KIJKEN MET JE BUIK

Het was op een bankje, op de hei.
In de zon en in de stilte.
Ik keek om me heen en besloot dat het leven niet perfecter kon zijn dan dit.
Maar ik bleek het mis te hebben.

Over een zandpad dat voor het bankje langsloopt kwam, van links, een meisje aanrijden op een rood fietsje. Ze slingerde een beetje. Ik schatte haar op een jaar of 5. Ik wilde me net gaan afvragen wat zij daar deed, zo alleen op de hei, toen ik heel in de verte ook nog een fietsende vrouw zag. Dat was de moeder, zo stelde ik vast. Het meisje was blijkbaar vooruit gereden.
Ze stopte vlak voor mij.
“Hoi”, zei ze.
Het was een peilende hoi. Ze wilde kijken hoe ik zou reageren en… ze wilde eigenlijk ook op het bankje.
“Hoi”, zei ik. “Je mag er wel bij komen zitten hoor.”
“Ja”, zei het meisje.
Ze had van die franjes aan de uiteindes van haar stuur hangen. En ze droeg een gele zonnebril. Het hele kind zag er eigenlijk uit als een feestje op wielen.
Ze stapte van haar fiets.
“Ik zet hem niet tegen deze boom”, zei ze. “Want dat vindt-ie niet fijn.”
Dat raakte me.
“Nee, klopt”, zei ik. “Deze boom houdt niet van aanraken.”
“O”, zei ze. “Dus dat weet jij ook.”
“Ja”, zei ik.
Het meisje ging naast me zitten en keek onder haar schoen.
“Ik had kaugom onder mijn schoen. Maar nu is het weg”, stelde ze vast.
“Gelukkig”, antwoordde ik. “Kaugom onder je schoen is heel irritant.”
“Ja!’, zei ze. “Want dan loop je op de stoep en dan voel je een eh…, een eh…”
“Een bobbel bedoel je?”, vroeg ik.
“Ja!”, zei ze. “Een bobbel. En dan kan je niet goed lopen. Heb jij dat ook gehad?”
“Ja”, zei ik. “Vroeger wel eens. Maar alles onder je schoen is irritant. Ook als er een steentje zit tussen dit soort ribbels.”
Ik liet haar de onderkant van mijn laars zien.
“Oh ja”, zei ze. “Dat.”
Het was nu wel definief duidelijk: wij begrepen elkaar volledig. En het was een fantastisch gevoel. Blijkbaar ervoer zij dat ook zo, want ze verraste me met de volgende vraag.
“Geloof jij in God?”
Ik glimlachte.
“Ja”, zei ik. “Nu wel. Maar ik heb het echt moeten leren.”
“Ik kan het je wel leren”, stelde het meisje vast. “Je moet gewoon kijken met je buik.”
Ik lachte.
“Kijken met je buik. Dat is een goeie zeg!”
“Weet je hoe groot God is?”, vroeg het meisje.
“Nee”, zei ik.
“Kijk dan met je buik…”, moedigde ze me aan.
Op dat moment kwam de moeder aanfietsen.
“Je moet niet steeds zo ver vooruit rijden Gabriella”, zei ze.
Ik begreep niet waarom, maar het horen van haar naam raakte me ook weer. Gabriella. Mooi.
“Ze is heel gezellig hoor”, nam ik het voor haar op.
“Ja, maar ze moet bij mij blijven”, zei de moeder. “Kom, we gaan weer verder. Ga jij maar achter me rijden.”
“Hij is zooooo groot”, zei Gabriella, terwijl ze voor me ging staan en haar armen zo wijd uitspreidde als ze kon.
Toen pakte ze haar fiets en stapte op.
“Ik ga proberen om het te zien”, zei ik.
“Met je buik hè”, zei Gabriella.
“Ja, met mijn buik.”

Ik zag hoe ze wegreed, over het zandpad.
Achter haar moeder aan.
En ik bedacht me dat ik hoopte
dat ze er snel weer voorbij mocht…

IETS IN MIJ ZEGT...

De pipo heeft zijn anti-depressiva afgebouwd.
Het was een hele strijd.
En dat is het nog steeds.

Zoals hij het zelf omschrijft: ‘Mèt anti-depressiva is er een bodem als ik emotioneel val en zonder… is die bodem er niet.’ En emotioneel vallen, dat doen we allemaal. Alleen u en ik wankelen dan even en dan richten we ons weer op, maar de pipo blijft vallen en vallen en vallen… Dat maakt het leven nu grauw en zwaar. Hij is somber, extreem angstig, slaapt slecht, eet weinig, is bekaf en kan hij zich moeilijk concentreren. Dat is allemaal ‘on the down side’. Maar er is ook nog een upside, want de pipo heeft al voor hetere vuren gestaan in zijn jonge leven. En dus vecht hij zich door de dagen heen, staat op tijd op, gaat elke dag wandelen of hardlopen, zorgt voor een vast dagritme, eet gezond, studeert elke dag een uurtje en blijft communiceren over hoe hij zich voelt.

