Eenmaal daags Janneke

Kalender

HET GELOOF IN DE LIEFDE VOOR IEDEREEN [21 Mar 2019|10:19pm]
Sommige mensen hebben geluk in de liefde.
Anderen niet.
Daar liep ik over na te denken…

De hoofdvraag was vooral: waaróm de een het wel vindt en de ander niet. Ik ken mensen die ik leuk vind en die geen liefde ontmoeten en ik ken ‘minder leuke mensen’ en die vinden het dan weer wel. Dat laatste is natuurlijk een onsympathieke gedachte, maar goed, ik liep er nou eenmaal mee rond.

En ineens… vanochtend op de hei… was er zo’n moment…. Het was alsof ik zomaar online ging en terecht kwam op spiritueel internet. Blijkbaar had ik mijn vraag hier gesteld op een zoekmachine. En voor mijn neus ‘verscheen’ het antwoord.

[Gevorderde lezertjes weten dat dat bij mij in het Engels gaat. Niet omdat Engels de voertaal is in de spirituele wereld, maar omdat ik die ‘deal’ met ze heb: dingen die spontaan in het Engels binnenkomen, zijn van hen.
Alleen niet iedereen leest even makkelijk Engels, dus hier even in onze taal…]

Eerst waren er woorden:
‘Er zit een beeld achter de vraag die je stelt: het beeld van een Hogere Macht die voorkeuren heeft voor bepaalde mensen. En die de ‘leukere mensen’ wel de liefde gunt en de ‘minder leuke’ mensen niet. Maar vanuit het goddelijk perspectief zijn er geen voorkeuren voor mensen. Iedereen is gelijk. En de Liefde is er voor iedereen, als een grote, onuitputtelijke Bron waar iedereen uit mag putten.’

Oke, maar waarom vindt de een het dan wel en de ander niet?
Nu kwam er een beeld, van een bibliotheek. Een gebouw vol boeken als een enorme bron van schoonheid en informatie, voor iedereen toegankelijk. Een plek waar alles is en waar iedereen op zoek kan naar iets wat bij hem of haar past.

Ik snapte de metafoor en dacht erover na. De biep is vindbaar, laagdrempelig en een soort van ‘supergrote dienst’. En ja, de een is meer een lezer dan de ander, maar er zijn ook boeken met afbeeldingen en stripboeken en tijdschriften en er is een afdeling met muziek. In principe kun je er alles vinden. Als het al is uitgeleend, moet je wachten tot het weer beschikbaar is. En als het er niet is, kun je het vaak aanvragen. (Heb ik zelf altijd een van de meest sympathieke biep-regels gevonden.)

Sommige mensen hebben geen interesse in de biep. (Ze zijn er al geweest en vonden het niet leuk, of hebben er nu geen behoefte aan.)
En andere mensen dénken dat ze geen interesse hebben. (Ze realiseren zich niet wat de biep hen zou kunnen brengen. Ze staan er niet voor open.)
Het leuke is: je hóeft ook niet naar de biep. Het gaat erom dat je weet dat-ie er is, ook voor jou.

Toen kwam er een beeld van mensen in die biep die er liepen te neuzen op zoek naar een specifiek boek dat bij hen paste. Sommigen zaten achter een computer. Zij wisten waar ze naar op zoek waren.
Anderen liepen meer intuïtief langs de kasten met thema’s en langs de rijen met boekruggen. Soms aangetrokken door een titel, soms door een kleur… Ze pakten een boek, bladerden wat, lazen een stukje. Je voelt al gauw of het iets voor jou is of niet. Soms is een boek interessant genoeg om mee naar huis te nemen. En zelfs dan is het nog afwachten of het zal zijn wat je ervan had verwacht. Dat ‘risico’ moet je durven nemen.

Is het niks: geen probleem, breng je hem gewoon weer terug. (Wel netjes mee omgaan, niet beschadigen!)
Maar groots is de magie wanneer je iets vindt dat als het ware voor jou gecreëerd lijkt te zijn…

Het vinden van de liefde draait om het geloof in die magie.
Het geloof in de Liefde als een bibliotheek,
niet als plek, maar als een state of mind.
Het Weten dat alles er is, voor iedereen.
Het Weten van al het moois dat er bestaat…
1 comment|post comment

HET HEILIGE DER HEILIGEN [11 Mar 2019|11:06pm]
Voor mij is mediumschap heilig, in alle vormen.
Maar het meest heilige
vind ik het privé-consult.

Het begint al bij de voorbereiding. Ongeveer een kwartier van tevoren zet mezelf op ‘de andere stand’. Janneke 1 gaat de gang op en Janneke 2 mag het overnemen. En dan komen er al flarden binnen. Soms een liedje, soms een emotie, of een beeld. Ik trek een kaartje en vaak dwarrelt er al een thema binnen.
‘Zichzelf kwijtgeraakt na verlies dierbare.’
Of: ‘Te streng voor zichzelf en kan daardoor niet bij passie komen.’
Soms komen er ook al indrukken van een overledene die zich straks gaat melden. Alles bij elkaar voelt het als het opwarmen voor… De opbouw van de spanning ook. In de laatste minuten van tevoren wil ik het liefste alleen maar drentelen…

Dan is het zo ver. In de loop der jaren geleerd: het consult begint zodra ik de deur naar de wachtkamer open. De eerste blik, de kleuren die iemand draagt, de woorden die de klant zegt bij het naar binnen lopen. Want: zonder dat de klant het weet, staat ook die op scherp. Die gaat ook niet iedere dag naar een medium en voor velen is het zelfs de eerste keer. Wat gaat er gebeuren? Kan het medium alles zien? Komt die ene dierbare straks langs? Wat wordt er als klant van je verwacht? Allemaal vragen, allemaal onduidelijk, maar… niet voor de ziel van de klant. Want die Weet. En die is het dan ook vaak die al signalen afgeeft, bijvoorbeeld in de vorm van de gekozen kleuren van de kleding. Of in teksten bij het naar binnenlopen als: ‘Het was best even zoeken, maar ik heb het gevonden…’ ‘Mooi’, denk ik dan terug. ‘Dan ben je nu op het goede adres.’

Koffie, thee, water?
Welke kleur kopje pak ik als vanzelf?
Het zijn allemaal signalen.
Ik heb weleens consulten gehad waarbij ik achteraf zag dat alles al ‘gezegd’ was in die 3 minuten van binnenkomen, hand schudden, jas ophangen, koetjes kalfjes en gaan zitten. (Ik zal er een keer een blogje aan wijden).

Maar goed, officieel moet het dan nog gaan gebeuren. Ik leg wat uit, verbind me met die ander op het niveau van de ziel en vanaf dat moment komen we samen in een bubbel. En daar, in die bubbel, gebeurt het. Daar zijn we even los van het aardse en het alledaagse, van tijd en van ruimte. Even is er een soort versmelting en komen we samen in een andere zone terecht. Vaak raken we het gevoel van tijd allebei even kwijt. En soms zie ik na afloop in de ogen van de klant zelfs iets van: ‘O ja, het leven buiten dit. Hoe zat het ook alweer.’

In die momenten van versmelting kan ik even dingen zien en zeggen die ik vaak al snel daarna ‘kwijt’ ben, terwijl ik normale gesprekken juist goed kan reproduceren. Het is dus echt een ander stuk van mij dat aan het werk is. Maar het allerbelangrijkste is natuurlijk: wat er gebeurt in die bubbel. De inzichten die ik mag geven. De inmenging van de andere wereld daarin. De informatie die de klant zelf het inzicht geeft hoe weer verder te gaan.

Het is het heilige der heiligen. En ergens vorig jaar bedacht ik me: wat zou het mooi zijn als ik daar mensen getuige van kan laten zijn. Wat zou dat veel vertellen over het mooie vak dat mediumschap is. Zo ontstond het idee van een openbaar consult. Een consult in het bijzijn van anderen waarbij ik èn werk, èn ondertitel wat er gebeurt. Hoe ik informatie ontvang, waar ik tegenaan loop, welke fouten ik maak, hoe ik ze oplos (of niet).
Ik liep een half jaar rond met het idee, want… ik vond het ook wel erg kwetsbaar en eng. En toen besloot ik het er toch op te wagen. Bij Frank en Anita van Zwave durfde ik de try out te doen in september vorig jaar. Dat was prachtig. Later deed ik het nog 2 keer tijdens lesdagen. Het was rete-spannend, compleet buiten mijn comfort zone en het ging natuurlijk ook af en toe mis. Maar ook dat was goed. Zoals een student zei: ik durf nu meer, want jij hebt me laten zien dat als er iets niet lukt, er eigenlijk niks aan de hand is. En ook dat is een grote les!

Het is een risico.
En ook weer niet.
Het is een kijkje diep in de keuken van het mediumschap.
In het heilige der heiligen.
En alleen daarom al de moeite en het risico waard.

Donderdag weer een stapje verder:
Masterclass Privé-consulten met ca. 30 man erbij.
Nog 3 plekjes vrij…
post comment

DAT WE GEZEGEND ZIJN... [05 Mar 2019|10:03pm]
Het is een van mijn favoriete oefeningen
met mijn studenten mediumschap.
Een oefening met de titel:
Wat is God voor jou?

Toen ik zelf begon met mijn spirituele ontwikkeling en tijdens een lesdag het woordje God viel, dacht ik: ‘God? Wat heeft die er nou mee te maken?’ Ik was dan ook een overtuigde atheïst. En wars van alle dogma’s bovendien.

Maar ja.
In de loop van de jaren begon ik toch steeds meer te merken dat als je werkt met de spirituele wereld, dat je dan moeilijk de Grote Spirit erachter kunt ontkennen. Meer en meer ging ik die spirit voelen, ervaren. Dus… ik ontkwam er niet aan en ging op zoek. Eerst verzamelde ik vooral ideeën waar ik NIET achter stond. Maar gaandeweg werd het een zoektocht naar wat ik wel kon geloven...

Mijn ervaring: wel geloven is kwetsbaarder dan niet geloven.

