OF ZE DE MAGIE MOCHTEN VOELEN...

1
2

Voordat de lesdag begon
was ik nog even ‘in gesprek’ met boven.
En ik legde ze een wens voor:
Mogen ze vandaag de magie van de spirituele wereld voelen?

‘Ze’ zijn mijn nieuwe eerstejaars studenten. Een leuke groep met mensen die nog helemaal aan het begin van hun reis staan, die nog met vraagtekens in de ogen binnenkomen en vol verwondering kunnen zijn, maar ook… nog vol met angsten. Angsten die voortkomen uit onwetendheid. En in hun geval ook uit iets teveel rare verhalen die ze hebben gehoord over ‘entiteiten in je aura’ en ‘dolende zielen’. (Als de mensen die die verhalen vertellen toch eens wisten hoeveel schade ze daarmee aanrichten… )
En ik kan nog zoveel vertellen over hoe mooi, groots, intelligent, liefdevol en magisch de spirituele wereld is, maar het komt pas echt over als mensen het zelf mogen ervaren.

’s Ochtends hadden sommigen van hen, in de kring en onder mijn begeleiding, hun eerste contact met de spirituele wereld gemaakt. En ’s middags zouden we van ziel tot ziel gaan werken. Tenminste, zo had ik het in mijn hoofd…
Vlak voor de pauze gebeurde het. Er kwam een kat binnenlopen. Ja, echt. Vanuit de wachtkamer. Hoe kwam die daar? En wat kwam die doen?
“Hé”, zeiden E. en R. “Dat is grappig. Dat is die kat die vanmorgen met ons meeliep vanaf het station. Wij zeiden nog: wat leuk dat je ons begeleidt vandaag.”

Eigenlijk weet je het dan al, hè.
Maar ja, dat hoofd…

De kat was druk en aandachttrekkerig. Hij keek iedereen intens aan en liep steeds maar rondjes, heel rusteloos. Ik zei: “Ga jij maar weer naar buiten.”
Maar toen ik de deur achter hem had gesloten, hoorde ik een geluid waarvan ik niet wist dat het uit een kat kon komen. Een soort van gillen. En toen wist ik: dit is niet de bedoeling, dus ik liet hem weer binnen. Op dat moment kwam ook dat gevoel in me op: ‘er moet nog 1 contact gemaakt worden.’ (De controle over de les was ik hier wel zo ongeveer kwijt.)

“Kan het kloppen”, zei ik toen we na de pauze weer begonnen, “dat er iemand is die nog een contact wil maken?”
“Ja”, zei E. “Ik had dat gevoel inderdaad.”
Kijk, daar had je het al. Ze sloot haar ogen, stemde zich af en begon te vertellen, over een vrouw en de bij behorende beelden. Toen ze daarmee begon, liep de kat recht op haar af. Voor de eerste keer sinds hij binnen was ging hij rustig zitten, precies bij haar voeten. Zo moest het blijkbaar gaan.
Ook voor E. was het de eerste contact zo in de groep, dus het was even zoeken. Maar terwijl we uitzochten wie de vrouw uit de spirituele wereld was en bij wie in de groep ze hoorde, ging de kat nu op zijn zij liggen en keek R. aan. Ik dacht: ‘Aha, dus het is niet voor niets dat je met precies deze twee vrouwen vanochtend bent meegelopen. Jij had een opdracht om iets tot stand te laten komen.’

Om privacy-redenen kan ik hier niets over het contact zelf vertellen. Maar het was het contact van iemand uit de spirituele wereld die een nare indruk heeft nagelaten in het aardse, met de nodige schade tot gevolg. En die nu vanaf de andere kant liet zien: ik heb het zo niet gewild. En mag ik je alsjeblieft helpen met helen…

Toen het contact klaar was, liep de kat weer naar de wachtkamer.
Job done.
Voor R. was het zo ingrijpend geweest, dat ze eerst een rondje ging lopen. En daarna besloot dat het genoeg was voor vandaag en dat ze naar huis ging om alles te laten bezinken.
Drie keer raden wie er met haar meeliep toen ze het pand verliet…

(Tekst tot stand gekomen met goedkeuring van R. En dank aan Elise, die wist dat ze foto's moest maken...)

WE HOUDEN HET SPANNEND

“Laten we er een beetje een spannende avond van maken”,
dat zeiden Ilse en ik
voor onze demonstratie mediumschap in Arnhem.
We kozen voor een beetje onverwachte muziek
en korte, maar krachtige contacten.

