles zijn. En in dat huis, wisten ze, op raadselachtige wijze, waar de Heilige Ruimte was. Ik vroeg ze daarheen te gaan, heel rustig, met gewijde kalmte. En om daar naar binnen te gaan, met respect. En om daar even te Zijn. En te ervaren. En om te beseffen dat in deze ruimte Alles is wat ze ooit als ziel hebben ervaren, Alles is wat ze nu in potentie in zich dragen en Alles is wat ze ooit zullen zijn.

Ik liet ze even.
De kerk was doodstil.
De sfeer was Heilig.

Rustig liet ik ze daarna weer terugkomen. En vervolgens vroeg ik wie er ervaringen wilden delen. Het waren prachtige verhalen, stuk voor stuk en ik kon ze helpen te duiden waar ze voor stonden. Heel mooi was de jonge vrouw die zei:
“Ik geloof dat het bij mij mislukt is. Je zei dat ik wist waar die ruimte was. Dat wist ik ook: beneden. Maar ik dacht toch dat ik naar boven moest. Wat er toen gebeurde was dat ik bleef hangen op de trap.”
Briljant.
Want wat gebeurde daar? Ze erkende dat ze Wist waar ze moest wezen, maar besloot toch te luisteren naar haar hoofd. Resultaat: niks. Stilstand. Blokkade.
Zij: “Dat is precies wat er nu met mijn leven aan de hand is.”
Mooier kon de ziel het niet uitdrukken: je weet waar me te vinden, maar nu doen.

Er waren meer mensen die vertelden last te hebben van hun hoofd.
“Ik word er gek van. Het gaat maar door”, zei een man.
Ik vroeg of iedereen die dat herkende zijn of haar hand op wilde steken.
90% van de handen ging omhoog.
Schokkend veel.
“Het is een ziekte”, zei ik.

Aan het eind van de avond deden we nog een visualisatie, namelijk die ‘met de tuin’. Ik sprak ze in ontspanning en daarin zagen ze een tuin die ze inliepen en waar iets hun aandacht trok. Datgene had ze iets te vertellen. Iets wat belangrijk was. Ook hier gold weer: het mocht alles zijn.
Toen ze er weer uit waren, vertelde ik dat het nu ziel was die ze iets had verteld. En ik vroeg wie er iets wilde delen. Een vrouw achterin stak haar hand op en zei: "Ik zag een vijver met een net erboven tegen de reigers. En er was een enorm grote vis die daarin vast was komen te zitten. Ik bevrijdde hem. En toen vertelde hij me dat ik al succesvol genoeg was, gewoon door wie ik ben."
“Begrijp je wat er gebeurde?”, vroeg ik.
“Helemaal”, zei ze. “Ik ben de vis. Ik had mezelf compleet klemgezet en nu heb ik mezelf bevrijd.”
“Hoe waren die woorden voor jou?”, vroeg ik.
“Ik voel ze helemaal hier”, zei ze verbijsterd.
Ze wees naar haar buik.

Had iemand anders die woorden tegen haar gezegd, dan had ze ze nooit zo gevoeld.
De impact kwam door de plek waar die woorden vandaan kwamen.
Haar eigen Heilige Plek.
Haar diepe weten.
Haar Ziel.
post comment

NIET IN EEN HOED [04 Oct 2019|10:24pm]
0ef93368d53038699797ae196a142daa

Je hoort het mensen vaak zeggen
dat iemand heel spiritueel is.
Of juist niet.

Ik denk dat we allemaal spiritueel zijn, want: we komen allemaal uit de spirituele wereld en we gaan er op een dag ook allemaal weer naartoe. Tijdens ons aardse bestaan blijven we met die spirituele bron verbonden. Voor mij gaat spiritualiteit geloof ik over het daarvan bewust zijn.

Ze zat in de wachtkamer en ze had een hoed op.
“Leuke hoed”, zei ik.
“Ja hè”, zei ze.
Ze hield de hoed op terwijl ze mee de praktijkruimte in liep. En ook toen ze ging zitten. En ondertussen vertelde ze over de hoed, over de oorsprong ervan en waarvoor hij diende en hoe zorgvuldig ze hem had uitgekozen en wat ze ermee wilde zeggen…
“Jij draagt geen hoed”, zei ze toen.
“Nee”, zei ik.
“Ik wel”, zei ze. “Om mijn kruinchakra te beschermen. En om de negatieve karma van anderen op een afstand te houden. Maar ik ben ook heel spiritueel. Misschien ben ik wel spiritueler dan jij.”
Spiritualiteit in de vergelijkende vorm.
Dat was een nieuw concept voor mij.

Tijdens het trekken van de lintjes vertelde ze over wat wel en niet spirituele kleuren waren en dat ze vond dat het zwarte lintje eruit moest.
Toen ik het consult wilde beginnen, begon ze weer te praten. Ik dacht: nu moet ik toch maar ingrijpen.
“Misschien heb je meer aan het consult als je even luistert in plaats van praat”, zei ik.
“Misschien heb ik wel helemaal geen consult nodig”, zei ze.
“Waarom ben je dan hier?”, vroeg ik.
“Mijn gidsen leidden mij hier naartoe”, zei ze. “Ik heb een hele goeie band met mijn gidsen. Heb jij dat niet?”

Op een paar korte statements na, werd het geen consult. Althans, niet in mijn ogen. Zij had het prima naar haar zin in haar vertellende rol.
“Ik praktiseer ook Dankbaarheid, ken je dat?”, vroeg ze.
Ik knikte.
“Want als ik dankbaar ben, dan krijg ik alles van het Universum wat ik wil, dus…”

Dankbaarheid als truc om te krijgen wat je wilt….
Ja, het was echt een leerzame dag.

De klant erna was een man, met een aktentas en een bril met een donker montuur.
Een man die in de 5 jaar ervoor alles was kwijtgeraakt wat hem lief was. Open en kwetsbaar zat hij tegenover me. Toen zijn overleden vrouw doorkwam, liepen de tranen over zijn wangen. En aan het eind van het consult richtte hij zich zelf tot haar:
“Lieverd, mag ik je nog even bedanken, voor al die mooie jaren samen?”
Nog nooit eerder meegemaakt.
Zeldzaam ontroerend.

Van tevoren had ik een kaart voor hem getrokken waarvan ik voelde dat zij me daarin had gestuurd. Er stond op: ‘Peace comes from remembering that only love is real.’
Hij las hem en knikte.
“Ja”, zei hij. “Zo is het.”
Ik zei dat ik het een prachtige kaart vond, maar dat ik de betekenis ervan nog niet helemaal kon bevatten.
“Ik denk dat dat voor bijna iedereen geldt”, zei hij. “Liefde is gewoon te groot.”
“Wat zie jij vooral?”, vroeg ik.
“De duif die steeds witter wordt nadat hij wegvliegt”, zei hij. “De dag dat ik haar los moest laten, werd mijn liefde voor haar nog zuiverder…”

Het was zo’n consult waar je van na-gloeit.
En dat weer nieuwe inzichten brengt.
Spiritualiteit is een manier van leven.
Het zit in elk geval niet in een hoed.
1 comment|post comment

... DE OORZAAK VAN DE BRAND (4) [29 Sep 2019|10:51am]
De ochtend na de nacht in de hel
zit ik buiten in de zon.
Ik probeer te ontspannen
en neem de schade op.

Na 48 jaar allergie-ervaring ben ik een expert geworden in het toepassen van trucs om niet te krabben bij jeuk. Want dat is essentieel. Krabben leidt tot verwondingen en tot een nog hoger histamine-niveau en dus een nog zwaardere aanval.
Maar afgelopen nacht was zo erg, dat ik heb mezelf toch schade heb toegebracht.
Onder- en bovenarmen: kapot.
Ellebogen, knieën en enkels: open.
Rug: brandend gevoel.
En overal is de huid rood en dik van de nog nasmeulende brand van binnenuit.
Het doet pijn, fysiek en emotioneel.

Ik kijk in mijn agenda. Ik wilde vandaag gaan zwemmen, maar met deze huid in water met chloor lijkt me geen goed idee, plus dat ik niet wil dat mensen me zo zien. En in de sociale afspraken van komende week heb ik geen zin, want ik voel me ronduit k**. Wordt dit dan weer zo’n periode van afzondering?
‘Nee!’, roept iets van binnenuit. ‘Niet die kant op! Er moet een andere weg zijn!’

Het is ergens daar dat de gedachte in me opkomt…
Wat nou als ik…
Ik, die zoveel studenten via visualisaties dingen over zichzelf heb kunnen laten zien….
Wat nou als ik bij mezelf…

Ik aarzel.
Wat als het niet lukt?
Ja, nou, wat dan?
Heb ik nog iets te verliezen dan?
Nee, eigenlijk niet.

“Oke”, zeg ik hardop. “Ik ga het gewoon proberen. Ik ga het gesprek aan met het kind.”
Om een of andere reden heb ik de jeuk altijd geassocieerd met een kind. Een dreinend kind dat op een negatieve manier om aandacht vraagt. En ik die dat kind soms sus en soms sla. Maar heel veel verder zijn we in al die jaren niet gekomen qua communicatie.
“Oke”, zeg ik weer.
Ik sluit mijn ogen. En ik spreek tot mezelf zoals ik anders tegen mijn studenten doe: zakken naar binnen, naar beneden, naar het midden van jezelf. Daar gaan ‘zitten’, op een prettige plek. Echt even landen daar. Rustig ademhalen. En dan, vanuit die plek… het laten ontstaan…

Het eerste wat ik zie is mos. Lekker zacht mos. Dan verschijnt erachter zand. Warm zand. En ik zie wat oude, kronkelige bomen. Ik meen het landschap te herkennen en loop erin. En dan… zie ik iemand. Maar het is geen kind. Het is een grijzige figuur, vaag, gezichtsloos en met een stok. En ik weet onmiddellijk: dit is mijn ziekte. Een golf van woede komt in me op nu ik, na al die jaren, oog in oog sta met mijn kwelgeest, mijn geselaar, mijn vijand. Ik ontplof gewoon:
“Weet je wel!”, schreeuw ik uit. “Heb je enig idee hoeveel nachten… hoeveel aanvallen, hoeveel pijn en verdriet, hoe het is om zo te moeten leven, om eigenlijk niet te kunnen leven…
Hij staat daar, met z’n stok.
Uitdrukkingsloos.
Hij zegt niks.
Ik word nog bozer. Mijn leven verzieken en dan nu niks zeggen?
“Waaróm?!”, schreeuw ik uit naar hem.
En dan komt er ineens wel een antwoord:
“Omdat jij… de rijen niet gesloten kunt houden.”
“Omdat ik wát?!”, roep ik uit.
Ik snap er niks van.
Dan komt er een beeld. Van een heleboel stokken, zoals hij die in zijn hand heeft. Ze vormen een rij. En daarmee een grens. Hij heeft het over een grens. Een grens die ik niet ‘gesloten kan houden’? Het raakt me wel heel diep merk ik en ik voel: dit is het. Ineens komen er 2 beelden terug van de afgelopen weken.
Het droombeeld van het stuk vlees dat het andere stuk vlees opeet.
En het beeld dat studente Y. me gaf: van een irriterend kledingstuk dat schuurt en schuurt en zo een wond veroorzaakt.
Beiden beelden gaan over grenzen, kapot gemaakte grenzen…

Ik besluit uit de visualisatie te komen.
Ik moet even los van dit.
Even met mezelf overleggen.