Het werd een puzzel. Een stukje uit de ene religie, een deel uit de andere. Dus het werd dus wel een beetje een knip-en-plak-God, maar ja: in elk geval eentje waar ik goed mee kon leven. Groot moment was een ontdekking in een van de boeken van Dr. Raymond Moody. Dr. Moody was de arts die al in de jaren ’70 begon met het verzamelen van bijna-dood-ervaringen van zijn patiënten. Hij ordende ze en beschreef ze. Zo ‘ontdekte’ hij bijvoorbeeld dat ook atheïsten ‘gods-ervaringen’ hebben tijdens een BDE. En dat is natuurlijk interessant. Hij beschreef de ervaring van een man die nooit geloofd had, maar die tijdens zijn BDE een ontmoeting had met ‘Een Wezen Van Licht’. Dat wezen voelde voor hem als ‘alleen maar liefde’ en kwam naar hem toe. Zonder woorden, maar via gedachten vroeg dit wezen aan de man: ‘Je gaat zo weer terug naar je lichaam, want je tijd is nog niet gekomen. Maar wat ik zo graag wil weten is: hoe beviel je aardse leven je tot nu toe?’
Dit verhaal vormt nu het hart van mijn gods-beeld. Een Wezen van Licht, vol van Liefde, die ons het leven geeft en nieuwsgierig is naar hoe wij dat ervaren. ‘Ja’, dacht ik. ‘Ja, dit klopt voor mij!’

Wat is God voor jou? Als ik de oefening doe met studenten, laat ik ze daar eerst in alle rust over nadenken. Welke ontwikkeling hebben ze op dit vlak doorgemaakt in hun leven? Waar komen ze vandaan? En welke ervaringen hebben ze gehad? Waar staan ze nu? Ik nodig ze uit om dat wat in ze opkomt, op te schrijven. Daarmee wordt dat wat misschien tot nu toe misschien als losse flarden in het hoofd bestond, meer solide, meer ècht.
In fase 2 van de oefening vraag ik ze om hun verhaal te delen in kleine groepjes van 3, 4 mensen. De anderen mogen alleen aandachtig luisteren. (Wat al een kunst op zich is!) Geen sturing, geen discussies, die zijn er al genoeg geweest in de geschiedenis. Alleen maar luisteren naar het verhaal van de ander. Voor de spreker wordt het verhaal daarmee nóg echter, want nu staat het niet alleen op papier, maar is het ook gehoord, wat toch altijd weer iets doet. En voor de luisteraars is het een voorrecht om te mogen horen…

Ikzelf loop tijdens de oefening tussen de groepjes rond en probeer zoveel mogelijk verhalen mee te krijgen. En geloof mij: het zijn pareltjes. Nooit vergeet ik het verhaal van T. die als jonge vrouw zich op één en dezelfde dag uitschreef bij de kerk en inschreef bij de PSP. Wat haar moeder bijna een hartverzakking bezorgde. Tientallen jaren later ging haar moeder dementeren. Bij het verzorgingstehuis was een kapel waar elke zondag een dienst werd gehouden. En omdat moeder nog wel de psalmen mee kon zingen, nam T. haar daar mee naartoe. Het was een mix van geloven die er samenkwam en die op zo’n liefdevolle manier werd geleid dat T., zoals ze het zelf zei, ‘het geen enkele keer droog had weten te houden.’ Daar in die kapel, tussen de verwarde mensen en bij de liefdevolle dominees en priesters, vond ze haar geloof in God terug. Schitterend.

Voor H., die op een streng katholieke school zat, bestond het geloof vooral uit regels die zorgden voor heel veel spanning. Tijdens het kerstspel moest ze precies op tijd op de triangel slaan en als ze dat niet deed, dan zwaaide er wat… Die triangel-stress vatte voor haar nog steeds haar gevoel over het geloof samen.

Het zijn vaak lange wegen, die leiden naar ons eigen geloof.
En lang niet altijd de makkelijkste.
Maar: we leven in een tijd en een land waarin de meesten van ons het zelf uit mógen zoeken.
Waarin we toegang hebben tot alle informatie en daarmee mogen doen wat we zelf willen.
En er is door de eeuwen heen genoeg bloed vergoten om daar even bij stil te staan.
We zijn gezegend met die vrijheid.
En met de mogelijkheid alleen al om zo'n oefening te kunnen doen.

Ps, heeft u ook een zoektocht die u wilt delen. Laat het me weten. Ik geniet ervan en zal met alle aandacht ‘luisteren’.
1 comment|post comment

TRIP DOOR HET WOUD VAN DE WAANZIN [03 Mar 2019|08:56pm]
Het werd weer eens tijd voor een straat bbq.
En die ging ik organiseren.
Kan nooit moeilijk zijn, toch?

De datum, mensen, eten, partytent, het was allemaal zo geregeld. Alleen was bij een vorige bbq de afzetting van de straat niet goed geregeld waardoor er auto’s door de bbq reden. Dat gingen we dit keer even beter doen.

Via de site van de gemeente vroeg ik eerst een ‘Aanvraag Kleine Evenementen’ aan. Dat ging best goed en ik kreeg meteen een bevestiging. Maar voor de afzetting van de straat moest ik nog een formulier invullen, van 7 pagina’s….

Ik keek naar het formulier. Ineens bevond ik me aan de rand van een gevaarlijk en totaal onoverzichtelijk gebied dat Bureaucratie heet. Een gebied waar menig mens in verdwaald is en nooit meer uit terugkwam. Maar goed, ik wilde een bbq zonder auto’s dus ik haalde diep adem en daar ging ik… De 7 pagina’s in…

Wilden we een podium bouwen? Nee. Wilden we een geluidsinstallatie, dranghekken, mobiele toiletten. Allemaal nee.
Voor de afzetting moest ik een situatie-schets maken van de straat voor de afzetting, maar die werd best mooi, dus so far so good.
En toen kwam de vraag of we drank wilden schenken. Nou ja… een biertje, een wijntje, uit eigen koelkast weliswaar, maar toch: ja. Volgende vraag: is het officiële horeca? Nee, dat is het niet. Toen stond ik, in dat gevaarlijke gebied, ineens voor een groot waarschuwingsbord waarop stond: Als u zelf drank wilt schenken tijdens dit evenement, dan is er een ontheffing volgens artikel 35 nodig. Die moet u apart aanvragen op de site van de gemeente.

Zucht. Nog dieper het gebied in. Papieren links, papieren rechts, op zoek naar het formulier voor de Aanvraag Ontheffing Schenken zwak alcoholische dranken. Ik vulde het in. Het bleek wel 61 euro te kosten. 61 Euro om je zelf meegenomen drank op de stoep van je eigen straat te mogen drinken! Ik keek om. Eigenlijk wilde ik hier weg, maar we waren nu al zo ver. Even doorzetten. En toen… kwam de volgende mededeling:
De verantwoordelijke voor dit evenement moet in het bezit zijn van een diploma sociale hygiëne.

Ja, neemt u rustig de tijd om te lachen.
Maar ik zit ondertussen wel in het meest ondoordringbare deel van het Woud van de Waanzin. De plek waar mensen vieze woorden verzinnen om simpele dingen moeilijk mee te maken. Ik krijg het benauwd. Wil ik weten wat dit is? Dan moet ik er nog dieper in!
Ik kijk heel even op de site.
Het gaat om een diploma over omgaan met dronken mensen…
De cursus duurt 1 dag.
En ik voel heel duidelijk: nee, dit wil ik niet.
Ik wil gewoon bbq-en met de straat, met een wijntje!
Ik keer om en ren het woud uit.

Daarna gooi ik de situatie in de straat-app en - geloof het of niet - er blijkt zowaar iemand in de straat te wonen die dat heeft zeg, het diploma sociale hygiëne. Iemand die zelf in de horeca heeft gezeten. Maar uitgerekend hij zegt: niet aanvragen die ontheffing. Gewoon laten zitten. En als we een boete krijgen, delen we hem door 20…

Dus mensen, ik ben weer veilig teruggekeerd hoor.
En we gaan ook gewoon bbq-en in april.
Hopelijk zonder auto’s en officieel ‘zonder drank.’
Maar wel met de geruststellende gedachte dat er iemand bij is
met het diploma sociale hygiëne…
post comment

I BELIEVE IN YOU [22 Feb 2019|07:21pm]
Ik zag het aan zijn sjokkende manier van lopen.
Ik hoorde het aan hoe vaak hij ’s nachts zijn bed uit ging.
En toen vertelde hij het ook:
het gaat weer slechter met me.
De depressiviteit is terug.

Oke, niet te snel panieken. Iedereen heeft weleens een dip. En doorgaans komen mensen daar ook wel weer uit. Maar toen het na een week of 3 nog niet beter werd zei de pipo: “Ik voel dat het mis is. Ik zak steeds verder weg. Het is iets in mijn systeem. Ik heb besloten dat ik weer omhoog ga qua dosering.”

Afgelopen najaar was hij, na 2 jaar antidepressiva, net weer stabieler geworden. Zo stabiel dat hij wilde beginnen met het afbouwen van zijn medicatie. Dat ging in samenspraak met de huisarts, iedere 3, 4 weken een kwart pil minder. Hij haalde het tot een half. Toen moest hij stoppen. En nu dus toch weer omhoog.

Ik wilde het niet horen. Als je kind aan het herstellen is van een hele donkere periode, sta je maar voor 1 ding open: uit die put, elke dag een beetje verder. Maar goed, het gaat er niet om wat ik wil… Het is er al. En ik moet meebewegen en kijken hoe ik hem ook alweer bij kan staan.

Hijzelf weet, na zoveel jaar, precies wat hij moet doen: iedere dag naar buiten, minstens een half uur bewegen. Goed blijven eten, naar school blijven gaan, bezig blijven, zichzelf niet opsluiten, proberen te leven in een vast ritme. En: moed houden.

“Ik kom even beneden zitten”, zei hij vanmiddag. “Zodat ik niet teveel op mijn kamer ben.”
“Heel goed", zei ik.
Hij zat op de bank, op zijn telefoon. Te lezen, te typen, een heel verhaal.
“Zo”, zei hij na afloop. “Ik hoop dat het helpt.”
“Dat wat helpt?”, vroeg ik.
“Ik zat op Reddit. En daar zag ik een verhaal binnenkomen van een vrouw die een einde aan haar leven wil maken. Ik heb haar een reactie gestuurd.”
“Echt?!”, riep ik uit.
Hij knikte.
“Wat heb je geschreven?”