De reis was lang geweest, met veel files, dus we kwamen een beetje laat aan. Toch besloot ik om me nog even terug te trekken op de wc. Om even die omschakeling te maken van autorijden naar werken voor een zaal. En: voor de laatste kleding-check! Er blijkt namelijk ontzettend mis te kunnen gaan met je kleding voor de zaal. Dat weet ik uit ervaring.

Zo had ik een keer een enorme ladder in mijn panty en daar kwam ik pas achter toen ik al stond. En ik had ook een keer vogelpoep op mijn schouder, van Pablo, de papegaai van de pipo. Nou was dat nog wel weg te krabben, maar veel erger was die keer dat ik werd voorgesteld door de voorzitter en op dat moment zag dat er een enorme rode vlek op mijn groene jurk zat van de tomatenketchup op de tosti die ik nog snel even had gegeten voordat ik weg ging. Daar was dus niets meer aan te doen en zo moest ik demonstreren terwijl ik voor mijn gevoel onder de ketchup zat. Niet echt lekker.

Dus ik loop het op de wc even allemaal langs.
-Geen gaten
-Geen vlekken
-Broekspijpen niet in sokken
-Kraag niet naar binnen gedraaid
-Blouse niet scheef geknoopt…

Volgens mij moet het zo goed zijn.

De zaal in Arnhem zit lekker vol en Ilse en ik hebben er zin in! Ik heet de mensen welkom namens ons beiden en leg e.e.a. uit en ga dan weer zitten en start de muziek. Op dat moment komt er een vrouw van de eerste rij naar Ilse toe geslopen. Ze fluistert iets in haar oor en sluipt dan weer terug. Ilse stoot me aan.
“Jan, het schijnt dat je blouse binnenstebuiten zit.”

Blouse binnenstebuiten.
Die hadden we nog niet gehad.

Als Ilse aan het werk gaat voor de zaal en alle ogen op haar gericht zijn, trek ik zo onopvallend mogelijk mijn blouse uit, keer hem buitenstebinnen en trek hem weer aan. Voor mijn gevoel merkt niemand er iets van, maar helaas: het tegenovergestelde is waar…

Gelukkig wordt het een heerlijke demonstratie.
Met energie tot aan het plafond
en alle contacten bam-bam-bam.
Echt genieten, voor iedereen.
“Het was erg mooi, dank u wel”, zegt een man die na afloop naar mij toe komt. “En ook leuk dat u weer iets met uw kleding had. Ik was er ook bij toen u een paar jaar geleden vlak voordat u moest beginnen nog wanhopig probeerde het prijskaartje van uw jurk te trekken. U houdt het wel spannend.”

Misschien is dit wel wat ik ben:
een net niet helemaal afgestyled medium.
Maar wel met 1 voordeel:
we houden het spannend.

MAGIE NUMMER 3

MAGIE NUMMER 3

Wanneer je iemand weer in contact mag brengen met een overleden dierbare.
En het stroomt en het bewijs is sterk.
De magie die dan kan plaatsvinden…
Grenzeloos.

Het begint met het besef bij de ontvanger dat hij/zij niet ‘weg’ is.
Dat diegene er nog Is.
Hoe en waar dan ook.
En dat diegene ook nog dezelfde is.
En dat er dus ergens ook weer niets is veranderd.

Dat is Magie nummer 1.

Maar daar hoeft het nog niet te stoppen. Want bijna altijd laat de overledene ook dingen zien die gebeurd zijn na het overlijden. Dat het huis verkocht is. Dat er een brief is ingelijst. Waar de as werd verstrooid. En dan komt besef 2: Hij / zij is er nog èn… leeft nog met me mee! Maar… dan doe ik het dus niet alleen. Dan Ben ik dus ook eigenlijk niet alleen… Het hele overlijden en het ‘alleen achterblijven’ komt in een heel ander licht te staan.

Ik noem dat: Magie nummer 2.

Daar kán het bij blijven, maar ook dat hoeft nog niet. Afhankelijk van waar de ontvanger voor open kan staan, is er nog meer mogelijk. Want er is nu weliswaar een hele andere situatie – je kunt je dierbare niet meer vasthouden, niet meer opbellen etc., dus er is een missen… – maar met ‘het er nog zijn’, openen zich soms ook nieuwe deuren in de vorm van een nieuw soort contact. Wanneer het gevoel van liefde en het geloof in de onoverwinnelijkheid daarvan groot is, kunnen mensen naast en voorbij het verdriet, ook een nieuwe relatie opbouwen met hun dierbaren aan de andere kant.