“Wat wil je, aan een ander middel, of het nog even aanzien?”, vroeg de huisarts vorige week.
“Nog even proberen”, zei de pipo. “Nog een maandje. Ik hoop zo dat mijn lichaam het zelf gaat oplossen.”
Respect.
Ze maakten wel alvast een afspraak met een psychiater voor over een maand, voor het geval dat hij te ver weg zakt. En toen… moest de pipo ‘het gevecht met het leven weer aan’, zoals hij het noemt.
Ikzelf kan, naast vasthouden, aanmoedigen en veiligheid bieden, niet veel anders doen dan vertrouwen dat hij het gaat redden. Dat het lichaam het toch op gaat vangen en dat hij manieren vindt om hier doorheen te komen.

Twee dagen geleden hoorde ik hem ‘s nachts weer door het huis lopen. Geen goed teken. Maar toen ik hem ’s ochtends wakker wilde maken, zat hij al op zijn telefoon tot mijn verbazing.
“Ik heb een heel moeilijk dilemma”, zei hij zuchtend.
“O jee”, zei ik.
“Ik weet niet wat ik aan moet trekken.”
“Hoezo?”, vroeg ik.
“Ik heb een fishing tournament…”
Hij toonde me zijn telefoon. Op het scherm zag ik een beeld zoals in een computerspelletje voor kleine kinderen.
“Zal ik dit aandoen… (poppetje met rood truitje) of dit”, (met geel met blauw truitje.)
“Wat is dit?”, vroeg ik.
“Animal Crossing”, zei de pipo. “Ik heb besloten dat ik even geen games met geweld erin moet spelen. Ik heb dit gevonden en het is zo geruststellend. Ik heb het vannacht ook gespeeld en ik werd er helemaal rustig van.”

Hij koos voor het geel met blauwe truitje voor het vis-toernooi. Waar hij overigens later die dag een prijs mee won.
“Lekker gevoel. Ik win nooit prijzen.”

Sindsdien vraag ik elke dag wat hij vandaag gedaan heeft in Animal Crossing. Soms is het antwoord dat hij een tuin heeft aangelegd bij zijn huisje op het onbewoonde eiland.
“Kijk, met een hangmat.”
Vandaag had hij een brug gebouwd, samen met een paar anderen.
‘Als ik niet oppas, word ik nog sociaal. We gaan zo een feestje vieren omdat het gelukt is.’
HURRAY!, verscheen er op dat moment groot in beeld. En confetti vloog door de lucht.

Ik weet natuurlijk niet hoe het verder gaat.
Maar hij bouwt bruggen, legt tuintjes aan, wint prijzen en gaat naar feestjes.
Iets in mij zegt mij: het komt wel weer goed.

DE GROTE EMOTIONELE SCHOONMAAK

Weet u het nog, in maart…
Mensen gingen massaal w.c.-papier kopen en
ze gingen massaal naar de stort.
Ik stond er toen ook een keer met de auto in een lange rij.
En ik dacht: wat is hier aan de hand?

Maar het had ook iets logisch. Je wist dat je voorlopig even thuis zat, dus dan maar doen wat je al heel lang moest gaan doen en waar je steeds geen zin in had: opruimen.

Nou werk ik zelf ook op een soort van stort.
Een stort van emoties.
De mensen die bij een medium komen, zitten toch ergens mee. En het is opvallend om te zien wat er gebeurt. Ook emotioneel ruimen mensen namelijk op. Vaak niet gepland of omdat ze daar zin in hadden. Het gebeurt gewoon, of ze willen of niet, onder invloed van de grote krachten van het leven.

Zo was er de vrouw die 15 jaar geleden haar dochter verloor en in reactie daarop heel hard ging werken en daarnaast zorgde voor een heel druk sociaal leven om maar niet alleen thuis te hoeven zijn… Maar toen alles ineens wegviel, gebeurde precies dat wat ze al die tijd wilde voorkomen: ze zat dan toch ineens alleen thuis. En daar kwam de pijn van de rouw die ze had uitgesteld in volle hevigheid naar boven kwam. Een rollercoaster van emoties waar ze zich nauwelijks in staande kan houden. Maar zoals ze zelf heel dapper zei: "Ik was al die jaren op de vlucht, maar nu moet ik het aangaan."

En dan de man met de stiekeme gokverslaving die altijd dacht dat hij het onder controle had… Nu, thuis zittend en met niets om handen, is die verslaving helemaal uit de hand gelopen. Hij dacht dat hij het onder controle had, maar het was niet zo. En nu kan hij niet anders meer dan eerlijk zijn naar zichzelf: “Ik moet hulp gaan zoeken.”