Ik mocht het lezen.
Een lange, prachtige reactie in het Engels. Over dat succes in de wereld echt niet alles is. Dat je als mens op zich al van waarde bent, wat je ook met je leven doet. Dat er te leven is met depressiviteit. Met tips om haar levenslust terug te krijgen. Een aanmoediging om vooral te blijven praten met haar omgeving. Eindigend met de prachtige woorden: I believe in you.”

I believe in you.
Ach jongen toch.
Nu weet ik ook weer wat mij te doen staat.
Ik moet vooral in jou blijven geloven.
4 comments|post comment

KOKEN MET PATAT [17 Feb 2019|07:21pm]
Het geldt niet voor alle mensen met autisme,
maar het hoort wel tot een van de vele kenmerken:
bovengemiddelde onhandigheid.
In het geval van de patat: hilarische onhandigheid.

Het uit zich in alledaagse handelingen, zoals klusjes doen, iets open maken, schoonmaken, koken… En het is een combi van moeite met zijn motoriek + het lastig vinden om oplossingen te vinden voor onverwachte problemen. Om hem daar toch in te laten oefenen, helpt de patat mij o.a. eens per week met koken.

Het recept van deze week is een ovenschotel van o.a. zoete aardappelen en bieten.
“Wat kan ik doen?”, vraagt de patat monter.
Hij heeft er elke week weer zin in, wat een wonder is gezien de voorgeschiedenis.
“Je mag de zoete aardappelen snijden”, zeg ik. “In plakken van circa 1 centimeter.”
Hierop verdwijnt de patat eerst de kamer in. Na tijdje komt hij terug, met… een lineaal. Ja, dat had ik kunnen weten. Voor hem is 1 cm precies 1 cm. en niet ongeveer 1 cm. Ook dat is autisme. Hij pakt de snijplank en een mes.
“Hoe ga ik dit doen…”, overlegt hij met zichzelf.
In deze fase wil ik ingrijpen, maar… dat moet ik niet doen. Hij moet ook de kans krijgen om dingen op zijn eigen manier uit te vogelen, dus ik laat hem.
Hij denkt een tijdje na.
“Eigenlijk heb ik ook een potlood nodig”, zegt hij dan en wil weer de kamer in lopen.
Maar hier ligt voor mij dan toch een grens.
“We gaan geen centimeters aftekenen op een aardappel”, zeg ik. “Het is on-ge-veer 1 cm. En ja, ik weet dat je dat lastig vindt.”
“O”, zegt de patat.
Hij kijkt een tijdje voor zich uit.
“Is er ook iets anders wat ik kan doen?”
“Ja”, zeg ik. “De bieten snijden. Die mogen in parten. Er staat niet bij hoe groot, dus doe maar iets wat jij prettig vindt.”
“Dat kan ik wel”, zegt de patat.
Het zijn gekookte bieten, vacuüm verpakt. Hij staat een tijdje met de verpakking in zijn handen.
“Ik kan de opening niet vinden”, zegt hij dan.
“Die is er ook niet”, zeg ik.
“Hoe gaan ze dan open?”
“Je mag ze openknippen.”
“Nee, dat denk ik niet”, zegt de patat.
“Waarom niet?”
“Omdat er niet zo’n getekend schaartje op staat.”
“Toch mag het wel hoor”, zeg ik. “Dat vinden de bieten niet erg.”
De patat moet lachen.
Hij pakt de schaar. Dan volgt er iets dat nog het meeste weg heeft van een gevecht tussen de bieten en de patat. En de bieten zijn meteen aan de winnende hand. De patat probeert de schaar in de verpakking te krijgen, maar… ze verzetten zich hevig, vallen uiteindelijk op het aanrecht, de verpakking ploft open en… alles zit onder de bietensap.
“Owww”, zegt de patat, kijkend naar de vlekken op zijn lievelingstrui.
“Bietensap”, zegt ik. “Dat gaat er niet goed uit in de was. Zet maar even in de week.”

En zo verdwijnt mijn assistent-kok ook deze week weer voortijdig uit beeld, om het project ‘in de week zetten’ aan te gaan.
Het was weer een geestige, Zweedse Kok-achtige situatie.
Volgende week een nieuwe aflevering.
post comment

DIT IS EEN MEDIUM [13 Feb 2019|07:12pm]
Wanneer ben je een medium?, vroeg iemand mij laatst.
Jeetje, goeie vraag.
Want je kunt het willen zijn, maar ben je het dan ook?

Vooropgesteld: ik ben niet de voorzitter van de commissie Wel of Niet een Medium. Dus dit is allemaal mijn persoonlijke mening. Maar ik beschouw mezelf wel als medium. Niet alleen beroepsmatig, maar ook omdat ik me zo voel. Omdat ik het bèn. Ik ben ook graag tussen de mediums, omdat ze op een bepaalde manier in het leven staan die ik herken. In die sfeer voel ik me thuis.

Degene die de vraag stelde, wilde het weten omdat ze een opleiding tot medium wilde gaan doen en zich afvroeg of dat ‘voldoende’ was. Een goeie opleiding biedt je de nodige kennis en de kans om je technische vaardigheden te ontwikkelen. Maar helemaal los daarvan, biedt het ook de kans om het ontpoppingsproces te ondergaan; het proces waarin een eventueel medium-in-wording zich tot een medium ontplooit. Want ja, dat is een proces. Ik weet nog dat ik zelf nog leerling was en dat mijn docente Jose Gosschalk op een bepaald moment tegen mij zei:
“Janneke, ik weet dat je hiermee wilt gaan werken. Maar het is nog iets te vroeg, nog heel even wachten. Geef het nog een jaartje, misschien anderhalf.”
Zij zag iets wat ik toen niet kon zien. En ook niet wilde horen trouwens. Maar waar ik gelukkig wel naar heb geluisterd.

Afgelopen weekend gaf ik les op Texel. En dat weekend werd voorafgegaan door een demonstratie mediumschap die ik zou verzorgen met een medium van het eiland zelf: Miranda Trap. Zij heeft de afgelopen jaren veel opleidingen gevolgd en is aan het opstarten met haar praktijk. Altijd een delicate fase. En voor mij de vraag: hoe zou de samenwerking verlopen? Want dat luistert nauw. Je deelt het podium en daarmee de energie en dat matcht met de een beter dan met de ander.
We hadden weleens met elkaar gesproken en dat klikte. Maar we hadden ons nog nooit samen op bewogen op dat mooie, gladde, heilige ijs van een demonstratie mediumschap. Zo’n demonstratie draait volledig om afstemming. Op de zaal, op de spirituele wereld, maar ook op elkaar. Daarom zit ik van tevoren altijd graag even samen met het medium waar ik mee mag werken. En dat had ik dan ook aan Miranda voorgesteld.

Het stormde vrijdag en al helemaal op Texel! Ik stond boven op de Waddendijk voor de lol een beetje tegen de wind in te hangen, toen ik Miranda’s auto aan zag komen rijden. Ze stapte uit en sjaals, jassen en tassen wapperden woest om haar heen.
“Heb je er zin in?”, brulde ik vanaf de dijk.
“Ja, ont-zet-tend!”, brulde ze terug.
‘Enthousiasme’, dacht ik. ‘Dat is goed.’

We aten wat.
Een kopje soep en een stokbroodje.
Meer gaat er niet in voor een demo.
“Ik weet niet wat dat is, maar het lichaam wil dan even niet eten”, zei Miranda.
Same here.
Het zijn geen zenuwen. Het hoort bij de voorbereiding. Het hoort bij het ‘zo leeg als mogelijk’ willen zijn.

Daarna trokken we ons samen terug. Eerst samen in meditatie, afstemmen op onszelf. En daarna even praten met elkaar. Hoe is het met je? Wat voor dag heb je gehad? En ook, heel belangrijk, wat voor dag was het überhaupt. Want elke dag is anders en ook dat is energie. Is er heftig nieuws geweest, of kabbelde alles voort? Was het een vrolijke voorjaarsdag of een stormachtige najaarsdag?
“Ik vond het een beetje een rare dag”, zei Miranda. “Misschien ook wel door de storm.”
Ik had hetzelfde gevoel.
“Dus de mensen komen straks allemaal een beetje verwaaid binnen”, stelde ik vast. “Met wat voor muziek zullen we de avond dan starten?”
We kwamen uit op ‘iets stevigs’. Alles was al weggewaaid de hele dag; zand, bladeren, tuinstoelen en paraplu’s waren het hele eiland overgeschoven. Als we nou ook nog een heel gevoelig muziekje op zouden zetten, dan zou het publiek niet landen. Ik haalde mijn Spiri-lijst op Spotify erbij en koos (toch) eerst voor een gevoelig nummer: The Power of Love in de versie van Gabrielle Aplin. Gewoon even om te voelen….
We luisterden en… schudden van nee.
Can You Feel The Love Tonight van Elton John?
Iets beter, zeker door de stem van Elton, maar te sloom voor windkracht 8.
Ain’t no Mountain High Enough van Diana Ross?
Dat kwam in de buurt.
Zeg Me Dat Het Niet Zo Is, van Frank Boeijen?
“Oeh”, zei Miranda. “Nederlandstalig voelt wel goed.”
En zo werd het: Marco Borsato, Doe Wat Je Altijd Deed.
Prachtig nummeren en perfect voor deze dag.

We keken op de klok. Nog een klein half uurtje voor de start van de demo. Ik kon al niet meer stilzitten en moest gaan drentelen. (Ook zoiets van het lichaam: het wil dan gaan bewegen. Ik denk omdat je je afstemt op die hogere vibraties.)
En al drentelend had ik nog een laatste vraag aan Miranda:
“Heb jij nog een intentie voor de avond?”
“Ja”, zei ze. “Ik ga heeeeel goed naar ze luisteren.”
Ze wees daarbij naar boven.
Het raakte me.
Wat een prachtige intentie zeg.
En dat was het moment waarop ik zeker wist:
Dit is een medium.
post comment

OPDRACHT GOED UITGEVOERD [07 Feb 2019|12:52pm]
Ik sta te koken met de pipo
als de patat ineens hard naar beneden komt rennen.
Hij gaat recht voor me staan en zegt:
“Ik ben moe.”
Aan zijn gezicht zie ik dat er verder niks gaat volgen.