Ik ken mensen die contact houden via liedjes, via dieren, via getallen, via een woord dat op de gekste momenten opduikt, zoals op een vrachtwagen op de A1. Ik ken een oudere dame die ondanks het overlijden van haar man, nooit geloofd heeft dat hij haar echt zou verlaten. Zo diep was en is het vertrouwen in de liefde. En na een periode van rouw en transformatie, begon het: elke avond kreeg ze een sms. Een emoticon. Een hartje. Een kus.
“Het mooist vond ik de pinguïn. Alleen hij weet waar die pinguïn voor staat in ons leven. Hij stuurde hem op een moment dat ik het even heel hard nodig had.”
Elke avond eentje. Voor het slapen gaan. Geen afzender. Maar zij weet van wie het komt.
“Zo was hij”, zegt ze. “En zo is hij nog steeds.”

In bijgaand interview vertelt de o zo bijzondere Hans Stolp – pastor en helderziende – over zijn nieuwe en diepere contact met zijn geliefde Harm, die vorig jaar op kerstavond overleed. Het is prachtig hoe hij dat ervaart. En het opent deuren voor mensen die misschien dachten dat er niets meer mogelijk was.

Hou de deur open.
Via dankbaarheid en vertrouwen.
Voor de kracht van de liefde.
Want die is enorm.

Magie nummer 3.

https://www.npostart.nl/de-verwondering/24-11-2019/KN_1708932

LEKKER DOORTEKENEN

Ik geef nu een aantal jaar les in het mediumschap.
En dat is prachtig.
Maar wat me vooral opvalt:
je moet mensen meer afleren, dan aanleren…

De meest voorkomende afleer-ding: angst. Vooral de enorme angst ‘het niet te kunnen’. De angst om ‘het fout te doen’. De angst dat ze ‘het allemaal maar verzonnen hebben wat ze doorkrijgen.’ Angsten die zo verlammend kunnen werken dat ze het plezier van het leren gaan overstemmen. En als docent is het vaak spannend om te zien wat er gaat winnen: de angst, of de liefde?

Ik probeer studenten altijd gerust te stellen. Ze steeds weer terug te brengen bij hun gevoel. Maar als het erop aankomt, moet ik toch afwachten wat er gebeurt. Het is een strijd die over veel meer gaat dan over het ontwikkelen van mediumschap. Het is de Grootste Strijd tussen de Twee Grootste Krachten in het Leven. (Heel veel kapitalen in 1 zin, maar het is dan ook een Hele Belangrijke Zin.) Het gaat over jij in deze wereld, want die angsten zijn er ook op andere vlakken; in het werk, in de omgang met andere mensen, in het Zijn... En in het dagelijks leven slalommen we vaak nog wat om die angsten heen, maar in het ontwikkelen van mediumschap gaat dat dus niet.

Waarom niet? Omdat het bij mediumschap draait om contact van ziel tot ziel. Of het nu gaat om werken met een klant die in de knoop zit, of dat je contact maakt met een overleden dierbare van die klant. Je krijgt geen informatie vooraf, dus je moet het Voelen. Dat Voelen doe je vanaf je eigen kern, je ziel, dat waar je diepe Weten zit. En op weg daar naartoe kom je alles tegen wat nog werkt als een stoorzender op die lijn…

Het zijn hele boeiende processen om te zien en ik heb studenten complete transformaties zien ondergaan. Ik heb ze dingen los zien laten, dingen aan zien kijken, dingen zien overwinnen. En ik zat steeds op de voorste rij, om ze aan te moedigen. Maar soms is het ook ontmoedigend om te zien hoeveel ‘angst’ mensen oplopen in een aards leven. En zou je willen dat ze nog wat meer van hun kinderlijke moed en onschuld hadden kunnen bewaren.

Vorige week, tijdens een lesdag, vertelde ik de studenten de volgende anecdote:
Een meisje zit druk te tekenen in de klas. De juf komt erbij staan.
Juf: “Wat ben je aan het tekenen?”
Meisje: “Ik teken God.”
Juf: “O, maar die heeft anders nog nooit iemand gezien hoor.”
Meisje: “Als u heel even wacht… Ik ben bijna klaar.”

Ik vertelde het verhaal en dit keer viel me op hoe bevrijdend de collectieve lach van de groep klonk. Dat raakte me. Ik zei wat in me opkwam:
“Hoorden jullie hoe bevrijdend dat klonk? En weten jullie waarom? Omdat je weet dat je vaak zelf net zo beperkend denkt als de juf. Maar omdat je ook zo ‘voor dat meisje bent’ in dit verhaal. Dat je ergens weet: dat ben ik ook. Dat zit nog ergens in mij. Dat diepe geloof dat je nog zo verbonden bent met het Hogere. Dat je nog ergens precies weet hoe het zit. En dat niemand, maar dan ook niemand, je daarvan af mag brengen.”