Het erge is: ik snap het helemaal. Ik snap wat ‘de ziek’ bedoelt. Als kind zat ik in een situatie waarbij iemand doorlopend over mijn grens ging. Het was mijn moeder. En ik kon er dus niets tegen doen, want ik was van haar afhankelijk. Mijn grens is beschadigd geraakt en ‘de ziek’ heeft de taak op zich genomen om die grens te bewaken. Met z’n stok. Alles wegjagen wat ook maar enigszins dreigend overkwam. Alles! Niet om me te pesten, maar om me te beschermen.

Ik zie ook ineens hoe dit, dit gedrag, ook mijn eigen gedrag is geworden. Hoe vaak ik niet afwerend reageer wanneer er iets of iemand op me af komt. Mijn telefoon? Neem ik nooit op. Zelfs niet als-ie naast me ligt en afgaat. Ik wil geen indringers in mijn leven, op geen enkele manier. Alles moet weg, weg, weg, tenzij ik zelf het initiatief neem. Ik ben geworden zoals de ziek.

Al het bovenstaande, ervaar ik als een enorm inzicht.
Een inzicht dat moet bezinken en waarvan ik moet bijkomen.
En daar, zittend in de zon in de tuin
val ik in slaap.
En vlak voordat ik in slaap val, voel ik:
m’n huid die rustiger wordt…
post comment

... DE OORZAAK VAN DE BRAND (3) [27 Sep 2019|10:12am]
Droom:
Ik zie een stuk vlees.
Het vreet
aan een ander stuk vlees.
Het beeld is walgelijk.
Ik schrik wakker.

Iets wil me iets zeggen…

“Dat je intens hebt gedroomd deze twee weken, is wel een teken dat er wat gebeurt”, zegt mevrouw M. tijdens de 2e afspraak.
Ligt het nou aan mij, of zegt ze het tegen zichzelf? Alsof ze zichzelf wil overtuigen dat we op het goede pad zitten. De twijfel is ook bij haar toegeslagen…
“Voordat we de regressie gaan doen, wil ik eigenlijk nog even heel direct met je onderbewustzijn gaan praten om te zien of we op het goede pad zitten”, zegt ze. “Ik vraag je straks om zo te gaan zitten…”
Ze zet haar elleboog op de leuning van haar stoel, de onderarm staat omhoog en haar hand hangt slap naar beneden.
“We noemen het wel ‘The Swan’”, zegt ze. “Via je hand, wil ik mij richten tot je onderbewustzijn terwijl jij ondertussen gewoon ‘bij’ bent. Ik wil je vragen om je aandacht op iets anders te richten terwijl ik dat doe.”

Op iets anders…
Oke.
Dat wordt dan de Levensboom van Klimt.
Ik besluit eerst het aantal krulletjes in de takken te tellen. En daarna het aantal ondergrondse en bovengrondse driehoekjes. Maar hoewel dat veel concentratie vergt, hoor ik toch wat mevrouw M. doet, nadat ze met haar stoel heel dicht bij mijn zwanen-arm is komen zitten.
“Onderbewustzijn van Janneke, kunnen wij praten? Hoe zeg jij ‘ja’?”
Tot mijn verbijstering voel ik dat mijn pink een soort spastische beweging maakt. Deed ik dat?
“Fijn, dank je wel onderbewustzijn”, zegt mevrouw M. “En hoe zeg je ‘nee’?”
Dit duurt even, maar dan duikt mijn duim zomaar naar beneden. Nou ja zeg…
Driehoekjes tellen Jan, niet mee bemoeien…17, 18, 19, 20…
Ik probeer er het hele gesprek ‘niet bij te zijn’. Sommige vragen ‘mis’ ik omdat ik bij de driehoekjes zit. Anderen hoor ik heel helder. Een enkele keer wil ik zo graag dat er een bepaald antwoord komt, dat ik mezelf niet vertrouw wanneer mijn vinger een bepaalde kant op gaat. Ik ken mezelf. Als ik pendel, is dat ook alleen betrouwbaar wanneer ik mijn ogen gesloten hou.
Een ding vind ik wel heel opvallend. De vraag van mevrouw M. of ik de afgelopen weken last heb gehad van het Herxheimer-effect wordt onmiddellijk beantwoord met ‘nee’….

Mevrouw M. is tevreden over het gesprek met mijn onderbewustzijn.
“We zitten op het goede spoor, dus ik wil toch voorstellen om de regressie te gaan doen”, zegt ze. “Op zoek naar de veranderingen die in het verleden gespeeld hebben en die jou een gevoel van onveiligheid hebben gegeven.”
Ik zie al 2 weken op tegen die regressie. Ik heb geen zin meer in het verleden. Ik vind dat ik wel genoeg therapie heb gedaan. Nou weet ik het wel. Maar gelukkig blijkt dit een meer gevisualiseerde vorm te zijn.
“Op een bepaald moment kom je in een lange gang met allemaal deuren”, vertelt mevrouw M. “Daarop staan de jaren van je leeftijd. Je begint in het nu en je loopt zo ver mogelijk terug naar het begin van je leven. Als je voor een deur komt waar je spanning bij voelt, blijf je staan. Je hoeft niet naar binnen, maar je opent hem wel en je neemt waar wat er is. Daarna vraag ik je om die ruimte te veranderen zodanig dat je je er prettig kunt voelen. En ik wil je vragen om het kind dat bij die ruimte hoort naar een veilige plek te brengen. Kijk maar bij hoeveel deuren je dat voelt.”

We gaan van start.
En ik doe het allemaal.
Keurig.
Zoals van me gevraagd wordt.
Want zo ben ik.
En het is ook niet dat ik er niks bij voel.
Ik zie een paar hele nare kamers, die ik helemaal overschilder en soms voorzie van nieuwe ramen en openslaande deuren. En ik red een paar kinderen en breng ze naar mijn lievelingsplek op de hei.
Ik doe het allemaal en er rollen ook zeker tranen…

En toch.
Een raar gevoel.
Iets klopt hier niet…

Diezelfde avond voel ik het al… Het onheilspellende gevoel van gedonder in de verte. Van naderend onweer. En de nacht die volgt, is niet te beschrijven. Mijn huid staat in brand en laat zich niet meer blussen. Niet met medicijnen, niet met ontspanningsoefeningen, niet met een koude douche en zelfs niet meer met blokken ijs. Ik raak hevig onderkoeld en zit te rillen en sta tegelijkertijd in brand. Ik huil doorlopend en heb het gevoel hier nooit meer uit te komen.
Dit is de hel.

(Nog even volhouden mensen… Dat kunnen jullie. Ik weet het…)
post comment

...OORZAAK VAN DE BRAND (DEEL 2) [24 Sep 2019|09:12pm]
Binnen drie dagen had ik een afspraak geregeld
met een hypnotherapeute
bij mij in de buurt.

Ik voelde me positief gespannen en keek ernaar uit. Op een regenachtige woensdagmiddag belde ik aan bij mevrouw M. We liepen naar boven in haar statige huis en ze leidde me naar haar werkkamer. Daar zag ik meteen dat aan de muur een versie van De Levensboom van Klimt hing. Ik ben dol op Klimt, dus dit was een buitengewoon goed voorteken.

Mevrouw M. zei dat ze al meerdere mensen met allergie-klachten had kunnen helpen. Ze had wat vragen van tevoren gesteld, per mail. We namen de klacht nog verder door en ook de mogelijke oorzaak. Mijn allergie is ontstaan rond mijn 4e, vrij plots en in die tijd speelde er ook dingen met een onveilige thuissituatie. We kwamen tot de conclusie dat het een met het ander te maken had.
“Je onderbewustzijn kan door die onveilige situatie destijds besloten hebben om in verzet te komen tegen bijvoorbeeld veranderingen, waar jij zoveel last van hebt. Ik breng je straks onder hypnose. Je maakt alles gewoon mee, maar ik stuur jou als het ware op een soort reisje, terwijl ik ondertussen praat met jouw onderbewustzijn en vraag of het het verzet wil stoppen.”

Het klonk even bizar als logisch. En ik had al besloten om me er zoveel mogelijk aan over te geven. Dus volgde ik de stem van mevrouw M. die me in een diepe, diepe ontspanning bracht. Van daaruit ging ik op mijn reisje. Het werd een zeiltrip in mijn jeugdbootje, dat ineens voor mij klaarlag. Ik voer over plassen en door sloten, terwijl ik op de achtergrond hoorde hoe mevrouw M. vriendelijk maar dringend vroeg of iets in mij ergens mee op wilde houden. Ik dacht: ‘het zal wel’ en zeilde lekker door.

Tegen het eind liet mevrouw M. me nog wat dingen bewust loslaten en in de mand van een luchtballon gooien die vervolgens wegvloog. Aan de rand van een spiegelglad meer, vroeg ze me de innerlijke vrede te voelen en dat met mijn duim en wijsvinger op elkaar.
“Dit is je ankerpunt”, zei mevrouw M. “Het is goed om dit de komende 2 weken regelmatig te herhalen voor jezelf, met je duim en wijsvinger op elkaar, om de behandeling te versterken.”

