BEN JE NOU WEER BLIJ?

Ik hou van september.
Van het licht, de sfeer, de kastanjes en de kleuren.
En al sinds de jaren ‘70
heb ik een september-traditie…

Dat heeft te maken met het nummer Dancing in September van Earth, Wind and Fire. Dat kwam uit in 1978 en wat vond ik dat goed! (Ik was toen 11.) En wat kon ik daar heerlijk op dansen, in mijn eigen kamer, met de gordijnen dicht, terwijl de muziek keer op keer uit mijn cassette-speler klonk. En ergens in die tijd is het gebeurd. Ik nam me voor om mijn hele leven, hoe oud ik ook zou worden, te dansen op Dancing in September in september. Het was een stille traditie. Niemand wist ervan. Ik hou van dat soort dingen, tussen mij en mezelf.

Als ik het me goed herinner is het altijd gelukt. Ieder jaar weer dacht ik eraan, juist omdat ik september zo mooi vind. Ik zie me er nog op dansen in verschillende studentenkamers door de jaren heen, ik weet dat ik een keer in het buitenland zat en er toch nog aan dacht en in mijn huidige huis doe ik het ook.
Maar veruit de mooiste editie was die in het jaar 2000. Toen werd, in juli, de pipo geboren. En ik weet nog dat het september was en ik heb op een middag uit zijn bedje haalde. Ik zette het nummer op in zijn babykamer hield hem tegen me aan en zo dansten wij samen op Earth, Wind and Fire. Nooit vergeet ik hoe het voelde, dat heerlijke lijfje, zijn vingers om mijn vinger heen en die blik in zijn ogen van ‘Hoei!, wat is dit leuk!’ Gouden momenten in een mensenleven.

Het was ergens deze week dat ik een baaldag had. Dingen liepen niet, plus ik was moe, plus niet lekker, plus ’s avonds moest ik nog weg voor werk. Kortom: ik was er even helemaal klaar mee. Mopperend maakte ik mij na het eten klaar om naar de afspraak te gaan. De pipo keek naar me.
“Ik stuur je zo wel iets leuks”, zei hij.
“Is goed”, zei ik.
“Om je op te vrolijken”, zei hij.
“Succes”, zei ik.
Ik kwam op mijn afspraak, keek op mijn telefoon en zag dat de pipo inderdaad iets had gestuurd. Het zijn altijd grappige dierenfilmpjes; pianospelende kittens of een kip die uit een emmer klimt of zo. Maar dit keer was het iets anders…
Een hele leuke versie van:
Dancing in September!
Nou moe, hoe kon dat nou?

App aan de pipo: ‘Hoe weet je dat, van dit nummer?’
De pipo terug: ‘Hoe weet ik wat?’
Ik: ‘Dat ik daar altijd op dans in september. Mijn hele leven al. We hebben er zelfs samen op gedanst!’
De pipo: ‘Samen gedanst? Echt niet!’
Ik: ‘Je was 2 maanden oud.’
Pipo: ‘O. Apart… Ik heb het wel altijd een goed nummer gevonden…’
Ik: ‘Bijzonder dit.’
Pipo: ‘Heel bijzonder. Maar ben je nou weer blij?’
Ik: ‘Ja, nou ben ik weer blij.’

WE WETEN HET NIET

De laatste maanden zie je ze meer en meer:
filmpjes van mensen die precies weten hoe alles zit.
En als ik luister naar die theorieën…
snap ik er niks van.

Nou zegt dat op zich nog niets, want dat kan natuurlijk. Ik denk zelfs dat ik maar heel weinig snap. En als ik iets snap na al die jaren, is dat het eigenlijk ook allemaal niet te bevatten is als het om het spirituele gaat. Het is zo groots, zo intelligent, zo onnoemelijk creatief en liefdevol… ik verwonder me iedere keer weer. En het voelt dat het mijn rol is om die verwondering te delen, in mijn werk, mijn lessen en mijn blogs. Nooit om te zeggen: ‘ik weet precies hoe het zit’. Maar de vraag is: kun je dat überhaupt wel zeggen als het gaat om de hele grote vragen?
Ik besprak het vorige week nog met studenten: Pas op dat je in antwoord op vragen van cliënten, of in andere gesprekken met mensen over ons werk, nooit de houding aanneemt van iemand die het allemaal weet. Want dat is gewoon niet zo, ook al zou je het misschien graag willen. En als je pretendeert het wel te weten, dan is dat misleiding in mijn ogen. Vraagt bijvoorbeeld een klant: ‘Waarom zijn mijn beide kinderen overleden?’, dan is er maar één juist antwoord: ‘Ik weet het niet.’ En dat is echt het enige juiste antwoord, want zo is het gewoon: je weet het niet. Wij gaan er niet over, over wie er dood gaat en waarom en in tegenstelling tot wat mensen soms van ons denken, hebben we ook geen directe belverbinding met God.
Komt iemand op een feestje met de meestgestelde vraag over reïncarnatie? Dan kun je best zeggen wat jouw kijk daar op is, maar zeg ook ajb dat je het niet weet. Want zo is het gewoon. Je weet het niet. Er zijn 1000 theorieën, maar niemand weet het.

Maar goed, nu zie je dus ineens de meest heftige en vooral heel stellige theorieën rondgaan. En het is misschien wel logisch, want het zijn onzekere tijden en mensen zitten met veel vragen en dan zijn er, om wat voor reden dan ook, ook mensen die zeggen dat ze de antwoorden hebben. Maar toch voel ik me geroepen om even een tegengeluid te geven.
Eigenlijk met maar één boodschap: we weten het niet. Niemand weet het. We hebben het ook nooit geweten en als we dachten dat we het tot dit jaar wel wisten, dan zaten we er ook al naast. Dus misschien is het beter om ons maar te verzoenen met dat niet-weten.