Dus, dappere dodo’s die deze rare weg gaan…
Niet opgeven!
Lekker doortekenen.
En toon de wereld maar gewoon
hoe jij diep van binnen voelt dat het zit…

ZO MOOI

Intentie:
‘Ik zou graag tijdens consulten
meer direct
de wijze adviezen door willen geven
van mijn onzichtbare vrienden aan de andere kant.’

Dat was een intentie die deze week opkwam.
En intenties zijn krachtig spul hoor.
No shit!
Ze zetten de toon, ze geven richting en maken daarmee nieuwe dingen mogelijk.

Maar goed, dat zo direct doorgeven van die wijze adviezen vanaf de andere kant, dat kan niet altijd. Het gaat nog altijd om wat de klant nódig heeft, niet om waar ik zin in heb. Soms moet het gewoon meer een praktisch verhaal worden. Maar als Koen binnenkomt, voel ik al snel: bij hem zou het wel bij kunnen gebeuren. Een mooi mens, stralend, open, nieuwsgierig, liefdevol, onderzoekend, wakker. Het verbaast me dan ook niet dat het gesprek vanzelf gaat in de richting van ‘zijn eigen teampje achter hem.’
“Ik noem het meestal mijn vrienden”, zeg ik.
“Snap ik”, zegt hij. “Het woord gidsen klinkt meteen weer zo officieel.”
We knikken begrijpend.
“Het zou mooi zijn om zelf een actieve communicatie aan te gaan met die vrienden”, zeg ik.
Hij: “Ik ben me wel van ze bewust en ik zie ze ook wel gebaren, maar ik ‘versta’ ze nog niet.”
We hebben het erover hoe hij ze kan gaan leren verstaan.
Over ‘welke taal zij spreken.’

Het gesprek gaat ook over de liefde. Koen heeft de Grote Liefde gevonden.
“Ik zag de liefde tussen mijn grootouders als kind en ik dacht: dat is het, dat wil ik later ook. Nu heb ik haar gevonden. Maar mijn vraag is: kan ik wel onvoorwaardelijk liefhebben?”
Er gebeurt iets als hij de vraag stelt.
Alsof het niet de juiste vraag is.
Het duurt even voordat ik doorheb hoe het zit.
“Is het niet zo dat je al onvoorwaardelijk liefhebt, maar dat je bang bent om het kwijt te raken?”, vraag ik.
“Dat is het precies!”, zegt K. “Ik voel me als de oermens die vuur gevonden heeft in de vochtige, koude bossen. En die dat vuur nu koestert door het te beschermen met zijn handen en door er alles aan te doen om het brandend te houden. Bang om het te verliezen, omdat hij nog niet zelf vuur kan maken."

En dan gebeurt het.
Ik wil iets zeggen, maar ik ‘hoor’ mijn teampje er ineens tussendoor komen.
Heel dichtbij.
“Tell him there is no need to worry. Tell him that he ís the fire.”
Ik wijs naar achteren.
“Mijn onzichtbare vrienden willen iets zeggen”, zeg ik.
“Zeg tegen hem dat hij zelf het vuur is.”

Het wordt doodstil.
We kijken elkaar aan.
En…
tranen komen op,
bij allebei.
Zonder geluid, zonder beweging.
Alleen maar steeds dikker wordende tranen in ogen die uiteindelijk keihard naar beneden rollen.

“Zo mooi”, zegt K. uiteindelijk.
En ik knik.
“Zo mooi.”

(Tekst geplaatst met toestemming van Koen.)

ZE VINDEN ONS SCHATTIG

Ik heb een overleg,
met de activiteitencommissie van ons broodfonds
via Zoom.

Heel eerlijk? Alleen dat al vind ik helemaal 2.0 van mezelf. Dat ik met anderen via de computer aan het vergaderen ben, zij ergens in Amsterdam en ik in plaatsje B. Dat dat toch allemaal maar kan! En… dat ík dat allemaal kan. Ik, de non-techneut. Dat ik het snap. Dat het me gelukt is. (We laten maar even buiten beschouwing dat het op zich niets meer was dan het aanklikken van een link en dat de pipo me moest helpen om naast beeld ook geluid te krijgen. Hij is ook nog steeds in de buurt ‘voor eventuele assistentie’.)

Afijn, wij vergaderen. ‘Wij’ zijn trouwens (naast mij): M., een generatiegenoot en L. een millennial. En al vergaderend willen we op een gegeven moment even de website van ons broodfonds erbij halen om iets op te zoeken. ‘Kan dat?’, vraag ik me af. Want we zitten nu te Zoomen en je kan van zo’n computer toch niet vragen dat-ie 2 dingen tegelijk doet. Maar M. en L. hebben hem al te pakken en zijn toch nog in beeld, dus blijkbaar kan het en ik laat het verder aan hen over.