“Oke”, zeg ik.
En ik denk: ‘Wat is dit dan weer.’
Door zijn autisme is communicatie met de patat altijd weer een verrassing. En als moeder weet ik meestal wel te duiden wat er aan de hand is. Maar dit is dan weer nieuw.
De timing is sowieso onhandig, zo midden onder het koken en recht voor mijn neus.
“Wij zaten midden in een gesprek he”, zegt de pipo dan ook geïrriteerd.
“Ja maar ik weet nooit wanneer jullie midden in een gesprek zitten”, reageert de patat.
“Nou, ezelsbruggetje: als we praten, dan zitten we in een gesprek”, zegt de pipo.
“Ja, maar dat kan heel lang duren. En dan weet ik het niet meer”, legt de patat uit.
“Wat weet je dan niet meer.”
“Wat ik moest zeggen.”
“Wat moest je zeggen dan.”
“Hoe ik me voel.”
Aaaaah!
Nou komt de aap uit de mouw.
De patat krijgt professionele begeleiding. En hij leert daarin onder andere dat hij beter op met letten hoe hij zich voelt, want daar is hij zich vaak niet van bewust. En ook: dat hij dat meer moet delen met zijn omgeving. Met ons dus. En nu heeft hij, terwijl hij op zijn kamer zat, gevoeld dat hij moe was en is als de wiedeweerga naar beneden komen rennen om dat, volgens opdracht, ‘te delen met zijn omgeving’.
Iets wat 2 minuten geleden nog raar en onbeleefd leek, wordt ineens heel helder.

Nu moeten we nog even doorvragen, want ‘moe’ kan bij de patat nog van alles betekenen. Zo hebben we ooit ontdekt dat ‘ik voel wat in mijn keel’ niet bleek te gaan om keelpijn, maar om naderend overgeven. En de mededeling: ‘Een stukje van mij doet het niet meer’, betekende dat zijn voet sliep. Dus we moeten nog even wat dingen checken voor de zekerheid. Maar nadat we dat gedaan hebben, blijkt het precies te zijn zoals hij het zei: de patat is moe.
Dat heeft hij gevoeld.
En dat heeft hij gedeeld met zijn omgeving.
En op wat kleine verbeterpuntjes na, kunnen we zeggen:
Opdracht goed uitgevoerd.
post comment

GEEN IDEE [03 Feb 2019|10:02pm]
Consulten heb je in soorten en maten.
Leuke consulten, minder leuke, emotionele, spannende, grappige, leerzame,
maar ook: leegtrek-consulten.

Al bij binnenkomst voelt de vrouw die het consult heeft aangevraagd zich niet op haar gemak. Dat kan. Het is ook niet iets alledaags. Bovendien gaat het voor veel mensen om de eerste keer dat ze te maken krijgen met communicatie met de andere wereld, dus ik snap het als er spanning is. En daarom eerst maar eens: geruststellen. Nou, daar ben ik heel goed in hoor. Beetje aanvoelen waar de spanning zit, beetje uitleggen, grapje maken en laten zien dat ik heel normaal ben en vooral niet paranormaal. Maar… in dit geval lukt het dus niet. Wat ik ook zeg, ik voel haar niet openen, op geen enkele manier. Ik loop tegen een muur. Een muur van… ja van wat eigenlijk?

Nou, dan ga ik maar beginnen met werken en dan zal de spirituele wereld het ijs wel breken. Ik reik uit en ik voel… een oma. Is haar oma overleden? Ja, die is overleden. Oke. Meestal leidt zoiets toch tot een kleine joepie-reactie zo van: jaaaaa, daar is ze. Maar hier nog steeds: niets.
“Ben je oke met contact met je overleden oma?”, check ik voor de zekerheid.
Ze haalt haar schouders op.
Wat betekent dat dan?!
“Wil je dit contact, of hoopte je op iemand anders? Want dan hou ik dit kort en dan reik ik daarna uit naar iemand anders”, zeg ik.
“Nee”, zegt ze. “Doe maar.”
Doe maar.
Wat een vreselijke reactie!
Ik begin antipathie-gevoelens te krijgen.
En dat moet niet, want: ik moet dienstbaar zijn!
Nu weet ik uit ervaring wat ik dan het beste kan doen: de focus een beetje afhalen van de ontvanger en hem vol leggen op de communicator, in dit geval dus oma.
Dus ik vertel wat oma me laat voelen: samen handwerken, ze heeft haar leren breien, en ik zie ook borduren. Ik voel een rolstoel waar oma in zat en zij die haar daarin mee naar buiten heeft genomen. Ik hoor een zangvogel.
“Had oma een kanariepietje?”
Ze knikt.
Meer niet.

De informatie is oke, niet top. En je zou willen dat dat niet afhankelijk zou zijn van het enthousiasme van je ontvanger. Maar dat ben ik wel. Haar niet-positieve houding, remt mij ook en ik kom er niet goed in. En ik zit toch weer te voelen bij haar: is het onwil? Is het teleurstelling? Scepsis? Moet ik ernaar vragen? Iets zegt me van niet.

Ik heb wel het gevoel dat oma ‘begrijpt’ wat hier gebeurt. Zij is het die het gesprek stuurt in de richting van ‘omgaan met emoties’ en dat kleindochter dat moeilijk vindt. En ondanks dat zij daarop reageert met een onwillig ‘neu’, voel ik dat dit niet voor niets ter sprake komt.
“Ze weet dat je stappen wilt gaan zetten om daar wat aan te doen omdat je er een beetje op vastloopt. Klopt dat?”
Ze haalt weer haar schouders op.
"Volgens mij vindt ze dat een heel goed idee."
Stilte.

Na 3 kwartier ben ik kapot.
En in de war.
Want is hier nou toch gebeurd?

In stilte rekenen we af.
In stilte trekt ze haar jas aan.
We schudden handen en zeggen gedag.
Als ik de deur heb dichtgedaan, zak ik eerst door mijn knieën en zit even op mijn hurken met mijn handen voor mijn gezicht. Dan sta ik op en begin karakte-achtige trappen in de lucht te maken, terwijl ik iets brul van: Waaaaaah! Ja sorry hoor, het moet er echt even uit.
Als ik moe ben van het getrap, ga ik zitten.
Ik voel.
En dan voel ik:
‘Je hebt geen idee.
Je hebt geen idee.’
Er volgen flarden, gestuurd door oma. Van hoe ‘op slot’ haar kleindochter zit. Dat het tonen van emoties, welke emotie dan ook, voor haar ‘gevaarlijk’ is. Dat ik daarom ook niet dichterbij mocht komen. En dat ze nu gevangen zit achter die muur van afweer tegen emotie. Dat ze inderdaad weet dat ze daar iets aan moet gaan doen maar dat dat moed vergt. Moed die ze aan het verzamelen is. En dat ze vandaag een aanmoediging nodig had van de enige persoon in haar leven die ze ooit heeft vertrouwd: haar oma.

Toch even schrikken.
Daar zit je dan met al je emoties en je oordelen.
Met je karate-trappen en je gebrul.
Allemaal heel menselijk hoor, dat snap ik ook wel.
Maar uiteindelijk:
Ik had geen idee.
Ik had geen idee.
post comment

AU AAN ME EGO [31 Jan 2019|04:27pm]
Ik doe de deur van mijn wachtkamer open en…
zie twee mensen zitten in plaats van een.
Allebei kijken ze me verwachtingsvol aan.
Wie van de twee ga ik helpen?

Ah nee he, waarom doen mensen dit toch?! Zo moeilijk is het toch niet, een afspraak maken en hem dan goed in je agenda zetten? En ik weet hoe het zit, want die met de blauwe jas, die is een week te vroeg. Dus ik loop de praktijk in, pak mijn agenda en laat het haar zien: kijk, hier: pas volgende week heb je een afspraak.
Zij is helemaal in de war.
“Hoe kan dat nou?”, zegt ze.
Ja, dat weet ik natuurlijk ook niet.
Ze pakt haar telefoon. Ik weet niet met welk doel, want het lijkt me wel duidelijk en dan zegt ze: “Uh…”
Op haar telefoon zie ik onze mailwisseling en... ik ben het die fout zit…
Ik heb een dubbele afspraak gemaakt.
Ik moet sorry zeggen, na zo hoog van de toren geblazen te hebben.
Ik zeg het ook, hoewel misschien te zachtjes…: 'sorry'.
Het doet au.
Au aan me ego.

Aan het eind van de werkdag, als alles weer is opgelost, voel ik toch nog de behoefte om er even, al schrijvend, over te overleggen met ‘de andere kant’. (U weet: ik doe dat in het Engels, maar hier volgt even een Nederlandse versie):

“Lieve vrienden, ik zat vanmorgen fout en toen had ik pijn aan mijn ego.”
“Achossie toch. Gaat het nu weer?” ; • ))
“Ja, maar er is een vraag die me bezighoudt. Hoe zien jullie het ego? Ik bedoel: Zoals vanmorgen, dan schrik ik van mezelf, zoals ik zo over die vrouw heen wals. Aan de andere kant: zonder ego kom je niet aan de beurt bij de bakker, toch?”
Antwoord:
“Stel je een klas met kinderen voor. En jij die er als juf voor staat. In die klas zitten allerlei soorten kinderen en één kind dat veel aandacht opeist. Het is het kind dat luidruchtiger is dan de rest, dat graag gelijk wil hebben, dat vaak opschept met grootse verhalen, dat steeds harder gaat roepen als het vindt dat hij niet genoeg gehoord wordt. Als er getrakteerd wordt, valt hij als eerste aan op het grootste stuk taart. Het is het kind waar je als leerkracht van weet: die moet je in toom houden. Want als hij aandacht krijgt, geniet hij en groeit hij, maar… het is nooit genoeg. En als je niet oppast, gaat hij de hele klas overheersen. Dan moet je hem weer terugfluiten en op zijn plek zetten. Dat vindt hij niet leuk. Als je zegt dat hij even zijn mond moet houden, kan hij stuurs voor zich uit gaan zitten kijken met de armen over elkaar. Dan heeft hij pijn. En wanneer hij dan aandacht moet geven aan het verhaal van een ander, vindt hij dat bijna niet te doen. Toch is het geen slecht kind. Hij is krachtig, initiatiefrijk en kan heel goed aangeven wat hij wel en niet wil. Het is net zo goed een kind om van te houden, alleen heeft-ie een gebruiksaanwijzing.”