Gisteren kwam er weer zo’n filmpje voorbij. Een mevrouw die zich op haar website ‘pionier van de nieuwe wereld’ noemt, legt uit aan de kijker wat er nu aan de hand is. Dat weet ze precies. Ik heb erover gedacht om het filmpje hier ook te delen, maar om e.o.a. reden voelt het dan meer als een persoonlijke aanval op haar, terwijl het mij meer gaat om het fenomeen van die theorieën dus ik doe het even zo, door haar te quoten. Dit is wat er volgens haar momenteel aan de hand is:

“Momenteel kruisen zich drie tijdlijnen met elkaar. Twee daarvan zijn dimensionale tijdlijnen met een bepaalde dichtheid. De derde tijdlijn is de goddelijke tijdlijn. Die is geweldig mooi. Twee tijdlijnen kruisen zich om losgelaten te worden voor jouw goddelijke tijdlijn. En dat kan natuurlijk behoorlijk verwarrend zijn. Jij voelt in je systeem in welke tijdlijn je zit. Die lagere behoor je los te laten. Om mee te shiften in die goddelijke tijdlijn.
We zijn al een tijdje onderweg naar de goddelijke tijdlijn, dat hebben jullie allemaal wel gemerkt. (…) Blijf puur, vanuit je pure goddelijkheid. Daar heb je heel hard voor gewerkt. (…) En laat los. Laat alles gewoon los.”

Met grote stelligheid wordt het gezegd.
En heel eerlijk: ik snap er niks van.
En had ze nou afgesloten met ‘Namasteetjes’, dan was alles me alsnog duidelijk geworden.
Maar helaas… dat deed ze dus niet.

GEEN RUIMTE 1 EN RUIMTE 2

Nou, daar gaan we dan.
Weer een dag lang lesgeven in twee ruimtes.
Dank je wel, Corona.

Als ik me aan de 1,5 meter wil houden, moet ik mijn studenten opsplitsen in 2 ruimtes: de mijne en de ernaast gelegen ruimte. Ik draai daarvoor een aangepast programma, zodat ik steeds de ene groep zelfstandig aan het werk kan zetten en met de ander iets kan doen waarbij ik ze begeleiding kan geven. En dan weer andersom. Dat houdt in dat ik alles op een dag twee keer moet uitleggen en twee keer moet nabespreken. Ik zeg het maar eerlijk: ik vind het gedoe, iedere keer weer. Maar niemand zit te wachten op een sjacherijnige juf, dus we proberen er maar ‘lankmoedig’ onder te blijven.

Als ruimte 1 aan het werk is gezet, loop ik naar ruimte 2 om daar de begeleide oefening te gaan doen. Deurtje open, deurtje dicht. Het lijkt het Theater van de Lach wel, behalve dat het niet grappig is.
In ruimte 2 gaan we contacten maken met Spirit volgens een bepaalde invalshoek. En dat stuk van de les kan ik plannen, maar wat er vervolgens gebeurt, is aan Spirit, zo zeg ik vaak tegen de studenten: 'Spirit is de hoofddocent.' Afijn, wij gaan aan de slag en wanneer de eerste student voor de groep een contact maakt, doet zich iets voor. Zij geeft daar, op een bepaalde manier, een ‘te aardse draai aan’ door te zeggen dat de overledene nog steeds in de problemen zit. En dat zorgt voor een misverstand omdat het a) niet strookt met de werkelijkheid en b) zo'n opmerking de ontvanger heel ongerust kan maken. Heel goed dat dit zich voordoet! Want nu kan ik het bespreken en kan ik ze aan het denken zetten. Dit gaat, zoals Mavis Pittilla het altijd zo mooi zegt, over: ‘Knowing about your Fathers business’. O, wat nuttig dit zeg. Dit moet de andere ruimte ook weten! Ik schrijf het op op mijn kladblok zodat ik het straks niet vergeet te vertellen.

Een uur later loop ik terug naar ruimte 1. Ze zijn net klaar met hun oefening, dus die bespreken we even na. Daarna leg ik aan deze groep de oefening van het contact maken maken via die bepaalde invalshoek uit. De eerste student gaat voor de groep aan de slag en… geloof het of niet… hier gebeurt precies hetzelfde als in ruimte 2! Nou ja zeg, wat goed!

Wat toevallig ook.
Of…
Niet…

Na de oefening is het lunch-tijd. Ruimte 2 was eerder gaan lunchen, dus als ze klaar zijn, leg ik iets aan hen uit. Ik wil ze voor de volgende oefening in tweetallen laten werken. Er blijkt iemand nog niet terug te zijn van de lunch, wat één voordeel heeft: ze zijn nu met een even aantal. Ik zeg dat ze alvast mogen beginnen en dat degene die zo terugkomt dan vanmiddag mee kan draaien in de andere ruimte en dan zien we wel weer... Dus zo gaan we het doen.

Ik terug naar ruimte 1. Als ik daar wil gaan starten, met de extra student erbij, heeft iemand een vraag:
“Bij die oefening die we vanmorgen deden, toen voelde ik de hele ochtend al een overledene bij mij en het voelt belangrijk om daar nog woorden aan te geven. Mag ik dat contact misschien alsnog maken en kijken voor wie het is?”
Jazeker mag dat. Het programma is ondertussen toch al een zootje…
Ze maakt het contact. Het is een jonge jongen die is verongelukt. Best heel emotioneel. En 3 x raden wie de ontvanger blijkt te zijn: de vrouw die eigenlijk in de andere ruimte had moeten zitten.

Hu?
Hoe kan dat nou?
Dus die overleden jongen was al bij de student in ruimte 1 en hij wist dat de ontvanger na de pauze uit ruimte 2 over zou komen?