Ze vinden wat ze zochten.
“Oke”, zegt M. “Ik stuur je die gegevens even toe Janneke. Eh, hoe pak ik dat aan. Weet je wat? Ik maak een screenshot en dat stuur ik je toe.”
Een screenshot, toe maar. Ik kan het ook hoor, het staat ergens op mijn ‘Zo-doe-je-dat-lijstje’ dat op het prikbord hangt. Maar aan het foto-geluid te horen, heeft M. het screenshot nu al gemaakt, dus die kan het blijkbaar uit zijn hoofd.
“Wat schattig dit”, hoor ik de pipo achter me zeggen.
“Wat is schattig?”, vraag ik.
“Een screenshot… Hihi…”
Ik snap niet wat daar schattig aan is en ik concentreer me weer op het gesprek en zie hoe M. nu aan het peinzen is hoe hij het screenshot het beste naar mij toe kan sturen.
Dan doet mijn telefoon ineens ‘Ping’.
L., de millenial, zegt: “Ik heb het al naar haar ge-appt hoor.”
Ik kijk op mijn telefoon en verdomd zeg, daar staat het. Hoe doet ze dat nou?
“O”, zegt M. “Dat kan natuurlijk ook. Je had w.a. al open staan op je computer.”
“Ja”, zegt L.
Ik zie bij haar hetzelfde glimlachje als bij de pipo. Half geamuseerd, half meewarig.

Het is diezelfde avond dat de pipo me iets wil laten zien op zijn telefoon.
“Kijk”, zegt hij. “Dit is een appje van mijn mentor en die is van jouw generatie. Moet je zien: hij gebruikt steeds de verkeerde emoticons. Ik zag het ook toen jullie aan het zoomen waren: jullie oude mensen zijn zo schattig met technologie…”
En ineens heb ik er genoeg van.
“Even voor de duidelijkheid”, zeg ik. “Het zijn ónze computers en het is ónze whatsapp hè. Wij hebben het uitgevonden. Niet jullie. Jullie mógen het gebruiken. Maar ga nou niet zo wijsneuzerig zitten doen en ons schattig zitten vinden, want zonder ons viel er helemaal niks te appen en te computeren.”

Zo!
Ik vind het zelf best goed klinken.
En je zou verwachten dat de pipo op zijn nummer gezet zou zijn.
Of op zijn minst een beetje beledigd.
Maar nee, hoor hij ligt in een deuk.
“Whahaha…”
“Wat is er nu weer?”, vraag ik.
“Nou…”, zegt de pipo snikkend van het lachen. “Ik ben zo ont-zet-tend benieuwd naar jouw bijdrage aan het totstandkomen van de computer en whatsapp…”

Vanuit ons perspectief leveren wij, ‘de oude mensen’, een enorme prestatie. Wij die onze schoolwerkstukken nog maakten met boeken uit de biep. En die de plaatjes die in het werkstuk moesten, kopieerden uit die boeken. Niet met Ctrl C, maar met een kopieermachine, waar je kwartjes in deed. Kwartjes… ook al weg…. We hebben alle ontwikkelingen meegemaakt, van de opkomende computers, tot verdwijnende munteenheden en de opkomst van digitaal betalen, van de lp en de cassette naar de cd naar Spotify…. Overal hebben we ons aan aangepast. We zijn geweldig en de flexibelste generatie ooit. Maar credits, ho maar.
Want in de ogen van Generatie Z
zijn we niks anders dan:
schattig.

OMDAT HIJ WEET WAAR HIJ WEZEN MOET

Texel, Meester Michiel

Het was op Texel.
Tijdens de demonstratie op donderdag.
In de categorie: dieren, je blijft je verbazen…

Een kwartier voordat de demonstratie Mediumschap van Miranda Trap en mij begon, drentelde ik wat rond door de zaal. Beetje sfeer proeven, beetje voelen wie er allemaal waren, in de zaal en om ons heen. En in de hoek, op een kussentje op de bank, lag: Michiel. De kat die officieel niet woont in de herberg van Esther en Veronique, maar die er wel altijd is. Omdat-ie zich daar fijn voelt. Omdat hij weet dat hij daar moet wezen.

“Hé Michiel”, zei ik.
Enigszins vermoeid keek hij op.
“Wat leuk dat jij er vanavond bij bent. Ga je ons een beetje helpen?”
Er was een reden dat ik dat vroeg. Tijdens de zomer-editie van de Save Your Soul-weekenden, had hij zich op een heel bepalend moment gemengd in de lesdag. (Zie blog 1 juli.) Sindsdien noemen wij Michiel de Verlichte Meester. Deels grappend. Deels serieus.