Huwelijken die stranden. Maar ook huwelijken die beter bleken dan de partners dachten en die dus nieuw leven ingeblazen is. Oude wonden uit mensen hun jeugd die toch nog aandacht en heling nodig bleken te hebben. Deze situatie brengt dingen aan het licht die er al waren, maar die we nog niet konden of wilden zien. En nu, is er geen ontkomen meer aan. We rijden af en aan naar de stort, met aanhangwagens vol met troep, zowel fysiek als emotioneel. Tijd voor een grote schoonmaak.

Het speelt bij heel veel mensen, op elk niveau en ook ik ontkwam er niet aan. Ik werd verrast door een serie van nachtmerries waaruit ik af kon leiden dat sommige dingen van vroeger toch nog niet helemaal opgelost waren. Gelukkig was er ook de tijd om dat nu dan wel te doen.
Dus mocht u hier ook mee te maken hebben, weet dan: u bent niet de enige. Dit is hoe de wind nu staat op de grote zee van het leven. En velen varen dezelfde koers, ook al ziet u ze misschien niet tussen de hoge golven. Het is zware koers en misschien bent u zeeziek en doorweekt en denkt u: er komt geen eind aan.

Maar weet: u doet wat u moest doen.
En ooit komt er wel weer land in zicht.
Dus houdt moed.
Het komt goed.

WAT WE KUNNEN LEREN VAN DE SPREEUWEN

Het wordt een beetje grimmig op de socials.
Dingen die verdwijnen.
Veel boze mensen.
En zoveel angsten, meningen en gebots…

-Lieve Spirit vrienden, ik vind het helemaal niet meer social op de socials. Wat vinden jullie ervan?
=Beloved, in tijden van grote bewegingen en on duidelijkheid, kunnen niet alle collectieven de kalmte en eenheid bewaren.
-Zijn er ook collectieven die dit wel kunnen?
=Kijk maar eens naar spreeuwen.
-O ja! Die zijn ook in beweging in de lucht en dan kunnen ze zo mooi samen zwermen. Zelfs als ze van richting veranderen, botsen ze niet… Hoe kan dat eigenlijk. Volgen ze een leider? Is het telepathie?
=Dat komt door hun continue afstemming op elkaar.
-Continue afstemming op elkaar. Dat klinkt mooi. Wij zijn op de sociale media wel in contact, maar ik heb niet het gevoel dat er een continue afstemming op elkaar is... Ik ga even kijken of ik daar wat over kan vinden. Dank voor de inspiratie.

Ik op zoek. Ik stuit op een onderzoek van Prof. Dr. Hemelrijk (geniale naam in dit geval), van de Rijksuniversiteit Groningen. Zij heeft onderzocht hoe het kan dat spreeuwen in zulke patronen kunnen zwermen en waarom dat goed gaat. En in een samenvatting van haar onderzoek (zie de link hieronder), staat in 4 punten hoe dat kan.

1) Spreeuwen wíllen graag samen vliegen en bochtjes maken. (Ze doen dit boven hun slaapplaats).
2) Spreeuwen willen niet botsen.
3) Spreeuwen vliegen allemaal even snel (ca. 36 km per uur)
4) Elke spreeuw houdt 7 buurvogens in de gaten en voegt zich naar de bewegingen die bij die 7 buren plaatsvinden.

Zo mooi.
Ik stond op het punt om dit te gaan interpreteren en vooral die laatste, het in de gaten houden van (slechts) 7 buurvogels, roept allerlei associaties bij me op. En toen dacht ik: nee, ik doe het niet. Ik laat het aan de lezer om daar zijn of haar eigen gedachten hierover te laten gaan. Want we dragen allemaal onze eigen wijsheid in ons. En het is belangrijk, juist nu, om steeds weer naar die innerlijke plek van Stilte, Heiligheid en Veiligheid toe te gaan om daar dat innerlijke Weten te raadplegen.

Bijvoorbeeld met de vraag:
wat kunnen wij leren
van de spreeuwen
in tijden van sociale onrust.

https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=25568

HET OFFICIËLE CENTRUM VOOR HET NEMEN VAN GOEDE BESLISSINGEN

Drie jaar geleden kwam hij voor het eerst:
de man die echt niet meer wist
wat hij nou wilde met z’n leven.

Hij had al behoorlijk wat gedaan trouwens. In de computerwereld gewerkt. Een carrière in de kunstwereld gehad. En daarna een eigen praktijk in coaching opgezet. En het had hem allemaal ook wel een tijdje voldoening gegeven, maar uiteindelijk dan toch weer niet. En nu, met de ziel onder de arm, zat hij tegenover mij. Eigenlijk toch wel een beetje met de vraag: ‘Weet jij wat ik moet gaan doen?’ Alleen: zo werkt het helaas niet, want het is niet mijn taak om te vertellen wat je moet gaan doen. Wat ik wel kan, is iemand terugbrengen bij zijn of haar eigen ‘essentie’. Bij de kern. En van daaruit te kijken wat er speelt en wat er nodig is. Wat zich wil laten zien aan de wereld.