Janneke, Janneke…
Er is geen ruimte 1 en geen ruimte 2.
Er is helemaal geen verstoord lesprogramma.
Muren, problemen, gedoe, allemaal bedenksels.
Alles is één.
Alles is Spirit.
Je weet wel… die van de hoofddocent…

VOLLEDIG AANWEZIG IN HET HIER EN NU

Het begon op de hei.
Zoals zoveel.
(Hoe kan ik de hei ooit genoeg bedanken.)

Ik was een keer op de hei en ik wilde… nóg meer op de hei zijn. Ja, raar verlangen misschien, maar toch was het zo. Ik wilde er meer mee samen zijn en er het liefst één mee zijn, me er helemaal mee… verbinden. Het was een warme dag en ik besloot mijn schoenen uit te doen. En dat maakte een verschil! Nu voelde ik dat contact met de grond echt. Met het zand en de steentjes, met de dennennaalden en de boomwortels. Het voelde geweldig. Sindsdien loop ik vaak en veel met blote voeten op de hei.

Maar ja, na een tijdje kwam toch weer dat verlangen weer: ik wil nóg meer op de hei zijn. Oke, hoe nu dan? Mijn oog viel ergens op een boekje over meditatief wandelen van Thich Nhat Hanh. Ik kocht het en ging ermee oefenen, op de hei. Het is wandelen, maar dan langzamer en bewuster, elke stap voelen. Met meer aandacht voor alles, de geluiden, de geuren, de wind langs je wangen. Zo zeg, dit was ook weer een toevoeging in het ‘er meer zijn.’

Het volgende wat gebeurde – maanden later - was dat ik heel graag mijn verbinding met Spirit wilde versterken voor mijn werk. Je wilt als medium altijd beter worden. Beter in staat zijn om meer informatie nog zuiverder door te geven. Er minder tussen zitten. Opener zijn, meer gewaar zijn van wat er gebeurt. Want de informatie is er, maar naast dat we ontvangen, missen we ook veel, vrees ik.
Ik ging ervoor zitten met Spirit en vroeg wat ik kon doen. Het antwoord kwam tijdens de eerstvolgende keer dat ik mij voorbereidde op een consult. Terwijl ik me afstemde op de andere kant, hoorde ik de woorden: Wees volledig aanwezig in het hier en nu.
‘Hoezo?’, was mijn eerste reactie.
Ik zat daar toch?
Helemaal gefocust en met de juiste intenties…
Maar ik hoorde het weer: Wees vol-le-dig aan-we-zig in het hier en nu.
Zucht. Ik werd er een beetje verzetterig van.

De ervaring leert: dat is goed.
Dan zitten wij namelijk tegen een weerstandje aan.
En daar moeten wij óverheen.

Oke, zei ik. Vertel maar dan, hoe doen we dat…
Mijn aandacht werd geleid – ik kan het niet anders benoemen – eerst naar mijn lichaam. Naar mijn hart dat ik ook echt voelde kloppen. Ik werd steeds meer één met dat kloppen. Ik werd het kloppen. Ik klopte! Nou moe, wat een mooie ervaring zeg. En ik voelde inderdaad hoe ‘aanwezig’ dit was. Hoe ik heel intens met mijn lichaam verbonden was. Vervolgens werd diezelfde aandacht geleid naar alles om mij heen. Mijn handen op mijn schoot, de bekleding van de stoel waar ik op zat, het tikken van een verwarmingsbuis, mijn aanwezigheid in de ruimte. En ook hier weer het gevoel daar één mee te worden. Erin op te gaan, als het ware.
En ineens werd ik me helder bewust van wat ik zo ging doen: een consult voor F. En ik voelde dat wat ik zou gaan doen als het ware al hangen in de lucht, als een wolk van trillende deeltjes. En toen werd ik daar weer een mee!
En ik kan zeggen mensen, toen voelde ik me echt: volllleeeeeedig aanwezig in het hier en nu. En het was goed! En het consult was dieper en intenser, met meer kippenvel-momenten.
Dit zochten we.
En dit kregen we.

Je denkt dat je er bent.
Altijd, helemaal.
Maar hoeveel ben je er echt?
Je kent misschien dat gevoel dat je door een bos loopt en in je hoofd zit en dat je aan het eind van de wandeling geen boom hebt gezien.
Dan was je er dus niet.
Terwijl de magie,
de echte magie, ligt in iets dat heel, heel dichtbij is.
Namelijk in je vollllleeeeedige aanwezigheid
in het hier en nu.

DIT MOEST NU GEBEUREN

Het was al een mooi lesweekend
over privé-consulten.
Maar het werd nog mooier
toen ik achteraf iets hoorde….

Tijdens dit weekend voor studenten mediumschap, gaat het dus helemaal over privé-consulten. Want dat is echt een specifiek onderdeel binnen het mediumschap waar ontzettend veel over te leren valt. Het is ook een kwetsbaar stuk en misschien is het daarom dat studenten na hun opleiding vaak niet de stap zetten naar het geven van die consulten. Dat vind ik jammer, want de behoefte aan goeie mediums die goeie consulten kunnen geven, is heel groot. Dus om de stap naar de praktijk te verkleinen, geef ik dit weekend. En om de praktijk zo goed mogelijk na te bootsen, krijgen de studenten (die normaal vooral oefenen ‘op elkaar’) dit weekend de kans om te werken met echte klanten met echte kwesties! (Met dank nog aan de tientallen proef-personen die zich hiervoor hadden aangemeld.)