Ik was bekaf toen ik naar huis fietste.
We hadden een afspraak gemaakt voor over 2 weken.
Dan zouden we een regressie-behandeling gaan doen.
Terug naar dat verleden.
“En stuur me over een week even een mailtje over hoe het gaat”, vroeg ze me.

Het was die avond dat ik, als een naderende tsunami, de eerste zwaardere aanval aan voelde komen. En in de loop van de dagen en nachten werd dat steeds erger. Erger dan ze in tijden geweest waren. Na 3 dagen mailde ik mevrouw M. om dit te vertellen. Zij mailde terug:
‘Dit klinkt als het Herxheimer-effect; een tijdelijke verergering van klachten als gevolg van de behandeling waarbij afvalstoffen zijn vrijgekomen.’

O.

Ik las over het Herxheimer-effect en het bleek inderdaad een bekend iets dat bij allerlei soorten behandelingen voorkomt. Ik herkende ook wel wat van de genoemde kenmerken, maar eigenlijk kreeg ik vooral last van een heel ander effect. Het zogenoemde ‘Na-48-jaar-zoeken-en-teleurstellingen-vrees-ik-dat-ook-dit-het-weer-niet-gaat-worden’-effect. Ook wel ‘wanhoop’ genoemd. Want langer dan het lijstje van ‘dingen die ik heb geprobeerd en wat ik ervan leerde’ is het lijstje van ‘dingen die ik het geprobeerd en die niets opleverden’. En een zeer schadelijke bijwerking daarvan is: er niet meer in durven geloven. Terwijl ik zeker weet dat Geloof een heel belangrijk onderdeel is van welke behandeling dan ook. En zo kwam ik ook nog in conflict met mezelf.

Het was lang geleden dat ik zo hard om hulp had gebeden.
M’n handen deden er zeer van.

Die zondag gaf ik les.
Het was een lastige dag.
Mijn huid deed zeer, ik was moe en onderdrukte de ene aanval na de andere.
Maar ik durf te zeggen dat niemand iets merkte.
En ook dat dat goed was zo.

’s Middags moesten mijn studenten in tweetallen werken, maar ze waren met een oneven aantal. En dus ‘moest Y. op mij’. Altijd extra spannend voor de student.
De opdracht was om via een metafoor in één keer tot ‘de au van de klant’ te komen.
Y. ging zitten en voelde.
“De metafoor die in me opkomt is huid”, zei ze.
Kippenvel.
Pokerface.
“Ik voel een verwonding die heel erg pijn doet en die er al heel lang zit. Ik voel dat die is ontstaan door het heel lang schuren van iets over die huid, zoals een kledingstuk dat niet lekker zit, iets dat irriteert. Ik voel dat je dit niet zelf op kunt lossen. Hier is hulp bij nodig en het kost tijd.”
De woorden over ‘het irriterende kledingstuk’ raakten me op een heel diep niveau.
Zijzelf keek ondertussen met een hoofd van: ‘Het zal wel weer nergens op slaan’.
Ik stelde haar gerust en zei dat ik zo meteen feedback zou geven.
Deel 2 van de oefening was: uitreiken naar de spirituele wereld om te zien wat die over dit onderwerp te zeggen had.
“Ik zie een leraar van jou. Een hele oude man. Hij heeft je al door meer moeilijke momenten in je leven heen gesleept. Je kent hem heel goed. En hij heeft een houding van: maak je niet druk, dit ga je gewoon oplossen…”

Ik begreep heel goed wat hier gebeurde:
Spirit greep in.
En vroeg me
om vertrouwen te houden.

(Jaja, nog een cliffhanger. Dus weer even geduld...)
post comment

ZOEKTOCHT NAAR EEN OORZAAK [22 Sep 2019|09:54pm]
Ik heb een allergie.
Een allergie voor… ja, voor wat eigenlijk niet?
Dierenharen, pollen, stof, tarwe, groene groenten, melk, kip, rijst, hormonale veranderingen, seizoenswisselingen…
Het werd in de loop der jaren eigenlijk steeds meer.

Toen ik 4 was begon het. Ik zat onder de eczeem en was benauwd. Vaag heb ik nog herinneringen aan die begintijd. Elke avond verkoelende poeders op de brandende, rode plekken. En kokers eromheen voor de nacht zodat ik niet kon krabben. Ik dacht dat ik gek werd.
Rond mijn 18e werd het heel erg. Mijn huid was overal kapot, ik sliep niet meer, vervelde doorlopend. Ik verstopte me omdat ik me een monster voelde. Iedere beweging deed zeer en mijn huid werd mijn vijand. De situatie liep uit de hand en ik belandde in het ziekenhuis. Daar moest ik een maand herstellen, qua huid en qua uitputting. Er viel daar ook een kwartje: buiten het ouderlijk huis had ik veel minder last. Thuis was stress en stress was een verslechterende factor. Vanuit het ziekenhuis, ging ik op kamers…

Daarmee was de allergie nog niet weg. Ik begon te zoeken naar de oorzaak van dit alles. Want de reguliere geneeskunde hielp me met pillen en hormoonzalven, maar het was het blussen van een brand die steeds weer oplaaide. Waarom?

Dingen die ik heb geprobeerd en wat ik ervan leerde:
• Ademhalingstherapie leerde me om de bijbehorende hyperventilatie onder controle te krijgen.
• Haptonomie leerde me dat ik grenzen had die ik continu overschreed.
• Gesprekken met een antroposofische arts leerden me anders naar ziekte te kijken.
• Creatieve therapie leerde me om mijzelf emotioneel uit te drukken.
• Een Dagboekgroep was het vervolg daarop, maar dan in het bijzijn van anderen.
• Psychiatrie leerde me op te staan voor mezelf.
• Psychologie leerde me beter inzicht te krijgen in wat ik nodig heb.
• Een internist leerde me anders te eten.
• Een healer hielp me eens een week lang compleet van de jeuk af. Toen keerde het terug. Ik vroeg hem daarnaar. Hij zei: dan heb ik alleen symptomen bestreden, maar niet de oorzaak.
Maar wat was dan toch die oorzaak?

Jaren gingen voorbij.
Er waren slechte fases en wat betere fases, maar het is nooit weggeweest. Altijd aanvallen, ’s nachts en in slechtere periodes ook een paar overdag. Ik paste mijn leven eropaan. Ik kan geen vaste baan hebben, omdat ik ergens op de dag moet kunnen slapen. En bij een aanval ga ik naar de wc, om hem zo goed mogelijk op te vangen of ‘weg te ademen’. Ik leef om een teveel aan ‘prikkels’ heen. Ik verstop mijn huid als die slecht is. Een mens is flexibel en je leert met dingen leven.

Sinds een half jaar werd alleen weer slechter. En nog slechter. Mijn hele armen zaten permanent onder de plekken en de aanvallen kregen een nieuw soort felheid. Ik dacht: niet klagen, maar doorgaan…

Totdat.
Het was een week of wat geleden
op een donderdagochtend.
Na een hele slechte nacht.

Ik dacht: nee.
Nee!
Ik ga dit niet accepteren.
Ik moet weer verder op zoek.
Ik moet weten wat dit is.

Ik had die dag een afspraak met collega en vriendin Myrthe Bruinzeel om samen een locatie te gaan bekijken. De locatie was mooi, maar te duur. We besloten ergens thee te gaan drinken. Toen deed ik wat ik nooit doe: ik vertelde haar van mijn ziekte. En hoe erg nu. Ik hoorde mezelf zeggen: “Het voelt als een programmeer-fout.”
En zij zei: “Heb je weleens gedacht aan hypnose?”

Nee, dat had ik dus nog niet…

(Volgende keer meer. Cliffhanger…)
post comment

RARE CURSUS [18 Sep 2019|09:22pm]
Ik had ze gewaarschuwd.
Ik had gezegd dat het een hele rare cursus is.
Waarin we hele rare dingen gingen doen.

Maar ja, wisten zij veel? Het antwoord: ja, ik denk dat ze precies wisten waar ze aan begonnen. Niet met hun hoofd, maar met hun intuïtie. Dat is het wonderschone van intuïtie; je weet er dingen mee waarvan je niet wist dat je ze wist.

Ik geef die cursus al meer dan 10 jaar. En ook als juf blijf ik leren, want in de loop van de tijd heb ik hem helemaal veranderd. Van een best wel serieuze leerplek is-ie nu verbouwd tot een speeltuin met de gekste speeltoestellen. En dat laatste werkt heel goed, heb ik ontdekt. Dat legde ik ook maandag uit, bij de start van de nieuwe cursus: benader dit niet te serieus, maar sta jezelf toe om te spelen. Dan leer je het meest.

Neem het voorstelrondje. Vroeger ging dat zo: ‘Ik ben Patricia en ik ben secretaresse en ik kom uit Krommenie.’ Tegenwoordig vraag ik iedereen wat zijn/haar lievelingskleur is en wat die kleur voor ze doet. Dan krijg je: ‘Ik ben Patricia en mijn lievelingskleur is mosgroen. Die kleur maakt me rustig. Hij doet me denken aan de trui die mijn oma ooit voor me breidde in die kleur en mijn oma heeft een tijd voor mij gezorgd. De laatste tijd trek ik weer naar die kleur toe. Nu ik erover nadenk: hij herinnert me eraan dat ik nu goed voor mezelf moet zorgen.
Na het voorstelrondje liggen er 8 kleuren en 8 verhalen op tafel. En voelt iedereen de ruimte om te zijn wie hij/zij is.
Zo mooi.

De tweede oefening die we maandagavond deden was een meditatie, gevolgd door een visualisatie. Daarin liet ik ze een wandeling maken door een tuin, welke tuin er ook maar in ze opkwam. Vervolgens zei ik dat ze als het ware ‘geroepen’ werden door iets in die tuin en vroeg ze het goed te bekijken en ‘te luisteren wat het hen te vertellen had.’