Eerst maar eens kijken naar het verhaal achter de loopbaan tot dan aan toe. Bij de carrière in de computerwereld, zag ik een brave jongen.
“Klopt het dat je die kant op bent gegaan om je ouders tevreden te stellen?”
Hij knikte. Bij de carrière in de kunstwereld zag ik dan juist weer de kleuren van extreem verzet. Verzet tegen die braafheid. En ook dat herkende hij. En bij de praktijk zag ik de intentie om ‘nou eindelijk eens iets voor anderen te doen, in plaats van voor zichzelf.’
Hij: “Dat is heel erg waar. Maar daar is toch ook niks mis mee?”

Nee, zeker niet. Er was überhaupt niks mis met hem en zijn carrières. Hij had zich aan alle kanten ontwikkeld, behoorlijk veel van de wereld gezien en zich ook niet verveeld. Het enige punt was: het gaf allemaal niet de voldoening die hij zocht.
“Waarom nou niet?”, vroeg hij.
“Ik heb het gevoel dat alles wat je tot nu toe hebt gedaan, vooral reacties zijn op…”, zei ik. “Reactie op de verwachtingen van ouders, reactie op de irritatie die volgde en vervolgens de reactie op het missen van verbinding met anderen. Het waren beslissingen genomen naar aanleiding van… En vanuit het hoofd”
“Ja, hoe anders?”, vroeg hij.
“Vanuit hier”, zei ik.
En ik wees naar mijn buik.
“O”, zei hij licht spottend. “Zit daar tegenwoordig het officiële centrum voor goeie beslissingen?”
“Ja”, zei ik. “Dat zit daar.”

Dat is namelijk waar Het Weten zetelt. En het Weten reageert niet zozeer op ouders of frustraties of gebreken; het Weten Weet. In rust en stilte. Heel kalm en sterk.
We spraken erover, maar daar kwamen we niet echt verder mee.
“Zullen we een oefening doen”, stelde ik voor.
Hij twijfelde even en stemde toen toch in.

We deden een visualisatie waarbij ik hem via zijn buik naar een plek praatte en hem daar via eenvoudige beelden bij 2 belangrijke vragen bracht.
“Wat zie je dat je waarde is?”
Hij (zonder aarzelen): “Dat ik rust kan brengen bij mensen die onrustig zijn.”
Ik: “En wat is jouw rol in deze wereld?”
Hij aarzelde, alsof hij zich inhield.
“Zeg het maar”, zei ik. “Vertrouw op wat je ziet.”
Hij: “Ik zie mijn broer en mij samen en ik zie hoe goed we het dan hebben.”
En met die woorden deed hij geërgerd zijn ogen open. “Maar dat is natuulijk geen rol.”
“Dat ligt eraan”, zei ik. “Wat is jouw rol voor je broer?”
“Mijn broer heeft autisme”, antwoordde hij. “En ik ben een beetje zijn bruggetje naar de wereld. Dat vind ik ontzettend fijn om te doen. En ik leer ook weer heel veel van hem.”

Toen werd hij stil.
Er leek een kwartje te vallen.
We rondden het gesprek af en ik voelde dat ik even niks moest zeggen.
Dat er iets begonnen was
wat in stilte kon gaan ontkiemen.

Daarna kwam hij nog een paar keer. Maar dat was meer ‘voor de tussenstand’, zoals hij dat noemt. Want de nieuwe keuze was inmiddels duidelijk gemaakt; hij had koers gezet in de richting die hem van binnen was gewezen. Hij werkt nu in een zorg-instelling voor jongeren met autisme. Waar hij rust brengt waar onrust is en waar hij ze helpt in hun proces van zelfstandig worden.

Niet uit verzet tegen…
of in reactie op…,
maar omdat daar zijn waarde ligt
en omdat dát zijn rol is in het leven.

[Deze week wil ik deze visualisatie gaan doen in de nieuwe Samen-Zijn op donderdagavond aanstaande om 20.00 uur op Facebook. Iedereen van harte welkom. Juist nu.]

DIT KEER NIET IETS MET MONSTERS...

Hoe wordt het leven na Corona?
Sommigen hopen dat alles weer ‘normaal’ wordt.
Anderen hopen
dat er iets beters voor in de plaats komt.

Niet dat we een ‘slecht’ leven hadden. Maar laten we toegeven: er waren nogal wat grote issues. Qua vervuiling, ziektekosten, gelddenken, overproductie, massatoerisme, onderwijs, oneerlijke verdeling, verkeerde prioriteiten, file-leed, etc. Het was allemaal een beetje uit de klauwen gelopen. En iets lijkt ons te zeggen:
Neem even pauze.
Denk even na.

(Stilte.)

Zou er nu veel nagedacht worden? Ik hoop het zo. Ik hoop zo dat we niet meer terug willen. En heel eerlijk: ik geloof dat het al aan het gebeuren is. Dat er achter al die voordeuren waar mensen thuis zijn, soms genietend, soms tegen de muren opvliegend en alles er tussenin, dat mensen daar aan het veranderen zijn.