Het is een duidelijk beeld.
En mijn taak is dus: de juf te zijn.
Het aandacht-trekkertje in mijn klas in toom te houden.
En toch ook van hem te houden.

Ik kijk naar mijn innerlijke druktemaker.
Hij is al niet meer zo heel boos.
Hij sputtert nog wat, maar… hij heeft wel geluisterd naar de juf.
En zolang dat het geval is,
komt het vast wel goed.
post comment

WAT DIEREN ONS TE VERTELLEN HEBBEN [27 Jan 2019|09:59pm]
Consulten met dieren.
O, ik hou van dieren, zeker.
Alleen consulten met dieren,
daar was ik nooit zo voor in.

En eigenlijk nog steeds niet, als ik heel eerlijk ben. Het is toch anders. En anders maakt vaak onzeker. Jarenlang heb ik die consulten dan ook afgehouden en mensen doorverwezen naar andere mediums. Maar dieren zijn wilskrachtig en blijkbaar… zijn zij wel in voor een consult met hun baasjes via mij. En wat kan ik dan anders dan gehoorzamen?

Dus heb ik regelmatig consulten waarin dieren langskomen. Nou vraagt u zich af: hoe praten die dan? Antwoord: niet via taal, maar toch heel helder. Laatst ‘toonde’ een kat me de drukke weg die voor het huis liep waar hij had gewoond en waar hij was aangereden. Aan de gevolgen van die aanrijding was hij overleden.
“De auto kwam van die kant”, zei ik. Ik zei geen rechts, maar ik wees naar rechts. Zo liet de kat het me voelen. Is dat minderwaardig of minder duidelijk? Nee, het is precies zoals het is.

Een hond liet me een keer het hele huis zien waar ze had gewoond. Met alle vertrouwde plekjes. Ze liet me weten dat ze het aller-, allerliefste zat voor het raam.
“Dan was ze een beetje als een koningin die uitkeek over het volk”, zei ik.
“Dat was precies hoe ze er dan bij zat”, zei haar baasje.
Groot was dan ook haar verontwaardiging dat haar baasje op een dag een nieuwe stoel had gekocht waar ze niet meer in mocht zitten. Ik kon dat gevoel van verontwaardiging echt voelen. Het was zo puur, zo echt. Ik dacht: dat zijn dieren. Er zit helemaal niks tussen.

Tijdens een ander consult liet een hond me een klok zien. Maar ik zag hem ‘op z’n honds’, zeg maar. Dus een rondje en dan ‘de 2 stokjes boven elkaar’. Daarna voelde ik een ontzettend blij gevoel dat ging over eten en over samen-zijn. Ik zei: “Klopt het dat jullie altijd samen aten, om 6 uur?”
De baasjes glimlachten en herkenden het. Ze zeiden dat de hondentrainer dat had afgeraden, maar ze hadden het toch gedaan, want ze vonden het zo gezellig. Nou, die hond dus ook!

Ook tijdens demonstraties sta ik tegenwoordig regelmatig met een hond, kat, vogel of paard. Het publiek is dan verbaasd, wat ik begrijp. Je verwacht het niet. Maar aan de andere kant: ons werk gaat uiteindelijk over de Liefde. De Liefde die zo’n grote kracht is dat ze de grens van de dood overschrijdt. Want zelfs al zijn degenen van wie we houden niet meer om ons heen, toch blijven we van ze houden, en andersom. En als ik iets geleerd heb van de dieren die doorkwamen is het dat hun liefde voor hun baasjes enorm kan zijn.

Ik had een keer een contact gemaakt met een hond voor haar baas in de zaal. Zij was met goed bewijs gekomen en hij had het helemaal herkend. Ze had laten zien dat ze geen afscheid hadden kunnen nemen. Hij: “Ik ben gescheiden en toen ze overleed, was ze bij mijn ex. Voordat jullie begonnen te werken vanavond, vroegen jullie ons te denken aan degenen van wie we houden die overleden zijn. Ik kon eigenlijk alleen maar aan haar denken.” Ik dacht: zo groot is die liefde dus!

Tijdens een andere demo had ik een contact gemaakt met een kat die had laten weten dat ze heel ziek geweest was, maar dat haar baasje haar leven nog met jaren had weten te rekken. En dat dat baasje zich achteraf had afgevraagd: had ik dat wel moeten doen? Haar reactie: “Ik ben dankbaar voor iedere minuut dat je me bij je hebt gehouden.” Dat zei ze niet in woorden, maar in gevoel. Het was heel echt en het was belangrijk voor het baasje om dat te horen.
Daarna voelde ik heel sterk de behoefte om een paar woorden met de zaal te delen over deze speciale liefde tussen mens en dier.
“We zien dieren nog weleens als minder dan mensen en de liefde tussen mens en dier dus ook. Maar dat klopt niet. Het is net zo goed een contact van ziel tot ziel en die kan net zo sterk zijn. Dat is wat ze met hun komst hier willen vertellen.”
Na afloop kwam er een vrouw naar me toe:
“Dat vond ik heel mooi dat je dat zo zei. Het voelde voor mij als een erkenning. Ik heb 18 jaar een paard gehad en dat was voor mij een levenspartner. Wat anderen er ook van mogen denken.”

Ik heb het idee dat de dieren aan de andere kant ons nog meer te vertellen hebben.
En dat ik die lessen nu nog niet goed ontvang.
Maar dat komt nog wel.
Ik zit in een gehoorzaamheids-training.
Ik moet gewoon nog leren luisteren.
post comment

WOORDEN VAN DE ANDERE KANT [25 Jan 2019|09:23pm]
Mediumschap en taal.
Ook zoiets.
Ik hou van beide.
En de combinatie is… intrigerend.

Als mentaal medium werk je vooral met gevoelens, beelden en andere indrukken. Maar ik experimenteer ook met het doorgeven van woorden vanaf de andere kant. Ik doe dat vooral schrijvend, waarbij ik dan de deal met ‘ze’ heb dat die woorden in het Engels komen, omdat ik niet denk in het Engels, dus als er ineens iets Engels is, dan weet ik: het komt van daar.

Soms lees ik zo’n tekst terug en is het meer een mix van mij en hen. Maar soms sta ik ook verbaasd en denk ik: dit komt echt niet van mij. En het is een kwestie van veel doen om het onderscheid tussen de 2 steeds duidelijker te krijgen.
De lakmoesproef: hoe raakt het.
Woorden van de andere kant hebben namelijk een ander gevoel, een ander geluid, een andere trilling en ze komen dan ook anders binnen.

Een voorbeeld: studente M. mediteert veel en schrijft dan vaak dingen op die ze hoort vanuit de andere wereld. Op een keer stelde ze, al schrijvend, een vraag aan de spirituele wereld: Ben jij alleen of zijn er meerderen die hier spreken? Het antwoord:
‘We are with many but we speak with one voice.’

Voelt u hem?
Het zijn gewone woorden, maar toch, ze klinken… anders. Ze raken je op een andere manier. En ondanks dat je het je technisch moeilijk kunt voorstellen - meerderen die met 1 stem spreken - voel je toch: aha, zo zit het.

Ik vroeg een keer in meditatie aan ‘hen’ hoe lang het nog zou duren voordat de pipo door zijn moeilijke tijd heen zou zijn.
Antwoord: ‘His situation has always been there. Only now it has come to the surface. Where it can be worked on.’

Ik vroeg dus naar een tijdsduur, maar tijd is aards, dus daar kreeg ik geen antwoord op. In plaats daarvan kreeg ik een inzicht: er is een situatie die niet uit de lucht is komen vallen, maar die er al was en die is nu naar boven gekomen. En daar, op dat werkblad, kan de pipo ‘er dingen mee doen’. Datgene wat ik als moeder neig te zien als ‘pijnlijk en verkeerd’, is dat in hun ogen niet. Zij oordelen niet op die manier. Er is alleen de vaststelling: hij werkt aan iets. Daar gaat het om. De rest is onbelangrijk. En je voelt meteen: ze hebben gelijk.

Ik zat een keer in een conflict-situatie die, laten we zeggen, niet echt het beste in mijn naar boven haalde. Ik wilde niet in die staat verkeren, maar ik wilde ook niet weglopen uit het conflict, dus ik vroeg de andere wereld om advies.
Dat luidde: “Go home.”
Ik: “What’s home?”
Zij: “Home is where your love abides. It has beautiful views on all the sides.”

Nou, ik kan u zeggen: zo praat Janneke Leber niet. Het woord abides moest ik opzoeken. En toen ik de tekst had laten bezinken, hoefde ik ook niet meer naar een oplossing te zoeken. Het ging eigenlijk vanzelf. Door de woorden tot me laten doordringen, was ik ook ineens ‘thuis’. In mijn ogen is dat pure magie.

Het interessante is dat we deze wijsheden blijkbaar niet zelf kunnen bedenken met ons hoofd, maar dat we ze wel kunnen herkennen als zijnde waar. En dat doen we met dat andere deel van ons. Dat Hogere Weten dat we allemaal in ons dragen, daar raakt het ons. Daar vindt de herkenning plaats. Daar zet het dingen aan het werk en worden we op een pad gezet.

Deze week was dit de quote van de week op het schoolbord op de praktijk. Hij komt van Silver Birch, een gids aan gene zijde:
‘Spiritualiteit leer je niet uit een boek en ook niet van een leraar. Je verdient het. Door je eigen leven te leven en door je daden in dat leven.’
– Silver Birch —

Hun kijk op spiritualiteit. Bij ons dreigt spiritualiteit nog weleens iets ‘salon fähigs’ te worden. Iets voor de happy few die een abonnement hebben op de Happinez en die op yoga zitten.
Maar in deze woorden is het iets heel anders. Deze drie regels tekst laten zien dat spiritualiteit Leven is en dus voor iedereen. Daarnaast zetten ze de lezer op een spoor van vragen:

• Wat ís eigenlijk spiritualiteit?
• Hoe verdien je dat?
• Wat betekent: ‘…je eigen leven leven’?
• Kun je dan ook ‘niet je eigen leven leven?’
• Hoe kom je daarachter?
• En hoe kunnen de daden in je leven leiden tot spiritualiteit?

Een spoor van vragen
die leiden naar antwoorden
die je blijkbaar kunt vinden in jezelf.
Dat is hoe Spirit werkt.
Ze geven geen antwoorden,
maar ze brengen ons bij onze eigen wijsheid.
Want dat is wat de wereld nodig heeft.