Rare opdracht natuurlijk.
Maar niet voor je intuïtie.
Die weet precies wat hier de bedoeling is. Dit is een kans om gehoord te worden! Dus: daar kwamen de verhalen. De verhalen van de ziel. Want intuïtie is het zintuig van de ziel. Het is het kompas dat je ziel helpt de weg te vinden in deze aardse jungle. En boy, wat een verhalen kwamen er weer maandag.

Iemand dacht dat de oefening bij haar niet echt gelukt was. Ze zag haar opa, in zijn eigen tuin. “Hij deed niks. Zoals hij dat ook in zijn aardse leven niet deed; urenlang zat-ie gewoon in die tuin. Ik weet niet wat ik hiervan moet maken.”
Ik vroeg: “Kan het zijn dat je intuïtie je wil vertellen dat je af en toe eens niks moet doen?”
Het raakte haar zichtbaar. “Ik ben vandaag naar huis gestuurd van mijn werk, met hoofdpijn. Thuis, op de bank, ben ik in slaap gevallen. Ik doe inderdaad teveel.”
Duidelijke boodschap.

Iemand was in de tuin van haar oom en tante terecht gekomen. (Een bekende tuin dus!). En daar was een schommel aan een boom die haar riep. Ze luisterde en hoorde de volgende belangrijke boodschap: ‘Je beweegt wel, maar je komt niet vooruit.’ Ze schrok ervan, maar herkende het wel. Onderweg had ze in een flits een vosje gezien. Die droeg het advies in zich. Die vos was op bezoek in die tuin, maar hij woonde in de vrije natuur. Het advies: durf het bekende weer te verlaten, op zoek naar je eigen vrije natuur. Ze voelde het helemaal.

Er was iemand die vlinders zag met gezichtjes. Ze had ze niet verstaan. Huiswerk: ga er thuis nog een keer voor zitten om te horen wat ze zeggen.
Er was iemand die een poort half open had zien staan, maar er niet doorheen durfde. Huiswerk: Open de poort eens helemaal en kijk eens wat erachter is. Alleen kijken, verder niks.

Raar huiswerk.
Rare cursus.
Maar o zo belangrijk voor de ziel…

[3 oktober, 20.00 uur: Avond van de Ziel. We zijn verhuisd naar de kapel, dus er is weer plek. Iepenlaan 26, Bussum. reserveren@jannekeleber.nl]
post comment

300 REDENEN OM HET NIET TE DOEN... [12 Sep 2019|08:47pm]
“Maar hóe dan?!”, zegt T.
Ze klinkt een beetje wanhopig.
“Hóe kan ik mijn ziel dan voeden?!”

Dat ze er op het diepste niveau er een beetje verpieterd bij ligt, dat is haar wel duidelijk. Het ligt dan ook letterlijk op tafel in de vorm van de linten die ze heeft getrokken. Het ‘aardse’ lintje, getrokken met ogen open, is hardrood (kleur van wilskracht) en het lintje dat ze trok met ogen dicht, dat van de ziel: een heel vagig bruin.

Los daarvan herkent ze het gevoel ook. Ze beschrijft het zelf als, als ‘leeg van binnen’ en ‘niet het gevoel hebben dat ik bezig ben met wat ik hier moet doen.’ Yep, dat zijn tekenen van een niet zo blije ziel die vraagt om aandacht en om voeding.

Het is wel belangrijk te erkennen dat het niet raar is dat de ziel is ‘ondervoed’. We leven in een wereld en een tijd waarin het woord ziel niet of nauwelijks wordt gebruikt. En dat staat ergens voor, namelijk voor het niet-bewustzijn van dat deel van ons dat we werkelijk zijn. Dat is niet raar, want waar moest je dat geleerd hebben? Thuis? Op school? Uit de krant of op het werk? Het gaat helemaal nergens over de ziel. Behalve in een consult bij een medium.
Maar goed, dat gezegd hebbende: aan de slag.

Ik begin mijn verhaal:
“Allereerst: de ziel schreeuwt niet, zoals het hoofd en emoties dat kunnen doen, nee de ziel praat zachtjes. Dus wil je hem verstaan, dan is er een bepaalde mate van rust nodig in het leven. Stukjes niks. Een beetje leegte. Niet echt hip in deze tijd, maar wel heel belangrijk. En indien mogelijk ook bijvoorbeeld in de vorm van meditatie, want dat is aandacht en ruimte voor de ziel.”
“Ik had al de neiging om me wat meer terug te trekken uit van alles”, zegt ze. “Maar ik gaf er maar niet aan toe, want ik dacht: wat dan?”
“Zie het niet als iets verkeerds”, zeg ik. “Probeer het eens voor een tijdje. Rust en ruimte om weer eens te luisteren naar jezelf en jouw ziel.”
“Oke”, zegt ze. “Maar hoe klinkt een ziel dan?”
Goeie vraag.
“Behalve zachtjes, praat de ziel ook geduldig”, zeg ik. “En vaak in de vorm van verlangens. Heb je een steeds terugkerend verlangen dat je niet begrijpt? Luister ernaar. Of het nou gaat om een kleur die je per se wilt hebben, of dat je een bepaalde film wilt terugzien, of het verlangen naar stilte… De ziel wéét: daar zit iets. Een inspiratie, een inzicht, een ontmoeting met iemand, iets dat nu belangrijk is.”

“Daarnaast vraagt een ondervoede ziel om… voeding. Weet je wat jouw ziel voedt?”
Ze haalt haar schouders op.
“Het zijn sowieso de dingen waar je je gepassioneerd over voelt. Je hebt mensen die het hebben van kunst, of van koken of van bezig zijn met dieren.”
Bij het noemen van dat laatste voel ik een rilling. Dat is mijn ziel en die zegt: bingo. Dieren, daar zit het bij haar.
“Klopt”, zegt ze.

Grappig hoe het lichtbruinige lint op tafel ineens een stuk donkerder lijkt te worden.
“Ik voel een vacht”, zeg ik. “Bruin en glanzend. Ik wil hem borstelen. Ben je graag met paarden bezig?”
Haar ogen twinkelen ineens, voor het eerst in dit gesprek. Alsof het licht vanbinnen aan gaat.
“Grappig dat je het zo zegt”, zegt ze. “Want rijden kan ik niet meer, dus ik dacht dat het hoofdstuk paarden voorbij was. Maar ik dacht laatst nog: ik vind het ook heerlijk om bij paarden te zijn. Als ze me aankijken, dan voel ik me gezien tot in mijn ziel en dan kan ik wel huilen van geluk. Dan heb ik het gevoel: ik ben er weer.”
Zo, dát is een statement.
En wel uit het diepst van haar wezen.
Ze staat zelf ook versteld.

Dit is hoe een consult idealiter verloopt. Niet dat ik vertel wat een ander moet doen, maar dat we samen naar een plek gaan, waar de klant zijn/haar eigen antwoord vindt. En hier is het antwoord: contact met paarden, dát is nodig, als voeding voor de ziel. Voor het contact met zichzelf.
“Ik voel wel paarden bij je in de buurt”, zeg ik.
“Klopt”, zegt ze. “Er is een paarden-pension niet ver bij mij vandaan. Ik heb erover gedacht om me aan te melden als vrijwilliger.”
Ze dacht erover, maar… het kwam er steeds niet van.
Er waren 300 praktische redenen om het niet te doen.
Maar na vandaag is er 1 doorslaggevende reden om het wel te doen.
Luisteren naar haar eigen verlangens.
Naar dat wat nodig is.
Zorgen voor haar ziel.

(Avond van de Ziel, 3 oktober 20.00 uur, kleine zaal Majella Kapel, Iepenlaan 26 Bussum, 15 euro, nog 5 plekken over…)
post comment

HIJ WAS HET DIE DE DEUR OPENDEED [09 Sep 2019|05:10pm]
Toen de pipo nog een baby was, zocht ik een oppas.
Ik belde aan bij een huis aan de overkant.
Want ik wist: daar wonen 4 dochters.
De deur ging open en daar stond: de enige zoon.
M. was toen 13.

Ik vroeg naar een van zijn zussen omdat ik dus een oppas zocht.
“O, dat kan ik ook wel!”, zei M. meteen.
En ik merkte aan alles dat het daarmee beklonken was: M. werd onze oppas.

Dat ging hem goed af, moest ik zeggen. Verschonen, spelen, rondrijden in de kinderwagen, M. deed het allemaal met veel plezier. Hij nam de pipo mee bij het rondbrengen van de kerst-kaartjes van zijn krantenwijk en kwam dolenthousiast terug.
“Door hem kreeg ik veel meer geld dan anders! Ze dachten denk ik dat het mijn kind was.”

Maar de pipo had toen al een sterke wil. En ook daar kreeg M. mee te maken. Zeker toen de pipo in zijn nee-fase kwam.
Op een keer kwam M. weer oppassen, want ik had een etentje met collega’s. Eenmaal in het restaurant kreeg ik een sms van hem:
‘Hij wil zijn banaan niet opeten.’
Sms terug:
‘Hij móet zijn banaan opeten.’
Bericht M.:
‘Hij gooit de banaan steeds weg.’
Ik:
‘Laat zien wie de sterkste is.’
M:
‘Hij heeft de banaan nu in de videorecorder gestopt.’

We hebben er nog vaak om gelachen. Vooral om de logica van de pipo, die had gezien dat als je iets in de videorecorder stopte, dat het dan gewoon verdween. Dat leek hem de beste oplossing voor die banaan.

In de loop der jaren zag ik M. groeien. Hij deed de Mavo, de Havo, de Pabo en stapte daarna over naar Orthopedagogiek aan de Universiteit. Indrukwekkend. Ondertussen kwam hij uit de kast, leefde het leven, vond zijn grote liefde in B., trouwde met hem en vorig jaar werden zij, na een lange procedure, vader van de in Amerika geboren H. Een prachtig kind met 2 hele mooie vaders. M. bouwde zijn praktijk op als orthopedagoog, maar werkte daarnaast ook nog aan een politieke carrière. Vorige week werd zijn benoeming bekend als wethouder in een stad hier in de buurt. Zijn speciale interesses nog steeds: Jeugd, Zorg en Welzijn.