In Met Het Oog op Morgen zat zaterdagavond een professor Economie. Hij was, al voor de crisis, begonnen met het schrijven van een boek over de Humane Economie als vervolg op de huidige economie. De interviewer vroeg wat het verschil is.
Professor: “In de huidige economie draait het om ‘wat wil ik’. En in de humane economie draait het om ‘wat is er werkelijk belangrijk’. Een praktijkvoorbeeld van het eerste zou kunnen zijn: ‘een groot huis’. En een voorbeeld van het tweede: ‘een thuis’.
Toen de interviewer vroeg of de professor dacht dat de Corona-crisis zou kunnen leiden tot die humane economie, zei deze: “Dat is natuurlijk maar de vraag…”
Wat een jammer antwoord vond ik dat. Want hoezo is dat de vraag? Waarom zouden we moeten afwachten. Wij zíjn toch de maatschappij. Als we allemaal willen dat het anders wordt, dan wordt het toch anders? Als alles weer op gang komt en mensen gaan weer naar kantoor, dan hebben ze toch een valide punt als ze zeggen dat het maandagochtend-overleg net zo goed via Zoom kan. En dat ze dus niet in de maandagochtend-file hoeven te gaan staan?

Donderdagochtend had ik zelf een overleg met mijn collega’s van de spirituele community Zwave. (Ik was op de fiets, geen file ; • )) We hadden een brainstorm, want wilden iets gaan doen, via Zoom, voor een breder publiek, iets met healing. En we hadden van tevoren allemaal al zo’n beetje een idee van wat het moest worden, totdat… we gingen praten over de signalen die we opvingen om ons heen. En we erachter kwamen dat onze ideeën ‘oude’ ideeën waren die helemaal niet meer aansloten bij wat we Nu om ons heen voelen. En dat we dus nieuwe ideeën moesten gaan bedenken. Ideeën die trouwens in 3 rondjes thee met paaseitjes alweer geboren waren. En die heel erg leunen op het gevoel van een luisterend oor willen bieden, en een gevoel van verbinding willen creëren. Want dat is volgens ons wat nu nodig is.
Op de terugweg op de fiets, besefte ik dat dit een signaal was / is dat de wereld al niet meer hetzelfde is.

Op diezelfde terugweg zag ik een vader stoepkrijten met zijn kinderen. Ze hadden iets uitgeprint op papier, iets met monsters, ik denk uit een game of een serie.
Dochter: “Maar papa, dat op papier is heel klein. En wij gingen het toch heel groot maken op de stoep? Hoe moeten we dat dan doen?”
Vader: “Klopt. Daarom moeten we eerst kijken naar de verhoudingen. Zo heet dat. Dus we gaan eerst schetsen met wit. En als we tevreden zijn en alles staat goed, dan gaan we het inkleuren.”
Ik zag hoe ze begonnen. En hoe ze genoten. En ik dacht: dat is wat we allemaal kunnen gaan doen: een idee vormen, het uitprinten, de nieuwe verhoudingen schetsen en dan inkleuren.

Grote vraag: wat staat er op de print?
Wat wordt het idee?
Ik zeg: zorg dat dat aan ons wordt.
Ga nadenken, brainstormen en dromen.
En straks, als we weer naar buiten mogen
gaan we kijken
hoe we het op straat krijgen.
Maar laten we dit keer niet iets doen met monsters…


Ps, Deze week in mijn Samen-Zijn, live op Facebook, wil ik hierbij stil staan: jouw ideeën dromen. Hou de aankondigingen in de gaten!

ANDERE MOOIE DINGEN DAN NORMAAL

Ook veel van mijn consulten
gaan momenteel online.
En hoewel het iets vermoeiender is om tegen een scherm te praten,
is de kwaliteit van de consulten
hetzelfde als wanneer iemand tegenover je zit.

Van de week had ik een consult via Skype met een moeder die eerst haar dochter de kamer uit moest zien te krijgen. Daar was ik getuige van, want we hadden al een openstaande verbinding. Moeder moest het meisje, van een jaar of 7 en met een verstandelijke handicap, echt overtuigen, maar na de belofte dat ze langer op de iPad mocht, ging ze dan toch. Ze zwaaide nog even naar mij op de computer, haar duim in haar mond, heel schattig. En toen verdween ze op de gang.
Alleen toen het gesprek met moeder net begonnen was, kon ik op het scherm zien dat achter haar rug de deur toch weer heel voorzichtg een beetje open ging. En heel even zag ik weer dat hoofd van het meisje verschijnen. Daarna verdween het weer, maar de deur bleef openstaan en ik dacht: ze staat daar achter. Ze luistert mee. Wat nu te doen? Ik maakte de afweging en besloot het niet te zeggen. Moeder zat net lekker en we waren al begonnen en als het meisje zo rustiger was, dan moest het maar zo.
Ik begon het consult. Het ging over de zware tijd die moeder had gehad de afgelopen maanden, met het overlijden van haar moeder en vader kort achter elkaar. Beiden kwamen door. En vooral haar vader kwam haar een hart onder de riem steken, want zijn dochter weet niet goed waar het heen gaat qua werk en zit nu bovendien thuis samen met haar dochtertje, wat best ingrijpend is.