Juist omdat het geven van een privé-consult iets kwetsbaars is, vind ik dat ik zelf ook met de billen bloot moet. En daarom start ik dit weekend altijd met het geven van een openbaar privé-consult. Frank en Anita van de spirituele community Zwave deden de organisatie en zij hadden een klant voor me geregeld. Altijd weer spannend. Je weet nooit hoe een consult verloopt en ergens zit toch in je achterhoofd: stel dat het niet goed gaat, wat doet dat dan met je geloofwaardigheid als juf? Maar toen ik zelf nog les kreeg, heb ik ooit meegemaakt dat een oefening voor de groep niet goed ging bij een docent en die ging daar zo krachtig en mooi mee om, dat het mij de ruimte gaf om het risico te nemen om eventueel ‘ook de fout in te mogen gaan’. In de praktijk gaat het eigenlijk altijd goed, met hier en daar wat ‘problemen’ en ‘stroevigheden’ waar ik tegenaan loop, maar dat zijn juist de waardevolste leermomenten.

Na een inleiding over hoe ik me voorbereid op een consult, vroeg ik de klant naar voren te komen. Het bleek een leuke vrouw met wel het nodige bagage (zoals ik dat voelde), dus er was genoeg materiaal om mee te werken. Om privacy-redenen kan ik hier niet teveel over de inhoud van het consult vertellen. Maar wat ik wel kan zeggen was dat zij al weken in twijfel was: wel of niet ‘springen’ in een bepaalde werksituatie. Die situatie moest ik helder zien te krijgen en daarna zou ik iemand uit de spirituele wereld erbij uitnodigen om te zien wat die zou toevoegen aan het verhaal.
Ik voelde dat zij hoopte op een contact met een familielid. Maar degene die doorkwam was een man die weliswaar ‘vaderlijke gevoelens’ voor haar had gehad, maar dan wel binnen een werksituatie. Het was haar oude baas waar ze een hele goeie band mee had gehad. Ze was verbijsterd en het kostte haar echt even moeite om zich te kunnen openen voor het idee dat hij hier nu was. Maar hij liet zien dat hij altijd in haar had geloofd en ook waarom. Hij benoemde haar talenten en liet zien dat hij haar daarom altijd kansen zoveel had gegeven. Zijn vertrouwen in haar was altijd groot geweest en nog steeds. Deze man - juist deze man! - was precies de juiste persoon om nu tegen haar te kunnen zeggen over haar werksituatie: ‘Toe maar, spring maar, je kunt het, het komt goed.’

De klant was achteraf erg ontroerd en ze voelde zich gesterkt, alleen al door het feit dat ze zo werd gezien in de fase waar ze nu zat. Hier werd weer eens voor iedereen voelbaar hoe ongelooflijk betrokken en intelligent de spirituele wereld is.

Pas achteraf hoorde ik van Frank en Anita hoe het kwam dat zij die ochtend mijn proef-cliënt was geweest. Het bleek dat er eigenlijk iemand anders zou komen. Maar die kon niet, vanwege een Corona-test. En dus hadden ze, de avond ervoor, nog in allerijl iemand moeten zoeken in hun eigen kring. Ze benaderden deze vriendin en door een mooi toeval kon zij ook komen. Het proef-consult bleek precies datgene te zijn wat ze nodig had om die eindeloze kwestie van wel of niet springen aan te kunnen gaan.
“Ze heeft besloten. Ze springt”, zei Frank tegen mij aan het eind van het weekend. “En ze vertelde me dat ze er nu ook echt vertrouwen in heeft.”

De wondere wegen van Spirit.

Vandaag zei een klant: "Het is zo jammer als mensen overlijden, dat ze niets meer voor je kunnen doen."
“Nou…”, zei ik. “Zeg dat niet te snel.”

Het gebeurt altijd anders dan je verwacht.
En op manieren die wij niet kunnen bevatten.
Maar als ze vinden dat het tijd is om in te grijpen
dan kunnen ze behoorlijk ver gaan
in het laten plaatsvinden van dingen waarvan zij weten:
dit moet nu gebeuren.

DIT KEER KWAM HET WEL ECHT BINNEN

Aan het eind van het consult
heb ik eigenlijk nog niets in de gaten.
We ronden af, we rekenen af.
Ze bedankt me,
ik wens haar sterkte en laat haar uit.
En dan, als de deur achter haar is dichtgevallen, gebeurt het.

Iets dwingt me te gaan zitten. Ik ga zitten. Een heel zwaar gevoel overvalt me.
‘Wat is er nou?’, zeg ik hardop tegen mezelf.
En dan komen ze als een golf omhoog: de tranen.

Het is als een hoosbui die ik niet kan tegenhouden, dus ik laat het maar even gaan. En als het dan hoost, zijn het ook de tranen die me ook helderheid brengen van wat hier aan de hand is. Want nu mijn professionele masker af mag en Janneke de privé-persoon weer meer naar voren komt, zie ik het ineens.
“Holy f**”, zeg ik terwijl ik mijn hand voor mijn mond sla. “Holy f**!”

O, ik krijg best vaak vrouwen op consult die geen contact meer hebben met (een van) hun kinderen en die daar wanhopig over zijn. En dan denk ik vaak: bekend verhaal. Maar ieder verhaal is natuurlijk toch ook weer anders, iedere oorzaak is anders, alle karakters zijn anders, dus er zijn overeenkomsten, maar vooral heel veel verschillen met mijn eigen situatie. Maar dit – en ik zie het nu pas – dit was copy paste! Niet alleen de breuk zelf en hoe lang geleden die inmiddels heeft plaatsgevonden (meer dan 20 jaar), maar ook hoe het begon. Dat moeder dacht haar dochter te kennen, maar dat ze in feite geen idee had wie haar kind was. Geen idee had van haar dochters problemen ook. Waardoor ze er helemaal niet was voor haar dochter, die haar juist zo nodig had. Deels kwam dat doordat moeder de empathie op dat moment niet op kon brengen, ook omdat ze zelf in de problemen zat. En zo ontstond een scheefgroei tussen moeder en kind, met als tragisch dieptepunt een dochter die in een keer alle banden verbrak en een moeder voor wie dat kwam als donderslag bij heldere hemel.