Het is soms verrassend welke band je op kunt bouwen met mensen. En hoe ze, met hun levenswandel, hun omgeving kunnen inspireren. M. is zo iemand, al heeft hij dat denk ik helemaal niet door. Door hem kijken onze jongens op een hele open manier naar homosexualiteit en het homo-huwelijk. Door hem hebben ze gezien welke mogelijkheden tot groei er zijn, wanneer er de wil tot groeien is. Door hem weten ze dat politiek niet iets ver wegs en onbereikbaars is. Allemaal gouden lessen die pas echt doordingen als iemand ze voor je voorleeft…
Ikzelf ben in elk geval nog altijd dankbaar dat hij het was die de deur opendeed, bijna 20 jaar geleden.

Appje van hem, gisteren:
H. eet nu ook banaan! Dat roept herinneringen op. Gelukkig zijn er geen videorecorders meer. ; • )
Appje terug:
Mooie herinneringen. Fijn ook om ze samen te hebben…
post comment

OMDAT HET NODIG WAS [05 Sep 2019|08:20pm]
Ik liep door de supermarkt.
En bij de pasta, zag ik C.
Ik keek naar haar en zij keek soort van naar mij, maar… ook weer niet en ze liep door.
Nou moe.

Ik bleef even staan en keek om. Misschien was ze even in gedachten. Misschien ging het kwartje nog vallen. Maar nee, ze pakte tomatenpuree en wandelde verder. Het voelde raar.
Het hield me nog steeds bezig toen we elkaar weer tegenkwamen, dit keer bij de eieren. Ik keek en wachtte af. Het feit dat ze me zonet niet had gezien, had me toch soort van kwetsbaar gemaakt. Dus nu zocht ik iets voorzichtiger oogcontact. Maar weer zonder dat er iets gebeurde.

Au!
Wat was hier nou toch aan de hand?
Op weg naar huis kwamen er steeds meer vragen: Heb ik iets gemist? Is ze boos op me? Wilde ze me niet spreken in de supermarkt?

C. is een cliënte en we kennen elkaar ook een beetje privé.
Ongeveer een jaar geleden mailde ze me nog. Ze kon niet meer lopen van de pijn in haar rug en artsen konden niks vinden. Of ik haar mee wilde nemen in mijn healing die ik elke avond doe na afloop van mijn meditatie. Dat wilde ik wel, want dat doe ik graag. Het voelt als natuurlijk en mensen vinden het een fijn idee en in de loop der jaren is er weleens wat bijzonders gebeurd. Garanties kan ik niet geven, maar ik vraag ook geen geld.

Nou ja, we konden in elk geval één ding vaststellen: die rugpijn was weg want ze liep als een kievit. En of ik daar nou aan had bijgedragen of niet, dat was goed nieuws, toch? Ja, toch? Ik probeerde het goed nieuws te vinden. Maar… het lukte niet. Want: ik was boos.
‘Zit ik v*** een jaar lang elke avond helende energie te sturen, en dan word je gewoon genegeerd!’, zei de boos.
Die gedachte leek te kloppen.
Maar hij maakte me niet blij.

Het werd een vervelende dag.
Dingen lukten niet en ik was ongeconcentreerd en ik kreeg nog hoofdpijn ook en dat kwam allemaal door de boos.
Uiteindelijk besloot ik dat ik wilde stoppen met boos zijn.
Ik ging zitten, voor een goed gesprek met ‘mijn redelijke Zelf’.

Mijn redelijke Zelf had al meteen 1 belangrijke observatie: C. had me niet genegeerd; ze had me niet herkend. Toch net even wat anders.
Boze stem: ‘Mij niet herkend? Hoe kan dat! We kennen elkaar!’
Redelijke stem: ‘Jullie hebben elkaar bijna een jaar niet gezien. Niet iedereen is even goed met gezichten.’
Boze stem: ‘Maar ik heb haar een jaar lang healing zitten sturen!’
Redelijke stem: ‘Jij was wel bezig met haar. Maar dat betekent niet dat zij bezig was met jou. Ze heeft je erom gevraagd en toen is ze het vergeten. Dat kan.’
De boze stem vond dat onredelijk.
Maar de redelijk stem zei: ‘Ik denk dat je boos bent, omdat je iets voor haar hebt gedaan en je iets terug verwacht. Dankbaarheid?’
Boze stem: ‘Ja, logisch toch?’
Redelijke stem: ‘Misschien wel, maar… of het ook redelijk is…. Als zij is vergeten dat je haar healing hebt gestuurd, hoe kan ze er dan dankbaar voor zijn? En trouwens: doen wij dit werk voor de dankbaarheid?’
Boze stem: ‘Voor wat anders?’
Redelijke stem: ‘Omdat het kan. En omdat het nodig is.’

Die gedachte bleef de rest van de avond in mijn hoofd zitten.
Want ja, we helpen allemaal weleens iemand.
En natuurlijk is het leuk als dat erkenning geeft, of dankbaarheid…
Maar bottom line… gaat het daar natuurlijk niet om.

Aan het eind van de dag was de rust weergekeerd in mijn hoofd.
De interne sfeer weer goed
en de hoofdpijn weg.
Kortom: ik had mijzelf geheald.
En gelukkig kon ik dat.
Want: het was nodig.
1 comment|post comment

DATE MADE IN HEAVEN... [27 Aug 2019|09:09pm]
Cliënt S. heeft het zo moeilijk.
Het leven is momenteel zo zwaar.
Zo ontzettend veel vragen heeft ze rondom het overlijden van haar kleinzoon van 12.
Een kind waar ze dol op was, maar dat ze door omstandigheden al jaren niet had mogen zien.

Wat gebeurd is, is niet meer terug te draaien.
Maar waar ze nu vooral voor staat is het niet-weten.
Want ze weet bijna niets.
Hoe is haar kleinzoon precies overleden? Hoe ging het met hem op het moment van zijn plotse dood. Had hij vrienden? Was hij blij op school? Had hij plannen en dromen? Zat hij op een sport? Al die jaren wist ze het niet, en nu, nu het aardse leven van deze jongen zo plots voorbij is, is het gat nog groter en nog gapender, want: definitief.

En zo kwam ze bij mij.
Maar ik kon haar maar beperkt helpen. Ze wilde contact met haar kleinzoon, maar ze wist zelfs hiervoor te weinig. Vooral voor het opbouwen van het contact is ook bevestiging nodig en die kon ze niet geven. Vanaf mijn kant voelde het niet goed om zomaar te gaan praten, zonder te weten of ik goed zat. Dat kan tegen het eind van een contact wel, wanneer we helemaal op elkaar afgestemd zijn, maar niet zo meteen al vanaf het begin.
Het voelde extreem frustrerend, want ik wist hoe nodig ze het had om nog dingen te horen over die jongen die haar zo dierbaar was. Maar via deze weg zat het er niet in.

“Ik denk dat ik maar naar het graf ga”, zei ze. “Misschien dat ik daar nog iets vind.”
En ik deed iets wat ik nog nooit eerder had gedaan: ik ging met haar mee.

Daar stonden we. Tussen de platte stenen. Ze hurkte neer bij de zijne. Haar handen over de gouden letters van zijn naam. Alsof ze hem zo aan wilde raken, hem door het graniet naar zich toe wilde trekken. Tranen stroomden.
Er lag van alles op het graf. Beeldjes, gekleurde stenen, een verregende brief. Ze pakte de brief. We probeerden hem te lezen, wat nauwelijks lukte. Maar wat wel te lezen was, was het onderschrift: je juf Mirienna.
“Juf Mirienna”, zei ik. “Die naam ken ik. Van jaren geleden alweer. Die is van de school De Klimbol. Is dat bij hem in de buurt.”
“Ja”, zei ze. “Volgens mij woonden ze daar in de buurt.”
En zo hadden we ineens toch een mogelijke ingang voor wat meer informatie. Want misschien was dit wel zijn juf geweest? En dan blijkbaar een betrokken juf.
“Zal ik eens proberen of ik haar kan bereiken?”, vroeg ik. “Misschien wil zij een keer met je praten over hem.”
“Zou je dat willen proberen?”, vroeg ze. “Wat zou dat fantastisch zijn.”

Thuis belde ik de school. Legde het verhaal uit. Maar wat bleek: juf Mirienna werkte er niet meer. En haar gegevens wilden ze niet geven. Dus zo liep ook dit spoor dood.

Wekenlang gebeurde er niets.
Behalve dan dat het verhaal me niet losliet.
Zoals je dat soms met iets kunt hebben: het ging gewoon niet weg.
“Jongens…”, zei ik vorige week. Het was tijdens een meditatie en ik zat er lekker in. Ik had echt het gevoel dat ik met de grote instantie aan de lijn was en ineens plopte die vraag op. “Jongens…”, zei ik. “Alsjeblieft: een zetje, een hint, een beetje informatie, iets… Ik zal me heel erg openzetten. Ik zal heel goed luisteren. S. heeft het zo ontzettend nodig…”

En toen liet ik het los.
Want dat is belangrijk.

Vanmorgen ging ik zwemmen. Ik trok mijn baantjes in het prachtige openluchtzwembad hier in de buurt. Het was genieten. En toen… tot mijn schrik… tot mijn verbijstering en ook bijna tot mijn verlamming… ze stond daar gewoon ineens zeg. Aan de rand van het zwembad: juf Mirienna. Ik had die hele juf al zeker 10 jaar niet meer gezien. Hoe was dit nou toch mogelijk?

Ik vond de moed om haar aan te spreken.
En zij... was vol begrip.
Lang verhaal kort:
Ze gaat binnenkort langs bij S.

Boodschap ontvangen.
Date made in heaven…
post comment

MAAK ER WAT VAN [23 Aug 2019|10:13pm]
Het consult is al ruim een kwartier bezig.
Maar ik dring niet door tot J.
De grote vraag is:
waarom niet?

J. is vastgelopen in haar leven. Passief. De weg kwijt. Doodongelukkig. En ik voel dat ze weer ‘aangezwengeld moet worden’. Dat ze inspiratie nodig heeft om weer iets te gaan maken van haar leven. Want dat is volgens mij toch altijd nog wel de bedoeling. Dat we er iets van maken als mens.