Ps: Wie meer van Silver Birch wil lezen kan gratis bij mij de pdf aanvragen van het enige boek uit de serie met zijn wijsheden dat vertaald is naar het Nederlands. Het is uitgegeven door de Academie voor Mediumschap in Naarden, maar ik mag deze tekst verspreiden. Aanvragen kan per mail: janneke@jannekeleber.nl
post comment

PUUR GOUD [15 Jan 2019|09:44pm]
“Hoe ging het werken vandaag?”, vroeg de pipo toen ik thuiskwam.
“Ja, dat weet je eigenlijk nooit he”, zei ik.
De pipo keek me vragend aan en ik zag hem denken: ‘Rare vrouw.’
Maar het is een feit dat je vaak niet weet hoe het nou echt is gegaan.

Neem nou dit consult van een paar weken geleden: ze kwamen met z’n tweeën: P. en haar vriendin T. Ze meldden meteen dat ik alleen voor P. moest werken.
P: “Zij gelooft er niet zo in.”
T. “Dus ik wil alleen even kijken.”
P: “Of ze het wat vindt.”
T.: “Maar ik hoef niks.”

Dus ik ga werken voor P. Ze wil een contact met een overledene en ik reik uit en ik voel… een moeder. Die komt door met herkenbare informatie, over haar poets-manie en dat ze ook hield van autorijden en veel herinneringen over samen koken en praten over eten en recepten uitwisselen. Kortom: het consult heeft veel weg van een gezellig gesprek tussen moeder en dochter en dat is wat beiden nodig blijken te hebben.
En dan, als ik langzaam het consult wil afronden, verandert de sfeer. Vroeger herkende ik vaak niet wat er dan gebeurde: een switch; een andere persoon die dichterbij komt. Makkelijk te missen, maar ik word er steeds scherper op. Ook deze persoon voelt als een vrouw en… als een moeder.

“Ik voel nu eigenlijk een andere moeder”, zeg ik tegen P. “Heb je misschien ook nog iemand gehad die áls een moeder voor je was?”
P. schudt haar hoofd.
Ik richt me tot T.
“Is jouw moeder overleden?”, vraag ik.
T. schrikt. Ze kijken elkaar aan en dan knikt ze, met wat weerzin. De spanning in de ruimte stijgt enorm. ‘Dat zal de scepsis zijn’, denk ik. Maar ja, moeder is er en ik kan haar moeilijk wegsturen. Misschien is dit een kans om T. over haar sceptische houding heen te komen. Ik moet er in elk geval op vertrouwen dat dit niet voor niets gebeurt, zo vlak voor het einde van het consult.

Ik reik uit naar moeder, maar… er komt niks. Dat verbaast me. Ik heb namelijk het idee dat ze echt aanwezig is. Ik voel ‘veel persoonlijkheid’ om het zo maar te zeggen. Dus waarom blijft het dan zo stil? Zo kan ik T. toch niet overtuigen!
Ik besluit uit te spreken wat ik ervaar.
“Heel raar, ik voel haar aanwezigheid, maar ze communiceert niet, zo lijkt het… Sorry.”
T. snuift even en kijkt weer naar P. en ik weet niet of dit nu cynisch snuiven is of iets anders. En als er verder niks gebeurt, besluit ik het hier maar bij te laten.

Het voelt als een domper om het consult zo af te ronden. Wat een gemiste kans zeg. En wat heb ik nou toch verkeerd heb gedaan? Ons werk gaat over communicatie. Niet over zeggen dat iemand er is en dan verder niks. Kortom: de sfeer vanbinnen is een paar uur niet echt geweldig.

Vandaag komt er een mailtje binnen.
Van T.
Onder Subject staat: ‘bedankt’.
'Dag Janneke, ik loop al weken met de gedachte je te mailen. En P zei: doe nou maar. Dus. Ik wil je bedanken voor het contact met mijn moeder. Ik had niet zo’n goeie relatie met haar omdat ze thuis altijd alle aandacht opeiste en ze overal overheen praatte en nooit naar mij luisterde. Toen ik met P. in de auto naar jou toe reed, zei P.: Wat nou als jouw moeder doorkomt, is dat dan oke? Toen zei ik: ‘Ja, maar alleen als ze d’r mond houdt.’ Wij lachen. Maar later dacht ik: zou het kunnen dat ze dat gehoord heeft? En dat ze, voor de eerste keer in mijn leven, echt naar me heeft geluisterd?’

Ja, dat is mogelijk.
Net zoals het mogelijk is dat een contact dat waardeloos leek, dat toch niet was.
Dat Spirit weer precies wist wat er nodig was.
En dat zwijgen soms echt puur goud is.
post comment

START EENS EEN NIEUW PROGRAMMA OP [13 Jan 2019|07:41pm]
“Hoor je wat je zegt?”, zei een fysio een keer tegen mij, jaren geleden.
Ik luisterde terug in mijn hoofd naar wat ik had gezegd…
Ik hoorde eigenlijk niks raars.

“Je zegt: ‘Dan speelt die schouder weer op”, zei de fysio.
“Ja, en?”, zei ik.
“Het is niet ‘die schouder’, maar ‘mijn schouder’”, zei de fysio. “Door er zo over te praten, neem je afstand van je schouder en dat draagt niet bij aan je genezing. Daar ben je namelijk zelf onderdeel van. Nu klink je als een moeder die wegloopt bij haar zieke kind.’

Wat een irritante opmerking zeg.
En hij bleef ook zo vervelend hangen de hele tijd.
Totdat ik me realiseerde:
hij irriteert me omdat hij me raakt,
omdat hij gelijk heeft
en omdat het pijnlijk is om op het niveau van je denken en je taal gecorrigeerd te worden.
Want dat komt heel dichtbij. Maar het heeft dus ook heel veel effect!

Ik heb meer gelegenheden gehad waarop ik me bewust werd gemaakt van dingen die ik zei, die weer het gevolg waren gedachtes die ik had. En zo leerde ik later, bij psycholoog A., om bepaalde ‘beperkende gedachtes’ waar ik echt last van had, om te zetten naar positievere gedachtes. Zeer de moeite waard.
Alsof je een ander programma opzet.
Een hele krachtige tekst die ik leerde op de Academie voor Mediumschap van Jose Gosschalk en Karel Besseling, was: ‘Ik kan het, ik wil het, ik doe het.’ Zeg ik nog altijd tegen mezelf als ik nerveus ben. En het geeft me net die boost die je soms nodig kunt hebben.

Nu ben ik zelf docent en kom ik hetzelfde tegen bij mijn studenten. Want ook die komen binnen met een mind set en als die negatief is kan ik ze van alles vertellen… Ik kan ze vertellen dat ze een ziel zijn en daarmee per definitie mooi, dat de spirituele wereld om ons heen is en ons helpt, dat ze zich kunnen leren overgeven aan de spirituele wereld en aan de informatie die overledenen brengen… Maar het wordt allemaal net niks als al die kloppende en positieve informatie landt op een bedje van negativiteit…

Uitspraken deze week gehoord:
‘Ja, maar ik ben ook heel onzeker. Dat komt door mijn jeugd.’
‘Ik ben hier niet goed in.’
‘Hier loop ik altijd op vast.’
‘Ik denk dat ik te oud ben om dit nog te kunnen leren.’

En dus was ík deze week de irritante persoon die steeds herhaalde: ‘Hoor je wat je zegt?’ En: ‘Ja hoor, daar ga je weer.’ Want het begint allemaal met bewust worden van die gedachtes. En wat je er daarna mee kunt doen, is te zien in bijgaande crash course van Joe Dispenza.

Het is januari.
Tijd om op te schonen:
Sapkuren, sportschool, stilte-retraîtes.
Maar als u dan toch aan het detoxen bent,
kijk eens naar vervuilende gedachtes.
Neem ze eens onder de loep.
Start desgewenst een nieuw programma op.
Heel erg de moeite waard.

post comment

IK WIL OOK WEL EENS EEN KEERTJE MET JULLIE MEEDOEN [10 Jan 2019|07:27pm]
Iedereen heeft zijn talenten.
En ook z’n dingen die hij niet goed kan
en ook nooit zal kunnen…

Zo ontbreekt bij mij, 100%, het talent om er op tijd bij te zijn met een trend. Niet eens alleen om mee te doen, maar ook om hem te zien aankomen en te begrijpen. Ik ‘ontdek’ de trend pas als iedereen er al aan meedoet. In een keer. En dat geeft een heel surrealistisch beeld dat ik voor u zal proberen te schetsen.

De eerste keer was op de lagere school op een maandagochtend. Ineens liep het halve schoolplein in een spijkerbroek met zo’n wit streepje aan de zijkant. En degenen die er niet in liepen, die wisten er wel van. Bleef over: ik. Ik weet nog zo goed de verwondering: waar komen die broeken vandaan? Hoe wist iedereen dit? Hebben ze dit afgesproken met elkaar? En wat betekent dat streepje? Nooit zo’n broek gekregen en ook nooit antwoorden op al die vragen.

Of die keer dat we op schoolreisje gingen en de chauffeur van de bus ineens een liedje op de radio harder zette. Tot mijn verbijstering begon iedereen het mee te zingen, terwijl ze tegelijkertijd iets deden met wapperende handjes. Wat was dit dan toch weer! ‘Dat is Waldolala, van Luv’, zei een vriendinnetje. ‘Ken je dat niet?’ Nee, dat kende ik niet. Luv, Waldolala, het zei me niets. En wat was dat met die wapperende handjes dan?! Ik wist het zeker: dit hebben ze vannacht geoefend, met elkaar en zonder mij, in het geheim. De grote vraag: waarom?

En nu is het weer gebeurd. Ik word wakker, echt letterlijk zo he, en ineens zegt iedereen ‘Whoop whoop’. Op Facebook, op Instagram, op straat, laatst bij DWDD. ‘Whoop whoop.’ Wat is dan toch weer whoop whoop? Waar is het begonnen? Wat betekent het? En hoe spreken mensen dat af om daar de volgende dag allemaal tegelijk mee te beginnen. Is het een complot? Is het om mij in de war te brengen?