De avond begon. De energie was lekker en Miranda en ik maakten mooie contacten. Bij het starten van een nieuw contact, begon Miranda heel apart, namelijk via de geur van een schuur. Door deze andere manier van starten, betekende het dat ze even moest zoeken wie ze bij zich had en bij wie in de zaal ze moest wezen. Michiel, die tot die tijd helemaal achterin de zaal op schoot had gelegen bij Esther, richtte zich op. Hij sprong op de grond en begon heel rustig naar voren te lopen. Ik zag het gebeuren en door mijn bijzondere ervaringen met dieren de laatste tijd, lette ik goed op hem.
Michiel nam plaats onder 2 stoelen van 2 dames op de tweede rij. Ik dacht: moet Miranda daar zijn, Michiel? En bij welke van de 2 stoelen dan, de linker of de rechter? Kun je wat duidelijker zijn?
Miranda was ondertussen nog steeds aan het zoeken, wat altijd heel inspannend is, dus die had even geen tijd om te kijken naar de verrichtingen van een kat onder een stoel.

Vanuit het oogpunt van Michiel schoot dit duidelijk niet op. Het was nog net niet met een zucht dat hij weer in beweging kwam en nu op een lege stoel sprong die stond voor de 2 dames. Hij keek de ene dame aan. Hij keek de andere dame aan. Toen keek hij naar Miranda, die hem nog altijd niet zag en toen naar mij. Ik knikte naar hem.
“Miranda”, zei ik. “Hou Michiel in de gaten.”
“Kan het zijn dat de man die ik bij me voel bij jullie hoort”, zei Miranda.
Beide dames knikten, duidelijk geraakt.
“Dat is onze vader.”
Het werd een prachtig contact.

Michiel zat nog een tijdje overeind.
En toen hij zag dat het goed was,
legde hij zich weer neer in een halve boog met zijn neus tussen zijn pootjes en… viel in slaap.
Het is een zwaar bestaan,
dat van de Verlichte Meester.

THAT'S WHY I LOVE YOU

Texel, herberg, nacht

Net terug van Texel.
Van het 14e Save Your Soul-weekend.
Drie intense dagen.

Save Your Soul-weekenden vinden 3 x per jaar plaats, op Texel dus, in de herberg van Esther en Veronique. De thema’s verschillen per weekend, maar bij de november-editie hoort gewoon: mediumschap. Omdat het dan zo lekker donker is. En omdat de gierende zeewind tegen de herberg beukt, terwijl wij binnen, lekker warm, uitreiken naar de spirituele wereld…

Gisteren was het Allerzielen en daar wilde ik graag wat mee doen. Maar wat? Ik legde het voor aan mijn spirituele vrienden. 2 Liedjes gaven ze me: Als alles duister is… En: True Colours. Dat was genoeg voor een idee.

’s Avonds, na de lange lesdag en het heerlijke eten, kwamen we samen. De lesruimte donker, de luiken dicht, samen in een kring en een brandend kaarsje in het midden.
“Ik vind het nu al leuk”, zei iemand.
Eerst draaide ik Als Alles Duister Is..., wat op mij altijd weer indruk maakt. De tekst is eenvoudig, maar brengt je in een staat van overpeinzing, passend bij de donkere dagen.
Daarna: een visualisatie.
Ik liet ze, in gedachten, in een huis zijn waar ze bezig waren een kamer klaar te maken voor bezoek. Dat bekende gevoel van: kussens recht leggen, koffie zetten, muziekje aan… En toen… ging de bel. Ze liepen naar de deur, deden open en daar stonden: al hun overleden dierbaren! Allemaal! En ze lieten ze binnen en begroetten ze. En zo ontstond een samen-zijn. Gewoon dat. Samen zijn. Misschien wel voor het eerst sinds jaren.

Er klonk gesnif, er rolden tranen en het was mooi en heel intens. Je voelde gewoon dat ze er waren. Allemaal. En zo zaten we een tijdje. Samen. Daarna noemden we hun namen. Want zolang hun namen worden genoemd, zijn ze zeker niet vergeten. En daarna, om de essentie van de band van liefde te onderstrepen, startte ik True Colours.
‘… And I see your true colours
shining through
I see your true colours,
that’s why I love you
So don’t be afraid, to let them show
Your true colours, true colours
are beautiful
like a rainbow.’