Maar bij J. dring ik dus niet echt door met deze boodschap. Ze knikt wat, ze schudt wat, maar er gebeurt niks. En ik vraag me af: waarom niet?
Ineens komt het beeld naar boven dat ik had gekregen tijdens mijn voorbereiding op dit consult, dus nog voordat ze was aangekomen. Ik zag iets vrolijks en bewegelijks waar iets overheen werd gegooid. Een doek, of een net of zo. In elk geval iets waardoor het bewegen stopte. En ik zie dat beeld nu weer.

“Het lijkt wel alsof iets of iemand iets heeft gedaan dat jou zo passief heeft gemaakt’, zeg ik. “Als of je vroeger zo niet was. Maar door een handeling of een uitspraak van iemand anders…"
Ze schudt weer haar hoofd.
“Nou ja…”, zegt ze dan. “Er is een vloek uitgesproken over mij en mijn familie. Misschien dat dat ermee te maken heeft?”
“Een vloek?”, zeg ik.
“Ja”, zegt ze. “Dat vertelde een paragnost.”
O dear.
Altijd lastig.
Want je wilt geen collega dissen, maar tegelijkertijd…
“Heeft de paragnost je ook vertelt hoe je van de vloek afkomt?”, vraag ik.
“Nee”, antwoordt ze. “Hij zei dat dat niet kon.”
En dat verklaart natuurlijk waarom ze zo passief is. Waarom zou ze nog actie ondernemen? Haar lot is toch al bezegeld.

Geloof ik in het uitspreken van vloeken?
Ik weet het niet.
Maakt dat wat uit?
Nee.
Of het nu een vloek is, of het idee van vervloekt zijn. Waar het om gaat is dat zij de macht over haar leven uit handen heeft gegeven.
En dat is nooit een goed idee.
“Even heel simpel gezegd, zie ik het leven zo”, zeg ik. “Je krijgt een heleboel ‘uitdagingen’ als mens op je pad, maar je krijgt ook 2 dingen mee: een zak met talenten en mogelijkheden èn de kracht van de vrije keus. En met die laatste 2 kun je die uitdagingen aan.”

En o ja, in sommige gevallen staat die keuze misschien zwaar onder druk. Maar hier, in dit geval, waarin zij gezond is van lijf en leden en in principe vrij om te doen wat ze wil, hier is het besef nodig dat ze die macht zelf in handen heeft. Dat het háár leven is. En dat zij bepaalt. Elke dag weer. En niet iets of iemand anders.
En dat dat vraagt om een actieve houding,
met plannen en ideeën
en een koers om te gaan.
Want ècht, als er iets is wat ik leer van de mensen aan gene zijde
Is dat het dat wat ze zo vaak herhalen:
Maak. Er. Wat. Van.



[Weekend 31 aug-1 sept geef ik een lesweekend over Privé-consulten. Met publieke consulten en heel veel ins & outs over het geven van privé sittings. Voor gevorderde studenten mediumschap. Nog 1 plek vrij: info@zwave-weesp.nl

14 t/m 17 november: 4-daagse Mediumschap, samen met Myrthe Bruinzeel, ook gericht op het geven van privé-consulten. Voor niet-beginners en gevorderden. janneke@jannekeleber.nl]
post comment

WANT ZO GROOT IS DE ZIEL [17 Aug 2019|09:31pm]
Iemand stuurde mij een docu.
Over wetenschappelijk onderzoek naar Bijna Dood Ervaringen.
Ik keek hem 2 x deze week.
(Dank je wel WvH.)

Het zijn er 2 (zie hieronder) en ik heb vooral iets met de eerste.
Daarin vertelt een aantal mensen over hun ervaringen in de andere wereld tijdens hun tijdelijke dood. Met name het verhaal van de (nu) oudere dame die het leven liet tijdens een operatie raakt me. Dat komt door haar prachtige beschrijvingen van de andere wereld; een beschrijving die ik herken. Reden: ik heb nooit een BDE gehad, maar voor mijn werk als medium maak ik contact met mensen die ‘daar’ zijn. En naast dat je als een soort ‘telefoniste’ het gesprek laat plaatsvinden tussen 2 mensen, krijg je toch dingen mee van hoe het is in die andere wereld. En van hoe zij daar zijn. Dat zet je aan het denken en het roept ook vragen op.

-Waarom krijg ik niet de indruk dat zij hun dierbaren hier missen?
-Waarom zijn ze in de basis altijd blij?
-Hoe kunnen ze zoveel weten?
-Hoe kan het dat mensen die hier onaardig waren, daar ineens zo veel vriendelijker zijn?
-Hoe komt het dat ik mijn gevoel voor tijd kwijtraak als ik werk met die wereld?
-Waarom hebben ze het vaak over ‘de kleuren’ en ‘de muziek’?

De beschrijvingen van de mensen in deze documentaire, geven daar antwoord op. Het geeft mij het gevoel dat ik het dus niet zit te verzinnen. Het klopt wat ik ervaar als ik met die wereld werk. Ik denk dat veel mediums dit zullen herkennen.

Wat me ook heel blij maakt is als die mensen beschrijven wat er gebeurt wanneer ze hun lichaam verlieten. Wanneer de ziel niet langer beperkt is door de verpakking, maar in volle omvang kan Zijn en ineens zo groot blijkt te zijn! Niet alleen zien ze zichzelf liggen op de operatietafel, maar ook – let op – weten ze wat de chirurg denkt! Of zoals die man met die bril zegt: “Ik zag de liefde om het verplegend personeel heen, de liefde waarmee ze mij terug wilden halen.”
Ze vertellen dat ze dwars door muren gaan, naar andere ruimtes, naar de wachtkamer waar familie zit, of zelfs naar huis. En dat ze weten hoe hun dierbaren reageren. In het tweede deel zit een vrouw die vertelt dat ze weer terug moest in haar lichaam en dat ze dacht: ‘Dat past nooit! Ik ben veel te groot!’
Kortom: dit gaat over de Enorm-heid van de ziel die we in wezen zijn. Een van mijn favoriete onderwerpen.

En het mooie is dat ik ervan overtuigd ben dat we ook nog groot kunnen zijn terwijl we in dat (kleine) voertuig van het lichaam zitten. Dat we ons daar niet de hele tijd door hoeven te laten beperken. Dat de ziel precies weet wanneer het moment daar is om Groot te zijn. Dat komt ook weer door mijn werk.
Ik geef een voorbeeld van deze week:

Ik bereidde me voor op een consult met een jonge vrouw. Het was 9.15 uur en ze was nog onderweg, want de afspraak was om 9.30 uur.
Ik stemde mij eerst af op mijn eigen ziel, want met dat stuk moet ik werken. Niet met mijn gedachten en meningen en overtuigingen, nee, met het Wetende stuk van mij. Dat is een techniek. Die kun je leren.
Als ik me afstem op mijn ziel, stel ik me voor dat ik geen mens ben, maar een licht, heel groot, onbeperkt in mogelijkheden, puur liefdevol en al-wetend. Ik zie het en ik voel het. Janneke Leber wordt even een beetje uitgewist. Even ben ik alleen maar licht.
Dan stem ik me alvast af op de cliënt om te kijken of ik al wat te zien krijg. En in dit geval zag ik: een (soort van) huisje in het donker. Er scheen licht, maar… daar was iets mee, voelde ik. Ik liep ernaar toe en zag dat het licht kwam van een buitenlamp, een warmgeel licht, heel mooi. Maar... binnen scheen geen licht. Daar was het donker. Ik stelde, al voelend, de vraag: waarom? Toen kwam er een antwoord, vanuit het huisje: ‘Ik schijn wel voor de buitenwereld, maar niet voor mezelf. Dat kost stroom en dat ben ik niet waard.’
Ik vroeg: wat is hier nodig?
Antwoord: ‘Toestemming op te mogen schijnen voor mezelf. Om mij niet als ‘een verbruiker’ te zien, maar als iemand die het waard is om voor zichzelf te leven, in plaats van altijd voor een ander.’
Ik schreef het op.

9.30 uur: de jonge vrouw arriveert en we beginnen.
Ik benoem mijn gevoel maar meteen en het is meteen raak.
Zij is iemand die alles doet om anderen ‘bij te schijnen’, maar… zelf durft ze niet te stralen en ze durft zelfs niet te Zijn.
En dus zit ze binnen.
In het donker.
Eenzaam.
En doodongelukkig.

“Niemand weet dit. Hoe kan het dat jij me zo ziet?”, vraagt ze na afloop. “Het is net of je bij me naar binnen kijkt.”
Mooie omschrijving in dit geval en ik besluit te vertellen van het ‘soort van huisje’ met de buitenlamp en het donker van binnen.
“Hoe kan dit!”, roept ze uit.
“Je hebt het me zelf laten zien”, antwoord ik. “Toen je nog in de auto zat, op weg hiernaartoe. Toen wist je ziel: dit moet verteld worden vandaag. Dit ga ik tonen. En dat doe ik alvast van tevoren, terwijl het lichaam nog onderweg is. Want: zo Groot en wijs is de ziel.”

Ze is in tranen.
Ze vindt het mooi.
Ook al snapt ze er niks van.
Maar snappen is ook niet wat werkt bij deze materie.
Weten past beter bij dit onderwerp.

https://www.youtube.com/watch?v=ZES8IAtrlrU&feature=share
post comment

TWEE HERFSTEN [15 Aug 2019|09:18pm]
Ieder jaar gebeurt het weer.
Op een ander moment.
Op een andere plek.
En elk jaar weer ben ik toch weer verrast.

Dit jaar was het afgelopen dinsdagochtend, op Texel.
Ik was daar een paar dagen met de patat om samen te wandelen over het eiland. We hadden een lunch gekocht en reden met onze rugzakken met de auto naar De Koog waar we die dag van start zouden gaan. Ik kwam uit stukje bos rijden, zag de uitgestrekte weilanden voor me en toen was het er ineens:
“Ooooo”, riep ik uit. “Het is gebeurd!”
“Wat is gebeurd”, vroeg de patat.
“Wat vroeg!”, riep ik uit.
“Wat is er zo vroeg gebeurd dan?”, vroeg de patat bezorgd.
“Kijk, het licht. En de kleuren. De herfst!”