Als dat het is, kunnen jullie het nu wel vertellen.
Ik ben nu zo’n 40 jaar in de war.
Deze flash mob is nu wel over.
Ik wil ook weleens een keertje met jullie meedoen…
post comment

... WAT BETER WEET WAT GOED VOOR ONS IS... [08 Jan 2019|10:46pm]
Klant T. is een krachtige vrouw.
Wat ze wil, dat krijgt ze.
Is dat niet wat iedereen zou willen?

Maar T. zit niet voor niets tegenover me. Reden: alles lukt, maar… toch ook weer niet.
“Ik heb de relatie met de man die ik altijd al wilde. Ik heb de baan waar ik van droomde en het huis waar ik mijn zinnen op had gezet. Dus: hoe kan het nou dat alles zo mis gaat?”, vraagt ze me.

-De man gaat steeds vreemd.
-De baan is leuk, maar de bedrijfscultuur niet.
-Het huis blijkt op vervuilde grond te staan.

Je voelt eigenlijk al meteen: hier ligt een thema onder. Maar welk thema? Ik zie het niet zo 1, 2, 3.
Wel word ik ontzettend naar de kleur geel getrokken die ze heeft getrokken. Geel kan best mooi zijn, maar deze doet pijn aan mijn ogen. Ik concentreer me op de kleur. Waar gaat hij bij haar over? Antwoord: haar misschien wat al te krachtige hoofd. Ze is een controle freak. En dan heeft ze ook nog, als talent, een ongelooflijke mind power waarmee ze ‘de dingen die ze wil, naar zich toe kan trekken’. Ik vraag haar of ze zich daarvan bewust is.
“O ja, The Secret en dat soort boeken heb ik allemaal gelezen. En ik weet hoe je het doet: je visualiseert het en dan voel je het alsof het er al is en dan komt het vanzelf. Zo krijg ik de dingen voor elkaar.”

Nu moet u weten: ik heb ook een sterk hoofd. Ik heb me ook verdiept in ‘datgene naar je toetrekken wat je wilt’ en dat soort theorieën. Maar ik heb me vaak afgevraagd: is dat eigenlijk wel goed? Wanneer moet je dat wel doen en wanneer niet?

Een keerpunt in mijn eigen leven was mijn eerste boek, een kinderboek. Dat kwam in de wereld na 8 jaar trekken, duwen, doorzetten, affirmeren en visualiseren. Iedere keer liep het proces vast; bij het vinden van een uitgever, bij het vinden van de illustrator, bij het opstellen van de contracten, bij het laten drukken. Maar ik affirmeerde me er dwars doorheen en… het kwam er. Hell yeah! Totdat ik gebeld werd door iemand die vertelde dat de loods waarin de boekenvoorraad lag opgeslagen, in brand stond. Alles was weg. Alles was voor niets geweest. Nog voordat de emoties kwamen, begreep ik wat hier gebeurd was. Ik had het teveel op wilskracht gedaan. Teveel afgedwongen. En uiteindelijk… hoorde het toch niet bij me. Blijkbaar was er iets groters dat mijn leven ergens anders heen stuurde. En wat ik moest doen was: daarnaar leren luisteren. Me daaraan leren overgeven.

Doe ik nu helemaal niets meer op wilskracht? O zeker wel. Gisteravond gaf ik een meditatie-avond en er leken maar heel weinig mensen te komen. In gedachte vulde ik de ruimte met 10 stoelen en ik zette er gewoon 10 mensen in. Zo, huppekee. Een uur van tevoren had ik 8 aanmeldingen. En op het laatst kwamen er nog 2 onverwacht bij. 10 Man, precies goed.
Hoe het werkt? Geen idee. Ik mag niet hopen dat er mensen bij zaten die eigenlijk ergens anders hadden willen zijn. Maar ik denk het niet, want het was een mooie avond voor iedereen, dus dit keer was het wel goed. Blijft de vraag: wanneer wel, wanneer niet.

Ik begin T. eerst maar met het uitleggen van mijn gevoel dat ze de boel teveel heeft gemanipuleerd. Dat het mooi is, zo’n sterk hoofd, maar dat we soms dingen aantrekken die niet echt bij ons horen! Zoals een man die blijkbaar elders wil zijn. Zoals de perfecte baan in de verkeerde omgeving. Zoals een huis op vervuilde grond.
“Grote onderwerpen, zoals de liefde, je koers in het leven en de plaats waar je je mee verbindt, vragen misschien om iets minder controle en iets meer overgave”, zeg ik tegen haar.
Het wordt doodstil.
T. kijkt me blanco aan.
Dit kan 2 kanten opgaan.
Begrip, of een vulkaanuitbarsting.

“Ik denk”, zegt ze uiteindelijk, “dat ik begrijp wat je bedoelt.”
Het wordt weer stil.
“Alleen heb ik geen idee wat ik dan moet doen.”
“Dat is de crux”, antwoord ik. “Helemaal niks. Je geeft het uit handen, aan Het Hogere, of hoe je het ook maar noemt. En dat doe je met het vertrouwen dat het juiste op je pad zal komen. Dat vraagt om oefening. Het is een totaal andere weg dan die je tot nu toe bent gegaan. Maar goed, wat die oude weg je brengt, dat weet je nu wel.…”

Er volgt een enorme zucht.
“Ja…’, zegt ze dan. “Misschien moet ik eens wat nieuws proberen.”
We oefenen samen in de beweging van het uit handen geven. Letterlijk. Alsof we de 3 onderwerpen, los van elkaar, in een paar hele grote, liefdevolle een wijze handen leggen.
Met daarbij de woorden: Ik geef dit uit handen. Met het vertrouwen dat het juiste via de juiste weg en op het juiste moment tot mij zal komen.

“Amen”, zegt ze er spottend achteraan.
Want ze gelooft niet in God, zo heeft ze verklaard.
Maar door hoe het leven loopt, is er dan nu toch die gedachte:
“Misschien is er toch iets anders,
dat soms beter weet wat goed voor me is
dan ikzelf…”
post comment

TOT DE DOOD ONS WEER HERENIGT [03 Jan 2019|09:26pm]
De vrouw van B. was overleden.
Na meer dan 20 jaar huwelijk.
En nu, een aantal jaar later, had hij weer een nieuwe vriendin.
Fijn voor hem, zou je zeggen.

Maar zo was het niet. Dat lag niet aan de nieuwe relatie, want die voelde goed. Het lag aan de 20 jaar huwelijk. Zoals hij het zei:
“Ik voel me schuldig naar mijn vrouw toe. En daar kom ik maar niet overheen.”

Het is een situatie die veel voorkomt. In allerlei verschillende vormen, maar eigenlijk komt het erop neer dat de eerdere trouw binnen het huwelijk niet losgelaten kan worden. Het is een loyaliteitsconflict.
Ik legde hem uit dat ik contact zou proberen te maken met zijn vrouw en hoe dat zo ongeveer werkt. Ik voelde haar al snel. Een grappige, sterke vrouw met een hele lange medische geschiedenis. Die speelde duidelijk ook een rol in dit verhaal, zo liet ze me zien. Haar man had bijna het hele huwelijk voor haar gezorgd en dat maakte het nu extra moeilijk voor hem om ‘voor zichzelf te kiezen’, want dat was hij niet gewend.
Toen liet zijn overleden vrouw me een kalender zien, ik werd naar maart getrokken, begin maart, een grote dag. 4 Maart bleek zowel haar overlijdensdatum, als de dag dat hij zijn nieuwe partner had ontmoet. Ze liet me zien dat dat geen toeval was, maar dat ze zelfs een rol had gespeeld in het samenbrengen van de 2! (Dat kunnen ze!) Maar het wilde er bij B. niet in.
“Van alle dagen dat ik iemand had kunnen ontmoeten, had het niet die dag mogen zijn.”

Trouw is een mooi iets.
Maar het kan ook te ver gaan.
Zo ver dat iemand zichzelf op slot zet.

Zijn vrouw bleef met bewijs komen. Niet alleen van haar aanwezigheid, maar ook van haar goedkeuring van zijn nieuwe relatie. En hij bleef het moeilijk vinden om dat te accepteren.
Ik legde hem uit dat de andere wereld een wereld is waar De Liefde regeert. Dat mensen daar weer worden wat ze in wezen zijn: vol van liefde. Dan speelt jaloezie ineens geen rol meer en willen mensen vooral dat het goed gaat met hun dierbaren hier in het aardse.

En hij keek en hij knikte, maar… ik drong gewoon niet door. Niet echt. Poeh he, wat nu? Ik stond op het punt om het op te geven en toen zag ik de kleur roze en een contract. De kleur roze bleef en het contract werd aangepast, zag ik. Ik dacht: ‘Oke, laatste poging.’
“Weet je”, zei ik. “Het feit dat je een nieuwe relatie bent aangegaan, doet niets af aan de liefde voor je vrouw. Je vervangt haar niet. De liefde tussen jullie blijft bestaan, het enige dat verandert, is het contract.”
Ineens zag ik dat ik zijn aandacht had.
“Hoe verandert het contract dan?”, vroeg hij.
“Nou”, zei ik. “Het vorige contract is verlopen. Want daarin stond: tot de dood ons scheidt, toch?”, zei ik.
Hij knikte.
Mag ik een voorstel doen voor een nieuw contract?”, stelde ik voor.
Dat vond B. een goed idee.
Ik ging er even voor zitten.
En liet de woorden komen.
Die luidden:

‘De dood heeft ons gescheiden. Maar zelfs dat blijkt onze liefde niet in de weg te staan. Dus: we verlengen ons contract en blijven van elkaar houden, via deze nieuwe weg en in deze nieuwe vorm. Tot de dood ons weer herenigt. En tot die tijd: leven we verder. Ieder in zijn en haar omgeving en op zijn en haar wijze. Maar wel voluit. En vanuit liefde.”

B. keek me aan.
Met een glimlach.
“Waar mag ik tekenen?”, vroeg hij toen.
post comment

DIE ZATERDAG DAT HET ZO SNEEUWDE [31 Dec 2018|12:39am]
Het was denk ik een jaar of 2 geleden.
Het was op een zaterdag en het sneeuwde.
De enige witte dag van die winter.

Het sneeuwde en ik liep in het dorp. En op weg naar huis, kreeg ik ineens een gek gevoel toen ik een kruispunt naderde. Ik stopte en bleef staan. Iets in mij zei dat ik een andere weg naar huis moest nemen. De lange weg. Interessant en niet echt logisch. Ik meende er de stem van mijn intuïtie in te herkennen en ik dacht: laat ik ernaar luisteren en kijken wat het me brengt.