Ik lette goed op. Geen dingen zeggen die kwaad zouden kunnen voor het kind. Maar toen realiseerde ik me dat de vader van de moeder dat zelf ook al wist. Hij bracht mijn aandacht zelfs op zijn kleindochter en liet me weten dat die de afgelopen tijd een ontwikkeling had doorgemaakt die niet voorzien was. En dat dat kwam door de volharding van moeder, die tegen alle meningen in, altijd geloof had gehouden in het vermogen van haar meisje om te leren praten. Moeder huilde. En knikte. Zo was het gegaan. En het deed haar goed dat haar eigen vader dat vanaf de andere kant toch nog had meegekregen.
"Ik denk zelfs", zei ze. "Dat ze ook nog kan leren haar emoties te uiten. Dat zou echt fantastisch voor haar zijn."
Ze huilde, want alles kwam eruit. En ik liet haar gewoon maar even huilen. Op zo'n moment voelt het wel ontzettend rot dat je niet de mogelijkheid hebt om fysiek troost te geven. Een hand op haar hand. Het pakken van de tissues...

Op dat moment zag ik dat achter moeder de deur langzaam weer verder openging. Weer verscheen het hoofd van het meisje om de hoek. Even wachtte ze, aarzelde... en toen, ineens, rende ze naar moeder toe, klom op haar schoot, sloeg haar armen om haar nek en zei:
"Shhhhh, mamma, shhhhhh. Mama goed. Mama goed."

Ik zag aan moeder en kind dat dit nog nooit eerder zo was gebeurd. Dat ze allebei verrast waren, maar ze lieten elkaar niet meer los. En zo keek ik, hevig ontroerd, naar dit grote moment voor beiden.
Samen huilen.
Samen emoties uitwisselen.
Dat wat moeder 1 minuut geleden had voorspeld dat kon gaan gebeuren,
gebeurde nu.

Het was een prachtig gezicht. En pas naderhand realiseerd ik me dat dit nooit zo kunnen lopen als het consult niet via Skype was gegaan. Dan had de dochter nooit achter de deur gestaan en was ze geen getuige geweest van haar moeders emoties.

Er gebeuren nog steeds
hele mooi dingen.
Alleen dan andere dingen dan normaal.

DE WONDERSCHONE LES VAN AFSTAND

Deze tijd
vraagt nieuwe dingen van mensen
in mijn geval onder andere:
online demonstreren.

Heel eerlijk?: ik wist niet eens dat dat kon. Technisch gezien dan. Maar Frank en Anita van de spirituele community Zwave Weesp, stelden het mij vorige week voor: zullen we gaan experimenteren met mediumdemonstraties via Zoom? En ik zei: ja, doen we.

En zo zat ik ineens achter een computerscherm, bij Frank en Anita in Weesp (wat feitelijk niet hoeft, want het kan ook vanuit huis doen, maar dit gaf me wel de geruststelling die ik even kon gebruiken, hoewel op anderhalve meter afstand.)
Ze hadden alles al geïnstalleerd. Ik keek naar het scherm en probeerde wat dingen uit. Als ik drukte op de knop Gallery View, zag ik 35 vierkantjes met daarin de mensen die zich hadden aangemeld en die thuis voor hun scherm zaten, op de bank, in hun werkkamer en zelfs in bed... Ik schrok er een beetje van, want mensen thuis zijn heel anders dan in een zaal. In de zaal 'gedragen' ze zich, maar thuis zijn ze 'helemaal zichzelf'. Dat wil zeggen dat ik ze zag hoe ze koffie gingen pakken, de poes aaien, een kind helpen met huiswerk, kauwen op een koekje, uitgebreid gapen... Eigenlijk dingen die je niet wilt zien als je gaat demonstreren, dus ik zette Gallery Vieuw maar weer uit. Maar dan zag ik mezelf. En om nou de hele demo naar mezelf te gaan zitten kijken leek me ook niks. Ik besloot dat wanneer ik aan het woord was, ik zoveel naast of boven het scherm zou kijken.

We startten met een muziekje. Dat doe je in de zaal ook, maar nu konden we de clip erbij draaien en dat had wel een verbindend effect, dat je er zo samen naar keek. Gelukkig maar, want ik voelde dat ik het contact met de zaal miste. Hun energie en hun geroezemoes. De nieuwsgierigheid en de spanning van tevoren. Ik was me er nooit zo van bewust, maar daar werken we als mediums dus heel erg mee, met die energie. En nu ze allemaal thuis hun eigen ding zaten te doen... was dat anders.