Je zag het ook echt. Alsof iemand de dimmer van het licht omlaag had gedraaid. Alsof het stralende ineens van alles af was en de kleuren net wat vervaagd. Alsof het landschap ook wat meer in zichzelf begon te keren.
“Even stoppen hoor”, zei ik en ik zette de auto langs de kant.
Ik stapte uit en rook.
Ja hoor, daar was het ook: die ene geur.
Net was zwaarder, net wat vochtiger.
De geur van versterven.
Al was het verstervende nog niet te zien.

“Goh”, zei ik, toen ik weer instapte.
De patat keek op zijn telefoon.
“Ik heb het even opgezocht, maar de herfst begint ook dit jaar gewoon op 21 september hoor”, zei hij.
“Ja, dat is de meteorologische herfst”, zei ik.
“Wat is dit voor herfst dan?”, vroeg de patat ongelovig.
“Dit is de èchte herfst. De herfst van de natuur. Met het verkleuren van de bladeren en het vallen van de eikels en kastanjes zoeken en de spinnenwebben met dauwdruppels op de draden...”
De patat keek om zich heen.
“Ik zie daar niks van hoor”, zei hij. ‘Kijk, de bladeren zijn nog gewoon groen.”
“Ja, maar het proces van verkleuren is begonnen. Van binnen. In die bomen.”
“Ja ja…”, zei de patat.
En hij trok zijn wenkbrauwen even op.
We reden weer door.
En ik genoot van dat licht en die kleuren.
Ik voelde dat ik ook best wel weer zin had in de herfst.
Ook al was-ie volgens mij minstens 2 weken te vroeg.

“Dus jij zegt dat er 2 herfsten zijn”, checkte de patat na een tijdje voor de zekerheid toch nog even. “De meteorologische en de ‘echte’, zoals jij het noemt.”
“Ja”, zei ik.
“Dat heb ik anders nooit met bio gehad”, zei hij cynisch.
“Nee, dat zal wel niet.”
“En waarom heb je dan 2 herfsten?”, vroeg de patat.
Ja, dat wist ik ook niet.
“Ik vind die van 21 september veel duidelijker dan die van jou”, concludeerde hij uiteindelijk.
En daarmee was de kous voo hem wel af.

Maar gaf hij bovendien ook antwoord op zijn eigen vraag:
2 herfsten.
Een voor hem.
En een voor mij.
2 comments|post comment

NET EEN BEETJE OP GANG MET MIJN LEVEN... [06 Aug 2019|08:58pm]
Ik loop op straat, samen met de pipo.
We hebben sushi gehaald,
ons lievelingseten.
De pipo heeft trek, dus hij loopt voorop
en veel te hard.

“Ik hou je niet bij hoor”, roep ik achter hem.
“Waarom niet?”, vraagt de pipo.
“Omdat ik oud ben”, zeg ik.
“Ach, oud…”, zegt de pipo. “Wat is oud.”
“Als je over de helft bent”, stel ik vast.
“Dat is tijdlijns-gewijs oud”, zegt de pipo. “Dat is heel rigide mam. Zo moet je niet denken. Tijd is een beleving. En dan is 52 jaar helemaal niet oud.”
“Hoezo niet?”, vraag ik.
“Nou”, legt de pipo uit. “Laten we eerlijk zijn: de eerste 10 jaar van je leven… Dan heb je hooguit een beetje het besef dat je bestaat, toch? Daarna komen de tienerjaren en dan kom je er een klein beetje achter wie je bent. In je twintiger jaren - heb jij me weleens verteld - dan denk je te weten wie je bent, maar achteraf bleek daar eigenlijk geen f** van te kloppen, toch?”
“Klopt”, zeg ik.
“Oke”, zegt de pipo. “Dan word je 30, krijg je kinderen, dan is speeltijd voorbij want dan is gewoon heel duidelijk wat je bent, namelijk iemand die verantwoordelijk is voor andermans leven. Dus dan gaat daar 10 jaar lang al je tijd naartoe, waar of niet.”
“Waar”, zeg ik.
“Nou”, zegt de pipo. “Dan word je 40 en wat blijkt: die kinderen gaan het steeds beter doen zonder jou, dus dan kom je eigenlijk pas toe aan de hamvraag: wat kom ik eigenlijk doen op deze wereld. In jouw geval: met dode mensjes praten. Daar heb jij heel veel plezier in en je schijnt er ook nog goed in te zijn, dus nu ben je 52 en eigenlijk ben je net een klein beetje op gang gekomen met je leven. Belevings-gewijs dan. Snap je het een beetje?”
“Ik snap het helemaal”, zeg ik.
“Dus”, zegt de pipo. “Beetje doorlopen, want ik heb zin in sushi.”
En geloof het of niet
maar ik loop ineens
een stuk harder.
post comment

WEZENS OM VAN TE LEREN [19 Jul 2019|11:21pm]
Ze komt voor contact met haar huisdier.
Zoals veel klanten het afgelopen jaar.
Het is heel apart en ik had zeker niet zo gepland dat het die kant op zou gaan.
Het is gewoon zo gelopen.

C. zelf durft zich nog niet op het contact met haar hond te verheugen.
“Een ander medium zei dat overleden dieren niks te melden hebben.”
“O.”
“Niks anders dan: o lekker, een koekje, of zoiets.”
“We zullen zien”, zeg ik.

Garanties kan ik ook niet geven. Maar al ik iets in het afgelopen jaar geleerd heb, is dat het verbijsterend is wat dieren te vertellen hebben tijdens een contact. Niet alleen feitelijk bewijs dat zij het echt zijn. Maar ook lessen die ze aan ons willen leren!

En ja hoor, ook deze hond krijgt het voor elkaar. Eerst voel ik het karakter. Dat is een beetje angstig en voorzichtig. Ik voel iets met een trauma.
“Hij is mishandeld geweest voordat hij bij mij kwam. Het duurde een tijdje voordat hij me vertrouwde.”
Dan krijg ik een dekentje te zien in een bruinige kleur.
“Hij had inderdaad een lievelingsdeken dat bruin was. Ik had een keer een nieuwe gekocht die een andere kleur had. Die wilde hij niet.”
Geweldig toch! Hij kan niet alleen de kleur overbrengen, maar die heeft dus ook nog een betekenis…
Vervolgens wordt mijn aandacht gebracht naar eten en naar een spelletje. Verstoppertje?
“Ja, dat deden we vaak. We verstopten we snoepje en dan moest hij het zoeken. Vonden we leuk.”

Zo gaat het door. En helemaal aan het eind komt deze: ik zie een hoek waar een mand in staat en dan het afbakenen van grenzen. Grommend.
“Dat klopt. Hij was heel lief, maar als hij in zijn mand lag, dan verdroeg hij niet dat onze andere hond bij hem in de buurt kwam. Als die binnen een meter kwam, begon hij te grommen.”
Dan: het beeld van haarzelf. Ik voel dat hij een link legt.
“Kan het kloppen dat jij nu in je leven ook een grens aan moet geven aan iemand anders? Iemand die jou te dichtbij komt?”
Ze wordt stil.
“Zegt hij dat?”
“Dat krijg ik te zien…”
Ze is met stomheid geslagen.
“Niet te geloven dit”, zegt ze.

Snapt u het?
Snap ik het?
Een ding weet ik zeker.
Vroeger zag ik dieren als een hobby.
Maar ik heb mijn mening bijgesteld.
Ze zien en weten en voelen veel meer dan wij vaak denken.
En ze verdienen het dat we ze zien als wat ze zijn:
wezens om van te leren.
post comment

HJ HOEFT NIKS [16 Jul 2019|07:52pm]
Over een paar dagen is de patat jarig.
Ieder jaar weer een ding,
want: wat geven we hem cadeau?

Al maanden van tevoren beginnen we hem die vraag te stellen:
‘Weet je dit jaar wel iets voor je verjaardag?’
“Neu”, zegt de patat. “Ik hoef ook niks.”
Hij haalt zijn schouders op en wendt zijn blik af. Voor hem is daarmee de kous af. Als we hierin mee zouden gaan en echt een verjaardag zonder cadeaus zouden vieren, geloof ik ook echt dat het hem niets zou kunnen schelen. Hij hecht niet aan spullen en ook niet aan geld. Hij heeft oprecht geen wensen. Alleen de wens dat zijn rustige leventje lekker blijft zoals het is. Veilig, warm en overzichtelijk. Dat is wat de patat graag wil.
Het probleem zit hem in ons: wij willen cadeaus aan hem geven, omdat wij vinden dat dat hoort. Het is ook een beetje onze verjaardag en bij een verjaardag hoort een tafel met pakjes, groot en klein, in gekleurd papier dat eraf gescheurd moet worden en dan iets met ‘Oh’ en ‘Ah’ en dan is het goed.

Maar goed, dat ziet de patat dus anders.
Zoals hij alles anders ziet.

We vragen welk spel hij nu speelt. (Meestal maar 1 spel tegelijk. Het leven moet wel overzichtelijk blijven.) En of hij daar iets van wil. Coins, goodies, een T-shirt desnoods. De patat schudt zijn hoofd. Hij hoeft het echt allemaal niet. En zouden we het hem toch geven (in het verleden wel geprobeerd), dan zou hij er geen enkele belangstelling voor tonen.

Hij wil ook niet verrast worden. Dat al sowieso niet. Als er een cadeau op tafel ligt en hij niet zou weten wat daarin zit, dan is dat een onaangenaam idee. Dus àls we dan iets kopen, dan graag in overleg. En dat overleg vindt dan ook al weken van tevoren plaats.
Redding 1 dit jaar: de pipo heeft hem de laatste tijd weten te verleiden om elke avond een potje Magic The Gathering samen te spelen. En dat bood mogelijkheden. De pipo: “Ik ga voor je verjaardag een heel nieuw deck samenstellen. Vind je dat leuk?”
“Ja, dat gaat dan nog wel”, zegt de patat onderkoeld. (Ook dit vindt hij niet nodig, maar als er dan toch iets moet komen...)
Redding 2: zijn toetsenbord moet vervangen. “Wil je een nieuw toetsenbord voor je verjaardag? En dan een hele goeie?” Patat: “Ach ja, als er toetsen op zitten…. Waarom niet.” (Met zo’n mooi, apart, patat-glimlachje.) Nou, dat treft dan, want we hadden inderdaad een toetsenbord mèt toetsen in gedachten.
Redding 3: Ineens had hij dan toch wel een wens zeg! Een hele kleine, maar toch. “Mochten jullie me toch nog iets willen geven: papa had van de winter hele lekkere sokken voor me gekocht. Ze waren dik en heel zacht. Die zijn nu stuk. Mag ik daar nog een paar van? Als het kan?”