Nu ik het zo zie, schrik ik ervan. O boy. Wat een geluk dat dit net nog niet zo doordrong zeg. Dan had ik het misschien niet zo rustig kunnen vertellen. Maar… wat heb ik eigenlijk ook alweer gezegd? En waarom voel ik me, naast emotioneel, ook zo ontzettend… krachtig? Voldaan? Want dat is er ook, merk ik.

Ik haal de kern van mijn verhaal terug. En ook hoe ik het gezegd heb: “Ga even goed voelen wat je ècht wilt. Wil je ècht contact met je dochter? Of wil je eigenlijk dat ze naar jou komt om op haar knieën haar excuses aan te bieden? Of wil je misschien verongelijkt blijven en geloven dat het leven jou heel slecht heeft behandeld? Voel goed wat je ècht wilt, want in het antwoord op die vraag, ligt de oplossing.”
En daar, precies daar, voelde ik het verschil tussen haar situatie en de mijne. Want ik voelde het ergens zitten bij deze vrouw. Heel diep verborgen, maar toch: het zat er. Ja, verongelijkt. Ja, willen dat dochter excuses aan komt bieden. Maar eigenlijk diep van binnen nog het allermeest dat andere: het contact terug willen. Dat ècht willen. Daar ook ècht voor willen gaan…
“Ben je bereid om haar alsnog de kans te geven om je te vertellen hoe haar positie was in het gezin? Hoe zij zich echt gevoeld heeft? En waarom ze zich niet veilig genoeg voelde om dat met je te delen destijds?”
“O ja hoor”, antwoordde ze ineens met de nodige bravoure. “Laat ze maar vertellen. Dan zullen we nog wel eens zien wie er gelijk heeft.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Zo gaat het niet werken. Het gaat nu niet meer om gelijk krijgen. Het gaat er nu om dat je de moederrol gaat vervullen die je toen hebt laten liggen. En dat je haar met open armen toelaat, aanhoort, echt naar haar luistert, haar troost en al je tegenargumenten inslikt. Dat is de enige manier, want van discussie en niet-gehoord-worden, heeft ze al genoeg gehad. Als je het contact met je dochter ècht terugwilt, zul je alsnog de èchte moeder voor haar moeten zijn die ze toen heeft gemist.”

Heb ik dat echt gezegd?
Ja, dat heb ik echt gezegd.
En hoe voelde dat?
Dat voelde eigenlijk fokking goed.
En denk je dat het binnen kwam?
Ik zucht en voel zo diep als ik kan…
“Ja”, zeg ik hardop. “Dit keer kwam het volgens mij wel echt binnen.”

Ik heb
tegelijk met het consult aan deze vrouw,
ook een consult gegeven aan ‘mijn moeder’.
En daarmee eigenlijk,
zonder het te op dat moment door te hebben,
een consult aan mezelf.

ALLEEN AL DOOR HUN AANWEZIGHEID

Ik weet nog in de allereerste fase
als student in het mediumschap,
dat ik me toch nog vaak afvroeg
of ik het allemaal wel geloofde.

Ja, als ik in de les zat dan geloofde ik het wel. Want dan zag ik mijn juf (Jose Gosschalk) en dat was een nuchtere vrouw die geen enkele twijfel uitstraalde en die het goed kon uitleggen, dus ik dacht: die vertrouw ik. En de dingen die gebeurden tijdens die lessen… de contacten die gemaakt werden…. het bleek toch elke keer weer te kloppen. Dus dan versloegen we de twijfel weer even. Maar eenmaal thuis, kwam-ie toch vaak weer terug.

In die tijd ging je als student ook 1, 2 keer per jaar naar Engeland, naar het Arthur Findlay College. Dat was een beetje het Mekka van Mediumschap en daar gebeurde het. Voor mij was mijn eerste keer naar Engeland gaan een test-moment. Ik hoopte dat ik daar en bij die docenten weer een stap in mijn ‘geloof’ kon maken. En aan de andere kant vreesde ik ‘zweverigheid’, want dat zou de twijfel weer aanmoedigen en diep van binnen wilde ik dat niet.

Durven geloven
is nog
een heel gedoe.

Maar die angst voor zweverigheid was niet nodig. Nog los van het feit dat The College zelf, dat prachtige oude landhuis, mediumschap ademde door iedere steen in iedere muur, waren ook de ‘bewoners’ (zoals ik de docenten toen zag) stuk voor stuk en door en door… hoe zal ik het zeggen… mediumschapsbeesten!
Ik zie Simone Key nog door de gang heen stampen. Daar zat geen woord Chinees bij hoor. Haar présence, haar demo’s, haar lectures; het stond allemaal als een huis. Jeanet Parker, ook zo’n vrouw. Ik moest even wennen aan haar cynisme, maar ik zie nog hoe ze voor een groep stond, iedereen aankeek en meteen wist ‘wie met wie moest werken’, omdat – en dat voelde je – ze dat gewoon zag. Ik dacht: wat ziet ze dan? Maar het klopte altijd. Paul Jacobs, man vol vuur. Niet de makkelijkste, maar wel pure passie voor gedegen mediumschap: wauw. Mavis Pittilla: Liefde, Licht, Geloof en Wijsheid in een mensenlichaam. En dat past natuurlijk nooit allemaal, dus dat straalt ze meters breed uit. Brenda Laurence, toen al in de 70, die tijdens een demonstratie over het podium denderde op superhoge pumps en die haar keiharde bewijs voor leven na de dood de zaal in lanceerde met zo’n kracht.
Deze mensen ontdeden in één klap het hele mediumschap van de eventuele verdenking van zweverigheid en vaagheid, gewoon door wie ze waren. Ze straalden het uit, die spirituele wereld. Ze leefden het. En dat zat in iedere blik, in ieder woord. Je voelde dat ze niet dáchten dat de spirituele wereld bestond, maar dat ze het wisten en leefden en dat dat was gebaseerd op tientallen jaren van bijzondere ervaringen. Het was een ongekende week en ik durf te zeggen dat het zijn in hun aanwezigheid mij heeft veranderd tot op een heel diep niveau en dat ik nooit meer zo heb getwijfeld als dat ik daarvoor kon doen.