Na de muziek, kwam het eerste contact. En ook dat was wennen, want... er kwam hele andere informatie door dan ik gewend was. Veel specifieker! En dat gaf me dan wel weer moed. Ik dacht: niet alleen wij hier hebben ons verdiept in Zoom, maar jullie ook, dappere helden aan de andere kant. En doordat het publiek verder weg voelde, leek Spirit wel dichterbij te zijn. Ook dat was heel aangenaam.

Ik deed mijn openings-statements, dus bijvoorbeeld: ik heb hier een moeder en ze laat me zien dat haar dochter vandaag nog bij haar graf was en bloemen heeft neergezet. En dan vroegen Frank en Anita aan de ontvangers of ze wilden zwaaien als ze die informatie herkenden. En wonder boven wonder was dat er al snel maar 1 en die kreeg ik dan groot in beeld te zien. Ook dat was best prettig, want het contact was daarmee sterker en misschien was het omdat ze thuis zaten, maar de tranen vloeiden ook sneller en ik bedoel het niet gemeen, maar dan weet je als medium toch: we zitten goed.

Wat me ook opviel: de overledenen wilden, nog vaker dan normaal, iets zeggen 'tegen iedereen'. En dat begreep ik wel. Ze weten heel goed waar we nu doorheen gaan met z'n allen en ze willen ons steunen. Zo was er een een dominee die opriep om nu vooral te 'luisteren naar onszelf en naar alle signalen om ons heen' en om nog even te wachten met plannen te maken en te handelen. Een andere communicator moedigde iedereen aan om juist nu creatief te zijn. 'Want als je creeert, kun je geen angst voelen.' Geweldige tips natuurlijk. En tijdens een volgende online-demo was er een bevlogen leraar die het woord richtte tot alle leraren die meekeken en die zei: 'Jullie hebben de afgelopen jaren veel frustraties gekend op de werkvloer en jullie hebben op deuren staan bonken die niet open gingen. Maar houd moed. Want het was een mindset die alles tegenhield. En er komt een nieuwe mindset voor in de plaats die veranderingen toe gaat laten. Dus blijf op die deuren bonken, want hierna is jullie kans om dingen te verbeteren.'
Pas toen ik het had uitgesproken, realiseerde ik me dat er heel veel leraren bij waren die avond. Ik drukte op de knop Gallery View en ik zag ze naar voren komen en hun duimen opsteken, of een fanatieke vuist ballen, of met hun handen hartjesgebaren maken. En op dat moment voelde alles juist extreem dichtbij en samen.

En zo zaten we veel verder van elkaar af dan anders,
maar waren we meer dan ooit verbonden.
En zo leerde Spirit ons:
verbinding zit hem niet in afstand
maar in de liefde
voor elkaar
voor ons werk
voor het leven.
En in gedachte vouwde ik mijn handjes voor die boodschap.
Het was een wonderschone les.

Ps: volgende online demonstratie mediumschap: 11 april, samen met Myrthe Bruinzeel. Opgeven via: welkom@zwave-weep.nl Je krijgt dan informatie en een link toegestuurd. Je hoeft niets te downloaden en het is heel simpel. Leuk als je erbij kunt zijn. En mocht je een eenzaam iemand kennen die dit eventueel ook kan gebruiken: laat het hem of haar ook weten, want die wil Spirit ook graag bedienen in deze tijden!

HET WOORD QUARANTAINE

HET WOORD QUARANTAINE...

Taalfreak die ik ben
was ik ineens nieuwsgierig
naar de oorsprong van het woord
quarantaine.

Ja, want we zeggen het nu ineens de hele dag en velen van ons zitten er middenin, maar waarom heet het nou eigenlijk quarantaine? In het Frans betekent quarante 'veertig', weet ik. Maar wat heeft het getal 40 dan te maken met het onvrijwillig opgesloten zitten in verband met besmettingsgevaar?

I love my etymologisch woordenboek. En dat gaf ook nu weer zo mooi antwoord. Quarantaine stamt oorspronkelijk uit het Italiaans. 'Quaranta giorni' betekent veertig dagen en het is een van origine medische term die stamt uit de 14e eeuw, ten tijden van de pest-epidemie. Het was de tijd dat schepen voeren tussen de Oost en de West en terugkwamen met allerlei handelswaar en... met nieuwe ziektes. Zoals dus de pest. De havensteden van de havens die ze aandeden, kregen daar dan ook voor het eerst mee te maken. Daarom werd besloten om schepen eerst 40 dagen voor de kust voor anker te laten liggen voordat er contact zou zijn met de plaatselijke bevolking. De reden dat de oorsprong van het woord ligt in het Italiaans, is dat de eerste havens die vaak werden aangedaan, de havens waren in... Noord-Italië. Dat was de plek waar de pest Europa binnenkwam.

Wacht even:
Nieuwe ziekte
uit het Verre Oosten...
die via Noord-Italië
Europa bereikte,
leidend tot een pandemie.