Ja hoor jongen.
Wollen sokken, midden in de zomer.
Omdat jij ze zo lekker vindt zitten.
Gaan we voor je regelen.
En een leuke verjaardag.
Voor een heel mooi mens.
post comment

ALS JE DEZE NOU IN JE ZAK STOPT... [07 Jul 2019|02:07am]
“Nou, dit is dan waar mijn glorieuze schoolcarrière mij naartoe heeft geleid:
een paar vakken eindexamen
op een zaterdag
in Almere.”
Aldus de pipo vanochtend in de auto.
Nieuw wapen tegen de angststoornis: zelfspot.

Het is druk als we aankomen bij het Almeerse Nautilus College. Tientallen leerlingen van drie verschillende scholen doen hier vandaag de mondelingen van hun staatsexamens. De ontvangsthal is vol. De pipo meldt zich bij de ontvangstbalie.
“Oke”, zegt hij, “nou, dan ga ik maar.”
We wisselen een snelle blik uit.
Een blik waarin 15 jaar schoolleed langskomt.
Maar ook een blik die eindigt met een glimlach.
“Succes!”, zeg ik.
“Komt goed”, zegt hij.
Tegen wie zegt hij dat?
Ik zie hem weglopen, naar de zaal waar de leerlingen van zijn school worden opgevangen. Over een half uur zal hij in een ander lokaal zijn casus Informatica krijgen om te bestuderen. En weer een half uur later zal hij daar mondeling over ondervraagd worden door 2 commissie-leden.
Inhoudelijk maak ik me geen enkele zorgen. Dit joch zit al vanaf zijn 2e achter computers en in computers, verdiende al op zijn 12e geld met het maken van mods voor Minecraft, bouwde op zijn 14e zijn eerste eigen computer en leerde diverse programmeertalen tijdens zijn jaren in het diepst van zijn put.
Nee, dit examen gaat niet over IT, maar over stress-beheersing, over paniekbestrijding. Over het rustig weten te houden van je hoofd… Wat in het geval van de pipo veel complexer is dan de hele werking van een computer.

Ik neem plaats in de hal. En observeer. Er is veel spanning en emotie. Dit zijn allemaal leerlingen die de niet-normale weg hebben gelopen. Leerlingen die, om wat voor reden dan ook, buiten het schoolsysteem gevallen zijn. Leerlingen voor wie het leerpad niet geëffend was. Ik zie een meisje ineens in huilen uitbarsten. Ik zie hoe een docent haar even apart neemt en hoor delen van het gesprek:
“Na alles wat jij overwonnen hebt… Je bent nu al een winnaar… omdat je hier bent…”
Ze blijft huilen.
“Ik kan het niet. Ik weet zeker dat ik straks faal.”
Het gesprek duurt. Dan loopt de docent weg. Komt terug met een soort gelukspoppetje in zijn hand.
“Als je die nou in je broekzak stopt, dan ben ik straks de hele tijd bij je…”

Ik zie leerlingen met ouders. Ik zie de lange wegen die gegaan zijn op hun gezichten staan. Ik zie een jongen wegrennen, de vader erachteraan. Ik zie groepjes leerlingen in gesprek.
“Hoe laat ben jij klaar? Dan wacht ik op je. Nee maakt niet uit dat er 2 uur tussen zit. Ik wacht op je.”

Ik zie pijn.
Ik zie angst.
Ik zie kracht.
Ik zie liefde.
Het was allemaal nodig
om al die jonge mensen in die hal
daar te krijgen.
Het zijn allemaal vechters.
Allemaal ‘geslaagden’.
Los van de uitslagen van hun examens.

Ps, informatica en Engels gingen goed bij de pipo. Hij noemde informatica zelfs ronduit ‘gezellig’. “Lekker gepraat met 2 andere nerds.” Dinsdag nog wiskunde en dan hopelijk 3 certificaten. Volgend jaar zien we wel weer verder.
post comment

IN WERKELIJKHEID BEN JE IETS HEEL GROOTS [01 Jul 2019|10:44pm]
Het was het Weekend van de Ziel.
Althans, op Texel, in Oudeschild.
In de Herberg De Zeven Provinciën.
Maar misschien ook eigenlijk wel overal…
Want de ziel is zonder grenzen…

Dat was een van de dingen die we de deelnemers graag wilden laten ervaren: hoe onmetelijk wijs, groot, tijdloos en vol van schoonheid de ziel is, en dus: wijzelf. Want: je bènt je ziel. En dat konden we allemaal leuk vertellen, maar waar het om ging was dat mensen het zouden ervaren.

Ik draaide dit weekend samen met Holistisch Coach Esther Fokkens, van de herberg. En zo brachten we onze invalshoeken, kennis en ervaringen bij elkaar. Zij wist een mooie oefening voor op de laatste dag, om mensen inderdaad echt hun diepste wijsheid te laten ervaren. We schreven voor elke deelnemer een woord op een A-4tje, naar aanleiding van wat er de eerdere dagen was gebeurd. Die A-4tjes legden we voor de deelnemers op hun kop op de grond. Ze hadden dus geen idee wat erop stond.
Van tevoren had ik een inleidende meditatie gedaan waarin we ons bewust werden van de energie van ALLES. Van de dag, van de ruimte, van de mensen om ons heen en… van woorden. Ze stonden dus op hun meest gevoelige stand. Toen vroegen we ze allemaal om op hun A4-tje te gaan staan.

Esther vroeg ze te voelen wat deze plek met hen deed. Ze stelde ze een aantal vragen en het was prachtig om te zien hoe iedereen ook echt in contact kwam met de energie van het woord! Je zag het gewoon gebeuren…
Daarna vroegen we ze om weer te gaan zitten en op te schrijven wat ze hadden ervaren. Waarna ze hun ervaringen mochten voorlezen.

Met D. had ik het, ergens in het weekend, gehad over de dood. Waar ze, door omstandigheden, bang voor is geworden.
Het was een heftig woord, maar ik besloot het toch op te schrijven op haar papier: DOOD. In de hoop dat haar ziel haar zou vertellen wat dood werkelijk is… Zodat ze misschien niet meer bang hoefde te zijn.
D., die dus van niets wist, begon voor te lezen: "Toen ik erop ging staan, voelde me eerst draaierig op die plek. Ik ging omhoog. Ik kwam in een heel mooi bos. Het was zo prachtig. Ik zag die schoonheid en ik voelde me er zo vrolijk! Ik dacht: ik ben helemaal niet bang meer!”
Esther en ik keken elkaar aan.
“Kijk maar op je papier”, zeiden we.
Ze draaide het om.
“Dood? Oh!”
Verbijsterd keek ze ons aan.
"Ik heb even geen woorden."
Op dat moment gebeurde er iets raars. Vanwege de warmte stond de deur van de herberg open en twee enorme, witte, langharige honden kwamen ineens binnengerend. Ze maakten vrolijk een rondje langs ons, wat voor een hoop hilariteit zorgde. Toen riep ineens een stem van buiten:
“Beau en Joy, kom onmiddellijk hier!”
"Ga maar gauw naar buiten jongens, want baasje is boos!”, riepen we.
Ze holden weer weg.
Toen zei iets in mij: Wacht even, wat gebeurde hier nou? Beau en Joy?
Schoonheid en Vreugde?
Waren dat niet net de 2 woorden waarmee D. die plek waar ze verbleef mee had beschreven?
Ik benoemde het en iedereen werd stil. Hoe kon dit nou? Hoe konden die honden nou precies op dat moment… En dat we ook nog die namen…

Nou ja, we gingen maar weer door en M. was aan de beurt. Zij vertelde dat ze niet recht kon staan op haar papiertje. Dat ze heel graag wilde zijn op die plek, maar er ook angst voor had. Terwijl ze wist dat die plek haar ruimte zou geven en rust. En dat ze dat eigenlijk moest ervaren. Ze voelde dat ze een rondje wilde lopen.
“Loop maar een rondje.”
Het ging aanvankelijk met moeite.
Alsof haar lichaam nog weerstand bood.
Maar, ze deed het. Het zag er prachtig uit. Ze ging weer zitten en op dat moment kwam kat Michiel binnengelopen. Michiel loopt altijd rond door de buurt en is genoemd naar Michiel Adriaanszn De Ruyter, omdat die ooit verbleef op Texel. Hij liep recht naar het papiertje van M., ging ervoor zitten en keek haar aan, alsof hij wilde zeggen: ‘Dit vind ik leuk.’ Wij weer verbaasd. M. draaide haar papier om. ‘Vrijheid.’
Hoe was dit nou weer mogelijk!
Want als Michiel ergens voor staat… Zowel in zijn oude als zijn nieuwe incarnatie… dan is het wel...

Maar goed, we gingen maar weer verder.
Met E.
Die had het eerst Spaans benauwd op haar papier. Ze kreeg het onder controle door liefdevolle gedachtes ernaar te sturen, maar er bleven ook nog wat zenuwen door haar buik gieren. Ze begreep nu waar die vandaan kwamen. En wat ze eraan kon doen. Een groot inzicht.
Ze draaide haar papier om.
‘Angst.’
Precies op dat moment kwamen er 2 ambulances door de straat rijden, met gierende sirenes.
En daarna werd het wel heel erg stil.

Je denkt dat je een oefening zit te doen.
Met een groep mensen.
Op een eiland, in een herberg, in alle beslotenheid.
Maar in werkelijkheid ben je iets heel groots en sta je in contact met iets nog veel groters.
Iets wat we niet kunnen bevatten.
En dat, liet deze oefening ons allemaal zien…

Ps, Michiel betitelden we hierna tot de werkelijke grote geest achter dit weekend. Hij was na afloop dan ook bekaf.
IMG-20190701-WA0001

IMG_20190630_093630797_HDR
post comment

navigation

[

viewing

|

most recent entries

]
[ go | earlier ]