Ik dacht:
stel nou
dat ik dit ooit
voor een ander zou kunnen betekenen.

Een dikke maand geleden, was ik op een retraite-week en daar overkwam me iets interessants. Ondanks het feit dat dit een week was in een klooster, over het onderwerp Compassie en met een Boeddhistische inslag, bevond ik me in een groep waarin, zo voelde ik al snel, niemand ook maar iets had met mediumschap. (‘Dreuzels’, noem ik stiekem.) En dat was even schrikken zeg, want dat maak ik eigenlijk nooit meer mee! Mijn leven bestaat ondertussen helemaal uit mediumschap, zowel in mijn werk als privé. En wie er niet in werkt in mijn omgeving, die weet er in elk geval van. Maar dat was dus niet in deze groep. En hoewel dat vast heel goed voor me was, moest ik er ook aan wennen. Ondanks dat we in de groep meteen leuk contact met elkaar hadden, dacht ik toch: ik ga niet vertellen wat ik doe, want het kon bij sommige mensen wel eens verkeerd vallen (dat bestaat) en daar heb ik geen zin in. Dus als ze het me vragen wat ik doe, dan ben ik gewoon coach.

Maar goed, dreuzels of niet, mensen zijn intuïtief. En op een avond tijdens een gezellig samenzijn, begon men, intuïtief en ten overstaan van anderen, te vragen naar mijn werk en ook door te vragen. En uiteindelijk dacht ik: 1, 2, 3 vooruit dan maar: “Ik ben een medium”. Het werd raar stil. O dear. Ik maakte een snelle inschatting. De een voelde nieuwsgierig, de ander verrast, een derde liep weg, een vierde zei niks… Het is toch altijd weer een dingetje.

Degene die niks zei kwam aan het eind van de week naar me toe:
“Doordat jij hebt verteld dat je medium bent en ik jou heb leren kennen als een mooi mens, voel ik ineens dat een dierbare van mij die nog maar net is overleden, nu weer heel dichtbij mij is. Dank je wel.”

Pas later viel me in wat daar eigenlijk was gebeurd. Dat dat best iets groots was. Omdat blijkbaar alleen al mijn aanwezigheid haar het vertrouwen had gegeven in het bestaan van de spirituele wereld. Waardoor ze zich ervoor kon openen en ze die dierbare weer kon voelen.

Ik dacht: misschien begin ik
een klein beetje
in de buurt te komen
van die enorme mediumschaps-tijgers
die ik zelf destijds mocht ontmoeten
in Engeland.
En het effect dat zij op mij hadden
alleen al door hun aanwezigheid.

HET HOUDT NOOIT OP

Weer aan de slag.
Na een maand vakantie.
Toch altijd weer een momentje…

En tegelijkertijd. Als ik naar de praktijk ga, me heb voorbereid, de deur weer open doe, de eerste klant weer binnenlaat en als die tegenover me gaat zitten… Dat ene gevoel. Zo’n prachtig gevoel: het me openstellen voor dat heilige dat voor mij een privé-consult is.
De spanning (toch nog altijd aanwezig op een bepaalde manier).
En de nieuwsgierigheid: wat zal er gaan gebeuren?

In mijn voorbereiding speelt een aantal factoren een grote rol. Een daarvan is dat ik me bewust ben dat een ander stuk van mij aan het werk gaat. Niet mijn hoofd. Niet mijn fysieke, emotionele, mentale kant, maar mijn essentie: mijn spirituele kern. Mijn ziel. Daar begint de heiligheid van het privé-consult; bij het besef dat dat andere stuk nu het woord krijgt. En dat ik, hoewel ik niet in trance ga en er helemaal ‘bij’ ben en voor elk woord de verantwoordelijkheid draag, dat ik toch verrast kan zijn door de beelden die ik zie en door de woorden die ik zeg.

Het allermooiste is het wat mij betreft als ik, vanuit die heilige plek in mij, niet ‘top down’ tegen de klant ga zeggen: zo zit het en dat moet je doen. Nee, dat is niet mijn taak. Want die klant is net zo goed een ziel. Alleen die is, door aards gedoe, een beetje van dat zielsgevoel afgedreven. Dus die kan op dat moment niet goed bij die innerlijke wijsheid die hij of zij net zo goed in zich draagt. Maar het is dus mijn taak om de klant daar naartoe te brengen. Terug naar de kern en naar het eigen heldere weten. Om van daaruit, vanuit die gelijkgestemdheid, samen te kijken naar de situatie zoals die is en wat daar nodig is. Zo voelt de klant zich na afloop niet ‘geadviseerd door iemand van bovenaf’ (wat eigenlijk heel klein maakt), maar juist gezien, gesterkt en terug in eigen kracht!