Het woord quarantaine laat ons zien
dat de geschiedenis zich herhaalt.
In elk geval gedeeltelijk.

Voor mij speelde de week de vraag: hoe wordt het hierna? Gaat de Corona-crisis dingen veranderen en zo ja, wat? En ik dacht: laten we ook hier eens kijken of de geschiedenis ons een hint kan geven...
Groot verschil was dat de pest veel dodelijker was. In Europa werd de bevolking met 1/3 uitgedund! Ook toen werd trouwens China het hardst getroffen, want volgens Wikipedia daalde de Chinese bevolking van 123 miljoen in 1200 tot 65 miljoen in 1393, door eerst de pest en daarna door de daarop volgende hongersnood.
En wat gebeurde er daarna? Wikipedia: 'In alle ellende kregen de overlevenden extra kansen en vormde de crisis de motor voor sociale promotie. Overgebleven ambtenaren konden door onderbemanning een hoger loon bedingen. De adel zag zich gedwongen om concessies aan de boeren te doen. Leken namen het heft in handen met daarbij de emancipatie van de volkstaal tegenover het Latijn. Ook werden, noodgedwongen door het verlies van menselijke arbeidskrachten, de eerste stappen in de richting van mechanisatie gezet. Door de emancipatie van de derde stand en het begin van mechanisatie werden de eerste stappen gezet in de richting van de Moderne Tijd.'

Sociale promotie klinkt goed.
En concessies van 'de adel' richting 'de boeren' ook.
De emancipatie van de derde stand: laat maar komen.
Ik zeg: op naar de Nóg Modernere Tijd.

MOOIE DINGEN IN RARE TIJDEN

's Ochtends. Ik kom aan op de praktijk. Een beetje gespannen, want: het wordt een dag met alleen maar Skype-consulten en ik weet niet hoe dat gaat lopen. Ik kom dus mijn praktijkruimte in, doe het licht aan en... het is in een flits hoor, maar toch... ik zie een man zitten op mijn stoel. Een vrij kleine, vrolijk kijkende, kalende man. Ik schrik toch even en denk: 'Wat is dit nou?' En dan is-ie alweer weg. Nooit eerder meegemaakt.
Een half uur later heb ik mijn eerste consult met een vrouw op het scherm. En... staat die man ineens weer naast me. Het blijkt haar overleden partner te zijn en hij komt heel helder door met uitstekende informatie. Pas achteraf realiseer ik me dat dat 'zitten op mijn stoel' een gebaar was van hem / de spirituele wereld. Een manier om te zeggen: maakt niet uit hoe je werkt hoor, we zijn er altijd, zelfs als jij nog moet arriveren...

Dank, dank, dank.

's Middags: ik ben op de hei. En daar ben ik zeker niet alleen. Ik zie allemaal mensen waaraan ik kan zien dat ze anders nooit op de hei komen. Mensen die stralend om zich heen kijken en zich realiseren dat al dit moois er altijd al was, misschien wel vlak om de hoek en dat ze nu zomaar de tijd hebben om ervan te genieten. Wat een geschenk.
Ik zie een meisje in een boom.
"Papa!", roept ze. "Je moet me helpen! Ik heb dit nog nooit eerder gedaan!"
Papa die boom in, samen klimmen, samen genieten. Normaal zit papa nu in vergadering met het management, een beetje op zijn pen te kauwen. Maar vandaag leert hij zijn dochter bomen klimmen op de hei in de zon. Vergeten ze allebei nooit meer. Puur goud.

's Avonds: 7 miljoen mensen kijken naar de toespraak van Rutte. Ik word erdoor geraakt. Het stukje dat er voor mij het hardst uitspringt is wanneer hij uitlegt dat we, door het opbouwen van groepsimmuniteit, een 'beschermend cordon zullen gaan vormen rondom de ouderen en kwetsbaren'. Holy fuck, wat schitterend! Dat is volgens mij hoe olifanten leven. Dat is hoe het hoort! En dat een virus ons dat kan leren!

En dan is er nog dat zinnetje dat je opeens opvallend vaak hoort, overal:
'Ik begrijp het.'
Ik hoor het mensen zeggen die telefoneren op straat. Ik lees het in mailtjes waarin ik een cursus moet afzeggen. Vandaag werd het EK Voetbal een heel jaar verplaatst en wat zegt bondscoach Koeman op tv: "Ik begrijp het." Normaal hoeft er maar 1 ieniemienie wijziging aangekondigd te worden - een trein die uitvalt, een regel die verandert, een parkeerplek waar een container opstaat - en we zijn al in alle staten. Maar nu snappen we het ineens allemaal. En wat snappen we dan precies? Dat dingen vaak groter dan wij en dan moeten we dat accepteren en dan moeten we ons aanpassen. En dan zeggen we: 'Ik begrijp het'.
Jongens, jongens,
wat leerzaam zeg,
dit collectieve college in overgave.