Na nog even in stilte samen zijn, werd het bezoek uitgelaten. En langzaam kwamen ze allemaal weer ‘terug’.
En na wat na-sniffen en overpeinzen, kwamen de verhalen. Altijd mooi om te horen.
Het mooist van allemaal vond ik die van B.:
“Ik doe die deur open en ik zie ze staan en ik denk: o jee, hoe moet dat, want die kan niet met die en die kan niet met die… Maar goed, ik denk: ik laat ze maar gewoon binnen en we zien wel. En wat bleek: nou ineens ging het hartstikke goed samen. Konden ze allemaal wel met elkaar overweg! Dat vond ik wel echt heel bijzonder, want zo is het nog nooit geweest.”

Allerzielen.
De maskers af.
De liefde voorop.
Samen zijn.
And I see your true colours…
That’s why I love you.

HOE SNEL? BIZAR SNEL!

Veelgestelde vraag:
‘Hoe lang duurt het
voordat iemand die overleden is,
kan communiceren vanuit de spirituele wereld?’
Op die vraag kreeg ik laatst een interessant antwoord.

Het was een week of 3, 4 geleden, op een maandagavond. De 3e les van mijn cursus Ontdek en Train je Intuïtie stond op het punt van beginnen. Iedereen zat klaar voor de meditatie, toen de telefoon van E. afging.
Ze nam op.
Zei 2 x ja en 3 x nee en hing op.
Ze snikte.
“Mijn vader is net overleden”, zei ze.
Wij schrokken. We condoleerden haar en ik pakte tissues.
“Ik zou morgen naar hem toegaan om afscheid te nemen. Ik vind het heel erg dat dat nu niet meer kan”, zei ze.
Ik nam de gelegenheid te baat om uit te leggen dat je iemand in het aardse dan misschien niet meer kunt spreken, maar dat er via de spirituele weg nog wel mogelijkheden zijn. En dat mensen soms een betere relatie met iemand kunnen ontwikkelen na hun overlijden dan dat dat-ie ervoor was. Ja, ik weet, het klinkt gek, maar ik ken meerdere voorbeelden daarvan.

Zo praatten we wat, met z’n allen en vervolgens dacht ik: ik moet toch zo een programmaatje gaan draaien voor de andere cursisten. En zij zal zo wel weg willen. Dus ik zei: neem je tijd, maar als je het goed vindt, gaan we toch wat doen.
Ze knikte.
“Ik denk trouwens dat ik hier blijf”, zei ze toen.
“O?”, zei ik.
“Ja”, zei ze. “Ik kan daar nou toch niet meer heen. En ik voel me hier fijn.”
Dat voelde als een compliment. En we spraken af dat wij gewoon wat gingen doen en dat zij zou voelen wat goed voor haar was.

Gelukkig had ik een vrij ‘light’ oefening bedacht om mee te beginnen. Ik wilde ze laten ervaren hoe anders je bent wanneer je niet en vervolgens als je wel heel bewust in contact staat met je eigen ziel. Ik vroeg ze om eerst 10 minuten lang te schrijven wat er in ze opkwam. Achter elkaar door. Daarna zou ik ze in een visualisatie praten, waarbij ze in contact zouden komen met hun licht en met 'het grote licht'. En daarna zouden ze weer 10 minuten schrijven, om vervolgens te kijken wat het verschil zou zijn. (Erg leuke oefening om zelf eens te proberen trouwens.)

We gingen aan de slag. En zij deed een beetje mee en een beetje niet en dat was allemaal goed. Na de visualisatie had ik ook ineens zin om te schrijven. Er dwarrelden woorden binnen en ik pakte pen en papier.
‘Weet, dat wij, in onze wereld, ook ademen. Wij ademen door jullie heen. En als jullie stoppen met ademen, dan ademen jullie hier met ons mee.’
Ik schreef het op. Het voelde als een algemene tekst van Spirit.
‘Mooi’, dacht ik. Ik zag het ook helemaal voor me.
Toen was het alsof er van ‘zender gewisseld werd’ en er iemand anders aan het woord kwam. Het werd een verhaal. Een brief. Vol emoties en vol excuses ook. Het ging over een leven dat geleefd was en hoe dat was gegaan. Ik zag er ook beelden bij. Ik meende iemand te zien die door de praktijk liep met modderlaarzen aan. Hij vertelde me dat waar hij nu was, hij ‘tuinen zag zo ver het oog reikte’. En ineens dacht ik: ‘Zou dit … Nee toch? Dat kan toch niet? Hij is nog geen half uur geleden overleden!’