Nou komt de grote vraag: hoe doe je dat? Ik heb er, geloof het of niet, nog tijdens mijn vakantie over nagedacht. En ik geloof niet dat het iets is wat je dóet als medium. Het is iets wat gebeurt zodra je aan de slag gaat. De klant mag namelijk niks zeggen over de reden van het consult. Die gaat zitten en trekt misschien 2 lintjes, of niet, maar in elk geval: er wordt niks verteld. Ik ga zitten, ik stem af en ik voel. En dan gebeurt het. Ik zeg bijvoorbeeld (gebeurde vandaag): “Je voelt als een flipperkast waarin het balletje de hele tijd heen en weer schiet tussen 2 obstakels: onrustig, gejaagd en het gaat geen kant op. Dat put je uit en je voelt: oude strategieën moet ik loslaten, want die werken niet meer. Je bent veranderd, door een verlies. Je bent niet meer dezelfde. Het verlies, een overlijden als ik het goed voel, heeft je doen inzien, heel heel diep van binnen, dat je lang geleefd hebt vanuit het dóen en dat het nu tijd wordt om te gaan leven vanuit je Zijn.”

Stel dat dit klopt – en dat deed het gelukkig (je kunt er ook naast zitten en dan heb je een probleempje. ; • ) – maar als het klopt, dan gebeurt er iets. De klant is namelijk binnen komen lopen, is gaan zitten, heeft thee of koffie gekregen en wordt vervolgens vanuit het niets ineens ‘gezien’. Echt gezien. En daar, precies daar, komt de magie erin. Want je Ziet als medium de ziel van die persoon. Je Ziet de kern van hem of haar en ook wat die nu doormaakt. En dat Zien is zo… O mensen, dat is zo mooi. Zo ontzaggelijk krachtig en helend. Zo magisch. Want er zijn geen lelijke zielen. Dus je ziet altijd iets moois. En dat voel je dus gebeuren bij die klant, die gezien wordt, in zijn of haar schoonheid en kracht en wijsheid. Maskers, verhalen, imago, het mag allemaal even aan de kant. We zijn waar we wezen moeten: bij de kern van de zaak. En omdat je diegene daar ziet, in de kern, ziet hij of zij zichzelf daar ook weer. En dan… zitten we dus op hetzelfde niveau en kunnen we gaan samenwerken. En natuurlijk: ik werk, ik zie, vertel, duidt, maar… ik leg niks op. Ik blijf bij diegene, alsof ik zijn of haar hand vasthou en steeds check: ben je er nog? Voelt het goed? Kunnen we door naar het volgende stukje? En soms vraag ik ook iets, om die ziel zichzelf te laten horen. Bijvoorbeeld: “Fantaseer eens, als alles mogelijk is, wat zou je dan creëren?” En dan komt het gewoon. En dan zie je klant zelf ook kijken: waar kwam dat nou vandaan?

Dat is in mijn ogen de schoonheid van het privé-consult.
Zo samen even verblijven
in die bubbel van magie.
En daarom hou ik nog steeds van mijn werk.
En leer ik nog iedere dag.
Want wat je kunt leren van magie is oneindig…
Het houdt nooit op…

22 en 23 Augustus: lesweekend privé-consulten, via Zwave in Weesp. Voor (oud)-studenten mediumschap die de volgende stap willen zetten in hun ontwikkeling. Want het houdt nooit op. Nog 2 plekken over. Aanmelden of vragen: janneke@jannekeleber.nl / welkom@zwave-weesp.nl

COMPASSIE IN DE PRAKTIJK

Terug van een week retraite.
Met als onderwerp: compassie.
In het Dominicanerklooster in Huissen.

“Waarom ga je naar die week?”, vroeg iemand me voor vertrek. Ja, waarom… Ik vind sowieso het idee van een retraite heel mooi. En ik had, zeker na het intensieve afgelopen half jaar, zin om me even terug te trekken. Andere plek, andere mensen, ander gedachtengoed.
Bovendien is compassie zo’n onderwerp waar je over kunt blijven leren. En wanneer je het net een beetje begint te snappen en te kunnen, zet het leven je vanzelf weer in een hogere klas…
Maar ik checkte ook wel even wie de leraar zou zijn, want de leraar maakt de week. Het bleek Bert van Baar te wezen. Cultureel antropoloog, Boeddhist, Life-Coach, leraar. Ik google-de hem, vond een YouTube-filmpje en voelde: ja. (Een gevoel dat ook bleek te kloppen.)

En dan is er ook nog: de groep. Ik heb, in alle lesweken die ik ooit hebt gehad, nog nooit in zo’n diverse groep gezeten. 6 Mannen en 6 vrouwen tussen de 30 tot 70, van stil tot druk, van weloverwegers tot flap-uits, van wetenschappers tot een medium (moi). Maar het werd zowaar een behoorlijk geheel zeg, waarschijnlijk omdat we ook nog een overeenkomst hadden en dat was zou toevallig ook een belangrijk onderdeel van alle lessen en oefeningen: mens-zijn.

Wat voor week het werd? Een week met sowieso lekker veel meditatie, meerdere keren per dag. Maar ook met contemplatie over onderwerpen als welzijn, het onderzoeken van je geest, de innerlijke ruimte die je eigenlijk bent en je daar 'gewaar van worden'. Van vergankelijkheid & onderlinge verbondenheid en via die verbondenheid kwamen we dan langzaam, via een prachtige opbouw, uit bij dat begrip Compassie. Eerst nog zelf-compassie en dan de oversteek naar compassie voor de ander.
Er werd over gedacht, over gesproken en je kon erop mediteren, maar uiteindelijk… is het toch iets wat je moet dóen.