Dus ik liep de lange weg naar huis, natuurlijk extra goed oplettend op wat er zou gaan gebeuren. Een belangrijke ontmoeting met iemand? Een beeld dat mijn aandacht zou trekken? Een papiertje op de grond met een boodschap? Ik was er allemaal scherp op, maar… er gebeurde niets. Lopend langs de boekhandel besloot ik even goed in de etalage te kijken om te zien of er een boektitel mijn aandacht zou trekken. Ook niet. Nou moe, daar ging ik dan met mijn intuïtie. Wat een bummer zeg. Ik vroeg me af wat er mis was gegaan. Had ik het me allemaal verbeeld? Had ik het verkeerd gevoeld? Ik zou het nooit weten.

Een maand of 3 later kwam F. op consult. En boy, wat een consult was dat. Ieder woord, ieder beeld, het viel allemaal op z’n plek. En een vraag waar ze vanaf haar kindertijd mee had geworsteld, werd spontaan beantwoord tijdens het contact met haar overleden vader. Ik zag een last van haar schouders vallen en het was alsof er licht uit haar gezicht kwam schijnen. Mooi moment.

“Ik heb morgen een moeilijk gesprek met mijn moeder”, zei ze. “Dit was precies wat ik nu nodig had om te horen. Nu weet ik hoe ik dat gesprek aan moet gaan.”
“Jeetje, dan was het precies het juiste moment voor dit consult!”, zei ik.
“Ja, echt precies!”, reageerde zij. “En als je dan nagaat hoe het is gekomen dat ik je gemaild heb… Ik woon hier in de buurt en ik liep een keer door het dorp. Ik had al eens gehoord van iemand dat jij ‘dat medium’ was en toen ik je ineens ergens staan. Op dat moment wist ik: nu moet ik een afspraak maken. Dat weet ik nog zo goed. Je stond voor de etalage van de boekhandel. Het was op een zaterdag. Die zaterdag dat het zo sneeuwde…”

We zijn allemaal verbonden.
We horen bij elkaar.
En soms is jouw intuïtie er dus niet voor jezelf.
Maar voor een ander.
Een beetje verwarrend.
Maar minstens zo mooi…
post comment

...EN U BENT EEN GROOT SUCCES [21 Dec 2018|05:25pm]
Mediumschap draait om bewijs.
Laat niemand u ooit iets anders vertellen!
De boodschap is belangrijk, maar pas nadat
de aanwezigheid van de communicator is bewezen.

Dus als u bij een medium komt en die zegt: Ja hoor, hier is je vader en hij is zo trots en het gaat zo goed met hem etc., dan is dat vast heel gezellig, maar het is GEEN mediumschap. Eerst moet er informatie van hem over hemzelf doorkomen. Informatie die het medium niet kan kennen en die klopt. Feiten, herinneringen, emoties waardoor de ontvanger en het medium allebei voelen: dit is echte, live communicatie. Als er dan aan het eind ook nog een boodschap volgt, dan is het verhaal helemaal rond.

Dat ik hier zo de nadruk op leg, is a) omdat ik het zo heb geleerd en b) omdat ik er volledig achter sta. Het gaat namelijk over iets heel groots: of er leven na de dood is. Dat kunnen we (nog) niet filmen of meten, dus dat moeten we bewijzen, met dit soort informatie, elke keer weer.

Oke.
Behalve dan.
Een keer per jaar.

Tijdens mijn maandelijkse oefencirkel voor mediums doen we alles volgens bovenstaande regels, behalve met Kerst. Dan laten we ‘ze’ even praten, zonder bewijs. Eerst eten we samen, gezellig. En daarna gaan we zitten in een kring. We maken het donker en stemmen ons af en nodigen ze uit. Het voelde meteen druk gisteravond. Vervolgens gaven we ze het woord, dus ze mochten gewoon ‘vertellen’.
En wat was dat gezellig en interessant! Er kwam bijvoorbeeld een soort ‘Swiebertje-type’ voorbij die ons aanraadde om wat vrijer door het leven te gaan. Er kwam iemand praten over het belang van woorden. Iemand sprak over het gesprek aangaan met mensen die je liever negeert. Iemand sprak over het belang van kunst. En wij zeiden: ‘Goh wat mooi zeg, dank jullie wel!’ En dan gingen ze weer. We genoten.

Er was een man die via mij sprak en nog steeds voel ik zijn verhaal. Hij vertelde dat hij in zijn aardse leven een tijd cello had gespeeld. Of nou ja, een blauwe maandag. Hij had er verlangen naar gevoeld, er een aangeschaft, les genomen en was gaan oefenen. Totdat... die ene gedachte kwam: ‘Wat heeft dit voor nut? Ik leer dit, maar waarom? Ik ga nooit professioneel cellist worden. Ik bereik nooit een podium. Ik kan beter mijn tijd aan iets anders besteden.’ En zo verdween de cello weer uit zijn leven.

Zo denken wij mensen vaak.
Vanuit ‘nut’.
Vanuit ‘succes’ zoals wij dat zien: er geld mee verdienen, of status krijgen, publiek, erkenning.

Nu was de man in de spirituele wereld.
De wereld van waarheid.
En in het licht van die wereld en dat weten, kon hij het pas zien…
Hoe het echt zit.
En dat wilde hij toch even kwijt:

‘Wat er gebeurde als ik chello speelde, was dat ik iets deed wat ik mooi vond. En als je iets doet wat je mooi vindt, gaat je vibratie omhoog. Dat voel je ook. Je voelt je energiek, enthousiast, in contact met je hart. En het verhogen van die vibratie, heeft effect op je omgeving. Door je eigen trilling omhoog te brengen, breng je de trilling van het hele veld om ons heen weer een stukje omhoog. En eigenlijk… is dat het hoogste wat je kunt doen met je leven. Want hogere trilling gaat over hoger bewustzijn, gaat over dichterbij de liefde, de vrede, de compassie. Dus eigenlijk, door chello te spelen, had ik een groter effect en een groter ‘publiek’ dan ik me op dat moment realiseerde. De hele wereld was mijn podium! Kun je dat even doorgeven?’

Ja hoor, dat kan ik, zei ik.
Bij deze.
Luister naar uw verlangens.
Leef uw passies.
Tril de wereld omhoog.
En u bent een groot succes.
post comment

WE MOETEN ERVAN AF... [18 Dec 2018|08:41pm]
Ik weet niet of het een algemene trend is of niet,
maar steeds vaker vinden mannen hun weg naar mijn mediumpraktijk.
Ik schat dat op dit moment zo’n 35% van mijn klanten man is!

En het zou misschien niet zo moeten zijn, maar ik vind consulten voor mannen vaak spannender dan voor vrouwen. Mannen zijn toch net iets kritischer. Ze hebben vaak wat meer de houding van: ik moet het allemaal eerst nog zien, en ze zijn ook minder pleasend dan vrouwen. Eigenlijk, als ik het zo opsom en heel erg generaliseer, zijn mannen daardoor wel betere klanten dan vrouwen. Ze geven je niks cadeau, waardoor je extra op scherp staat en vaak wordt je geconfronteerd met flaws in je manier van werken. Dat maakt je een beter medium.

Maar niettemin: extra spannend.

Nog meer extra spannend: mannen met stropdassen. Ja, ik weet het, het zijn vooroordelen en het slaat helemaal nergens op. Maar mannen met stropdassen stralen toch iets uit wat gaat over ‘de gevestigde orde’. En wij mediums, als wij al ergens bij horen, dan is het in elk geval niet bij de gevestigde orde, dus daar hebben we dan nog een extra spanningsveldje.

Kwam een keer een man met een stropdas bij een medium. (Geen mop, echt gebeurd, ik was het medium.) En hij had – o dear – ook nog een zijn aktetas bij zich. En zo’n lange donkerblauwe jas en glimmende puntschoenen… afijn, u ziet hem helemaal voor u. Dus ik begin – extra gespannen – te werken en dat loopt gelukkig goed, totdat ik iets waarneem dat ik zou moeten omschrijven als ‘drukte achter hem met witte flitsjes’. Drukte achter de klant met witte flitsjes is voor mij: aanwezigheid van engelen. En ik heb heel lang niks gehad met engelen, behalve dan in de kerstboom. Maar ergens in mijn ontwikkeling begonnen ze zich toch te melden, o.a. op deze manier. Het lastige van engelen lijkt dat je ze niet kunt bewijzen, zoals je dat met overledenen wel kunt en ook hoort te doen. Je kunt althans niets zeggen over hun karakter, beroep, manier van overlijden etc., dus het duurde een tijd voordat ik ze durfde te gaan benoemen. Maar ze hielden vol en het bleek dat als ik ze wel benoemde, dat ze dan toch met bewijs kwamen. Bijvoorbeeld door het tonen van een ongeluk dat de ontvanger had gehad en waar die dan op miraculeuze wijze goed uitgekomen was. De boodschap: dat waren wij. Of ze lieten zich een keer zien in de vorm van beeldjes en ‘vertelden’ daarmee dat de ontvanger zelf met engelen bezig was en die werd daarmee dan bevestigd in dat geloof. Het zijn vaak hele ontroerende momenten.

Allemaal heel mooi, maar in dit geval begonnen we daar natuurlijk niet aan. Want we hadden hier een man met een stropdas en een aktetas en de rest van de hele zakelijke verkleedpartij, dus de engelen die gingen we even laten waar ze waren.

Gelukkig was hij na afloop tevreden en sprak dat ook uit.
Ook zoiets van mannen: ze geven je vaak een beoordeling na het consult; een mening van wat ze ervan vonden, aangevuld met wat ze ervan verwacht hadden.
Deze man zei: “Ik vond het een prettig consult en je hebt me nuttige nieuwe inzichten gegeven.”
“Fijn”, zei ik.
“Wat ik alleen wel jammer vond”, ging hij door. “Is dat je niets gezegd hebt over mijn beschermengel. Terwijl ik die altijd zo dicht bij me voel…”

Vooroordelen.
Zo handig.
Maar toch mensen…
we moeten ervan af.
post comment

navigation

[

viewing

|

most recent entries

]
[ go | earlier ]