Toen iedereen klaar was, bespraken we wat er bij alle cursisten gebeurd was en in hoeverre de teksten van elkaar verschilden. Altijd weer leuk en interessant. Maar ik kon het toch niet laten en ik vroeg aan E.: 'Hield jouw vader van tuinieren?'
“Dat was het enige waar hij van hield”, zei E. “Mijn moeder kon hem bijna niet uit de tuin krijgen…”
Ik zei: “Ik denk dat ik zonet een brief van je vader heb ontvangen…”

Ik schreef hem over in het net.
Deed hem voor haar in een enveloppe.
En zo ging ze naar huis...
in de wetenschap dat haar vader die avond was overleden,
maar dat ze een brief van hem op zak had.
Een brief die, zo bleek later, veel betekenis voor haar zou hebben.

Hoe snel communicatie mogelijk is?
Zo snel.
Bizar snel.
En: het is dus nooit te laat…

MET EEN TAS VOL MET HORROR IN DE HAND

Vroeger ging de pipo altijd graag naar de fopwinkel.
Vooral voor 1 april.
Om de meesters en juffen van de lagere school
te kunnen laten schrikken…

Het was altijd leuk om daar samen met hem rond te kijken. Kijken wat voor nieuwe dingen ze hadden en genieten van dat rare, toch wat mysterieuze sfeertje in zo’n winkeltje dat zich bevindt buiten de dagelijkse realiteit.
Kortom:
blije herinneringen
uit de tijd voordat…

Naar winkels gaan kon de afgelopen jaren niet. Van alle heftigheid waar de pipo zich nog steeds doorheen aan het werken is - depressie, burn out en een paniekstoornis – durf ik wel te zeggen dat de laatste het hardnekkigst is. Zijn gemoed zit vaak wel weer weer rond de 5 en heel langzaam neemt zijn energie weer wat toe, maar het verblijven in ruimtes waar hij voor zijn gevoel niet uit weg kan, blijft nog pure horror. Maar door veel te oefenen, beginnen sommige dingen weer te lukken. Zeker op een goede dag. En dit is blijkbaar een goede dag, want de pipo wil naar de fopwinkel om wat Halloween-spullen te kopen voor een samenzijn met wat vrienden aanstaande zondag.

We doen de deur open. Hetzelfde belletje als destijds rinkelt aan de binnenkant. Wel is de winkel verbouwd en uitgebreid. De nieuwe, jonge eigenaar staat achter de toonbank.
“Goeie middag.”
“Goeie middag.”
Ze blijken een complete Halloween-hoek te hebben.
“Ik wil sowieso een skelet”, zegt de pipo. Hij haalt de grootste uit de kast.
“En spinnen.”
Twee zakjes pakt hij uit het schap.
Daarna gaan we enge maskers en heksenhoeden passen voor de spiegel.
“Je kunt ook zo’n mes nemen dat dwars door je hoofd heen gaat”, zeg ik, terwijl ik er een opzet.
Ik trek er blijkbaar een grappig hoofd bij, want de pipo ligt in een deuk en stoot tegen een kast. In reactie daarop, begint een enorme vleermuis met knipperende rode ogen, zijn vleugels uit te slaan en te brullen.
“Waaaaaah!!!”, schreeuwen we geschrokken uit.
Nog harder lachen.
We vinden ook nog zakken vol met spinnenwebben die je uit kunt hangen. En pompoen-lampionnen voor de sfeer. En bloederige nepmessen voor op tafel.
Uiteindelijk komen we met 2 armen vol spullen bij de toonbank, waar de eigenaar ons glimlachend aankijkt.
“Het was erg leuk om jullie zo enthousiast bezig te horen”, zegt hij.
Hij geeft ons nog 2 zakken met spinnenwebben cadeau en legt uit hoe je ze het beste op kunt hangen.

Met een tas vol engs en een skelet onder zijn arm, komen we weer buiten.
“Dat was leuk”, zegt de pipo.
We lopen een paar meter en dan gebeurt er iets… Als vanzelf stoppen we. Allebei. We staan stil en we kijken elkaar aan. Er springen tranen in mijn ogen.
“Ik weet het”, zegt de pipo. “Maar dit was goed, toch?”
“Dit was goud”, zeg ik. “Vroeger, met 1 april, toen was dit goed. Maar dit was gewoon fokking fantastisch.”
“Dat bedoel ik”, zegt de pipo.
We knikken naar elkaar.
En dan lopen we weer door, het leven in. Met al zijn wendingen en verrassingen, met zijn horror en obstakels, met zijn kansen en z’n duisternis, maar gelukkig ook met dit: gouden ogenblikken…
Geen idee wat er nog komen gaat.
Alleen dat we nu hier staan in het verhaal.
Met een tas vol met horror in de hand.
En een skelet onder de arm.