In iedere groep zit wel iemand die er niet helemaal in valt. Iemand die ‘anders is’. Terwijl ik dat opschrijf, vraag ik me af of je dat zo kunt zeggen. Zeker na zo’n week waarin je veel hebt nagedacht over mens-zijn, moet je toch ook wel vaststellen dat we in de basis allemaal hetzelfde zijn, maar dat we verschillende verschijningsvormen hebben. Dus misschien is het beter om te zeggen: iemand die anders lijkt. Anders in gedrag, in manier van praten, van denken en doen… Vaak iemand die de sociale regels ‘anders interpreteert of toepast’ dan de rest. En ooit leerde ik van de bekende Britse mediumschapsdocente Janet Parker: “It’s quite often that person that holds the key to the main lesson that can be learned by the whole group.” Dat schoot me deze week weer te binnen.
Zo iemand zat ook in deze groep. En iedereen reageerde weer net anders op hem. Sommigen afwerend, anderen bemoederend, sommigen verward, weer anderen verbaasd, maar er was ook vaak wrevel. En dus zat eigenlijk onze grootste les voor compassie in onze omgang met hem.
Ik kan niet voor anderen spreken, maar het hield mij wel bezig. En ergens dacht ik: zou ‘deze grote les’ er ook nog uitkomen deze week? Want het was er wel, maar het werd niet echt besproken.

De week vorderde en iedereen leerde en genoot en toen was het tijd voor de afsluiting. En vlak voor de laatste les bleek dat het uitgerekend ‘de buitenbeen’ was die iets had gekocht voor leraar Bert van Baar, met een kaart waar we allemaal iets op konden zetten. “Doen jullie dan de speech?”, vroeg hij. “Nee, dat zou niet kloppen. Dat kun jij zelf ook heel goed”, zei een ander. Het was geen schuiven met verantwoordelijkheid. Ze sprak haar vertrouwen in hem uit. En het voelde belangrijk dat ze dat deed.

Aan het eind van de laatste les nam hij het woord. Bloednerveus las hij iets voor wat hij snel had opgeschreven… zulke mooie woorden, zo recht uit het hart en zo rakend. En ja hoor, ‘het’ gebeurde. Alle harten gingen open en daaruit stroomde een soort energie die ik zou omschrijven als oranje-geel. En al die energie stroomde naar hem. En zo gebeurde het in de allerlaatste seconden van de week…

Pure liefde voor diegene
waar we mee hadden geworsteld.
Maar waar we ook naar waren blijven zoeken,
gelukkig!
En die we op het allerlaatste moment
toch nog mochten vinden.

Compassie.

BESCHUITJE MET KAAS

Vanmorgen at ik
voor het eerst sinds lange tijd
een beschuitje met kaas
voor het ontbijt.

Het was meteen bij de eerste hap dat het gebeurde. Een herinnering die omhoog kwam aan mijn eerste beschuitje met kaas. Het was tijdens een week op de zeilschool waar ik toen verbleef als cursist. Ik zal een jaar of 13 geweest zijn. Het was in de zomervakantie, dus deze tijd van het jaar.

We zaten met alle cursisten en instructeurs in de eetzaal aan lange eettafels te ontbijten. En het brood aan onze tafel was op. Ik had het anderen het zien doen. Ik had gezien dat ik de lege schaal (van dat roodbruine Workummer aardewerk) op kon pakken, ermee naar het luik aan het eind van de zaal kon lopen, daarop kon kloppen en dan, als de mensen van de keuken het luik openden, vragen om meer brood. Maar… dat durfde ik niet. Alles was nog zo vreemd en nieuw. Dus ik besloot om te blijven zitten.
Er lag nog wel beschuit op tafel. En er was nog kaas. Dus ik dacht: ik maak gewoon een beschuitje met kaas.

Thuis at ik nooit beschuit en ik was ook geen kaas-eter, dus we gingen hier duidelijk mijlenver buiten onze comfort zone. Maar daar zijn (zeil-)kampen ook voor: nieuwe dingen aangaan en onderzoeken.
Ik maakte dat beschuitje en nam een hap en jeetje zeg, wat was dit lekker! Die combinatie van de zachtheid van de kaas en het kraken van het harde beschuit. Maar ook de lichte zoetheid van het beschuit versus de zoutigheid van de kaas… Het deed iets met me. Het werd een ‘eet-beleving’, zoals je die soms hebt.
Alles van dat moment werd in die eetbeleving vastgelegd. Niet alleen de smaken, maar ook het piepende geluid van de houten eetstoelen die schoven over de stenen vloer wanneer iemand opstond. De geur van het oude pand zo vol van historie, het gevoel van het zijn op een vreemde plek en het toch goed hebben. (Dat was een ding voor mij in die tijd…) Het kwam allemaal samen in de beleving van het eten van een beschuitje met kaas. Het werd er, als het ware, in opgeslagen.

De beleving was zo sterk, dat ik hem wilde bewaren. Iedere keer als ik terug zou komen op die zeilschool, eerst nog een paar jaar als cursist, daarna als instructeur-in-opleiding en daarna als instructeur, dan nam ik tijdens mijn eerste ontbijt… een beschuitje met kaas.
Het was iets tussen mij en mezelf. Een stille, maar o zo waardevolle, kleine, maar o zo grote persoonlijke traditie.

Een traditie die natuurlijk
werd onderbroken.
Om dat uiteindelijk alles
ook weer stopt.

Maar echt weg is-ie nooit geweest blijkbaar. Want vanmorgen kwam het, tot mijn verrassing, allemaal in een keer weer terug. Het gebouw, de sfeer, de geluiden. De jaren van loslaten van het bekende, van zoeken naar zijn wie je bent, van vormen en volwassen worden, van het ontdekken van de Liefde en het leren dragen van Verantwoordelijkheid.... Allemaal daar gebeurd, daar geleerd en daar vastgelegd in één beleving die ik gelukkig nog zo kan terughalen:
Het eten van
een beschuitje
met kaas.